Schoolpraktijken Rekenen & Wiskunde

Ontwikkelscholen hadden de taak om te reflecteren – als scholenteam en met de eigen leerlingen en hun ouders – op de tussenproducten van de ontwikkelteams. Daarnaast is elke ontwikkelschool aan de slag gegaan met haar eigen ontwikkeling binnen het leergebied, passend bij de eigen schoolvisie. Op deze wijze werden in het proces de landelijke ontwikkeling van de voorstellen van Curriculum.nu verbonden aan ontwikkelingen in de schoolpraktijk. Zie hieronder twee voorbeelden van het leergebied.

Basisschool de Wieling gaat aan de slag met formatief evalueren

IKC de Wieling is de enige basisschool in Haalderen, een dorp met ongeveer 2000 inwoners. Het aantal leerlingen van de Wieling is het afgelopen jaar met 22 teruggelopen naar 143 leerlingen. De school heeft weinig ‘gemiddelde leerlingen’. Leerlingen scoren (af te lezen vanuit de leerlingvolgtoetsen) of heel hoog, of juist laag. De school heeft dus ‘bovenkant-leerlingen’ en ‘onderkant-leerlingen’. Dit maakt het lesgeven een uitdaging. De kwaliteit van de school is voldoende, maar de leerresultaten staan onder druk.

Basisschool de Wieling gaat aan de slag met formatief evalueren

Basisschool de Wieling gaat aan de slag met formatief evalueren

Basisschool de Wieling gaat aan de slag met formatief evalueren

IKC de Wieling is de enige basisschool in Haalderen, een dorp met ongeveer 2000 inwoners. Het aantal leerlingen van de Wieling is het afgelopen jaar met 22 teruggelopen naar 143 leerlingen. De school heeft weinig 'gemiddelde leerlingen'. Leerlingen scoren (af te lezen vanuit de leerlingvolgtoetsen) of heel hoog, of juist laag. De school heeft dus 'bovenkant-leerlingen' en 'onderkant-leerlingen'. Dit maakt het lesgeven een uitdaging. De kwaliteit van de school is voldoende, maar de leerresultaten staan onder druk.

Aanleiding om als ontwikkelschool aan de slag te gaan:

De leraren vinden dat de mogelijkheden van de leerlingen door de niveauverschillen nog onvoldoende worden benut. Zo vinden zij bij rekenen-wiskunde de rekenmethode te bepalend. Zij hebben daarom het initiatief genomen om het rekenonderwijs zo aan te passen, dat ze meer aansluiten bij het niveau van de leerlingen en meer recht doen aan hun mogelijkheden. Het team maakte kennis met formatief evalueren. Formatief evalueren betreft alle activiteiten die leerlingen én leraar uitvoeren om de leervorderingen van leerlingen in kaart te brengen, te interpreteren en te gebruiken om betere beslissingen te maken over vervolgstappen. Leerlingen krijgen zo ook inzicht in hun eigen leerproces en de leerkracht heeft handvatten om onderwijs op maat te geven. Hiermee zijn de leerlingen beter in staat hun doelen te bereiken. Het team concludeerde dat formatief evalueren paste bij hun wensen voor verbetering van hun reken-wiskundeonderwijs.

Aanpak samen met scholen in de omgeving:

Het team van de Wieling is eerst aan de slag gegaan met het bespreken van de leercultuur op school. Om zicht te krijgen op die cultuur zijn de leerkrachten onder andere interviews gaan afnemen bij leerlingen.  Daaruit bleek dat leerlingen 'een goede leerling' zagen als iemand die stil werkt, geen fouten maakt en goed oplet. Dat was erg confronterend, omdat dit lijnrecht staat tegenover wat het team vindt: 'Goede leerlingen' zijn leerlingen die willen leren, die fouten durven maken, daarvan juist leren en gemotiveerd zijn.

Enkele leraren van De Wieling hebben samen met leraren van IKC Pius X in Bemmel bijeenkomsten voor alle leraren georganiseerd aan de hand van het boek 'Formatieve assessment in de praktijk’ (Clarke, 2018). Dit boek geeft in verschillende hoofdstukken een theoretisch onderbouwing en een opbouw hoe je stap voor stap aan de slag kunt met formatief evalueren en leren zichtbaar maken. Per bijeenkomst stond een hoofdstuk centraal. De theoretische onderbouwing gaf voeding voor gesprekken en het delen van ervaringen uit de eigen lespraktijk. Op basis van de theorie voerden de leerkrachten kleine experimenten uit in de eigen klas die stof tot gezamenlijke uitwisseling en reflectie gaven. Vooral in gesprek gaan met collega's van de andere school en bij elkaar in de klas kijken stimuleerde enorm. 'Daar leer je meer van en je komt veel meer op ideeën dan als je alleen met je eigen collega's praat,' zo gaf een van de leraren terug. 'Bovendien kun je je minder verschuilen dan in je eigen team', voegde ze glimlachend toe.

