Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Leesmotivatie en literaire competentie

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Het bevorderen van en bijdragen aan leesplezier en leesmotivatie is gedurende het primair en voortgezet onderwijs belangrijk. Leesplezier en -motivatie zetten een positieve leesspiraal in gang: een leerling die graag leest, leest meer en beter en pakt daardoor ook sneller een ander boek of een andere tekst. Wanneer leerlingen de kans krijgen om regelmatig literaire, aansprekende en uitdagende teksten (voor) te lezen, te bekijken, te beluisteren, erover in gesprek te gaan en erop te reflecteren, wordt het waarschijnlijker dat leerlingen positieve leeservaringen opdoen en hun talige, literaire en culturele competenties ontwikkelen.

Literaire teksten bieden de mogelijkheid om de kracht en schoonheid van taal te ervaren. Ook dragen ze eraan bij jezelf, anderen en de wereld van het heden en verleden te leren kennen. Literatuur biedt de mogelijkheid om op te gaan in een denkbeeldige wereld. Het geeft inzicht in het denken en in de cultuur van iemand anders en daagt uit tot het nadenken over meerdere interpretaties. Ook kan literatuur bijdragen aan de ontwikkeling van het empathisch vermogen en aan genuanceerder denken, communiceren en handelen.

Inhoud

Het leergebied Nederlands werkt aan leesmotivatie en aan de ontwikkeling van literaire competentie. Leerlingen maken kennis met een breed aanbod aan historische en hedendaagse literaire teksten, zowel proza (fictie en non-fictie) als poëzie. Ook leren ze waar ze dit aanbod kunnen vinden en hoe ze hieruit een keuze kunnen maken. Als leerlingen ruimte krijgen in de keuze van teksten, begeleid worden bij hun keuze, en boeken en andere teksten kunnen lezen die aansluiten bij hun competenties en interesses, wordt de kans vergroot dat ze een positieve leesattitude ontwikkelen. Door te werken met en samen na te denken over literaire teksten krijgen leerlingen gaandeweg inzicht in hun leesvoorkeuren. Belangrijk daarbij is een positief leesklimaat waarin rust en tijd om vrij te lezen vanzelfsprekend zijn.

Werken aan literaire competentie begint al op jonge leeftijd, waarbij wordt aangesloten bij de belevingswereld van leerlingen en van waaruit verder wordt gewerkt op een wijze die past bij het niveau van de leerling. Leerlingen leren literaire teksten belevend, interpreterend, waarderend en met narratief begrip te beluisteren, te bekijken en (voor) te lezen. Ze bouwen verschillende tekstwerelden op: samenhangende representaties van beelden, emoties, gedachten en ervaringen. Daarmee geven ze zowel zelf als samen met anderen betekenis aan teksten.

Leerlingen lezen en horen over en kijken naar gebeurtenissen en situaties die zich in verschillende (fantasie)werelden, (sub)culturen en perioden afspelen. Ze leren en ervaren dat ze op kunnen gaan in een verhaalwereld. Daarbij leren ze de teksten te verbinden aan verschillende contexten: hun eigen en andermans leven en zelfbeeld, hun eigen en andermans wereldbeelden en (sub)culturen en de cultuur-historische context waarin de tekst tot stand kwam. Ze leren verschillende perspectieven verkennen en innemen, wat hen helpt om empathie, respect en tolerantie te ontwikkelen.

Leerlingen leren vragen stellen aan de tekst, zichzelf en de ander. Ze leren hun leeservaringen te verwoorden en daarover met anderen van gedachten te wisselen. Bij de interpretatie en waardering van literaire teksten leren leerlingen hun eigen standpunten ter discussie te stellen, hun argumenten af te wegen en hun eigen oordeel uit te stellen. Door creatieve opdrachten aan de literaire teksten te verbinden, worden leerlingen uitgedaagd en kan de leesmotivatie worden versterkt.

