Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Werkwijzen

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

De dagelijkse beroepspraktijk van technici, natuurwetenschappers en ingenieurs wordt gekenmerkt door een typische manier van werken. We gebruiken hiervoor de term werkwijzen. Door werkwijzen te gebruiken leren leerlingen zowel de natuurlijke als gemaakte wereld begrijpen, verklaren en waarderen. Aandacht voor werkwijzen draagt ook bij aan bewustwording van de rol van deze werkwijzen in het leergebied Mens & Natuur. Deze werkwijzen bieden de leerlingen handvatten om op te groeien tot positief-kritische en zelfstandige burgers en beroepsprofessionals. De werkwijzen hangen nauw samen met denkwijzen.

Inhoud van de opdracht

Deze grote opdracht beschrijft de belangrijkste praktijken die beroepsbeoefenaars uit het leergebied Mens & Natuur toepassen bij hun werk. We gebruiken de term ‘werkwijzen' in plaats van een term als 'vaardigheden' om te benadrukken dat het hier gaat om het doelgericht toepassen van combinaties van vaardigheden.

Deze grote opdracht bestaat uit vier bouwstenen: onderzoeken, ontwerpen, modelontwikkeling en -gebruik en praktisch handelen.

De bouwsteen onderzoeken kent de groeirichtingen:

  • het proces van onderzoek
  • relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis

De bouwsteen ontwerpen kent de groeirichtingen:

  • het ontwerpproces
  • ontwerpvaardigheden
  • het gebruik van kennis in ontwerpen

De bouwsteen modelgebruik en -ontwerp kent de groeirichtingen:

  • gebruik van modellen
  • ontwerpen van modellen
  • reflectie op modellen
  • mathematiseren

De bouwsteen praktisch handelen kent de groeirichtingen:

  • doelmatig, veilig en duurzaam gebruik
  • maken, bouwen en installeren
  • nauwkeurig meten en observeren

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Onderzoeken

MN03.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN03.1 - Onderzoeken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 10.2 Onderzoeken
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden.

Digitale geletterdheid

  • DG 4.3 Samenwerken met digitale technologie
    • Bij Digitale Geletterdheid leren leerlingen samenwerken in een digitale omgeving en hierin data uit te wisselen. Dit kan toegepast worden binnen het proces van onderzoeken om tot een gezamenlijk product te komen.
    • In het leergebied Mens & Natuur leren leerlingen onderzoeken en werken hierbij vaak samen met behulp van digitale middelen.

Kunst & Cultuur

  • KC 4.1 Artistieke innovatie
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen zich artistiek-creatief uit te drukken bij de presentatie van hun onderzoek.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen vaardigheden en inzicht om onderzoek uit te kunnen voeren. Deze komen goed van pas bij artistieke innovatie.

Nederlands

  • NL 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling
    • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen rondom de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol.
  • NL 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
    • Door de veelvuldige interactie met taal bij Nederlands leren leerlingen hun inhoudelijke redeneringen steeds beter onder woorden te brengen.
    • Werk- en denkwijzen bij Mens & Natuur ondersteunen de leerlingen bij het opzetten van hun redeneringen en bieden structuur voor taalontwikkeling.
  • NL 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerken en verstrekken
    • Bij Nederlands leren leerlingen informatie verwerven, verwerken. Dit is onmisbaar als leerlingen zelf onderzoek uitvoeren.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen onderzoeksvaardigheden die ondersteunen bij het kritisch denken.

MN03.1 - Onderzoeken - Toelichting

Met de werkwijze ‘onderzoeken’ ontwikkelen leerlingen vaardigheden en inzicht om onderzoek uit te kunnen voeren. De nieuwe kennis die wordt opgedaan tijdens het onderzoeken, helpt de leerling de natuurlijke en gemaakte wereld begrijpen en verklaren. De bouwsteen omvat het proces van onderzoek doen, de kennis die hiervoor nodig is en de wederkerige relatie tussen onderzoek en kennis, waarbij onderzoek nieuwe kennis oplevert en kennis nieuwe (onderzoeks)vragen oproept. Deze bouwsteen gaat over het (leren) stellen van vragen en het zelf (leren) doen van onderzoek. Het leren omgaan met wetenschappelijke kennis die anderen hebben geproduceerd is beschreven in bouwsteen MN1.1 Aard van natuurwetenschappen.

Leerlingen leren vragen te stellen, onderzoek uit te voeren, waarnemingen te interpreteren en een relatie te leggen tussen onderzoek en kennis.

