Ontwikkelscholen Nederlands

Ontwikkelscholen hadden de taak om te reflecteren – als scholenteam en met de eigen leerlingen en hun ouders – op de tussenproducten van de ontwikkelteams. Daarnaast is elke ontwikkelschool aan de slag gegaan met haar eigen ontwikkeling binnen het leergebied, passend bij de eigen schoolvisie. Op deze wijze werden in het proces de landelijke ontwikkeling van de voorstellen van Curriculum.nu verbonden aan ontwikkelingen in de schoolpraktijk. Zie hieronder twee voorbeelden van het leergebied.

Fictieonderwijs in samenhang op het Cals College IJsselstein

Het Cals College is een RK brede scholengemeenschap voor Lyceum, Havo, Mavo en Vbo met rond de 1.700 leerlingen, gevestigd in IJsselstein. Leerlingen komen uit IJsselstein en omgeving. In het schooljaar 2018-19 ontwikkelde een curriculumwerkgroep Nederlands een stramien voor lessenreeksen fictie-onderwijs met kapstokken voor samenhang met andere taalvaardigheden met thema’s uit andere leergebieden.

Fictieonderwijs in samenhang op het Cals College IJsselstein

Fictieonderwijs in samenhang op het Cals College IJsselstein

Het Cals College is een RK brede scholengemeenschap voor Lyceum, Havo, Mavo en Vbo met rond de 1.700 leerlingen, gevestigd in IJsselstein. Leerlingen komen uit IJsselstein en omgeving. De school is uit zijn jasje gegroeid. Om die reden is het afgelopen jaar aan het bestaande gebouw een nieuwe vleugel gebouwd die in augustus 2019 in gebruik is genomen.

In het schooljaar 2018-19 ontwikkelde een curriculumwerkgroep Nederlands een stramien voor lessenreeksen fictie-onderwijs met kapstokken voor samenhang met andere taalvaardigheden met thema's uit andere leergebieden.

Samenhang binnen het vak en met andere leergebieden

Het Cals College te IJsselstein zit in een transitie van docentgestuurd traditioneel naar leerlinggestuurd "flexibel" onderwijs, waarbij de ontwikkeling van docent en leerling centraal staat. Met kernwaarden als uniciteit, verbinding en duurzaamheid maakt de school werk van gepersonaliseerd leren, doorlopende leerlijnen, samenhang/integratie tussen vakken en kern-keuze, met formatieve evaluatie als instrument.

Binnen deze algemene visie werkt het vak Nederlands vooral aan het vergroten van samenhang, zowel binnen het vak als met andere leergebieden. Daarmee worden de lessen Nederlands voor leerlingen relevanter en interessanter. De samenhang/integratie is op twee manieren vorm gegeven: in het vmbo zoeken docenten naar mogelijkheden om de lessen taalvaardigheid beter af te stemmen op de praktijkvakken, bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan presenteren en mondeling en schriftelijk solliciteren. In havo/vwo zijn de lessen opgehangen aan vijf algemene vaardigheden (samenwerken, plannen en organiseren, onderzoeken, reflecteren en evalueren, zelfstandig werken) waaraan in alle vakgebieden gewerkt gaat worden.

Het streven naar meer samenhang leidt bij het vakonderdeel fictie/literatuur tot de keuze van thema's die aansluiten bij de maatschappelijke en persoonlijke context van de leerlingen. Bovendien krijgt het lezen van boeken een herkenbare plek in het curriculum Nederlands door het invoeren van vaste leesmomenten in het rooster: in totaal is er een uur per week sprake van vrij lezen. Deze extra inzet op lezen moet o.a. zorgen voor een grotere woordenschat bij leerlingen.

Lijn brengen in alle activiteiten

De sectie Nederlands van de school telt achttien personen. Er is een curriculumwerkgroep geformeerd, met daarin vijf docenten Nederlands en iemand uit de schoolleiding. De sectiecoördinator is ook voorzitter van de werkgroep. In het schooljaar 2018-19 zijn de werkgroepleden op het zelfde moment vrijgeroosterd, waardoor zij wekelijks voor overleg bij elkaar kunnen komen: samen de eigen visie en uitgangspunten toetsen aan de tussenproducten van Curriculum.nu en deze vervolgens concreet maken in eigen lesmateriaal.

De werkgroep gaat aan de slag met fictie-onderwijs. Alle docenten in de werkgroep hebben daar individueel mooie en positieve ervaringen mee. Maar dat zijn slechts losse eilandjes in het geheel van het curriculum Nederlands. Het is belangrijk daar lijn in te brengen zodat docenten kunnen profiteren van de goede praktijken van collega's. Globale aanpak: ontwikkelen van een voorbeeld lessenserie; beproeven van de lessen in meerdere klassen; delen van de ervaringen met de vaksectie; sectiebrede invoering in het volgend schooljaar. Het beproeven van de lessen is door uitval van docenten en daarmee gepaard gaande roosterproblemen slechts gedeeltelijk gelukt, maar er ligt wel een gedocumenteerde en overdraagbare lessenserie.

Lessenreeks: fictieonderwijs in samenhang

De werkgroep levert een lessenreeks fictieonderwijs in samenhang over het thema 'liefde en seksualiteit', waarmee wordt aangesloten bij de maatschappelijke en persoonlijke context van de leerlingen. De lessen zijn gemaakt voor de derde klassen vmbo, havo en vwo, en hebben de volgende doelstellingen:

  • Het lezen bevorderen door dit aan te bieden in een bredere context en aan te sluiten bij de belevingswereld. Op deze manier het inzicht van leerlingen in ethisch maatschappelijke kwestie vergroten.
  • Creatief omgaan met fictie draagt bij aan plezier in en motivatie voor het lezen, vergroot het inlevingsvermogen en stimuleert de ontwikkeling van de sociaal-bewuste persoonsvorming.

