Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Aard van natuurwetenschappen & technologie (referentiekaders)

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Technologie en natuurwetenschappen spelen een belangrijke rol in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan vraagstukken als de energietransitie, circulaire impact, duurzame productie van gezond en veilig voedsel, en oorsprong van het leven op aarde en in het heelal. Als leerlingen de rol van wetenschap bij de totstandkoming van kennis begrijpen, kunnen zij (wetenschappelijke) informatie beter op waarde schatten en feiten en fictie van elkaar scheiden. Deze kennis stimuleert het kritisch denken en het verwerven, beoordelen en formuleren van argumenten in (maatschappelijke) discussies.

De mens is bij alles wat hij doet afhankelijk van gereedschappen, machines en apparaten. Of het nu gaat om het groeien van voedingsgewassen en het zorgen voor een dak boven ons hoofd, of om communicatie, het genezen van ziekten en entertainment. Omdat technologie invloed heeft op alles in het leven, is een basisbegrip van technologie essentieel om de hedendaagse veranderende wereld te blijven begrijpen.

Inhoud van de opdracht

Deze grote opdracht helpt leerlingen te begrijpen wat natuurwetenschappen en technologie zijn, waar ze toe dienen en wat ze in de toekomst kunnen betekenen.
Met wetenschap wordt het systematische proces bedoeld dat leidt tot nieuwe verifieerbare kennis, de manier waarop deze kennis geïnterpreteerd wordt en het systeem waarbinnen men de kennis kan blijven ontwikkelen.
Met techniek en technologie wordt de verzameling van apparaten, machines, mogelijkheden en de kennis die daarbij hoort, bedoeld. Hoewel ‘technologie’ niet dezelfde betekenis heeft als ‘techniek’, worden deze begrippen in praktijk vaak door elkaar gebruikt. Technologie kan worden opgevat als ‘de wetenschap van techniek’. Waar wij in dit stuk technologie schrijven, kan ook techniek gelezen worden. Hiermee volgen wij de lijn van het stuk “Technologie in de leergebieden” (Van Dijk et al., 2017).

Deze grote opdracht bestaat uit twee bouwstenen, aard van natuurwetenschappen en aard van technologie.
De bouwsteen aard van natuurwetenschappen kent de groeirichtingen:

  • relatie tussen wetenschap en kennis
  • oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines
  • natuurbeleving

De bouwsteen aard van technologie kent de groeirichtingen:

  • creativiteit en innovatie
  • oriëntatie op technologie en (inter)disciplines
  • technologiebeleving

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Aard van Natuurwetenschappen

MN01.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • 10.1 Informatie verwerven en verwerken, 10.2 Onderzoeken en 10.3 Waarderen, redeneren en argumenteren
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe zij op een systematisch, effectieve en efficiënte wijze informatie kunnen zoeken, vinden, waarderen, gebruiken en delen en kunnen betrekken in een redenering.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen hoe ze onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen en de betrouwbaarheid van bronnen in te schatten.

Burgerschap

  • 11.5 Kritisch Denken
    • Bij Burgerschap leren leerlingen over het belang van waarheidsvinding en manieren om dat te doen in en ten behoeve van een vrije en open samenleving en een gelijkwaardige uitwisseling van standpunten en inzichten.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de aard van de wetenschap en natuurwetenschappelijke methoden

Nederlands

  • NL 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerken en verstrekken
    • Bij Nederlands leren leerlingen informatie verwerven, verwerken. Dit is onmisbaar om een beeld te krijgen bij wetenschap. Ze leren informatie beoordelen op bruikbaarheid en ervaren dat niet alle informatie betrouwbaar is.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de werking van het systeem wetenschap. Dit helpt de leerling bij het selecteren van betrouwbare informatie.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Toelichting

De bouwsteen aard van natuurwetenschappen gaat over de relatie tussen wetenschappelijk onderzoek en kennis, de rol van natuurwetenschappelijke disciplines en de beleving van de natuur. Wetenschappelijke kennis wordt voortdurend aangevuld en opnieuw beoordeeld in het licht van nieuwe opbrengsten van onderzoek en daarbij horende nieuwe inzichten. Deze kennis ontwikkelt zich in een wereldwijde gemeenschap waarin wetenschappers samenwerken (sociale context). Dat maakt dat de wetenschap als een sociaal waardevol kennissysteem kan worden gezien. Hierbij pendelen natuurwetenschappers heen en weer tussen de natuur als geheel en de onderdelen waaruit de natuur is opgebouwd. Deze bouwsteen bevat niet alleen de kennis over wetenschap en het omgaan met wetenschappelijke kennis, maar leert de leerlingen ook onderscheid maken tussen hun persoonlijke beleving en objectieve verklaringen.  Bij de bouwsteen “onderzoeken” staat het onderzoek doen door de leerlingen zelf centraal.