MN03.1 - Onderzoeken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ervaren leerlingen op een speelse manier de onderzoeksfasen, waarbij ze starten met het stellen van vragen vanuit verwondering, ervaring en nieuwsgierigheid.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • vragen te stellen vanuit verwondering en nieuwsgierigheid ter oriëntatie op een onderwerp.
  • gegevens te verzamelen om antwoorden op vragen te vinden.
  • argumenten te gebruiken bij het bespreken, vergelijken, aan elkaar uitleggen en evalueren van gegevens.

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • de kennis die ze opbouwen door het zelf doen van onderzoek te beschrijven.
  • te beschrijven hoe eigen onderzoeksresultaten bijdragen aan het vergroten van hun eigen kennis en die van anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po zoeken leerlingen systematisch naar antwoorden op vragen die ontstaan vanuit verwondering en ervaring. Ze relateren hun onderzoek aan natuurwetenschappelijke concepten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • vragen te stellen vanuit verwondering en systematisch naar antwoorden op deze vragen te zoeken.
  • onderscheid te maken tussen een alledaagse vraag en een onderzoeksvraag.
  • gegevens te verzamelen door zorgvuldig te meten en observeren, en vaktaal te gebruiken bij hun beschrijvingen.
  • onderzoeksgegevens mondeling en schriftelijk te verwerken, de onderzoeksvraag te beantwoorden, de resultaten met elkaar te delen en hierbij gebruik te maken van vaktaal.
  • op basis van eigen onderzoeksconclusies nieuwe vragen te stellen (cyclisch proces).

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • op basis van eigen onderzoeksconclusies te beschrijven welke kennis hierdoor wordt opgebouwd.
  • te beschrijven hoe hun eigen kennis over een onderwerp verandert door inzichten uit eigen onderzoek.
  • verbindingen te leggen tussen eigen onderzoeksresultaten en natuurwetenschappelijke concepten.
  • zich te oriënteren op een eigen onderzoeksonderwerp (te denken valt aan het gebruik van betrouwbare bronnen en eigen interesses).

Leerlingen leren onderzoeksvragen te formuleren, systematisch onderzoek uit te voeren, waarnemingen te interpreteren en deze te koppelen aan natuurwetenschappelijke concepten.

MN03.1 - Onderzoeken - Onderbouw VO

Onderbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de onderbouw van het vo onderzoeken leerlingen vanuit zowel eigen vragen als vragen vanuit de samenleving. Ze onderbouwen een mening in vaktaal met argumenten vanuit de natuurwetenschappen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • zich, bij de voorbereiding van een eigen onderzoek, te verdiepen in een natuurwetenschappelijk onderwerp met behulp van bronnen, een onderzoeksvraag op te stellen, deze zo nodig aan te scherpen en indien van toepassing een verwachting te formuleren.
  • kiezen voor een bij de onderzoeksvraag passend type onderzoek en passende onderzoeksmethode.
  • gegevens te verzamelen en deze te analyseren.
  • te kiezen voor een passende manier van weergave van onderzoeksgegevens, betrouwbare conclusies te trekken en deze te relateren aan de onderzoeksvraag, met gebruik van vaktaal, zowel mondeling als schriftelijk.
  • eigen onderzoek kritisch te evalueren, met anderen te delen, erover te discussiëren en op nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te beoordelen.
  • nieuwe onderzoeksvragen op te stellen die voortkomen uit onderzoek.

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • onderzoek door anderen te gebruiken voor het opstellen van een eigen onderzoek.
  • bij de oriëntatie op een eigen onderzoeksonderwerp te zoeken naar betrouwbare bronnen over het kennisgebied.
  • conclusies uit eigen onderzoek te vergelijken met bestaande kennis te duiden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Ontwerpen

MN03.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN03.2 - Ontwerpen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Digitale geletterdheid

  • DG 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie
    • In het leergebied Digitale geletterdheid leren leerlingen digitale technologie in te zetten binnen ontwerp en maakprocessen.
    • In het leergebied Mens & Natuur leren leerlingen systematisch probleem oplossen. Dit kan waardevol zijn bij interactie met digitale technologie.
  • DG 4.3 Samenwerken met digitale technologie
    • In het leergebied Digitale geletterdheid leren leerlingen samenwerken in een digitale omgeving en hierin data uit te wisselen. Dit kan toegepast worden binnen het proces van ontwerpen om tot een gezamenlijk product te komen.
    • In het leergebied Mens & Natuur leren leerlingen ontwerpen en werken hierbij vaak samen met behulp van digitale middelen.

