Grote opdracht

Doelgericht communiceren

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

In een geletterde samenleving is vlotte, succesvolle en gepaste communicatie een cruciale vaardigheid voor maatschappelijke participatie en persoonlijke ontwikkeling. Doelgericht leren communiceren is daarom een van de voornaamste doelen van het taalonderwijs, waarbij leerlingen zowel mondeling, schriftelijk, digitaal als multimodaal leren communiceren. Bij het leergebied Nederlands is er veel aandacht voor schriftelijk communiceren (lezen en schrijven) en voor het afstemmen op meer formele taalgebruikssituaties. Beide vaardigheden leren de meeste leerlingen vooral op school.

Inhoud

Bij doelgerichte communicatie leren leerlingen steeds bewuster en steeds passender hun mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale communicatie af te stemmen op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Ze leren spreken, gesprekken voeren, luisteren, kijken, lezen en schrijven via verschillende media.

Leerlingen verwerven kennis van communicatieve doelen. Ze leren steeds beter welk taalregister en welke taalvariëteit passend is bij doel, publiek en taalgebruikssituatie. Ze leren welke taalnormen gelden in bepaalde taalgebruikssituaties, zowel in mondeling als schriftelijk taalgebruik. Op den duur leren leerlingen taalbronnen te raadplegen en te benutten op basis van noodzaak en behoefte.

Leerlingen leren steeds complexere literaire en zakelijke teksten te verwerken en zelf teksten van steeds betere tekstkwaliteit te produceren. Het accent komt daarbij steeds meer te liggen op kennis van formele taal, taalregisters en formele taalgebruikssituaties. Leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal steeds beter te begrijpen en passend te gebruiken.

Om doelgericht te leren communiceren is het noodzakelijk talige activiteiten aan te bieden waarvan het belang en het doel van de communicatie duidelijk is. Zowel het leergebied Nederlands als andere leergebieden zorgen hiervoor door betekenisvolle taalgebruikssituaties te creëren, met bijvoorbeeld realistische contexten of publiek.

Brede vaardigheden

Communiceren, kritisch denken en (praktisch) handelen, probleemoplossend denken en (praktisch) handelen, samenwerken

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Doelgericht communiceren

NL5.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

NL5.1 - Doelgericht communiceren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

  • Leergebied Bewegen & Sport, bouwsteen 6.1: leerlingen leren communicatieve vaardigheden en -strategieën inzetten om in beweegsituaties afspraken te maken, instructies te geven en met elkaar te overleggen.
  • Leergebied Burgerschap, bouwstenen 3.1, 11.1 en 11.5: leerlingen leren communicatieve vaardigheden en -strategieën inzetten om gesprekken te voeren over en deel te nemen aan besluitvormingsprocessen (3.1), om gesprekken te voeren over onderwerpen waarover verschillend wordt gedacht (11.1) en om inzichten en standpunten uit te wisselen (11.5).
  • Leergebied Digitale Geletterdheid, bouwsteen 4.2, 5.1 en 6.2: leerlingen leren digitale technologieën gebruiken bij het mondeling, schriftelijk, digitaal en multimodaal communiceren (4.2). Ook leren ze hoe digitale media en technologieën doelgericht ingezet kunnen worden en waarde hebben voor het individu en de samenleving (5.1) en hoe ze bij digitale marketing de bedoelingen van zenders herkennen en er kritisch mee omgaan (6.2).
  • Leergebied Engels/MVT, bouwsteen 1.1: de kennis en vaardigheden om effectief en grensoverschrijdend te communiceren bouwen voort op de kennis en vaardigheden bij het leergebied Nederlands.
  • Leergebied Kunst & Cultuur, bouwsteen 8.1: leerlingen leren communicatieve vaardigheden en –strategieën inzetten om eigen werk te delen en te tonen.
  • Leergebied Rekenen/wiskunde, bouwsteen 11.1: leerlingen leren bij hun mondelinge, schriftelijke, digitale of multimodale uitleg over een reken-/wiskundetaak een passend taalregister gebruiken.

Leerlingen leren hun communicatie afstemmen op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Daarvoor leren ze de basiskennis en –vaardigheden die nodig zijn voor luisteren, spreken, lezen en schrijven.

