Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Werkwijzen

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Het leergebied Mens & Maatschappij omvat schoolvakken die verwijzen naar verschillende wetenschappelijke disciplines. Die disciplines en dus ook die schoolvakken hebben hun eigen taal en tradities, eigen methoden en technieken om de wereld vanuit een bepaald perspectief en met bepaalde vraagstellingen te onderzoeken.

Om recht te doen aan die vakspecifieke kleuring en tegelijk meer samenhang in leerstofaanbod te garanderen zijn er voor het leergebied zogenoemde werkwijzen geformuleerd. Deze werkwijzen omschrijven de belangrijkste handelingen en activiteiten waarmee leerlingen binnen het leergebied en ook over meerdere leergebieden heen zelf kennis kunnen verwerven en verwerken.

Inhoud

De samenleving vraagt om burgers die om kunnen gaan met grote hoeveelheden uiteenlopende vormen van informatie. Die informatie moet worden geordend, beoordeeld en worden gebruikt om met elkaar van gedachten te wisselen en uiteindelijk om besluiten te nemen.

Het leergebied Mens & Maatschappij leert leerlingen om op gestructureerde manieren informatie te verzamelen en te verwerken (al dan niet als onderdeel van onderzoek doen), te onderzoeken en hoe geldig te redeneren en te argumenteren.

Door leerlingen uit te dagen om feiten en ontwikkelingen, nu, toen en straks, en ook de resultaten van hun onderzoek niet alleen te beschrijven, maar ook te waarderen en te beoordelen, draagt dit bij aan de vorming van jonge mensen tot mondige burgers, die hun bijdrage aan de samenleving kunnen leveren.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Informatie verwerven en verwerken

MM10.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 1.1 Aard van de wetenschap; 3.1 Onderzoeken - Leerlingen leren hoe de (natuur) wetenschap werkt en welke rol deze vervult in het dagelijks leven en de maatschappij. M&N draagt bij aan het op de juiste wijze onderscheid maken tussen feiten en meningen en de beoordeling van de betrouwbaarheid van bronnen.
  • M&N draagt bij aan het begrip van en voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Leerlingen leren hun vragen systematisch te beantwoorden aan de hand van waarnemingen en de interpretatie van die waarnemingen.

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen onderzoek en kritisch denken uit dit leergebied dragen bij het op een juiste manier verwerven en verwerken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling; 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken - Het (kritisch) verwerken van mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik is van belang bij het op een juiste manier verwerven, verwerken en verstrekken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.2 Data en statistiek - Leerlingen leren data te verwerken en statistiek te gebruiken. Dit kan ingezet worden bij M&M bij het verwerken en interpreteren van informatie, bij het onderzoek doen naar maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen en bij het presenteren van de opbrengsten.

Digitale Geletterdheid

  • 1.1 Van data naar informatie; 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie - Het gaat om het leren om een bewuste keuze te maken uit de beschikbare digitale middelen om informatie te zoeken, te selecteren en te presenteren. Leerlingen zetten digitale technologie wendbaar en creatief in (onder meer ten behoeve het presenteren van informatie of conclusies uit een onderzoek).

Kunst & Cultuur

  • 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren door het tonen en delen van eigen werk hoe dit overkomt en begrepen kan worden. Bij M&M bestaat dit eigen werk uit het presenteren van (verworven en verwerkte) informatie.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Toelichting

Informatie verwerven en verwerken is een proces waarbij het nodig is dat leerlingen weten hoe zij op een systematisch, effectieve en efficiënte wijze informatie kunnen zoeken, vinden, waarderen, gebruiken en delen. Ze leren een kritische houding aan om informatie op waarde te kunnen schatten.

In elke fase van het onderwijs worden steeds de volgende elementen met betrekking tot het verwerven en verwerken van informatie gekoppeld aan concrete vaardigheden; probleem formuleren, zoekstrategieën toepassen, verwerven en selecteren, verwerken, presenteren en evalueren/beoordelen.

