Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Interactie en een rijk taalaanbod dragen bij aan de taal- en denkontwikkeling

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Om op school en in onze geletterde samenleving optimaal te kunnen functioneren, hebben alle leerlingen een sterke taalbasis nodig: een rijk mentaal netwerk van kennis en ervaringen en de daarmee verbonden taal. Hiermee geven ze vorm aan hun gedachten, ideeën, gedachten, gevoelens en ervaringen. Door een rijk taalaanbod zijn leerlingen in staat om kennis op te doen van de wereld, van taal en van taalgebruik.

Inhoud

Leerlingen ontwikkelen een sterke taalbasis door een rijk taalaanbod en uitgedaagde taalproductie, zowel mondeling, schriftelijk, digitaal als multimodaal. Interactie tussen leerlingen onderling en met de leraar is noodzakelijk voor de taal- en denkontwikkeling van leerlingen. In interactie hebben leerlingen de mogelijkheid hun gedachten te ordenen, te verwoorden en (samen) te leren. Leerlingen ontwikkelen kennis en begrip van de besproken onderwerpen. Ze bouwen kennis op van gespreksvormen, -regels en -technieken die bijdragen aan gezamenlijke denkontwikkeling. Daarnaast ontwikkelen leerlingen door interactie hun taalvaardigheid. Leerlingen leren bovendien passende taalregisters en taalvariëteiten te hanteren in verschillende taalgebruikssituaties.

Een rijk taalaanbod bestaat uit literaire en zakelijke teksten met een uitdagende inhoud en een goede taalkwaliteit. Leerlingen verdiepen zich in persoonsvormende, wereldoriënterende en mondiale thema's, zowel uit het eigen leergebied als uit andere leergebieden. Ze leren vanuit verschillende perspectieven de onderwerpen te benaderen, hierover in gesprek te gaan en hun eigen meningen en standpunten te bevragen.

Brede vaardigheden

Communicatie, samenwerken

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling

NL1.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

NL1.1 - Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

  • Leergebied Kunst & Cultuur, bouwstenen 1.1, 1.2 en 5.1: bij de maak- (1.1) en denkstrategieën (1.2) en bij de kunst- en cultuur-historische contexten (5.1) spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud (o.a. taaldenkfuncties) en kwalitatief goed taalgebruik (o.a. woordenschatuitbreiding) een belangrijke rol.
  • Leergebied Mens & Maatschappij, bouwstenen over de denkwijzen (9.1-9.7) en de werkwijzen (10.1-10.3). Bij het leren van de verschillende denk- en werkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud (o.a. taaldenkfuncties) en kwalitatief goed taalgebruik (o.a. woordenschatuitbreiding) een belangrijke rol.
  • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen met de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud (o.a. de taaldenkfuncties) en kwalitatief goed taalgebruik (o.a. woordenschatuitbreiding) een belangrijke rol.

NL1.1 - Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling - Toelichting

Relevantie

Rijke teksten zijn essentieel voor de taal- en denkontwikkeling van leerlingen. Ze bevorderen de ontwikkeling van kennis van de wereld en diep begrip, maken leerlingen nieuwsgierig en stimuleren de motivatie om verder te lezen, te kijken of te luisteren. In alle fasen van het primair en voortgezet onderwijs wordt de taalbasis van leerlingen met name versterkt door het gebruik van langere teksten en boeken met een rijke inhoud en van goede taalkwaliteit. Rijke teksten dragen bij aan de woordenschat-, lees- en schrijfontwikkeling. Het is daarom belangrijk dat alle leerlingen toegang hebben tot rijke teksten bij zowel het leergebied Nederlands als bij de andere leergebieden.

Inhoud en taalkwaliteit

Rijke teksten zijn zowel literaire (fictie, non-fictie en poëzie) als zakelijke teksten uit heden en verleden, zowel niet-canoniek als canoniek. Ze hebben verschillende verschijningsvormen: mondeling, schriftelijk, digitaal en multimodaal. Kenmerkend voor rijke teksten zijn de rijke inhoud en de goede taalkwaliteit.

