Grote opdracht

Experimenteren met taal en vormen van taal

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Creatief denken en handelen zijn vaardigheden waar nu en in de toekomst een groot beroep op wordt gedaan in de samenleving. Daarom is een belangrijke rol weggelegd voor het experimenteren met taal en vormen van taal als uiting van het creatieve proces. Leerlingen beschikken van jongs af aan over een creatief vermogen om uiting te geven aan eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Door in het taalonderwijs aandacht te besteden aan zelfexpressie en het creatieve proces, blijft het creatieve vermogen behouden en kan het verder worden ontwikkeld.

Leerlingen verwerven kennis en vaardigheden die hun taalbewustzijn en het creatieve proces stimuleren. Creatief omgaan met taal kan leerlingen nieuwsgierig maken naar taalverschijnselen en kan bijdragen aan inzicht en plezier in taal, taalgebruik en literatuur. Door in aanraking te komen met creatieve vormen van taal, hierover in gesprek te gaan en zelf nieuwe taal en vormen van taal te creëren, werken leerlingen aan expressie en culturele kennis en geven ze hun eigen identiteit vorm. Ze versterken hiermee hun zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf en taal- en literaire competentie.

Inhoud

Bij het experimenteren met taal en vormen van taal ligt de nadruk op het creatieve proces, waarbij spel en fantasie een belangrijke rol spelen. Leerlingen leren verschillende creatieve ideeën te genereren (divergeren). Vervolgens leren ze deze ideeën te analyseren en passende ideeën te selecteren (convergeren). Ze creëren talige uitingen op basis van eigen ideeën of geïnspireerd door anderen en delen deze met anderen. Dit kan mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal. Hierbij is originaliteit en passendheid binnen de situatie of het genre belangrijk.

Het creatieve proces krijgt vorm door spel, experiment en/of improvisatie met taal en vormen van taal, mogelijk gecombineerd met beeld, klank en/of beweging. Leerlingen maken kennis met een breed aanbod aan taal en vormen van taal in artistieke, literaire en zakelijke teksten uit verschillende (sub)culturen en perioden.

Leerlingen bouwen een repertoire op van kennis, vaardigheden en technieken die het creatieve proces stimuleren. Dat doen ze door het eigen creatieve proces en dat van anderen binnen en buiten de school te bekijken, te analyseren en te bespreken. Ze verkennen en bediscussiëren de (mogelijke) effecten van de creatieve uitingen op de ontvanger in een bepaalde context. Ze krijgen hierdoor steeds meer inzicht in talige, visuele en retorische middelen. Ze breiden hun repertoire van technieken uit en leren taalnormen bewust te doorbreken.

Brede vaardigheden

Creatief denken en (praktisch) handelen, ondernemend denken en handelen, samenwerken

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Experimenteren met taal en vormen van taal

NL4.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

  • Leergebied Engels/MVT, bouwsteen 2.1: de kennis en vaardigheden om in een vreemde taal allerlei expressievormen te beleven en ermee te experimenteren bouwen voort op de kennis en vaardigheden bij het leergebied Nederlands, met aandacht voor het experimenteren.
  • Leergebied Kunst & Cultuur, bouwstenen 1.1, 1.2 en 2.1: leerlingen leren hun ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens op een eigen manier uitdrukken in een artistieke vorm (2.1). Ze passen bij het experimenteren met taal en vormen van taal creatieve maakstrategieën (1.1) en denkstrategieën (1.2) toe.

Leerlingen leren op een creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Ze experimenteren met vormen van taal en taalnormen vanuit spel, fantasie en nieuwsgierigheid.

NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po leren de leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om op een creatieve wijze uiting te geven aan eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Dat doen ze eerst mondeling en visueel, en later ook schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, bespreken, beluisteren en gebruiken zelf eenvoudige vormaspecten, zoals rijm, eenvoudige beeldspraak, lettertype en vormgeving. Leerlingen maken kennis en experimenteren met een aantal artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals vormvaste gedichten en sprookjes.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • vragen te stellen bij het kijken en luisteren naar en later het lezen van ideeën en ervaringen van anderen, waaronder 'Wat zie of hoor ik?' en 'Wat vind ik ervan?';
  • te spelen met eenvoudige talige en visuele middelen en taalnormen, bijvoorbeeld woordvolgorde, woord- en zinsbouw en tekstopbouw, en worden zich bewust van (mogelijke) effecten;
  • kennis van eenvoudige procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze experimenteren met taal en vormen van taal om op een creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens en delen dit met anderen. Dat doen ze zowel mondeling, visueel als schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, beluisteren, bespreken, analyseren en gebruiken zelf vormaspecten, waaronder vormgeving, spreekwoorden, beeldspraak en grammatica (bijvoorbeeld experimenteren met werkwoordstijden of bijvoeglijke naamwoorden). Ook maken ze kennis en oefenen ze met artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals slogans, toneelteksten en vormvrije gedichten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen en gezamenlijke ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • gekozen talige, visuele en retorische middelen te analyseren en in interactie na te gaan wat (mogelijke) effecten ervan zijn in een bepaalde context, zoals mooi/lelijk, interessant/saai, duidelijk/onduidelijk, grammaticaal/ongrammaticaal, beleefd/onbeleefd;
  • te experimenteren met eenvoudige talige, visuele en retorische middelen en taalnormen binnen gestelde kaders, zoals een bepaald thema, genre of een maximaal aantal woorden;
  • kennis van verschillende procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren;
  • samen te reflecteren op eigen en andermans creatieve proces en taalproduct; 
  • hun eigen voorkeuren te ontdekken om ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten.