Leerlingen leren hoe zij uit bronnen informatie kunnen verzamelen, selecteren, interpreteren en verwerken, om zo hun informatievraag te beantwoorden en te presenteren.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren om open vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inventariseren wat ze al weten;
  • formuleren wat ze nog willen weten;
  • antwoord te geven op wie-wat-waar-wanneer-waarom vragen;
  • gericht te luisteren naar informatie die anderen mondeling delen;
  • eenvoudige (beeld)bronnen te raadplegen;
  • opgedane kennis en ideeën aan anderen te presenteren en/of samen te vatten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij uit bronnen informatie kunnen verzamelen, selecteren, interpreteren en verwerken, om zo hun informatievraag te beantwoorden en te presenteren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een afgebakende informatievraag te formuleren;
  • vanuit een vraag een bruikbare zoekstrategie (zoals zoektermen en of trefwoorden) te kiezen;
  • vanuit een vraag relevante bronnen te selecteren;
  • verschillende soorten bronnen (zoals historische bronnen, geschreven en ongeschreven, analoog en/of digitaal, statistische gegevens, tabellen, grafieken en/of kaarten) te raadplegen;
  • uit bronnen relevante, betrouwbare informatie te halen;
  • een antwoord op de informatievraag te formuleren en deze te presenteren;
  • verantwoorden hoe een antwoord is gevonden (zoals bronnen vermelden);
  • op de kwaliteit van het antwoord op de vraag, het zoekproces en  de eigen rol met behulp van de docent te reflecteren.

Leerlingen leren adequate zoekstrategieën te hanteren om informatie te verzamelen, te selecteren, te interpreteren en te verwerken. Ze leren de conclusies te presenteren en het proces te evalueren.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren adequate zoekstrategieën te hanteren om informatie te verzamelen, te selecteren, te interpreteren en te verwerken. Ze leren de conclusies te presenteren en het proces te evalueren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bepalen wat de informatiebehoefte is en daarbij zelf een concrete informatievraag te formuleren;
  • een effectieve en efficiënte selectie en zoekstrategie naar bronnen uit te voeren;
  • op basis van criteria meerdere bruikbare bronnen te selecteren, daaruit de relevante informatie te halen en deze informatie te vergelijken;
  • bronnen en informatie uit de bronnen te beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit;
  • bronnen die gepubliceerd zijn in een moderne vreemde taal te raadplegen en voor het onderzoek te gebruiken;
  • een beargumenteerde conclusie te trekken/antwoord te formuleren bij de informatievraag;
  • een presentatie te geven die aansluit op de informatiebehoefte;
  • een bronnenlijst te maken;
  • zelfstandig alle stappen in het doorlopen proces te evalueren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Onderzoeken

MM10.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.2 - Onderzoeken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 1.1 Aard van de wetenschap; 3.1 Onderzoeken - Leerlingen leren hoe de (natuur) wetenschap werkt en welke rol deze vervult in het dagelijks leven en de maatschappij. M&N draagt bij aan het op de juiste wijze onderscheid maken tussen feiten en meningen en de beoordeling van de betrouwbaarheid van bronnen.
  • M&N draagt bij aan het begrip van en voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Leerlingen leren hun vragen systematisch te beantwoorden aan de hand van waarnemingen en de interpretatie van die waarnemingen.

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen onderzoek en kritisch denken uit dit leergebied dragen bij het op een juiste manier verwerven en verwerken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling; 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken - Het (kritisch) verwerken van mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik is van belang bij het op een juiste manier verwerven, verwerken en verstrekken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.2 Data en statistiek - Leerlingen leren data te verwerken en statistiek te gebruiken. Dit kan ingezet worden bij M&M bij het verwerken en interpreteren van informatie, bij het onderzoek doen naar maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen en bij het presenteren van de opbrengsten.

Digitale Geletterdheid

  • 1.1 Van data naar informatie; 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie - Het gaat om het leren om een bewuste keuze te maken uit de beschikbare digitale middelen om informatie te zoeken, te selecteren en te presenteren. Leerlingen zetten digitale technologie wendbaar en creatief in (onder meer ten behoeve het presenteren van informatie of conclusies uit een onderzoek).