Rijke inhoud

Rijke teksten sluiten aan bij een onderwerp of thema dat centraal staat en zetten aan tot denken en/of prikkelen de verbeelding. Ze bieden de mogelijkheid om vanuit verschillende perspectieven naar een onderwerp of thema te kijken en erover van gedachten te wisselen. Rijke teksten gaan over onderwerpen of thema's uit het eigen leergebied. Daarnaast kunnen ze aansluiten bij of een verbinding leggen met andere leergebieden en de mondiale thema's: globalisering, duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en gezondheid. Er is een evenwichtige verhouding tussen de hoeveelheid nieuwe informatie en de al bekende informatie uit de teksten, zodat leerlingen de nieuwe informatie kunnen integreren met hun voorkennis. Rijke teksten bevatten zowel eenvoudige als complexe relaties, zoals chronologische relaties, oorzaak-gevolgrelaties, middel-doelrelaties en vergelijken. Rijke literaire teksten bieden bovendien ruimte tot meerdere interpretaties en mogelijkheden tot opgaan in een andere wereld.

Taalkwaliteit

De teksten zijn origineel van vorm en inhoud. Tekst, beeld, illustraties en geluid versterken elkaar. Het taalgebruik is gevarieerd en zo min mogelijk vereenvoudigd. Leerlingen vergroten hun woordenschat doordat ze onbekende en laagfrequente woorden tegenkomen in verschillende zinsverbanden en bekende contexten. Rijke teksten bevatten abstract en figuurlijk taalgebruik. Rijke zakelijke teksten zijn inhoudelijk samenhangend en hebben een heldere tekststructuur met gevarieerde zinsstructuren, samengestelde zinnen en verwijs- en verbindingswoorden. Rijke literaire teksten bevatten wisselingen in vertelperspectief en chronologie. Er is sprake van gelaagdheid, verschillende stijlen en verhaallijnen, variatie in taalregisters en afwisseling in beschrijving en dialoog.

Leren lezen

In alle fasen van het primair en voortgezet onderwijs zijn rijke teksten een belangrijk onderdeel van het curriculum. In de fase van het aanvankelijk leesproces kijken en luisteren leerlingen naar teksten met een rijke inhoud en taalkwaliteit en wisselen daarover met elkaar van gedachten. Tegelijkertijd ontwikkelen ze hun lees- en decodeervaardigheid met behulp van teksten met een relatief eenvoudige taalkwaliteit. Deze teksten helpen hen het leesproces te automatiseren en hun zelfvertrouwen in hun leesvaardigheid te vergroten. Daarnaast kunnen deze teksten als opstap dienen voor complexere teksten over hetzelfde onderwerp.

Voorbeelden ter inspiratie

Rijke teksten kunnen zowel literaire als zakelijke teksten zijn. Ze hebben verschillende verschijningsvormen: mondeling, schriftelijk, digitaal en multimodaal. Onderstaande voorbeelden zijn geselecteerd uit verschillende bestaande lijsten van bekroonde jeugdboeken, namelijk Griffels, Penselen, Vlag en Wimpels, de Woutertje Pieterse Prijs en de Gouden Lijst. Verder zijn de voorbeelden geselecteerd uit nominaties voor prijzen in de kinder- en jeugdliteratuur en zijn het boeken die worden geprezen door recensenten, experts en kinderboekenambassadeurs.

De voorbeelden bestaan uit een variëteit aan schrijvers en onderwerpen. Ze zijn Nederlandstalig (oorspronkelijk en vertaald), zowel niet-canoniek als canoniek, zowel hedendaags als historisch. Daarbij is ook gekozen voor teksten/onderwerpen met een duidelijke relatie met andere leergebieden, zoals Kunst & Cultuur en Mens & Natuur.

Per fase wordt een aantal voorbeelden gegeven. Deze zijn uitdrukkelijk niet voorschrijvend of volledig, maar illustratief bij de hierboven beschreven kenmerken. Vanwege de beschikbaarheid en vindbaarheid is gekozen om voornamelijk schriftelijke voorbeelden te geven. Mondelinge, digitale en multimodale rijke teksten behoren ook tot het aanbod, zoals luisterboeken, toneelstukken, mondelinge vertellingen en verfilmingen.

