Samenvatting Nederlands

Kern van het leergebied Nederlands

Leerlingen verwerven kennis van de Nederlandse taal en cultuur en ontwikkelen hun beheersing van het Standaardnederlands. Daarmee kunnen zij succesvol meedoen op school en volwaardig deelnemen aan de samenleving. Zo bevordert het leergebied Nederlands gelijke kansen voor alle leerlingen. Leerlingen bouwen aan een sterke taalbasis van waaruit zij hun taalgebruik een leven lang blijven ontwikkelen.

Het leergebied Nederlands werkt mee aan de kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming van leerlingen. Dat gebeurt vanuit drie kerninhouden die sterk met elkaar samenhangen:

  • Taal & communicatie
    Om doelgericht te communiceren, leren leerlingen lezen en schrijven en verwerven ze inzicht in hoe taal in elkaar zit en werkt. Leerlingen leren communiceren in verschillende situaties die voor hen herkenbaar en/of nuttig zijn. Ze leren hun communicatie afstemmen op doel en publiek en ze leren kritisch en efficiënt omgaan met de continue stroom aan (digitale) informatie.
  • Taal & cultuur
    Leerlingen komen in aanraking met allerlei talige, culturele uitingen uit heden en verleden. Ze leren hun eigen en andere culturen beter begrijpen en daar respectvol mee omgaan.
  • Taal & identiteit
    Leerlingen verkennen en ontwikkelen door taal hun eigen (online) identiteit en hun relatie tot anderen, en kunnen hier uiting aan geven. Ze leren hun eigen gedachten, gevoelens en ervaringen uitdrukken en ze ontdekken en bevragen hun kennis en vaardigheden op het gebied van taal en cultuur.

Wat we belangrijk vinden

Taal maakt je zelfredzaam en laat je groeien. Je taalgebruik draagt bij aan wie je bent en hoe je overkomt. Met taal geven leerlingen betekenis aan de wereld, zijn ze in verbinding met anderen en kunnen ze gevoelens, ervaringen, meningen en feiten onder woorden brengen en anderen begrijpen.

Dit is het voorstel

De basis blijft goed leren lezen, schrijven, spreken en luisteren, en blijft daarmee hetzelfde als in het huidige curriculum. Wel verschuiven er een aantal accenten die gelden voor alle fasen van het primair en voortgezet onderwijs:

  • Er is expliciet aandacht voor kwalitatief goede interactie om de taal- en denkontwikkeling van leerlingen te bevorderen.
  • Leerlingen werken aan hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden, zodat ze doelgericht kunnen communiceren en hun taalgebruik blijven ontwikkelen. Hoe breng je je boodschap over, hoe kun je iets op een andere manier zeggen of schrijven? Leerlingen leren hulp en feedback vragen op hun taalgebruik en aanpak. Ze leren de feedback gebruiken in nieuwe situaties en ze ontwikkelen hun spreek- en schrijfdurf.
  • Leerlingen leren kritisch omgaan met digitale en niet-digitale informatie en goed te letten op de betrouwbaarheid en bruikbaarheid daarvan.

Wat wordt er anders?

Een aantal voorstellen zijn nieuw ten opzichte van het huidige curriculum:

  • Leerlingen werken met literaire en zakelijke teksten die inhoudelijk samenhangen, een uitdagende inhoud hebben en van goede taalkwaliteit zijn. Zo kunnen ze hun kennis van de wereld, hun taalkennis en hun woordenschat uitbreiden.
  • Er is in alle fasen van het primair en voortgezet onderwijs aandacht voor leesmotivatie en literaire competentie. Zo krijgen alle leerlingen de kans om lezers te worden en te blijven. Leerlingen verkennen verschillende situaties en maken kennis met personages uit verschillende werelden, culturen en perioden. Ze leren verschillende perspectieven innemen en hun eigen standpunten en oordelen ter discussie stellen.
  • Leerlingen werken aan hun taal- en cultuurbewustzijn. Ze leren begrijpen wat (eerste) talen en taalvariëteiten betekenen voor zichzelf en de ander. Ze worden zich bewust van de meertaligheid in hun directe omgeving en in de samenleving, en van de rol van het Standaardnederlands als gemeenschappelijke taal in een meertalige samenleving.
  • Leerlingen leren experimenteren met taal en vormen van taal om daarmee uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gevoelens en intenties. Daarbij is er een belangrijke plek weggelegd voor het creatieve proces van leerlingen en voor het spelen met talige, visuele en retorische middelen.