Kunst & Cultuur

  • 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren door het tonen en delen van eigen werk hoe dit overkomt en begrepen kan worden. Bij M&M bestaat dit eigen werk uit het presenteren van (verworven en verwerkte) informatie.

MM10.2 - Onderzoeken - Toelichting

Door onderzoek te doen naar historische, geografische, economische, sociale of culturele verschijnselen, leren leerlingen de wereld om hen heen steeds beter te begrijpen. Vanuit verwondering, behoefte of urgentie kunnen onderzoeksvragen ontstaan. Bij onderzoek binnen het leergebied Mens & Maatschappij kunnen de leerlingen steeds de volgende aspecten toepassen (in toenemende mate van complexiteit): een onderzoeksvraag formuleren, een onderzoeksopzet ontwerpen, data verzamelen, conclusies trekken en presenteren. Zij kennen en herkennen de overeenkomsten en verschillen met onderzoek binnen het leergebied Mens & Maatschappij en andere leergebieden.

Leerlingen leren, vanuit een gegeven of zelfgekozen onderzoeksvraag, een onderzoek begeleid uit te voeren. Naar aanleiding van het onderzoek leren ze conclusies te formuleren en deze te presenteren.

MM10.2 - Onderzoeken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat je vragen kunt onderzoeken en hoe je dit kunt doen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerling leren:

  • (open) vragen te stellen over de wereld om hen heen;
  • hoe ze een eenvoudig onderzoek kunnen uitvoeren (zoals aan de hand van een vooraf aangereikt stappenplan);
  • gegevens verzamelen om antwoorden op hun vragen te vinden;
  • waarnemen en waarnemingen (in de waargenomen volgorde) beschrijven;
  • een korte presentatie te geven over hun waarnemingen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren, vanuit een gegeven of zelfgekozen onderzoeksvraag, een onderzoek begeleid uit te voeren. Naar aanleiding van het onderzoek leren ze conclusies te formuleren en deze te presenteren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een onderzoekbare vraag en eenvoudige hypothese te formuleren;
  • een stappenplan voor een onderzoek op te stellen en te volgen;
  • op verschillende manieren gegevens te verzamelen en selecteren (zoals het raadplegen van (historische) bronnen, observeren, interviewen en/of enquêteren);
  • hoe verzamelde informatie (zoals uit boeken, observaties, interviews of enquêtes) systematisch te verwerken (zoals in een grafiek, kaart of tabel);
  • met behulp van de verzamelde en geselecteerde gegevens een onderbouwd antwoord te geven op de onderzoeksvraag en hierbij gebruik te maken van vaktaal;
  • de onderzoeksresultaten (eenvoudig) te presenteren;
  • de onderzoeksresultaten te vergelijken met de hypothese;
  • te reflecteren op het onderzoek en een vervolgvraag te formuleren.

Leerlingen leren een verklarende onderzoeksvraag op te stellen; op gestructureerde wijze te onderzoeken en de resultaten te presenteren. Ze leren te reflecteren op proces & uitkomst van het onderzoek.

MM10.2 - Onderzoeken - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren een verklarende onderzoeksvraag op te stellen; op gestructureerde wijze te onderzoeken en de resultaten te presenteren. Ze leren te reflecteren op proces en uitkomst van het onderzoek.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een onderzoeksonderwerp te bepalen en daarbij een relevante verklarende onderzoeksvraag te formuleren;
  • een onderzoeksplan op te stellen en uit te voeren, waarbij verschillende onderzoeksmethoden (begeleid) worden toegepast (zoals het raadplegen van (historische bronnen), observeren, interviewen, enquêteren, opzetten van een experiment en/of simuleren);
  • met behulp van de verzamelde en geselecteerde gegevens een onderbouwd antwoord te geven op de onderzoeksvraag;
  • bronverwijzingen toe te passen;
  • een presentatie te geven over het uitgevoerde onderzoek, de onderzoeksfasen daarin te benoemen en antwoord te geven op de onderzoeksvragen;
  • te reflecteren op hun eigen rol in het uitgevoerde onderzoek en de resultaten van het onderzoek, waarbij zij ingaan op de betrouwbaarheid van de onderzoeksopzet en resultaten.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Waarderen, redeneren en argumenteren

MM10.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen kritisch denken en ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen kunnen toegepast worden bij de M&M werkwijze waarderen, redeneren en argumenteren.