Binnen het literatuuronderwijs komen de vier dimensies belevend, interpreterend, waarderend en met narratief begrip lezen geïntegreerd aan bod en ontwikkelen leerlingen zich binnen elk van deze vier dimensies.

Brede vaardigheden

creatief denken en (praktisch) handelen, kritisch denken en (praktisch) handelen, oriëntatie op jezelf, je studie en je loopbaan, sociale en culturele vaardigheden

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Leesmotivatie en literaire competentie

NL7.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

NL7.1 - Leesmotivatie en literaire competentie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

  • Leergebied Burgerschap, bouwstenen 4.1, 5.1, 11.6 en 11.7: het lezen van en werken met literaire teksten is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.
  • Leergebied Engels/MVT, bouwsteen 2.1: de kennis en vaardigheden om in een vreemde taal om te gaan met creatieve vormen van taal bouwen voort op de kennis en vaardigheden bij het leergebied Nederlands. Andersom kunnen de kennis en vaardigheden van moderne vreemde talen aanzetten tot creativiteit bij het omgaan met literatuur.
  • Leergebied Kunst & Cultuur, bouwstenen 2.1 en 5.1: leerlingen leren hun ideeën, ervaringen, gevoelens en intenties op een eigen manier uitdrukken in een artistieke vorm (2.1). Ook leren leerlingen over kunst- en cultuurgeschiedenis door literaire teksten in hun cultuur-historische context te plaatsen (5.1).

Leerlingen ontwikkelen hun literaire competentie en werken aan hun leesmotivatie. Ze maken kennis met een breed aanbod aan literaire teksten, leren leesgesprekken voeren en zelf teksten te creëren.