Kunst & Cultuur

  • KC 1.1 Leren maakstrategieën gebruiken
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen vorm te geven en te creëren en dit kan goed toegepast worden binnen technisch ontwerpen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen systematisch werken binnen het ontwerpproces. Dit kan ook worden toegepast binnen het leergebied Kunst & Cultuur.
  • KC 4.1 Artistieke innovatie
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen artistieke innovatie, dit kan ondersteunen bij het creatief denken in het ontwerpproces.
    • Bij Mens & Natuur krijgen leerlingen inzicht in het ontwerpproces van nieuwe makers.

Nederlands

  • NL 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling
    • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen rondom de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol.
  • NL 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
    • Door de veelvuldige interactie met taal bij Nederlands leren leerlingen hun inhoudelijke redeneringen steeds beter onder woorden te brengen.
    • Werk- en denkwijzen bij Mens & Natuur ondersteunen de leerlingen bij het opzetten van hun redeneringen en bieden structuur voor taalontwikkeling.
  • NL 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerken en verstrekken
    • Bij Nederlands leren leerlingen informatie verwerven, verwerken. Dit is onmisbaar als leerlingen zelf ontwerpen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen ontwerpvaardigheden die ondersteunen bij het doelbewust verwerken van informatie.

MN03.2 - Ontwerpen - Toelichting

Met de werkwijze ‘ontwerpen’ ontwikkelen leerlingen kennis en vaardigheden die hen helpen bij het oplossen van problemen. De bouwsteen omvat het creatieve ontwerpproces, het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden en het benutten van kennis in ontwerpproces. Hierdoor leren leerlingen systematisch oplossingen voor problemen zoeken, waarbij ze rekening houden met de wensen en behoeftes van gebruikers en met de maatschappelijke context. Typerend voor het creatieve proces is het afwisselen van divergent en convergent denken (ideeën laten ontstaan en vervolgens keuzes maken). Leerlingen lossen problemen uit de eigen omgeving op door oplossingen te bedenken, te maken en te testen.

Leerlingen leren systematisch problemen op te lossen en maken ontwerpkeuzes met oog voor de gebruikers en de context.

MN03.2 - Ontwerpen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken leerlingen spelenderwijs kennis met de verschillende stappen van het ontwerpproces.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Het creatieve ontwerpproces)

  • te herkennen wat in een situatie verbeterd kan worden.
  • verschillende oplossingen te bedenken voor een probleem (divergent denken).
  • een oplossing voor een probleem uit te proberen en te benoemen of het probleem is opgelost.

(Het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden)

  • uit te leggen waarom een eigen ontwerp past bij het probleem.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen systematisch problemen op te lossen, ze maken weloverwogen keuzes met oog voor de gebruikers en de context.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Het creatieve ontwerpproces)

  • een ontwerpproces in zijn geheel te doorlopen en zien dat ontwerpen een proces is dat zichzelf herhaalt.
  • een probleemsituatie te identificeren, te onderzoeken en te beschrijven.
  • op een systematische manier een uitgevoerd ontwerp (of prototype) te evalueren, ook tijdens het ontwerpproces.

(Het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden)

  • afwisselend divergent en convergent te denken.
  • in een ontwerpproces samen te werken en over elke stap in dat proces te communiceren, reflecteren en evalueren.

(Het benutten van kennis in ontwerpen)

  • eenvoudige concepten uit het leergebied toe te passen in een ontwerp (te denken valt aan hefbomen, elektrische schakelingen).
  • eigen onderzoek toe te passen in een ontwerp (te denken valt aan een onderzoek naar de stevigheid van verschillende constructies of het effect van verschillende thermostaat-instellingen op het comfort).
  • eigen ervaringen, kennis en emoties toe te passen in een ontwerp (te denken valt aan kennis over elektrische schakelingen of de gevoelens bij een lichtkleur toepassen in het ontwerp voor een lamp).

Leerlingen leren systematisch en creatief probleemoplossen. Ze hebben hierbij oog voor verschillende contexten van een probleem en gebruiken kennis uit het leergebied.