De Wieling neemt, naast Pius X en vijf andere scholen ook deel aan het netwerk 'Formatief evalueren in po' in Nijmegen en omgeving. Dit netwerk, waaraan per school enkele leerkrachten en iemand van de directie deelnemen, wordt begeleid door SLO en richt zich op 'leren van en met elkaar', bijvoorbeeld door informatie en ervaringen uit te wisselen en bij elkaar in de klas te kijken hoe formatief evalueren vormgegeven wordt.  Leerkrachten van de Wieling geven aan dat ze vooral veel hebben aan de praktische voorbeelden die in het netwerk worden gedeeld (bijvoorbeeld hoe kunnen leerlingen eigen doelen formuleren, hoe kun je een actieve leerhouding stimuleren, hoe kun je leerlingen meer eigenaarschap geven) die ze direct in hun eigen lespraktijk kunnen toepassen. Ze leveren zelf ook bijdragen, bijvoorbeeld hoe leerlingen hun eigen leren beoordelen en hoe ze leerlingen meer verantwoordelijkheid geven.

Opbrengst:

Eric Pricken, de directeur is tevreden over de ontwikkelingen en opbrengsten: 'Alle leraren zijn gegroeid in hun professionaliteit. Dat merken we vooral aan de positieve leercultuur, maar ook aan de leeropbrengsten van de leerlingen, bijvoorbeeld op de toetsen van Cito, hoewel ik dat niet het belangrijkste vind. We gaan hier zeker mee door, hebben we met z'n allen besloten. Samenwerken en sparren met andere scholen stimuleert en ondersteunt daarbij!'

Ook de leraren zijn positief en raken steeds enthousiaster omdat ze zien wat het met leerlingen doet. Ze kijken zelf anders naar 'leren' dan voorheen en zien hun leerlingen veranderen.

Met name in de klassen van leraren die formatief evalueren het meest enthousiast hebben opgepakt zien leerlingen leren meer als 'groeien' waarbij fouten maken juist helpt. Leerlingen dragen meer eigen verantwoordelijkheid en zijn duidelijk gemotiveerd om te leren en zelf inspanningen te plegen: er is een leercultuur waarbij leerlingen van 'moeten leren' naar 'willen leren' zijn gedraaid.

Een 'goede leerling' is niet meer een leerling die stilzit, goed oplet en geen fouten maakt, maar, zoals een leerling formuleerde: 'een leerling die doorzet en fouten mag maken'.

 

 

Kijk naar je talent!

Het Praedinius Gymnasium is een categoraal gymnasium dat openbaar onderwijs biedt in Groningen. De school typeert haar leerlingen met kwalificaties als wetenschappelijk georiënteerd, intelligent, gemotiveerd en talentrijk. Het curriculum is daar ook op ingericht: het biedt veel extra’s voor verdieping en verbreding, zodat het elke leerling voldoende uitdaging kan garanderen. Dit uit zich ook in het keuzeproces voor een profiel. Het Praedinius Gymnasium vindt het belangrijk dat de leerlingen bewust kiezen voor hun profiel en rekening houden met het type wiskunde dat daarbij past.

Kijk naar je talent!

Kijk naar je talent!

Het Praedinius Gymnasium is een categoraal gymnasium dat openbaar onderwijs biedt in Groningen. De school typeert haar leerlingen met kwalificaties als wetenschappelijk georiënteerd, intelligent, gemotiveerd en talentrijk. Het curriculum is daar ook op ingericht: het biedt veel extra’s voor verdieping en verbreding, zodat het elke leerling voldoende uitdaging kan garanderen. Dit uit zich ook in het keuzeproces voor een profiel. Het Praedinius Gymnasium vindt het belangrijk dat de leerlingen bewust kiezen voor hun profiel en rekening houden met het type wiskunde dat daarbij past. Niet meer denken in moeilijke en gemakkelijke wiskunde maar uitgaan van:

  • wat past er het best bij de leerling, wat is zijn talent: meer bèta of meer alfa?
  • welke wiskunde is voor welke vervolgopleiding van belang?
  • waar zit voor de leerling de uitdaging?