NL5.1 - Doelgericht communiceren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po vergroten leerlingen de taalvaardigheid die ze voorschools al hebben opgedaan. In groepjes, (rollen)spel en kring versterken ze hun taalcompetentie en zelfvertrouwen op het gebied van spreken, gesprekken voeren, kijken, luisteren, lezen en schrijven. Leerlingen maken kennis met verschillende genres in gesproken, geschreven, digitale en multimodale vorm en krijgen oog voor passend taalgebruik. Ze schakelen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze benutten kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich ervan bewust worden dat teksten communicatieve doelen hebben: amuseren (rijmpjes, sprookjes), informeren (een informatiefilmpje over een planeet), instrueren (een vouwopdracht) en overtuigen (reclame) en dat deze in verschillende teksten tot uiting komen;
  • betekenisvolle verbanden te leggen tussen wat ze horen, zien of lezen met wat ze al weten. Ze leren verbanden formuleren als ze zelf spreken en schrijven;
  • te begrijpen dat wat en hoe iets gecommuniceerd wordt, passend moet zijn bij het doel van de tekst, het publiek en de taalgebruikssituatie. Als ze zelf spreken en schrijven, leren ze keuzes te maken welke taalvariëteit passend is en in woord-, zins- en beeldgebruik, toon en manier van spreken en gesprekken voeren;
  • vragen te stellen aan teksten bij het begrijpen, interpreteren en evalueren (wie, wat, waar, wanneer, hoe, en waarom) en bij het zelf formuleren van teksten.

Leren lezen en schrijven

Om doelgericht te communiceren hebben leerlingen basiskennis en -vaardigheden nodig op het gebied van lezen en schrijven.

Leerlingen leren:

  • klanken te herkennen en onderscheiden (fonologisch en fonemisch bewustzijn) en de klanktekenkoppeling correct en geautomatiseerd toe te passen (coderen en decoderen);
  • vloeiend (voor) te lezen met aandacht voor correctheid, expressie en begrip.
  • met een leesbaar handschrift te schrijven;
  • eenvoudige spelling- en grammaticaregels toe te passen en interpunctie te interpreteren en gebruiken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze gebruiken en produceren een grotere variëteit aan teksten in gesproken, geschreven, digitale en multimodale vorm. Ze zijn steeds beter in staat om complexere teksten te begrijpen, interpreteren en evalueren. Ook stemmen ze hun communicatie steeds passender af op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Leerlingen schakelen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • communicatieve doelen (amuseren, informeren, instrueren en overtuigen) in steeds complexere teksten te onderscheiden, te interpreteren en toe te passen;
  • betekenisvolle verbanden te leggen tussen wat ze horen, zien, lezen met wat ze al weten. Ze leren tekstverbanden expliciteren als ze zelf spreken en schrijven;
  • het doel van de tekst, het publiek en de taalgebruikssituatie in teksten te begrijpen, interpreteren en evalueren. Als leerlingen zelf mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal communiceren, leren ze steeds beter keuzes te maken welke taalvariëteit passend is en in steeds passender woord-, zins- en beeldgebruik, in het correct toepassen van taalnormen, en in toon en manier van spreken en gesprekken voeren;
  • vragen te stellen aan teksten en over teksten aan elkaar bij het begrijpen, interpreteren en evalueren ervan en bij het zelf formuleren van teksten;
  • eenvoudige taalbronnen, zoals een woordenboek te raadplegen op basis van noodzaak en behoefte bij het verwerken en zelf produceren van teksten.

Om doelgericht te communiceren hebben leerlingen basiskennis en -vaardigheden nodig op het gebied van lezen en schrijven. Ook in deze fase van het onderwijs is er tijd, ruimte en begeleiding nodig voor leerlingen die deze basiskennis en -vaardigheden nog moeten verwerven en/of onvoldoende geautomatiseerd hebben.

Leerlingen leren:

  • steeds vloeiender (voor) te lezen met aandacht voor correctheid, expressie en begrip;
  • de schrijfhandeling (handschrift en typschrift) steeds adequater uit te voeren;
  • eenvoudige en meer complexe regels van spelling en grammatica, interpunctie en tekstvormgeving te interpreteren en gebruiken.

Leerlingen leren hun communicatie steeds passender afstemmen op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Ze zetten daarbij hun kennis van communicatieve doelen en bijbehorende teksten steeds bewuster in.