MN03.2 - Ontwerpen - Onderbouw VO

Onderbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de VO onderbouw leren leerlingen passende ontwerpmethoden te gebruiken voor het vinden van oplossingen voor praktische maatschappelijke of natuurwetenschappelijke problemen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het creatieve ontwerpproces)

  • een vraagstuk te identificeren en beschrijven, stakeholders te benoemen en kritische vragen te stellen over het probleem.
  • een programma van eisen op te stellen met onderscheid tussen eisen en wensen.
  • verschillende brainstormtechnieken in te zetten in het ontwerpproces.
  • een ontwerp uit te voeren en weloverwogen keuzes te maken voor een techniek, een materiaal en een ontwerp op schaal uit te werken tot een prototype of model.
  • een uitgevoerd ontwerp systematisch te evalueren en verbetervoorstellen te doen met behulp van het programma van eisen en gebruikersonderzoek.

(Het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden)

  • divergent en convergent denken iteratief en in de juiste fase van het ontwerp in te zetten.
  • communiceren over een ontwerp op een manier die past bij het doel en de fase van het ontwerp (te denken valt aan een gebruikershandleiding voor een eindgebruiker, een technische tekening voor een bouwer, een moodboard voor een koper).

(Het benutten van kennis in ontwerpen)

  • kwantitatieve en technische gegevens uit het leergebied toe te passen in een ontwerp (te denken valt aan een batterij met een geschikte capaciteit of een materiaal met de juiste dichtheid).
  • gebruikersonderzoek toe te passen in een ontwerpproces en deze te benutten bij keuzes in het ontwerp (te denken valt aan het wel of niet meenemen van kosten en/of emoties).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Modelgebruik- en ontwerp

MN03.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN03.3 - Modelgebruik- en ontwerp

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Rekenen & Wiskunde

  • RW 12.1 Modelleren
    • In beide leergebieden leren leerlingen dat een situatie in een natuurwetenschappelijke of technische context door middel van een wiskundig model kan worden weergegeven.

Digitale geletterdheid

  • DG 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie
    • Ook digitale computermodellen en simulaties zijn toepassingen binnen deze bouwsteen van Digitale Geletterdheid. Kennis over aansturing met behulp van digitale technologie komt hierbij van pas.
    • Om digitale technologie doordacht aan te kunnen sturen zijn modelleervaardigheden van Mens & Natuur behulpzaam of zelfs noodzakelijk.

Nederlands

  • NL 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling
    • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen rondom de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol.
  • NL 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
    • Door de veelvuldige interactie met taal bij Nederlands leren leerlingen hun inhoudelijke redeneringen steeds beter onder woorden te brengen.
    • Werk- en denkwijzen bij Mens & Natuur ondersteunen de leerlingen bij het opzetten van hun redeneringen en bieden structuur voor taalontwikkeling.

MN03.3 - Modelgebruik- en ontwerp - Toelichting

Met de werkwijze ‘modelgebruik en –ontwerp’ ontwikkelen leerlingen vaardigheden om modellen te gebruiken en te maken, waardoor ze de complexe werkelijkheid versimpeld in beeld leren brengen. Dit kan door middel van verschillende representaties, zoals bijvoorbeeld schema’s, tekeningen, 3D-voorwerpen of getallen. Ze leren kritisch met modellen om te gaan, doordat ze begrijpen waarom en hoe ze gebruikt worden. Uitkomsten die door modellen verkregen zijn, zijn niet zonder meer waar in elke situatie. De werkwijze omvat het gebruiken van bestaande modellen, het ontwerpen van nieuwe modellen en het reflecteren op de grenzen en bruikbaarheid van modellen.

Leerlingen leren wat modellen zijn en hoe modellen worden gebruikt in hun eigen omgeving. Ze leren modellen te vergelijken met de werkelijkheid en verschillen te benoemen.

MN03.3 - Modelgebruik- en ontwerp - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken leerlingen wat modellen zijn en hoe modellen worden gebruikt in hun eigen omgeving. Ze ontdekken dat model en werkelijkheid verschillen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • tastbare modellen (2D/3D) te gebruiken om kennis over onderwerpen uit de nabije omgeving te vergroten (te denken valt aan modellen van het menselijk lichaam of het schoolgebouw).

(ontwerp van modellen)

  • modelmatige tekeningen te maken van alledaagse dingen en plekken.

(reflectie op modellen)

  • te herkennen dat in een model niet alles ‘uit de werkelijkheid’ terug te vinden is en vice versa (te denken valt aan het missen van een neus op een legopoppetje en kleuren op een plattegrond die niet in de werkelijkheid terugkomen).

