Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Aarde & klimaat (concepten)

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

De aarde is een bijzondere en complexe planeet die niet makkelijk te begrijpen is. De aarde wordt beschouwd als één groot systeem. Met verschillende onderdelen (deelsystemen) van dat systeem hebben wij dagelijks te maken. De natuurlijke processen op aarde verlopen langzaam in tijd en zijn niet altijd zichtbaar. Ze spelen zich tegelijkertijd af op meerdere schaalniveaus. Daarnaast beïnvloeden de verschillende deelsystemen (bodem, water en lucht) elkaar.
Door inzicht te verwerven in de werking van de aarde en het klimaat leren leerlingen beter te redeneren over natuurlijke processen en verschijnselen. Al het leven op aarde maakt deel uit van dit systeem en heeft er dus ook invloed op.

Inhoud van de opdracht

Deze grote opdracht stelt het systeem aarde en haar dynamiek centraal. Om de werking te kunnen doorgronden komen verschillende deelsystemen aan bod. Het deelsysteem atmosfeer in deze grote opdracht neemt een centrale rol in. Relaties tussen verschillende deelsystemen komen aan de orde en de rol en invloed van de mens krijgt aandacht.

Deze grote opdracht bestaat uit twee bouwstenen: ‘aarde’ en ‘weer en klimaat’.

De bouwsteen aarde kent de groeirichtingen:

  • Kenmerken van en relaties tussen deelsystemen
  • De relatie tussen de mens en deelsystemen

De bouwsteen weer en klimaat kent de groeirichtingen:

  • Weersverschijnselen
  • Klimaten
  • Klimaatverandering

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Aarde

MN09.1 - Lees de hele bouwsteen

MN09.1 - Aarde

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

MN09.1 - Aarde - Toelichting

De bouwsteen ‘aarde’ gaat over het systeem aarde, de bijbehorende deelsystemen en de relatie tussen de verschillende deelsystemen en de mens. De aarde verandert voortdurend onder invloed van organismen, natuurlijke processen van binnenuit de aarde (endogeen) en processen van buitenaf (exogeen). Samen vormen ze het complexe en steeds veranderende 'systeem aarde'. Door kennis over deze processen, zoals veranderingen in systeem aarde door invloed van water, kunnen leerlingen (mee)praten over de gevolgen hiervan.

Leerlingen leren over het systeem aarde en leren verbanden leggen tussen verschillende deelsystemen (water, bodem en lucht) en de kringlopen daarbinnen.

MN09.1 - Aarde - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken leerlingen kennis met het systeem aarde. Aan de hand van natuurverschijnselen leren leerlingen verbanden te leggen tussen de verschillende deelsystemen water, bodem en lucht.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(kenmerken van en relaties tussen deelsystemen)

  • over verschillende kenmerken van de onderdelen van het systeem aarde (te denken valt aan hoogteverschillen van de bodem, de stroming van water en lucht als ‘iets’ in plaats van niets).
  • over de concrete invloed van het ene deelsysteem op het andere deelsysteem (te denken valt aan de invloed van land op de loop van een rivier of vice versa).

(de relatie tussen de mens en deelsystemen)

  • over de rol van bodem, water en lucht in het leven van de mens (te denken valt aan het bouwen van een huis met klei of de beschikbaarheid van drinkwater).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen over de complexiteit van systeem aarde. Ze leren verbanden te leggen tussen de verschillende deelsystemen water, bodem en lucht (de sferen) en de kringlopen die zich door deze deelsystemen heen afspelen. De gevolgen van systeemprocessen die een negatieve invloed hebben op de leefomgeving, zoals natuurgeweld, krijgen aandacht.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(kenmerken van en relaties tussen deelsystemen)

  • over korte en lange waterkringloop (te denken valt aan de water dat door alle sferen heen beweegt en de rol die opwarming door de zon hierin speelt).
  • over verschillende natuurwetenschappelijke kenmerken van de hydrosfeer, lithosfeer en atmosfeer (te denken valt aan bestanddelen, structuur en fases).
  • over verschillen op aardoppervlak en de invloed van endogene en exogene processen hierop (te denken valt aan een rivierdelta en een vulkaan).

(de relatie tussen de mens en deelsystemen)

  • over watermanagement (te denken valt de bescherming tegen overstromingen door dijken of meer ruimte voor de rivier)
  • over de (on)bedoelde invloed van mens op bodem, water en lucht (te denken valt aan afvalstoffen in drinkwater of lucht of het verbreden van waterwegen).
  • over de risico’s van verschillende natuurverschijnselen voor de mens (te denken valt aan overstromingen, droogtes, aardbevingen).