NL5.1 - Doelgericht communiceren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze gebruiken en produceren een grotere variëteit aan teksten in gesproken, geschreven, digitale en multimodale vorm. Ze zijn steeds beter in staat om complexere teksten in meer formele taalgebruikssituaties te begrijpen, interpreteren en evalueren. Ook stemmen ze hun communicatie steeds passender af op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Leerlingen schakelen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat teksten verschillende communicatieve doelen (amuseren, informeren, instrueren en overtuigen) tegelijkertijd kunnen hebben. Ze leren deze doelen in steeds complexere teksten opmerken, interpreteren en zelf toepassen;
  • betekenisvolle verbanden te leggen tussen wat ze horen, zien, lezen met wat ze al weten. Ze leren tekstverbanden steeds beter expliciteren als ze zelf spreken en schrijven;
  • het doel van de tekst, het publiek en de taalgebruikssituatie in teksten te begrijpen, interpreteren en evalueren. Als leerlingen zelf mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal communiceren, leren ze steeds beter keuzes te maken welke taalvariëteit passend is en in steeds passender woord-, zins- en beeldgebruik, in het correct toepassen van taalnormen, en in toon en manier van spreken en gesprekken voeren;
  • zowel begrips-, interpretatie- als evaluatievragen te stellen aan teksten, aan elkaar over teksten en bij het zelf formuleren van teksten;
  • taalbronnen te raadplegen, zoals websites met taaladviezen, op basis van noodzaak en behoefte bij het verwerken en zelf produceren van teksten.

Om doelgericht te communiceren, hebben leerlingen basiskennis en -vaardigheden nodig op het gebied van lezen en schrijven. Ook in deze fase van het onderwijs is er tijd, ruimte en begeleiding nodig voor leerlingen die deze basiskennis en -vaardigheden nog onvoldoende geautomatiseerd hebben.

Leerlingen leren:

  • vloeiend (voor) te lezen met aandacht voor correctheid, expressie en begrip;
  • de schrijfhandeling (handschrift en typschrift) adequaat uit te voeren;
  • regels van spelling en grammatica, interpunctie en tekstvormgeving te interpreteren en gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Nederlands doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

NL5.1 - Doelgericht communiceren - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze gebruiken en produceren een grotere variëteit aan teksten in gesproken, geschreven, digitale en multimodale vorm. Deze teksten worden steeds complexer en zijn steeds meer afgestemd op formele taalgebruikssituaties. De onderwerpen passen bij de interesses, mogelijkheden en behoeften van de leerling en de betreffende schoolsector. Leerlingen schakelen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) doelgericht communiceren een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. Dit vergroot het repertoire van leerlingen om doelgericht te communiceren en boodschappen van anderen te begrijpen, interpreteren en evalueren, wat belangrijk is voor de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen.
    • Leg in de bovenbouw vo meer accent op analyse van en reflectie op de afstemming van de boodschap op doel, publiek en taalgebruikssituatie, zowel binnen als buiten school (stages).
    • Leg profiel- en sectorspecifieke accenten, zoals het voeren van klantgesprekken in de context van Horeca, Bakkerij en Recreatie (praktijkonderwijs en vmbo) en het verwerken van relatief grote hoeveelheden informatie en produceren van essays en (onderzoeks)verslagen over complexe thema's (havo, vwo).
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met andere leergebieden, zoals Engels/MVT en Digitale geletterdheid, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Doelgericht communiceren' ook als vakinhoud uit in zowel vmbo, havo als vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld:
    • genretheorie en moderne retorica
    • taal en macht
    • taal, imago en relatie

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen, indien relevant, de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

NL5.1 - Doelgericht communiceren - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze gebruiken en produceren een grotere variëteit aan teksten in gesproken, geschreven, digitale en multimodale vorm. Deze teksten worden steeds complexer en zijn steeds meer afgestemd op formele taalgebruikssituaties. De onderwerpen passen bij de interesses, mogelijkheden en behoeften van de leerling en de betreffende schoolsector. Leerlingen schakelen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) doelgericht communiceren een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. Dit vergroot het repertoire van leerlingen om doelgericht te communiceren en boodschappen van anderen te begrijpen, interpreteren en evalueren, wat belangrijk is voor de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen.
    • Leg in de bovenbouw vo meer accent op analyse van en reflectie op de afstemming van de boodschap op doel, publiek en taalgebruikssituatie, zowel binnen als buiten school (stages).
    • Leg profiel- en sectorspecifieke accenten, zoals het voeren van klantgesprekken in de context van Horeca, Bakkerij en Recreatie (praktijkonderwijs en vmbo) en het verwerken van relatief grote hoeveelheden informatie en produceren van essays en (onderzoeks)verslagen over complexe thema's (havo, vwo).
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met andere leergebieden, zoals Engels/MVT en Digitale geletterdheid, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Doelgericht communiceren' ook als vakinhoud uit in zowel vmbo, havo als vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld:
    • genretheorie en moderne retorica
    • taal en macht
    • taal, imago en relatie

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen, indien relevant, de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.