NL7.1 - Leesmotivatie en literaire competentie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po werken leerlingen aan hun leesmotivatie, leesplezier en literaire competentie om lezers te worden en te blijven. Ze werken aan literaire competentie door belevend, interpreterend, waarderend en met narratief begrip naar literaire teksten te kijken, te luisteren en later de teksten ook (voor) te lezen. Leerlingen maken in spel en (kleine) kring kennis met een breed aanbod aan literaire teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden, zowel oorspronkelijk Nederlands werk als naar het Nederlands vertaald, zowel niet-canoniek als canoniek (bijvoorbeeld een navertelling). In de onderbouw po gaat het met name om kinderliteratuur, zowel proza (fictie en non-fictie) als poëzie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze plezier en ontspanning kunnen beleven aan het (voor)lezen van, luisteren en kijken naar verschillende literaire teksten in verschillende media en verschijningsvormen. Te denken valt aan (digitale) prentenboeken, luister- en (voor)leesboeken en gedichtenbundels;
  • waar ze teksten kunnen zoeken;
  • teksten kiezen om (voor) te lezen, naar te luisteren en te kijken;
  • zich ervan bewust worden dat verhalen een andere werkelijkheid kunnen weergeven dan hun eigen werkelijkheid, waarin ze kunnen opgaan en met personages kunnen meedenken en meeleven;
  • de belangrijkste personages en situaties, eenvoudige verhaallijnen, verbanden binnen het verhaal en verbanden tussen verhaal en illustraties opmerken en deze toelichten;
  • voorspellen wat er gaat gebeuren in een verhaal, vertellen wat zij zelf zouden doen en na te denken over mogelijke oplossingen bij problemen;
  • aan de hand van elementen uit het verhaal aan te geven of en in hoeverre ze een literaire tekst waarderen;
  • eenvoudige talige, visuele en retorische middelen opmerken, zoals rijm, kleur en herhaling;
  • in leesgesprekken hun eigen leeservaringen te verwoorden en delen;
  • kijken en luisteren naar leeservaringen van anderen, daarop te reageren en daarover vragen te stellen;
  • over eigen ideeën en ervaringen te vertellen, te tekenen en te schrijven en daarbij te experimenteren met eenvoudige talige, visuele en retorische middelen;
  • op een speelse en creatieve wijze mondeling, visueel of schriftelijk te reageren op literaire teksten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po werken leerlingen aan leesmotivatie en leesplezier en ontwikkelen ze hun literaire competentie verder waarbij ze teksten zowel belevend, interpreterend, waarderend als met narratief begrip bekijken, beluisteren en (voor)lezen. Dat doen ze via een breed aanbod aan literaire teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden, zowel oorspronkelijk Nederlands werk als naar het Nederlands vertaald, zowel niet-canoniek als canoniek (bijvoorbeeld een navertelling). In de bovenbouw po gaat het met name om kinder- en jeugdliteratuur, zowel proza (fictie en non-fictie) als poëzie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze de wereld kunnen leren kennen en plezier en ontspanning kunnen beleven aan het (voor)lezen van, luisteren en kijken naar verschillende literaire teksten in verschillende media en verschijningsvormen. Te denken valt aan realistische avonturen- en fantasieverhalen en verschillende vormen van poëzie;
  • waar ze teksten kunnen zoeken, zowel fictie, non-fictie als poëzie;
  • leesvoorkeuren ontwikkelen voor bepaalde inhouden, literaire genres en schrijvers. Op basis van hun voorkeuren leren ze teksten kiezen om (voor) te lezen, naar te luisteren en te kijken;
  • zich ervan bewust worden dat verhalen een andere werkelijkheid kunnen weergeven dan hun eigen werkelijkheid, waarin ze kunnen opgaan en met personages kunnen meedenken en meeleven;
  • inzicht krijgen in complexere situaties en karakters, gevoelens en ontwikkelingen van personages, deze verwoorden en een waardering geven aan het handelen van de personages;
  • de tekstinhouden verbinden (overeenkomsten, verschillen) aan hun eigen leefwereld en aan identiteit en (sub)culturen van zichzelf en anderen;
  • verschillende teksten van een schrijver, thematiek of literair genre te vergelijken en hier een persoonlijk waardeoordeel over te geven;
  • verschillende literaire, visuele en retorische middelen en de effecten ervan op te merken en toe te lichten, zoals het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, vormgeving, beeldspraak en herhaling;
  • in leesgesprekken hun eigen leeservaringen, mening en waarderingen te verwoorden, te delen en met anderen te vergelijken;
  • kijken en luisteren naar leeservaringen van anderen, daarop te reageren en daarover vragen te stellen gericht op zowel beleving, interpretatie, waardering als narratief begrip;
  • zelf artistieke teksten te produceren en daarbij te experimenteren met eenvoudige talige, visuele en retorische middelen;
  • mondeling, visueel, schriftelijk of multimodaal te reageren op literaire teksten en ze creatief te verwerken. Te denken valt aan het maken van een affiche of boekendoos;
  • hun ontwikkeling in leesvoorkeuren en literaire competentie te verwoorden.

Leerlingen ontwikkelen hun literaire competentie verder en blijven werken aan hun leesmotivatie. Ze leren hun leeservaringen meer gefundeerd te delen en experimenteren met literaire middelen.