Leerlingen hebben toegang tot rijke literaire en zakelijke teksten, die de mogelijkheid bieden om kennis van de wereld en woordenschat op te bouwen en over een onderwerp van gedachten te wisselen.

NL1.1 - Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Literaire teksten

Fictie

  • Auteur: Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch
    Titel: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft
  • Auteur: Annie M.G. Smidt
    Titel: Pluk van de Petteflet
  • Auteur: Dolf Verroen
    Titel: Droomopa

Non-fictie

  • Auteur: Jenni Desmond
    Titel: De olifant
  • Auteur: Yuval Zommer
    Titel: Het bijzondere beestjesboek
  • Auteur: Imme Dros
    Titel: Uit de kapperszaak in de Dapperstraat

Poëzie

  • Auteur: Hans en Monique Hagen
    Titel: Daar komt de tijger
  • Auteur: Edward van de Vendel
    Titel: Superguppie
  • Auteur: Sjoerd Kuyper
    Titel: Ik blijf altijd bij je

Zakelijke teksten

Rijke teksten zijn onder andere te vinden in informatieve boeken geschikt voor leerlingen in deze fase. En te vinden op:

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Literaire teksten

Fictie

  • Auteur: Annet Schaap
    Titel: Lampje
  • Auteur: Anna Woltz
    Titel: Gips
  • Auteur: Koos Meinderts
    Titel: De Schelmenstreken van Reinaert de Vos

Non-fictie

  • Auteur: Jan Paul Schutten
    Titel: Het raadsel van alles wat leeft
  • Auteur: Stine Jensen
    Titel: Alles wat ik voel
  • Auteur: Joukje Akveld
    Titel: Een aap op de wc

Poëzie

  • Auteur: Ted van Lieshout
    Titel: Ze gaan er met je neus vandoor
  • Auteur: Jaap Robben
    Titel: Als iemand ooit mijn botjes vindt
  • Auteur: Bibi Dumon Tak
    Titel: Laat een boodschap achter in het zand

Zakelijke teksten

Rijke teksten zijn onder andere te vinden in informatieve boeken geschikt voor leerlingen in deze fase. En te vinden op:

Andere bronnen zijn:
New Scientist, National Geographic, Roots, Puur Natuur, Technisch Weekblad, Quest, Quest Historie, Kijk en Historisch Nieuwsblad.

Leerlingen hebben toegang tot rijke literaire en zakelijke teksten die de mogelijkheid bieden om vanuit meerdere perspectieven naar een onderwerp te kijken en eigen meningen en standpunten te bevragen.

NL1.1 - Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Literaire teksten

Fictie

  • Auteur: Marjolijn Hof
    Titel: Regels van drie
  • Auteur: Bart Moeyaert
    Titel
    : Tegenwoordig heet iedereen sorry
  • Auteur: Imme Dros
    Titel: Griekse mythen

Non-fictie

  • Auteur: Annet Huizing en Margot Westermann
    Titel: Zweetvoetenman
  • Auteur: Wouter Laumans en Marijn Schrijver
    Titel: Mocro Maffia
  • Auteur: Arend van Dam
    Titel: De reis van Syntax Bosselman

Poëzie

  • Auteur: Kees Spiering
    Titel: Jij begint
  • Auteur: Akwasi
    Titel: Laten we het er maar niet over hebben
  • Auteur: Kila van der Starre en Babette Zijlstra (Kila & Babsie)
    Titel: Woorden temmen

Zakelijke teksten

Rijke teksten zijn onder andere te vinden in informatieve boeken geschikt voor leerlingen in deze fase. En te vinden op:

Andere bronnen zijn: De Correspondent, New Scientist, National Geographic, Roots, Puur natuur, Technisch weekblad, Quest, Quest historie, Kijk, historisch nieuwsblad en landelijk gerenommeerde kranten.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Nederlands doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling

NL1.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De volgende leergebieden besteden expliciet aandacht in hun bouwstenen aan het verwerven en gebruiken van laagfrequente taal, school- en vaktaal.

