Grote opdracht RW

Representeren en communiceren

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Rekenen & Wiskunde maakt gebruik van een universele vaktaal. Begrippen, benamingen, symbolen en formules worden wereldwijd gebruikt. Deze representaties helpen om wiskundig denken en wiskundig handelen tot uitdrukking te brengen en erover te communiceren met anderen, zowel met wiskundigen als met niet-wiskundigen.

Inhoud

Bij het leren van Rekenen & Wiskunde maken leerlingen kennis met vaktaal en leren die uit te spreken en weer te geven in notaties en symbolen. De representaties zijn in eerste instantie nog informeel, maar worden steeds formeler. Denk bijvoorbeeld aan de woordrepresentaties voor optellen zoals 'erbij', 'plus' en 'som'. Leerlingen leren hun wiskundig denken en handelen uit te leggen aan anderen en daarbij steeds meer gebruik te maken van de universele vaktaal van de wiskunde. Aandacht voor verschillende representaties van objecten en bewerkingen (zoals bij vermenigvuldigingen × en · en 2 × a, 2 · a en 2a) en woordenschat, inclusief synoniemen (zoals diameter en doorsnede van een cirkel) is van belang.

Brede vaardigheden

communiceren (hoe schrijf ik een uitwerking op zodat anderen het begrijpen?).

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Representeren en communiceren

RW11.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

RW11.1 - Representeren en communiceren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands: 5.1 Doelgericht communiceren
Leerlingen geven uitleg over hoe ze een reken-/wiskundetaak uitgevoerd hebben, rekening houdend met de doelgroep.
(NE: Leerlingen leren bij uitleg over een reken-/wiskundetaak welk taalregister en welke taalvariëteit passend is en zowel mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal hierin keuzes te maken.)

Leerlingen leren getallen en meetkundige figuren te representeren in woord, beeld en symbool en die te gebruiken. Later worden representaties en gebruik daarvan formeler van karakter.

RW11.1 - Representeren en communiceren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

Het heel jonge kind is al bezig met representeren en communiceren. Te denken valt aan vingertjes opsteken voor hoe oud je bent of de wijsvinger gebruiken om aan te duiden wat ze willen hebben. In de eerste leerjaren van het primair onderwijs is er veel aandacht voor het representeren van hoeveelheden in woorden, beelden en getalsymbolen. De focus ligt hier op het gebruik van de juiste begrippen in vaktaal. Ook leren leerlingen communiceren over bijvoorbeeld hoeveelheden of over hoe je eerlijk kunt meten. Dit representeren en communiceren leren ze binnen alle kennisdomeinen die in deze fase worden aangeboden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • wiskundige begrippen zoals meer en minder en wiskundige symbolen (+, -, =) te gebruiken;
  • aantallen te representeren met behulp van materialen en schema's, zoals een punt op een getallenlijn en cijfersymbolen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de hogere leerjaren komen meer representaties aan bod en worden ze formeler van aard. Leerlingen maken meer gebruik van wiskundige begrippen, formuleringen en formelere vaktaal. Leerlingen kunnen keuzes voor bepaalde representaties verantwoorden. Bovendien leren leerlingen dat er wiskundige objecten bestaan die andere objecten als representatie hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er verschillende representaties kunnen zijn voor eenzelfde object of bewerking. Te denken valt aan een deling schrijven met verschillende deeltekens ÷, : en / en verschillende representaties gebruiken voor een verhouding zoals een breuk, een percentage of een omschrijving van de vorm "… op de …";
  • deze verschillende representaties in elkaar om te zetten;
  • een passende representatie te kiezen in een gegeven situatie. Te denken valt aan het weergeven van maten (10 000 meter als afstand bij schaatswedstrijden, maar 10 kilometer als afstand bij een autorit), het weergeven van grote getallen met 'miljoen' en 'miljard' of uitgeschreven in cijfers, de keuze voor een bepaald diagram om gegevens weer te geven;
  • dat er regels zijn voor correct wiskundig taalgebruik en wat het belang is van het correct toepassen van deze regels. Te denken valt aan het gebruik van haakjes en wat er gebeurt bij het ontbreken van haakjes;
  • berekeningen, oplossingen en redeneringen correct op te schrijven.

Leerlingen leren formele wiskundetaal gebruiken en kritisch te zijn op onjuist gebruik hiervan.

RW11.1 - Representeren en communiceren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt de lijn uit het primair onderwijs voortgezet, waarbij de representaties en communicatie nog formeler van aard zijn. Ook komen er nieuwe representaties bij. Leerlingen leren formele vaktaal te gebruiken en kritisch te zijn op onjuist gebruik hiervan.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • formele vaktaal en wiskundige symbolen te herkennen en te gebruiken in gesproken en geschreven tekst. Te denken valt aan begrippen als coördinaten, wortels en pi, maar ook het verkort noteren van \(2 \times 2 \times 2\) naar \(2^3\) en deze uitkomst correct uit te spreken als '2 tot de macht 3'. Of: gebruik van woord- of lettervariabelen in formules;
  • niet-alledaagse representaties van wiskundige objecten te herkennen. Te denken valt aan een streepjescode voor getallen;
  • verschillende representaties van wiskundige objecten te maken met behulp van wiskundige gereedschappen zoals passer, geodriehoek, gradenboog en digitale gereedschappen;
  • verschillende representaties van wiskundige objecten of bewerkingen in elkaar om te zetten. Te denken valt aan het omzetten van een formule in een tabel of een grafiek;
  • kritisch te zijn op representaties van gegevens en dit te kunnen verwoorden (fact-checking);
  • berekeningen, oplossingen en redeneringen correct op te schrijven.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Rekenen & Wiskunde doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

RW11.1 - Representeren en communiceren - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

  • Stem nut en noodzaak van formele wiskundige representaties af op onderwijssector, leerweg en wiskundevariant. Te denken valt aan de representatie \(a^2 + b^2 = c^2\) van de Stelling van Pythagoras naast een werkschema.
  • Betrek correct communiceren over en met wiskunde in bijvoorbeeld profielwerkstukken.
  • Stem correct gebruik van reken- en wiskundige representaties af met andere leergebieden.

RW11.1 - Representeren en communiceren - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

  • Stem nut en noodzaak van formele wiskundige representaties af op onderwijssector, leerweg en wiskundevariant. Te denken valt aan de representatie \(a^2 + b^2 = c^2\) van de Stelling van Pythagoras naast een werkschema.
  • Betrek correct communiceren over en met wiskunde in bijvoorbeeld profielwerkstukken.
  • Stem correct gebruik van reken- en wiskundige representaties af met andere leergebieden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.