NL7.1 - Leesmotivatie en literaire competentie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo werken leerlingen aan leesmotivatie en leesplezier en ontwikkelen ze hun literaire competentie verder, waarbij ze teksten zowel belevend, interpreterend, waarderend als met narratief begrip bekijken, beluisteren en (voor)lezen. Dat doen ze via een breed aanbod aan literaire teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden, zowel oorspronkelijk Nederlands werk als naar het Nederlands vertaald, zowel niet-canoniek als canoniek (bijvoorbeeld een navertelling of hertaling). In de onderbouw vo gaat het met name om jeugd- en adolescentenliteratuur, zowel proza (fictie en non-fictie) als poëzie. Daarbij wordt waar mogelijk de afstemming met andere leergebieden gezocht, waaronder Engels/MVT, Kunst & Cultuur en Burgerschap.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze de wereld kunnen leren kennen en plezier en ontspanning kunnen beleven aan het (voor)lezen van, luisteren en kijken naar verschillende literaire teksten in verschillende media en verschijningsvormen. Te denken valt aan psychologische romans en verschillende vormen van poëzie;
  • waar ze teksten kunnen zoeken, zowel fictie, non-fictie als poëzie;
  • leesvoorkeuren ontwikkelen voor bepaalde inhouden, literaire genres en schrijvers. Op basis van hun eigen voorkeuren en waarderingen van anderen leren ze een onderbouwde keuze te maken om teksten (voor) te lezen, naar te luisteren en te kijken;
  • zich ervan bewust worden dat verhalen een andere werkelijkheid kunnen weergeven dan hun eigen werkelijkheid, waarin ze kunnen opgaan en met personages kunnen meedenken en meeleven;
  • inzicht krijgen in complexere situaties en karakters, gevoelens en ontwikkelingen van personages, doelen en handelen, deze verwoorden en er een waardering aan geven;
  • de tekstinhoud verbinden (overeenkomsten, verschillen) aan hun eigen leefwereld en aan identiteit, aan (sub)culturen en wereldbeelden van zichzelf en anderen en aan de maatschappelijke en/of cultuur-historische context waarin de tekst tot stand kwam;
  • verschillende teksten van een schrijver, thematiek, literair genre, verschijningsvorm (een boek en zijn verfilming), meerdere teksten uit een periode of meerdere teksten uit verschillende periodes te vergelijken en hier een persoonlijk, onderbouwd waardeoordeel over te geven;
  • verschillende literaire, visuele en retorische middelen en de effecten ervan op te merken en toe te lichten, zoals het gebruik van bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en flashbacks;
  • in leesgesprekken hun eigen leeservaringen, mening en waarderingen te verwoorden, te delen, met anderen te vergelijken en tot gezamenlijke opvattingen en inzichten te komen;
  • kijken en luisteren naar leeservaringen van anderen, daarop te reageren en daarover verschillende soorten vragen te stellen, gericht op zowel beleving, interpretatie, waardering als narratief begrip;
  • zelf artistieke teksten te produceren en daarbij te experimenteren met eenvoudige en meer complexe talige, visuele en retorische middelen.
  • mondeling, visueel, schriftelijk of multimodaal te reageren op literaire teksten en ze creatief te verwerken. Te denken valt aan het maken van fanfictie;
  • hun ontwikkeling in leesvoorkeuren en literaire ontwikkeling te verwoorden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Nederlands doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

NL7.1 - Leesmotivatie en literaire competentie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo ontwikkelen leerlingen hun literaire competentie verder en werken ze aan leesmotivatie en leesplezier. Leerlingen komen in aanraking met een breed aanbod aan literaire teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden, zowel oorspronkelijk Nederlands werk als naar het Nederlands vertaald, zowel niet-canoniek als canoniek. In de bovenbouw vo gaat het om proza (fictie en non-fictie) en poëzie, om adolescenten- en (eenvoudige) volwassenliteratuur, waaronder een aantal werken en/of bewerkingen van de literaire canon.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren het werken aan leesmotivatie en literaire competentie een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in alle sectoren van de bovenbouw. Lezers worden en lezers blijven is hierbij het uitgangspunt, waarbij leerlingen teksten zowel belevend, interpreterend, waarderend als met narratief begrip bekijken, beluisteren en (voor)lezen.
  • Zorg voor een goede balans tussen de meer actueel-maatschappelijke context en de meer cultuur-historische context in elke schoolsector, waarbij tussen en binnen schoolsectoren verschillende accenten gelegd kunnen worden passend bij het profiel van de leerlingen en de schoolsector.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met de leergebieden Engels/MVT, Kunst & Cultuur en Burgerschap, waarbij (wereld)burgerschap, oordeelsvorming, de cultuur-historische perspectieven en (inter)culturele competenties versterkt worden door gezamenlijk te werken met teksten uit verschillende (eigen) talen, culturen en perioden. Hierdoor hebben leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen.
  • Stel in alle schoolsectoren een minimaal aantal werken verplicht (suggestie: zes per leerjaar), waarbij leerlingen ruimte voor keuze hebben uit zowel fictie als literaire non-fictie en poëzie.
    • Stem de keuze voor werken af per schoolsector, met een passende mix van historische en hedendaagse werken, oorspronkelijk Nederlandse en hertaalde/vertaalde werken, niet-canonieke en canonieke werken passend bij onderwerpen en thema's die centraal staan bij het leergebied en/of andere leergebieden en de interesses van de leerlingen.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor een creatieve verwerking van literaire teksten, waarbij de dialoog tussen leerling en medeleerlingen een belangrijk uitgangspunt is en de ene leerling een inspiratiebron voor de andere leerling is.
  • Werk de bouwsteen 'Leesmotivatie en literaire competentie' ook als vakinhoud uit, voor in elk geval vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld:
    • (klassieke) thema's in de wereldliteratuur
    • literatuur in maatschappelijke context
    • literair erfgoed en canonisering