Leerlingen leren op een creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Bij het experimenteren leren ze bewust taalnormen te doorbreken en ze gaan de effecten ervan na.

NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze experimenteren met taal en vormen van taal om op creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens en delen dit met anderen. Dat doen ze zowel mondeling, visueel als schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, beluisteren, bespreken, analyseren en gebruiken zelf verschillende vormaspecten, waaronder vormgeving, spreekwoorden, beeldspraak, stijlfiguren, grammatica en tekstopbouw. Ook maken ze kennis en experimenteren ze met artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals spotprenten, columns, mythen, cabaretteksten en dagboekfragmenten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen en gezamenlijke ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • gekozen talige, visuele en retorische middelen analyseren en in interactie na te gaan wat (mogelijke) effecten ervan zijn in een bepaalde context, zoals duidelijk/onduidelijk, grammaticaal/ ongrammaticaal, formeel/informeel, objectief/subjectief;
  • experimenteren met eenvoudige en meer complexe talige, visuele en retorische middelen en taalnormen bewust te doorbreken binnen gestelde kaders, zoals een bepaald thema, genre of een maximaal aantal woorden;
  • kennis van verschillende procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren, en deze toelichten;
  • samen reflecteren op eigen en andermans creatieve proces en taalproduct en daarbij na te gaan welke aspecten creatief zijn en waarom;
  • hun eigen voorkeuren ontwikkelen en toe te lichten om ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Nederlands doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Leerlingen komen in aanraking met een breed aanbod aan vormen van taal en rijke artistieke, literaire en zakelijke teksten bij het leergebied Nederlands en de andere leergebieden. Ze experimenteren zelf met taal, vormen van taal en genres. Hierdoor bouwen leerlingen hun repertoire van kennis en vaardigheden verder uit, wat het creatieve proces stimuleert en bijdraagt aan het zelfvertrouwen, taal- en literaire competentie. 

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) het experimenteren met taal en vormen van taal een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. Het vergroot het talige en literaire repertoire van leerlingen en draagt bij aan hun taalbewustzijn en literaire competentie. Beide zijn belangrijk voor de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen en op een leven lang taalleren. In de bovenbouw vo ligt daarbij meer accent op analyse en reflectie.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met de leergebieden Engels/MVT en Kunst & Cultuur als het gaat om expressie en creativiteit, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Experimenteren met taal en vormen van taal' ook als inhoud uit, zodat het een onderwerp van onderzoek is.
    • Doe dat in het vmbo en praktijkonderwijs zodanig dat de onderwerpen en thema's voor leerlingen aansluiten bij hun eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden. Te denken valt aan thema's, zoals:
      • de kracht van taal: framing
      • taal en macht: het effect van taal op de ontvanger

Indien relevant, kunnen de onderwerpen en thema's een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

    • Laat op de havo en het vwo leerlingen onderzoek doen naar een of meerdere aspecten en vormen van taal waarop creatief gevarieerd kan worden. Te denken valt aan thema's als:
      • taalnormen: humor en het doorbreken van taalnormen
      • oordeelsvorming: taalfouten en imago

Ook op de havo en het vwo is het belangrijk dat de onderwerpen en thema's aansluiten bij eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden.

NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Leerlingen komen in aanraking met een breed aanbod aan vormen van taal en rijke artistieke, literaire en zakelijke teksten bij het leergebied Nederlands en de andere leergebieden. Ze experimenteren zelf met taal, vormen van taal en genres. Hierdoor bouwen leerlingen hun repertoire van kennis en vaardigheden verder uit, wat het creatieve proces stimuleert en bijdraagt aan het zelfvertrouwen, taal- en literaire competentie. 

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) het experimenteren met taal en vormen van taal een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. Het vergroot het talige en literaire repertoire van leerlingen en draagt bij aan hun taalbewustzijn en literaire competentie. Beide zijn belangrijk voor de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen en op een leven lang taalleren. In de bovenbouw vo ligt daarbij meer accent op analyse en reflectie.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met de leergebieden Engels/MVT en Kunst & Cultuur als het gaat om expressie en creativiteit, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Experimenteren met taal en vormen van taal' ook als inhoud uit, zodat het een onderwerp van onderzoek is.
    • Doe dat in het vmbo en praktijkonderwijs zodanig dat de onderwerpen en thema's voor leerlingen aansluiten bij hun eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden. Te denken valt aan thema's, zoals:
      • de kracht van taal: framing
      • taal en macht: het effect van taal op de ontvanger

Indien relevant, kunnen de onderwerpen en thema's een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

    • Laat op de havo en het vwo leerlingen onderzoek doen naar een of meerdere aspecten en vormen van taal waarop creatief gevarieerd kan worden. Te denken valt aan thema's als:
      • taalnormen: humor en het doorbreken van taalnormen
      • oordeelsvorming: taalfouten en imago

Ook op de havo en het vwo is het belangrijk dat de onderwerpen en thema's aansluiten bij eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.