Leerlingen leren over de continue werking van endogene en exogene processen in systeem aarde. De rol van de mens, zijn invloed, en de effecten op systeem aarde krijgt expliciet aandacht.

MN09.1 - Aarde - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de continue werking van de endogene en exogene processen in systeem aarde. De rol van de mens, zijn invloed en de (onbedoelde) effecten hiervan op systeem aarde krijgen expliciet aandacht.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(kenmerken van en relaties tussen deelsystemen)

  • over de gesteente-, koolstof- en waterkringloop en de interactie met biologische, fysische en chemisch processen (te denken valt aan bossen die koolstof opnemen, afzettingen die ontstaan op het moment dat een rivier minder snel stroomt of broeikasgassen die warmte vasthouden).
  • over verschillen tussen processen wat betreft geologische tijdschaal (te denken valt aan de korte tijdspanne bij een aardbeving versus de miljoenen jaren bij vorming van oceanen).
  • over het ontstaan van verschillende soorten aardoppervlakte onder invloed van endogene en exogene processen (te denken valt aan het verklaren van jong en oud gebergte).

(de relatie tussen de mens en deelsystemen)

  • over de effecten van menselijke activiteit op de verschillende deelsystemen en de afhankelijkheid van de mens van die deelsystemen (te denken valt aan het effect van stedelijke bebouwing op temperatuur of het effect van menselijke activiteiten op de het klimaat).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Weer en klimaat

MN09.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN09.2 - Weer en klimaat

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 1.1 Plaats en ruimte
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen over de impact van klimaatverandering op mensen en gemeenschappen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de werking van klimaatverandering.

MN09.2 - Weer en klimaat - Toelichting

De bouwsteen ‘weer en klimaat’ gaat over de impact van weersverschijnselen, weerpatronen, klimaat en klimaatveranderingen. Het weer is een deelsysteem van het systeem aarde waar leerlingen zich al vanaf jonge leeftijd bewust van zijn.

Het klimaat, de gemiddelde weerstoestand over langere periode, heeft impact op veel menselijke activiteiten, zoals landbouw en huisvesting.

Leerlingen leren hun waarnemingen van weersverschijnselen te relateren aan processen in de atmosfeer en leren over veranderingen van weer en klimaat.

MN09.2 - Weer en klimaat - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken leerlingen vanuit verwondering en ervaring kennis met weersverschijnselen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Weersverschijnselen)

  • over verschillende weersverschijnselen in de eigen omgeving (te denken valt aan regen, onweer en mist).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen weersverschijnselen te verklaren en maken leerlingen kennis met het begrip klimaat en klimaatverandering.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Weersverschijnselen)

  • over het ontstaan van weersverschijnselen (te denken valt aan verdampen, neerslag, wolkvorming).

(Klimaten)

  • over de eigenschappen van het Nederlandse zeeklimaat (te denken valt aan milde winters en zomers en aan neerslag gedurende het gehele jaar).
  • over kenmerken van klimaten in verschillende gebieden wereldwijd (te denken valt aan temperatuur en hoeveelheid regen).

(Klimaatverandering)

  • over de gevolgen van klimaatverandering in Nederland (te denken valt aan zeespiegelstijging en opwarming).

Leerlingen leren over luchtdruk en over factoren die de ligging van klimaten kunnen verklaren. Ze leren te redeneren over klimaatverandering en de bijbehorende oorzaken, gevolgen en aanpassingen.

MN09.2 - Weer en klimaat - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen op wereldschaal over klimaat(verandering) te redeneren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Weersverschijnselen)

  • over de effecten van luchtdruk op het weer.

(Klimaten)

  • over factoren die de ligging van de klimaten verklaren (te denken valt aan breedtegraad, afstand tot de zee en hoogte ten opzichte van de zeespiegel).

(Klimaatverandering)

  • over het natuurlijke proces van klimaatverandering (te denken valt aan het vasthouden van warmte door de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer, zonneactiviteit of het albedo van de aarde).
  • over de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteit (te denken valt aan industriële processen of het rijden van een benzine-auto).
  • over de gevolgen op korte en lange termijn van klimaatverandering wereldwijd (te denken valt aan zeespiegelstijging en extreem weer) en de aanpassingen die hiervoor nodig zijn (te denken valt aan het verhogen van dijken, klimaatmigratie of het aanleggen van groene daken).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.