Leerlingen leren over de functie van natuurwetenschappen bij kennisontwikkeling en leren hoe natuurbeleving zich verhoudt tot natuurwetenschappelijke kennis.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken leerlingen wat wetenschap in hun dagelijks leven inhoudt. Zij leren hierover vragen te stellen en oriënteren zich op beroepen met een natuurwetenschappelijke achtergrond. Zij leren bovendien onder woorden te brengen hoe zij de natuur ervaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis)

  • verhelderende vragen te stellen naar aanleiding van natuurwetenschappelijk onderzoek in de actualiteit (te denken valt aan het bespreken van nieuwsberichten over nieuwe ontdekkingen).
  • onderscheid te maken tussen feiten en meningen aan de hand van situaties uit het dagelijks leven (te denken valt aan het kunnen benoemen van het verschil tussen de smaak van chips en of het lekker smaakt).

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die wetenschap speelt in verschillende beroepen (te denken valt aan de dokter die achterhaalt welke ziekte je hebt, de monteur die onderzoekt wat er mis is met de verwarming en de politieagent die via vingerafdrukken een dader opspoort).

(natuurbeleving)

  • om uit te drukken hoe zij de natuur in de eigen omgeving in zijn geheel ervaren.
  • herkennen dat men verschillende natuurbeleving kan hebben (te denken valt aan vinden dat iets stinkt of mooi is).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po worden leerlingen zich bewust van (on)betrouwbaarheid van informatie waarmee zij in aanraking komen. Ze leren wat de functie van wetenschap en verschillende natuurwetenschappelijke disciplines is bij kennisontwikkeling en hoe natuurbeleving zich verhoudt tot natuurwetenschappelijke kennis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis)

  • aan de hand van situaties in de eigen omgeving vragen te stellen over betrouwbaarheid (te denken valt aan “is dit waar?” en “hoe weet ik dat dit waar is?).
  • bewust te zijn van de mogelijkheid die wetenschap biedt om tot betrouwbare antwoorden op vragen te komen (te denken valt aan de meerwaarde van experimenten voor kennisontwikkeling).
  • om te gaan met een verscheidenheid aan verklaringen voor natuurlijke verschijnselen en de onzekerheid die dit met zich mee brengt.
  • de bron van een uitspraak gebruiken om een inschatting van de betrouwbaarheid te maken (te denken valt aan een bedrijf dat zijn eigen product aanbeveelt of een wetenschapper uit het ene vakgebied dat een uitspraak doet over een ander vakgebied).
  • verhelderende vragen te stellen na aanleiding van natuurwetenschappelijk onderzoek in de actualiteit.

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die wetenschap speelt in verschillende situaties en beroepen (te denken valt aan onderzoek naar gevolgen voor de natuur na een bosbrand of een astronaut die in een ruimtestation onderzoek doet naar de groei van planten).
  • over het vergroten van kennis door samenwerking.

(natuurbeleving)

  • om bij natuurbeleving onderscheid te maken tussen objectieve, algemene verklaringen van natuurverschijnselen en subjectieve, persoonlijke ervaringen (te denken valt aan kennis over geluidsgolven vs. persoonlijke emoties bij muziek).

Leerlingen leren over de rol van objectiviteit, betrouwbaarheid, voorlopigheid en natuurbeleving in de natuurwetenschappen en relateren dit aan het dagelijks leven en de maatschappij.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de rol van objectiviteit, betrouwbaarheid, voorlopigheid en natuurbeleving in de natuurwetenschappen. Ze leren om dit te relateren aan ervaringen en dilemma’s in dagelijks leven en maatschappij en krijgen inzicht in de rol van de natuurwetenschappelijke disciplines hierin.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis):

  • natuurwetenschappelijk onderzoek uit de actualiteit te gebruiken om eigen kennis te vergroten.
  • om te gaan met het streven binnen de natuurwetenschappen om zo objectief mogelijk te zijn (te denken valt aan de voorlopigheid van resultaten).
  • factoren te herkennen die iets zeggen over de betrouwbaarheid van natuurwetenschappelijk onderzoek (te denken valt aan het variëren van parameters, het nemen van meerdere monsters of het herhalen van een experiment).
  • onderscheid te maken tussen feiten en meningen door uit te zoeken of informatie afkomstig is uit betrouwbare en valide bronnen.
  • de veranderingen in hun eigen kennis door inzichten uit (nieuw) natuurwetenschappelijk onderzoek te beschrijven.

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die de natuurwetenschap speelt in verschillende maatschappelijke vraagstukken en beroepen (te denken valt aan de ecoloog die betrokken is bij de aanleg van een weg of de chemisch analist die in een fabriek de kwaliteit van producten monitort).
  • natuurwetenschap en (natuur)wetenschappelijke disciplines te herkennen in de eigen omgeving en in de media.
  • over het bestaan van natuurwetenschappelijke disciplines die elk hun eigen deel van de wereld beschrijven, elk hun eigen vaktaal gebruiken en in een disciplinaire gemeenschap samenwerken.
  • over de rol van natuurwetenschap in hun toekomst voor wat betreft hun eigen interesses en mogelijke loopbaan.

