Grote opdracht RW

Algoritmisch denken

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Instellingen en bedrijven streven steeds meer naar het leren kennen en beschrijven van individuele voorkeuren van hun gebruikers. Dit met als doel een persoonlijk aanbod te bieden op basis van hun interesse. Dit gepersonaliseerde aanbod komt mede tot stand door algoritmen. Niet alleen in het dagelijks leven, maar ook in het leergebied Rekenen & Wiskunde en andere leergebieden komen algoritmen voor, die vaak door apparaten uitgevoerd worden. Door te leren algoritmen te beschrijven ontstaat inzicht in de wijze waarop wijzelf en apparaten (reken- en wiskundige) procedures kunnen uitvoeren en geeft het handvatten om typen problemen te herkennen en te kunnen oplossen.

Inhoud

Een algoritme is het stap voor stap, in een vaste volgorde, vanuit een beginsituatie toewerken naar een bepaalde uitkomst. Denk bijvoorbeeld aan het stap voor stap beschrijven van dagelijkse handelingen, of het volgen van een montagehandleiding. Binnen Rekenen & Wiskunde valt te denken aan cijferend rekenen. Ontwerpen en beschrijven van algoritmen valt onder algoritmisch denken. Het kunnen uitvoeren van algoritmen is een voorwaarde om algoritmisch te kunnen denken en wordt ook tot deze grote opdracht gerekend.

Brede vaardigheden

probleemoplossend denken en handelen (op welke wijze kan ik de oplossingsstrategie (informeel of formeel) stap voor stap beschrijven?); creatief denken en handelen (welk algoritme kan ik bij dit probleem bedenken?).

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Algoritmisch denken

RW13.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

RW13.1 - Algoritmisch denken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands: 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
Leerlingen leren uit te leggen wat een algoritme is, eenvoudige algoritmen in natuurlijke taal te beschrijven en te onderkennen dat natuurlijke taal niet altijd geschikt is om een algoritme precies te beschrijven.
(NE: Leerlingen gebruiken natuurlijke taal om algoritmen te beschrijven en onderkennen dat dat niet altijd precies genoeg is.)

Digitale Geletterdheid: 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie
Leerlingen leren om de programmeertaal van de digitale gereedschappen die ze tot hun beschikking hebben en die daartoe geschikt zijn, te gebruiken en hiermee eenvoudige programma’s te schrijven en gebruiken daarbij algoritmen.
(DG: Leerlingen leren de basisbeginselen van programmeren kennen en hebben hiervoor kennis over en vaardigheid in het schrijven van eenvoudige algoritmen nodig.)

Digitale geletterdheid: 6.2 Digitale marketing
Leerlingen leren zich een voorstelling te maken van algoritmen die instellingen en bedrijven gebruiken om een gepersonaliseerd aanbod van producten, diensten en content te doen en zo de technieken en verdienmodellen van digitale marketing herkennen.
(DG: Leerlingen leren de technieken en verdienmodellen van digitale marketing herkennen door zich bijvoorbeeld een voorstelling te maken van algoritmen die instellingen en bedrijven gebruiken om een gepersonaliseerd aanbod van producten, diensten en content te doen.)

Leerlingen leren dat vaste volgordes van instructies soms nodig zijn en leren algoritmen uit te voeren. Later leren ze zelf algoritmen schrijven, bijvoorbeeld voor cijferprocedures.

RW13.1 - Algoritmisch denken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

Als je bij het aankleden eerst je schoenen aandoet, zullen hele jonge kinderen meteen aangeven dat het zo niet 'hoort': Als je eerst je schoenen aandoet, kun je je sokken immers niet meer aandoen. In veel situaties leren ze dat er een vaste volgorde is, een stappenplan dat je moet volgen. Is dat eerst vooral imiterend, daarna ervaren ze het ook zelf bij bijvoorbeeld het maken van een wagentje van Lego® aan de hand van het stappenplan in het doosje. In deze eerste fase gaat het er niet alleen om dat kinderen kennismaken met 'vaste volgordes', maar ook dat ze de noodzaak hiervan (h)erkennen. Dit is een eerste kennismaking met 'algoritmisch denken'.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • wat een stappenplan met een vaste volgorde is (algoritme) en leren voorbeelden te geven uit het dagelijks leven (de routebeschrijving van huis naar school, bij een spelletje de stappen van je beurt volgen);
  • uit te leggen of het werken volgens een vaste volgorde noodzakelijk is of niet in een gegeven situatie. Te denken valt aan: bij een routebeschrijving naar huis is eenvaste volgorde hoe je moet lopen wel belangrijk, bij het tafeldekken is dat minder noodzakelijk. Leerlingen leren ook na te denken over de gevolgen als je niet volgens een vaste volgorde werkt;
  • eenvoudige stappenplannen (algoritmen) te beschrijven in woorden of door middel van een serie opeenvolgende plaatjes. Te denken valt aan een beschrijving van de volgorde waarin je je kleren aantrekt en een origami-instructie hoe je een figuur maakt met een vouwblaadje.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de hogere leerjaren van het primair onderwijs leren de leerlingen niet alleen algoritmen herkennen en uit te voeren, maar ook eenvoudige algoritmen zelf te schrijven. Denk aan algoritmes van vaste procedures die ze leren en het schrijven van eenvoudige programma's. Ook leren ze deze beschrijvingen steeds meer formeel te noteren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • uit te leggen wat een algoritme is en eenvoudige algoritmen op formele wijze te beschrijven met een opeenvolging van instructies en met als-dan-structuren. Te denken valt aan het beschrijven van de stappen bij cijferen;
  • van eenvoudige problemen een oplossingsstrategie als een algoritme te beschrijven. Te denken valt aan een algoritme om uit te rekenen wat je voor iets moet betalen als je een bepaald percentage korting krijgt;
  • stappenplannen te testen op fouten en deze eventueel te verbeteren.

Leerlingen leren gebruik te maken van structuren (opeenvolging, herhaling, keuze, variabelen) die in een algoritme kunnen staan. Ze maken kennis met hoe instellingen en bedrijven algoritmen gebruiken.

RW13.1 - Algoritmisch denken - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs bouwen de leerlingen voort op hun kennis en vaardigheden die ze in het primair onderwijs hebben opgedaan. Ze leren gebruik te maken van alle structuren die in een formeel beschreven algoritme voor kunnen komen, zoals opeenvolging, keuze, herhaling en variabelen. Tevens maken leerlingen kennis met hoe instellingen en bedrijven algoritmen gebruiken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • algoritmen op formele wijze te beschrijven;
  • de programmeertaal van de digitale gereedschappen die ze tot hun beschikking hebben en die daartoe geschikt zijn, te gebruiken en hiermee eenvoudige programma’s te schrijven. Te denken valt aan een programma dat een vergelijking oplost;
  • algoritmen voor standaardprocedures en problemen van een specifiek type, kwalitatief met elkaar te vergelijken op effectiviteit en efficiëntie. Te denken valt aan: het vergelijken van een algoritme dat de grootste gemene deler van twee getallen door middel van systematisch uitproberen bepaalt of met het algoritme van Euclides bepaalt;
  • zich een voorstelling te maken van algoritmen die instellingen en bedrijven gebruiken om een gepersonaliseerd aanbod van producten, diensten en content te doen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Rekenen & Wiskunde doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.