Veel wisselingen in voorkeur

De wiskundesectie werkt in de derde klas al een aantal jaren met een curriculum dat gericht is op een keuze voor wiskunde A of wiskunde B. Voor wiskunde C is minder aandacht terwijl een relatief grote groep leerlingen wiskunde C kiest. De leerstof uit de methode is gecomprimeerd waar dat kan en door de sectie uitgebreid met modules met onderwerpen uit de bovenbouw, zodat leerlingen in de onderbouw al kennismaken met wiskunde A en B. De vaksectie werkt hierbij nauw samen met het decanaat. De docenten geven voortdurend uitleg over de verschillende wiskundevakken: in de les, op voorlichtingsmomenten, op het ouderspreekuur en opendagen et cetera. Ondanks inspanningen om in de onderbouw gericht aandacht te besteden aan wiskunde A en B wordt er in de bovenbouw nog te veel gewisseld van wiskunde B naar wiskunde A en van wiskunde A naar wiskunde C. 'We denken dat dat komt omdat leerlingen te weinig ervaring opdoen met de verschillende soorten wiskunde', zegt een van de docenten. De schoolleiding en de wiskundesectie willen daarom het curriculum voor de derde klas herzien zodat leerlingen beter kunnen ervaren welke wiskunde (A, B én C) het best bij hen past.

De gehele sectie wiskunde is betrokken bij het keuzeproces

Een ontwikkelgroep van drie docenten die wiskunde geven in de derde klassen werkt deze curriculumherziening uit. Op basis van expertise zijn de taken als volgt verdeeld: de curriculumcoördinator met kennis van de hele wiskundeleerlijn van klas 1 t/m 6 zet als inhoudelijk leider de lijnen uit en haar twee collega’s ontwikkelen werkboekjes. Dit alles in nauw overleg met de overige wiskundecollega's. De sectie ondersteunt de ontwikkelgroep en geeft tussentijdse feedback. Wat daarbij helpt is dat er regelmatig sectieoverleg is en docenten ontwikkeltijd hebben. Individuele docenten kennen de leerlingen en gaan met hen in gesprek over het keuzeproces. 'Het is belangrijk dat de docent die de leerling lesgeeft dit gesprek voert, want die kent hem het best en weet wat hij kan', zegt de curriculumcoördinator. Zij zorgt daarnaast ook voor afstemming met het decanaat en de schoolleiding. Wat ook helpt is dat docenten lesgeven in de onder- en bovenbouw, waardoor ze op een vanzelfsprekende manier voor inhoudelijke afstemming kunnen zorgen. Belangrijke factoren bij de borging die de kans op blijvend resultaat vergroten zijn: de relatie met het schoolplan en inbedding in het keuzeproces van de school. Om die reden is de betrokkenheid van de rector en het decanaat van groot belang. De borging in de school wordt ook versterkt doordat de voorlichting over het keuzeproces voor wiskunde A of B door wiskundedocenten gebeurt. Hetzelfde geldt voor de voorlichting aan ouders en leerlingen.

Leiderschap speelt een essentiële rol in de aanpak. De curriculumcoördinator overziet de hele leerlijn en zorgt voor betrokkenheid en draagvlak bij de wiskundecollega's en het decanaat. Ze zegt: 'Ik vind het belangrijk dat alle wiskundecollega's erachter staan, want anders gaat het niet werken'. Terwijl de rector het inhoudelijk leiderschap van de curriculumcoördinator bekrachtigt, zij voelt zich daardoor gesteund. De rector toont zich zichtbaar betrokken bij deze curriculumherziening: hij laat zich bijpraten, positioneert de curriculumcoördinator, woont af en toe een sectie-overleg bij, geeft ruimte en faciliteert. Samen met de curriculumcoördinator heeft hij gezorgd voor een gedeelde visie op het keuzeproces bij de wiskundesectie, het decanaat en de schoolleiding.

Een uitdagend wiskundecurriculum voor de derde klas

Een geëngageerde wiskundesectie wat zich uit in een grote betrokkenheid en een uitdagend wiskundecurriculum voor de derde klas. Het curriculum is zodanig aangepast dat leerlingen hun keuze voor wiskunde A, B én C niet langer alleen hoeven te baseren op voorlichting, beelden en vooroordelen, maar ook op eigen ervaringen. Het wiskundeprogramma van de derde klas is daarvoor aangepast en er zijn werkboekjes gemaakt waar leerlingen volgend schooljaar mee kunnen gaan werken. Al met al betekent dit een grondige revisie van wat er tot nu toe in de derde klas gebeurde. Het is nog te vroeg om te zeggen wat de revisie van het programma betekent voor het keuzeproces.