Deze doelstellingen sluiten aan bij de visie en de vak-essenties van het ontwikkelteam Nederlands van Curriculum.nu.

De globale structuur van de lessenserie bestaat uit de fasen gesprek-verhaal-film. Voor die fasen is materiaal verzameld: respectievelijk gesprekskaartjes met dilemma's, een bundel met 'verhalen voor onder je kussen' en een film uit de serie 'duivelse dilemma's' (npo aflevering 'Seks ding') waarin het vertrouwen tussen vriendinnen wordt geschonden als erotisch getinte foto's van een van hen via internet worden verspreid. De film en de discussiekaartjes kunnen in alle deelnemende klassen gebruikt worden, de verhalen en activiteiten worden op maat van de specifieke klassen gekozen.

Het stramien van de lessenreeks (gesprek-verhaal-film) kan worden hergebruikt voor andere thema's waarbij fictie wordt ingezet, zowel binnen Nederlands als in andere leergebieden.

Zie hier ook de reader die het Cals College heeft gemaakt.

Zicht op de schrijfontwikkeling met zelf ontwikkelde leerlijn

RK Basisschool De Regenboog in Schijndel is een school met 480 leerlingen, 28 leraren en twee locaties: een hoofdvestiging in Hoevenbraak/Hulzenbraak (330 leerlingen) en een nevenvestiging in Wijbosch (150 leerlingen). De schoolpopulatie is op beide locaties zeer gevarieerd met ouders die laag-, midden-, en hoogopgeleid zijn.

Zicht op de schrijfontwikkeling met zelf ontwikkelde leerlijn

Zicht op de schrijfontwikkeling met zelf ontwikkelde leerlijn

RK Basisschool De Regenboog in Schijndel is een school met 480 leerlingen, 28 leraren en twee locaties: een hoofdvestiging in Hoevenbraak/Hulzenbraak (330 leerlingen) en een nevenvestiging in Wijbosch (150 leerlingen). De schoolpopulatie is op beide locaties zeer gevarieerd met ouders die laag-, midden-, en hoogopgeleid zijn.

Sinds vijftien jaar werkt De Regenboog met eigen leerlijnen in plaats van methodes.

Eigen leerlijnen

Bij het ontwikkelen van leerlijnen voor het taal- en rekenonderwijs zijn de kerndoelen en later de referentieniveaus leidend geweest. De leraren krijgen naast het lesgeven extra tijd om de leerlijnen uit te werken in didactische en inhoudelijke lessen.

Het lerarenteam bewaakt de kwaliteit van het uitvoeren van de leerlijnen door deze gezamenlijk te bespreken en via workshops. Zo ontdekte het lerarenteam dat de leerlijnen te lineair verlopen, terwijl de taalontwikkeling van leerlingen dat niet doet. Tijd dus om de leerlijnen taal te herzien. Als eerste pakken ze de leerlijn schrijfvaardigheid aan, daar is de noodzaak het hoogst. Leren schrijven, het begeleiden van het schrijfproces en het onderwijzen ervan, is complex. Om schrijflessen af te stemmen op verschillen tussen leerlingen en om de ontwikkeling van de schrijfvaardigheid van leerlingen goed te kunnen volgen, is het noodzakelijk om goed zicht hebben op de leerlijn schrijven.

Nieuwe leerlijn schrijfvaardigheid

Het kernteam Taal, bestaande uit de adjunt-directeur, de intern begeleider, en de drie taalcoördinatoren leidt het traject waarin de leerlijnen worden herzien. Tijdens een inspiratiesessie onder leiding van een inhoudelijk adviseur van SLO, verkent het kernteam wat kenmerken zijn van goede leerlijnen. Ze bekijken verschillende bestaande leerlijnen taal (onder andere de NTC leerlijn van NOB, de Taalprofielen van het ERK, leerdoelenkaarten voor Nederlands) en krijgen zo inzicht in hoe de concentrische opbouw van de taalontwikkeling in bestaande leerlijnen uitgewerkt is. Het kernteam is blij met alle informatie ('we hoeven het wiel dus niet zelf uit te vinden!', stelt Marja Schippers) en merkt dat ze nu handvatten heeft om hun eigen leerlijnen goed op te bouwen.

Op basis van deze sessie en de geleverde input, gaat de intern begeleider Mireille Louwers aan de slag. Zij maakt een eerste analyse van de verschillende documenten en schrijft een voorstel. Het voorstel legt ze vervolgens voor aan het kernteam om het met elkaar aan te scherpen. Dit aangepaste voorstel wordt vervolgens aan de rest van het team gepresenteerd. Tijdens deze presentaties buigt het team zich over mogelijke lesactiviteiten die bij de beschreven doelen passen. 'Aan veel doelen werken we natuurlijk al, daar zijn al mooie activiteiten bij ontwikkeld', aldus Marielle Smulders. In de uiteindelijke leerlijn worden deze activiteiten via aanklikbare hyperlinks aan de doelen uit de leerlijn gekoppeld.

Op weg naar meer!

De Regenboog heeft haar doel bereikt: een herziene leerlijn schrijven (zie figuur 1 voor een screenshot) die ze vanaf nu gebruiken bij het maken van onderwijsarrangementen. Het document met doorklik-linkjes staat in een omgeving waar alle leraren bij kunnen, zodat het altijd oproepbaar en raadpleegbaar is als leraren met schrijfonderwijs op school bezig gaan. Volgend schooljaar gaat het team op dezelfde manier verder met de leerlijn mondelinge taalvaardigheid en buigen ze zich ook over de vraag hoe ze de ontwikkeling van leerlingen binnen het domein schrijfvaardigheid kunnen volgen en borgen.