(mathematiseren)

  • aspecten van de werkelijkheid in getallen weer te geven en aan de hand van die getallen uitspraken te doen over de werkelijkheid (te denken valt aan het meten van de lengte van twee personen en op basis hiervan aan te geven wie er groter is).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen, in natuurwetenschappelijke en technische contexten, modellen te beoordelen op bruikbaarheid en kunnen ze beschrijven hoe model en werkelijkheid verschillen en overeenkomen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • tastbare modellen te gebruiken om natuurwetenschappelijke en technische concepten te beschrijven (te denken valt knikkers voor het deeltjesmodel of een tekening van een hefboomconstructie).

(ontwerp van modellen)

  • een tastbaar of getekend model te maken.
  • modellen begrijpelijk weer te geven.
  • te benoemen welke keuzes zijn gemaakt bij het maken of tekenen van een eigen model (te denken valt aan het weglaten van het stoeptegelpatroon in een kaart van het schoolplein).

(reflectie op modellen)

  • de beperkingen van een model te benoemen als bekend is wat wel en niet in het model is meegenomen (te denken valt aan: een model over de temperatuur doet geen uitspraken over regenval).

(mathematiseren)

  • kwantitatieve meetgegevens zo te organiseren dat verbanden tussen grootheden zichtbaar kunnen worden (te denken valt aan een tabel of grafiek).

Leerlingen leren bestaande modellen te beoordelen en simpele modellen zelf te ontwerpen. Ze leren modellen te verbeteren door ze te relateren aan de natuurwetenschappelijke en technische context.

MN03.3 - Modelgebruik- en ontwerp - Onderbouw VO

Onderbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de onderbouw van het vo gebruiken leerlingen passende modellen in natuurwetenschappelijke en technische contexten. Ze beoordelen bestaande modellen op bruikbaarheid, doen voorstellen voor verbetering en ontwerpen zelf simpele modellen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • (de uitkomsten van) een model vergelijken met natuurwetenschappelijke kennis.
  • modellen te gebruiken om de werking van (technische) systemen te begrijpen (te denken valt aan een technische tekening, infographic of een weergave met verschillende soorten aanzichten).
  • modellen te gebruiken om verandering in een systeem te begrijpen (te denken valt aan een voedselweb in een ecosysteem).

(ontwerp van modellen)

  • voor een eigen model keuzes te maken die passen bij de gekozen doelstelling (te denken valt aan wat wel en niet weer te geven of welke materialen, technieken of programma’s wel of niet te gebruiken).

(reflectie op modellen)

  • de overeenkomsten en verschillen tussen (eigen ontworpen) modellen en de werkelijkheid te relateren aan het doel van het model.
  • verbeteringen te bedenken om een gegeven model beter te laten aansluiten bij het doel van het model.

(mathematiseren)

  • wiskundige weergaven van verbanden tussen grootheden analyseren en toepassen bij gebruik en ontwerp van modellen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Praktisch handelen

MN03.4 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN03.4 - Praktisch handelen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Rekenen & Wiskunde

  • RW 3.1 Meten
    • Bij Rekenen & Wiskunde leren leerlingen rekenen met het metriek stelsel.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen werken met de instrumenten die nodig zijn om te meten.

Digitale geletterdheid

  • DG 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie
    • Om meetapparatuur en gereedschappen te kunnen gebruiken is steeds vaker ook digitale technologie nodig.
    • Nauwkeurig kunnen werken en meten met behulp van apparatuur helpt de leerling bij de interactie met digitale technologie.

Kunst & Cultuur

  • KC 1.1 Leren maakstrategieën gebruiken
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen over vormgeving en creatie bij praktisch handelen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen nauwkeurig werken met gereedschappen, dit kan ook worden toegepast binnen de maakstrategieën van het leergebied Kunst & Cultuur.
  • KC 3.1 Leren technieken en artistieke vaardigheden gebruiken
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen het gebruik van verschillende gereedschappen.
    • Technische vaardigheden uit het leergebied Kunst & Cultuur ondersteunen het praktisch handelen.

Nederlands

  • NL 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling
    • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen rondom de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol.
  • NL 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
    • Door de veelvuldige interactie met taal bij Nederlands leren leerlingen hun inhoudelijke redeneringen steeds beter onder woorden te brengen.
    • Werk- en denkwijzen bij Mens & Natuur ondersteunen de leerlingen bij het opzetten van hun redeneringen en bieden structuur voor taalontwikkeling.