(natuurbeleving)

  • om relaties te leggen tussen objectieve, algemene verklaringen van verschijnselen en subjectieve, persoonlijke ervaringen.
  • om bewust te zijn dat natuurverschijnselen niet altijd verklaard kunnen worden via een optelsom van de objectieve, algemene verklaringen over onderdelen van de natuur (te denken valt aan uitleg over holistisch vs. reductionistisch benaderingen door natuurwetenschappers).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Aard van Technologie

MN01.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN01.2 - Aard van Technologie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 8.3 Technologie
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen over de invloed van technologie op de mens en maatschappij.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over het onderscheid tussen de gemaakte en de natuurlijke wereld en de mogelijkheden van technologie en overwegen ze om daar gebruik van te maken.

Kunst & Cultuur

  • KC 4.1 Artistieke innovatie
    • Artistieke innovatie vanuit het leergebied Kunst & Cultuur kan helpen om nieuwe mogelijkheden bij het inzetten van technologie te ontdekken.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over doel en nut van technologie; dit helpt bij artistieke innovatie.

MN01.2 - Aard van Technologie - Toelichting

Deze bouwsteen gaat over het gebruik van technologie en technologische oplossingen. Het gaat daarbij om de aard van technologie, waarbij creativiteit, innovatie en het doelgerichte karakter van technologie een grote rol spelen. Leerlingen leren dat technologie kan ontstaan vanuit een behoefte of probleem en dat het concrete oplossingen en nieuwe producten kan opleveren. Ze leren bovendien dat er een sterke wisselwerking tussen technologie en de (natuur)wetenschap is.

Technologie zorgt voor verandering in beroepen, het verdwijnen van beroepen door automatisering en voor het ontstaan van nieuwe beroepen. Zo werken artsen tegenwoordig met complexe en innovatieve technologieën en zijn er steeds meer big-data analisten nodig.

Leerlingen leren over technologie, de creatieve en innovatieve mogelijkheden hiervan en de plek die techniek heeft in hun leven.

MN01.2 - Aard van Technologie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po leren de leerlingen de gemaakte en natuurlijke wereld te onderscheiden en ervaren ze spelenderwijs de mogelijkheden van technologie in hun directe omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over verschillende redenen om gereedschappen en technologieën in te zetten (te denken valt aan een schaar om papier in stukken te verdelen of een rekenmachine om makkelijker en sneller te rekenen).
  • over de diversiteit aan mogelijkheden die technologie biedt om simpele problemen op te lossen in dagelijkse situaties (te denken valt aan een krukje om ergens bij te kunnen).

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de eigen omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een stethoscoop, de vuilnisman een vuilniswagen, de brandweer vuurwerende kleding).

(technologiebeleving)

  • onderscheid te maken tussen de natuurlijke wereld en de door de mens gemaakte wereld.
  • dat het beleven van technologie plezier kan geven.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po maken leerlingen kennis met de doelmatige en creatieve ontwikkeling van technologie en de bedoelde en onbedoelde invloed die technologie heeft op de wereld om hen heen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over hoe mensen creatief denken, onderzoeken en ontwerpen om tot technologische oplossingen voor problemen te komen.
  • over het steeds verbeteren van bestaande gereedschappen en technologieën.
  • over het doelgerichte karakter van technologie.
  • over de rol die de mens heeft in het aansturen, kiezen en gebruiken van technologie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de directe omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een digitale thermometer, de boer een melkmachine, de leerkracht een smartboard).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken hoe zij technologie ervaren en welke behoefte zij hebben op het gebied van technologie.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale technologie in hun directe omgeving.
  • te onderzoeken of het omgaan met of ontwikkelen van technologie hen plezier geeft (te denken valt aan digitale games, apparaten in het huishouden en zelf programmeren).

Leerlingen leren over creatief en innovatief inzetten van technologie en reflecteren op de wisselwerking tussen technologie en natuurwetenschappen.

MN01.2 - Aard van Technologie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo reflecteren leerlingen op de interactie tussen technologie en wetenschap, oriënteren zich op werken in de technologie en ze vragen zich af of alle mogelijkheden van technologie ook gebruikt moeten worden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over de rol van de probleemstelling of behoefte enerzijds en creativiteit anderzijds in de ontwikkeling van technologie.
  • over de rol die oneigenlijk gebruik kan spelen bij innovatie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een MRI-scanner, de fotograaf van een foto-bewerkingsprogramma en de zoekmachine-ontwerper van kunstmatige intelligentie).
  • over de bijdrage die kennis uit de (natuur-)wetenschappen levert aan nieuwe technologie (te denken valt aan kennis over elektromagnetische golven bij het ontwikkelen van wifi).
  • over de bijdrage die technologische ontwikkelingen leveren aan de (natuur-)wetenschap (te denken valt aan de microscoop die maakt dat we nu hele kleine deeltjes kunt zien of de grote hoeveelheid data die nu beschikbaar zijn door digitale technologie).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken waarom en hoe zij technologie gebruiken.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale techniek in hun verschillende omgevingen.
  • omgaan met hoe zij technologie in hun eigen omgeving ervaren (te denken valt aan “het geeft plezier” en “het is ingewikkeld”).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.