  • Leergebied Bewegen & Sport, bouwsteen 6.1: leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal gebruiken bij samen bewegen.
  • Leergebied Digitale Geletterdheid, bouwsteen 3.1: bij Nederlands leren leerlingen kennis en ideeën samenvatten en presenteren, waarbij ze technologische middelen kunnen inzetten. Bij digitale geletterdheid leren ze omgaan met technologische middelen.
  • Leergebied Engels/MVT, bouwsteen 1.1: de kennis en vaardigheden om effectief en grensoverschrijdend met elkaar in gesprek te gaan bouwen voort op de kennis en vaardigheden bij het leergebied Nederlands.
  • Leergebied Kunst & Cultuur, bouwsteen 1.2: leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal gebruiken bij eenvoudige en complexe denkfuncties in het leergebied Kunst & Cultuur.
  • Leergebied Mens & Maatschappij, bouwstenen 9.1-9.7 en 10.1-10.3: laagfrequente taal, school- vaktaal speelt een belangrijke rol bij de denkwijzen in 9.1-9.7, de werkwijzen in 10.1 en 10.2 en bij de taaldenkfuncties die terugkomen in bouwsteen 10.3.
  • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen 3.1-3.4 en 4.1-4.4: leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal vanuit de natuurwetenschap te gebruiken bij het beantwoorden van hun vragen bij waarnemingen en interpretaties van die waarnemingen (3.1). Daarnaast speelt vaktaal een belangrijke rol bij de werkwijzen 3.2, 3.3 en 3.4 en bij de taaldenkfuncties die terugkomen in de bouwstenen 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4.
  • Leergebied Rekenen/wiskunde: leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal gebruiken bij reken- en wiskundetaken. Dit komt terug in de bouwstenen 2.1, 4.1, 5.1, 5.2, 6.1, 10.1 en 13.1.

Leerlingen leren in interactie hun eigen ideeën, gedachten en denkproces te verwoorden. Ze breiden door interactie hun woordenschat, talige kennis en kennis van de wereld uit.

NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po is interactie met medeleerlingen en de leraar een belangrijk middel om gezamenlijk kennis van de wereld op te bouwen en kennis van en over taal en taalgebruik te verwerven. Bij het leergebied Nederlands is het ontwikkelen van kwalitatief goede interactie naast een middel ook een doel: leerlingen leren gesprekken te voeren om hun denken te verwoorden en hun taalvaardigheid te vergroten. Leerlingen hebben interactie in groepjes, in de (kleine) kring en bij (rollen-/fantasie)spel over onderwerpen, verschijnselen of problemen die zich lenen voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen. Daarbij gaat het om het beschrijven of benoemen van het 'wie-wat-waar-wanneer' en om het op eenvoudige wijze verwoorden van het 'hoe' en 'waarom';
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces onder woorden te brengen en te verwoorden wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • naast dagelijkse algemene taal meer laagfrequente taal, school- en vaktaal te gebruiken, passend bij het onderwerp of thema, en passend bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties. Bij taaldenkfuncties gaat het onder andere om chronologisch ordenen: eerst/dan; vergelijken: minder/meer/meest; oorzaak-gevolg: omdat/daarom en doel-middel: daarmee/waarmee;
  • eenvoudige gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren en mondeling, visueel en later ook schriftelijk te presenteren;
  • samen terug en vooruit te kijken: is er zo met elkaar gepraat dat er gezamenlijk wordt geleerd.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po ontwikkelen leerlingen hun taal- en denkvaardigheid in en door interactie verder, zowel binnen als buiten de school. Ze bekijken, overdenken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De onderwerpen sluiten aan bij inhouden uit het eigen leergebied of leggen verbinding met andere leergebieden en mondiale thema’s. Ze lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen, waarbij ze een of meerdere teksten horen, zien en/of lezen. Naar aanleiding daarvan leren ze verwerkingsvaardigheden inzetten, zoals korte aantekeningen maken;
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces gestructureerd onder woorden te brengen (bijvoorbeeld in chronologische volgorde), te verwoorden en toe te lichten wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • ideeën op verschillende manieren over te brengen als dat nodig is in de interactie.
  • laagfrequente taal, school- en vaktaal uit te breiden en steeds passender in te zetten bij het onderwerp of thema en bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties;
  • eenvoudige en meer complexe gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en steeds bewuster toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de ander te laten weten dat ze hem begrijpen en vragen stellen als ze iets niet begrijpen of als ze meer informatie willen hebben;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren, en mondeling, schriftelijk, digitaal en multimodaal samen te vatten en te presenteren. Indien nodig en passend met ondersteuning van verschillende technologische middelen;
  • samen te reflecteren op de vragen in hoeverre en op welke manier het doel van de interactie (samen leren, onderhandelen over de betekenis, redeneren) is behaald en op de eigen rol en inbreng daarbij.