MN03.4 - Praktisch handelen - Toelichting

Met de werkwijze ‘praktisch handelen’ ontwikkelen leerlingen instrumentele handvaardigheden en praktische technische vaardigheden die nodig zijn om concrete doelen te bereiken, zoals het in elkaar zetten van een bouwwerk aan de hand van een handleiding of het uitvoeren van een onderzoek. De bouwsteen omvat het doelmatig, veilig en duurzaam gebruiken van instrumenten, apparaten, (elektrische) gereedschappen, stoffen en materialen. Leerlingen maken, bouwen, repareren en installeren. Ze leren nauwkeurig meten en observeren.

Leerlingen leren aangeboden instrumenten, gereedschappen en materialen verantwoord en veilig te gebruiken en leren nauwkeurig te meten en observeren.

MN03.4 - Praktisch handelen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken leerlingen kennis met instrumenten, apparaten, gereedschappen en materialen uit hun eigen omgeving. Ze gebruiken deze om metingen uit te voeren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(doelmatig, veilig en duurzaam gebruik)

  • instrumenten, apparaten en gereedschappen uit de dagelijkse omgeving doelmatig, zorgvuldig en veilig te gebruiken (te denken valt aan een schaar, hamer, balans, liniaal of schroevendraaier).
  • duurzaam gebruik te maken van (knutsel)materiaal (te denken valt aan papier, hout en plastic).

(Maken, bouwen en installeren)

  • nabouwen aan de hand van een tekening, voorbeeld of stappenplan (blokken, LEGO WeDo)

(nauwkeurig meten en observeren)

  • meten en observeren met behulp van instrumenten.
  • metingen te vergelijken en te bespreken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po gebruiken leerlingen instrumenten, apparatuur, gereedschap en materialen die hen bekend en minder bekend zijn en leren zij nauwkeurig metingen te doen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(doelmatig, veilig en duurzaam gebruik)

  • instrumenten, apparaten, (elektrische) gereedschappen en materialen doelmatig, zorgvuldig en veilig te gebruiken.
  • een passende keuze te maken voor de geschikte instrumenten en apparaten op basis van functie en doel.
  • na te denken over hergebruik van afgedankte instrumenten, apparaten, (elektrische) gereedschappen en materialen.

(maken, bouwen en installeren)

  • materialen van verschillende aard gebruiken in een maakproces (te denken valt aan een knikkerbaan van lego, karton en buizen).
  • namaken aan de hand van recept of handleiding (te denken valt aan taart bakken of een kast in elkaar zetten).

(nauwkeurig meten en observeren)

  • nauwkeurig te meten en daarbij rekening te houden met de meetnauwkeurigheid van het instrument.
  • de nauwkeurigheid van metingen in vaktaal te bespreken.

Leerlingen leren keuzes te maken tussen instrumenten, gereedschappen, stoffen en materialen. Ze leren deze doelgericht, veilig, nauwkeurig en duurzaam te gebruiken.

MN03.4 - Praktisch handelen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo beheersen leerlingen verschillende praktische technieken en vaardigheden. Ze kunnen keuzes maken die aansluiten bij hun onderzoek, ontwerp of model. De instrumenten, apparaten en gereedschappen worden complexer.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(doelmatig, veilig en duurzaam gebruik)

  • instrumenten, apparaten, (elektrische) gereedschappen en/of materialen te gebruiken volgens een zelf opgezette werkwijze.
  • keuzes maken voor het doelmatig, veilig en duurzaam gebruik van instrumenten, apparaten, (elektrische) gereedschappen, stoffen en materialen.
  • bij het gebruik van instrumenten, apparaten en gereedschappen rekening te houden met het effect op de omgeving (te denken valt aan het effect van loodoplossingen op waterkwaliteit of een pneumatische hamer op geluidsoverlast).

(maken, bouwen, installeren)

  • simpele technische systemen op te bouwen, te installeren, te onderhouden en te repareren (te denken valt aan een eenvoudige schakeling opbouwen met pneumatische componenten of een lek vinden en verhelpen in een simpel buizenstelsel).
  • installeren en gebruiken van eenvoudige randapparatuur en software om een computer te gebruiken bij onderzoeken, ontwerpen en modellen maken (te denken aan een (lego)robot in elkaar zetten, aansluiten, opladen en installeren).
  • werken met recepten, handleidingen en technische tekeningen.

(nauwkeurig meten en observeren)

  • objectieve meetmethodes te kiezen, fouten op te sporen bij metingen en vaktaal te gebruiken bij het verwoorden hiervan.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.