Nederlands

  • 6.1 Kritisch (digitale) informatie vererven, verwerken en verstrekken - Het gaat hier om het kritisch verwerken van (onder meer digitale) informatie. Leerlingen leren talige, visuele en retorische middelen en de effecten ervan te herkennen en zelf in te zetten.

Rekenen & Wiskunde

  • 10.1 Logisch redeneren - Het betreft hier complexere redeneringen (waaronder deductieve redeneringen) en het zetten van redeneerstappen op basis van kennis en inzicht uit verschillende leergebieden.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Toelichting

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen, ontwikkelingen en/of vraagstukken kunnen waarderen op basis van feitelijke informatie en op basis van opvattingen van anderen. Ze leren hoe ze tegenstrijdige informatie en verschillende belangen kunnen afwegen. Leerlingen leren ook hoe je kunt communiceren over deze afweging: hoe je je kunt laten overtuigen door argumenten van anderen en hoe je een standpunt in kunt nemen en anderen kunt overtuigen met goede argumenten.

Leerlingen leren hoe zij argumenten kunnen wegen, hoe zij argumenten kunnen inzetten in een redenering en dat argumenten verschillend kunnen worden gewogen.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren wat argumenten zijn en hoe je deze kunt gebruiken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe ze onderscheid kunnen maken in voor- en tegenargumenten;
  • hoe argumenten naast elkaar kunnen bestaan.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij argumenten kunnen wegen, hoe zij argumenten kunnen inzetten in een redenering en dat argumenten verschillend kunnen worden gewogen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe ze onderscheid kunnen maken tussen feitelijke informatie en meningen;
  • bewust te zijn van de mogelijkheden die wetenschap biedt om tot betrouwbare antwoorden op vragen te komen;
  • de Mens- en Maatschappij denkwijzen in te zetten bij het formuleren van argumenten (zoals denken in continuïteit en verandering, denken in oorzaak en gevolg, denken vanuit de ander en jezelf);
  • een onderbouwd (waarde)oordeel uit te spreken over de standpunten van anderen;
  • vragen te stellen over de betrouwbaarheid van kennis;
  • kritisch te zijn ten aanzien van geuite eigen (waarde)oordelen.

Leerlingen leren hoe zij vanuit verschillende bronnen, waarden en belangen kunnen wegen. Ze leren hun mening te onderbouwen vanuit meerdere perspectieven en standpunten van anderen.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij vanuit verschillende bronnen, waarden en belangen kunnen wegen. Ze leren hun mening te onderbouwen vanuit meerdere perspectieven en standpunten van anderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verbanden te leggen tussen verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken op verschillende schaalniveaus en in verschillende tijdsperiodes en deze te ordenen;
  • op verschillende systematische manier belangen, waarden, motieven en standpunten te wegen;
  • een eigen onderbouwd oordeel en/of mening te vormen en deze te verwoorden;
  • verschillende posities in te nemen op basis van onderbouwde argumenten;
  • vooronderstellingen te signaleren en te herkennen of een redenering geldig is;
  • hoe kennis tot stand komt en welke (wetenschappelijke) methoden hieraan ten grondslag liggen en wat dit betekent voor de betrouwbaarheid en validiteit van deze kennis;
  • een onderbouwd oordeel uit te spreken over de oordelen en/of meningen van anderen;
  • te waarderen en een (objectief) oordeel te geven op basis van vakkennis en/of vakgerelateerde criteria informatie, redeneringen of onderzoeksresultaten;
  • een (subjectief) oordeel te geven op basis van eigen waarden en/of belangen standpunten, maatschappelijke verschijnselen of ontwikkelingen waarderen;
  • expliciet te maken welke criteria, kennis, waarden en/of belangen een rol spelen bij het waarderen en oordelen;
  • zich een beeld te vormen van de waarden, belangen, kennis en ervaringen die een rol spelen bij het waarderen en oordelen door henzelf en door anderen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.