Leerlingen leren in interactie ideeën, meningen en oplossingen te verwoorden en onderbouwen. Ze leren daarbij steeds bewuster gespreksvormen, -regels en –technieken toepassen.

NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze bekijken, overdenken, onderzoeken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De inhouden sluiten aan bij de inhouden van het eigen leergebied, de andere leergebieden en de mondiale thema's. Ook sluiten de onderwerpen en inhouden aan bij de accenten die binnen een schoolsector (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) worden gelegd. Ze lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen en taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen, waarbij ze meerdere teksten horen, zien en/of lezen. Naar aanleiding daarvan leren ze verschillende verwerkingsvaardigheden inzetten, zoals aantekeningen of een schema maken’
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces gestructureerd onder woorden te brengen, te verwoorden en toe te lichten wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • ideeën op verschillende manieren over te brengen als dat nodig is in de interactie.
  • laagfrequente taal, school- en vaktaal uit te breiden en steeds passender in te zetten bij het onderwerp of thema en bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties;
  • eenvoudige en meer complexe gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en steeds bewuster toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de ander te laten weten dat ze hem begrijpen, vragen te stellen en door te vragen als ze iets niet begrijpen of als ze meer informatie willen hebben;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren en mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal samen te vatten en te presenteren, indien nodig en passend met toepassing van verschillende technologische middelen;
  • samen te reflecteren op de vragen in hoeverre en op welke manier het doel van de interactie (samen leren, onderhandelen over de betekenis en redeneren) is behaald en op de eigen rol en inbreng daarbij.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Nederlands doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze bekijken, overdenken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De onderwerpen lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) kwalitatief goede interactie een cruciaal element vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. De inhoud en vorm van de interactie staan zowel in dienst van de taal- en denkontwikkeling als in dienst van de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen, en voor deelname aan de samenleving.
  • Zorg ervoor dat voor alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) de inhoud van de interactie wordt afgestemd met de inhouden uit het eigen leergebied (taalverandering, framing in de communicatie), inhouden uit de andere leergebieden (democratie, privacy, ondernemerschap) en mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en gezondheid).
  • Zorg ervoor dat de onderwerpen en inhouden aansluiten bij de eigenheid van de schoolsector, het gekozen profiel en het vervolgonderwijs.
    • Voor vmbo en praktijkonderwijs kan een deel van de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.
  • Werk de bouwsteen 'Interactie draagt bij aan taal- en denkontwikkeling' ook als vakinhoud uit voor in elk geval het vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld naar gesprekken als onderzoeksobject (eenvoudige conversatie-analyse).

NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze bekijken, overdenken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De onderwerpen lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) kwalitatief goede interactie een cruciaal element vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. De inhoud en vorm van de interactie staan zowel in dienst van de taal- en denkontwikkeling als in dienst van de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen, en voor deelname aan de samenleving.
  • Zorg ervoor dat voor alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) de inhoud van de interactie wordt afgestemd met de inhouden uit het eigen leergebied (taalverandering, framing in de communicatie), inhouden uit de andere leergebieden (democratie, privacy, ondernemerschap) en mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en gezondheid).
  • Zorg ervoor dat de onderwerpen en inhouden aansluiten bij de eigenheid van de schoolsector, het gekozen profiel en het vervolgonderwijs.
    • Voor vmbo en praktijkonderwijs kan een deel van de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.
  • Werk de bouwsteen 'Interactie draagt bij aan taal- en denkontwikkeling' ook als vakinhoud uit voor in elk geval het vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld naar gesprekken als onderzoeksobject (eenvoudige conversatie-analyse).

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.