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen, indien relevant, de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

NL7.1 - Leesmotivatie en literaire competentie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo ontwikkelen leerlingen hun literaire competentie verder en werken ze aan leesmotivatie en leesplezier. Leerlingen komen in aanraking met een breed aanbod aan literaire teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden, zowel oorspronkelijk Nederlands werk als naar het Nederlands vertaald, zowel niet-canoniek als canoniek. In de bovenbouw vo gaat het om proza (fictie en non-fictie) en poëzie, om adolescenten- en (eenvoudige) volwassenliteratuur, waaronder een aantal werken en/of bewerkingen van de literaire canon.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren het werken aan leesmotivatie en literaire competentie een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in alle sectoren van de bovenbouw. Lezers worden en lezers blijven is hierbij het uitgangspunt, waarbij leerlingen teksten zowel belevend, interpreterend, waarderend als met narratief begrip bekijken, beluisteren en (voor)lezen.
  • Zorg voor een goede balans tussen de meer actueel-maatschappelijke context en de meer cultuur-historische context in elke schoolsector, waarbij tussen en binnen schoolsectoren verschillende accenten gelegd kunnen worden passend bij het profiel van de leerlingen en de schoolsector.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met de leergebieden Engels/MVT, Kunst & Cultuur en Burgerschap, waarbij (wereld)burgerschap, oordeelsvorming, de cultuur-historische perspectieven en (inter)culturele competenties versterkt worden door gezamenlijk te werken met teksten uit verschillende (eigen) talen, culturen en perioden. Hierdoor hebben leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen.
  • Stel in alle schoolsectoren een minimaal aantal werken verplicht (suggestie: zes per leerjaar), waarbij leerlingen ruimte voor keuze hebben uit zowel fictie als literaire non-fictie en poëzie.
    • Stem de keuze voor werken af per schoolsector, met een passende mix van historische en hedendaagse werken, oorspronkelijk Nederlandse en hertaalde/vertaalde werken, niet-canonieke en canonieke werken passend bij onderwerpen en thema's die centraal staan bij het leergebied en/of andere leergebieden en de interesses van de leerlingen.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor een creatieve verwerking van literaire teksten, waarbij de dialoog tussen leerling en medeleerlingen een belangrijk uitgangspunt is en de ene leerling een inspiratiebron voor de andere leerling is.
  • Werk de bouwsteen 'Leesmotivatie en literaire competentie' ook als vakinhoud uit, voor in elk geval vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld:
    • (klassieke) thema's in de wereldliteratuur
    • literatuur in maatschappelijke context
    • literair erfgoed en canonisering

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen, indien relevant, de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.