Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Denkwijzen

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Het leergebied Mens & Maatschappij omvat schoolvakken die verwijzen naar verschillende wetenschappelijke disciplines. Die disciplines en dus ook die schoolvakken hebben hun eigen taal en tradities, eigen methoden en technieken om de wereld te onderzoeken. Om recht doen aan die vakspecifieke kleuring en tegelijk meer samenhang in leerstofaanbod te garanderen zijn er voor het leergebied zogenoemde denkwijzen geformuleerd. Deze denkwijzen omschrijven de belangrijkste manieren van kijken en denken waarmee leerlingen het gereedschap krijgen om de werkelijkheid te leren begrijpen en duiden en die, ongeacht het schoolvak, in bijna iedere context toegepast kunnen worden.

Inhoud

De samenleving verandert voortdurend. Dat vraagt om burgers die actuele verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken kunnen beschouwen en kunnen overdenken en de vaardigheden bezitten om kennis in nieuwe situaties te kunnen inzetten.

Bij Mens & Maatschappij komen methoden of manieren van denken aan de orde, waarmee leerlingen binnen het leergebied en ook binnen de schoolvakken naar de wereld kunnen kijken en deze kunnen duiden. Vaak gaat het om manieren van denken die leerlingen 'als vanzelf' toepassen, zoals denken in oorzaken-gevolgen en denken in overeenkomsten en verschillen. Deze manieren van denken worden binnen het leergebied verdiept en expliciet gemaakt. Andere manieren van denken zijn minder intuïtief. Door leerlingen manieren van denken aan te bieden, ontwikkelen zij de vaardigheden die hen in staat stellen om in nieuwe situaties en in combinatie met hun kennis, na te denken over vragen, hoe ze als burger en als mens in deze wereld kunnen en willen zijn.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Denken in continuïteit en verandering

MM09.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Toelichting

Leerlingen leren het verschil tussen verandering en continuïteit en leren beschrijven wat verandert en wat hetzelfde blijft.

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of hetzelfde blijven.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over veranderingen in de tijd en over dat wat niet verandert.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over zichzelf in termen van vroeger, nu en in de toekomst;
  • over wat in de tijd veranderd is en wat gelijk blijft zoals thuis, op school, en in hun omgeving.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of hetzelfde blijven.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe vroeger verschijnselen en situaties anders waren dan nu, en in de toekomst mogelijk anders zullen worden, bijvoorbeeld  op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven;
  • waarom verschijnselen en situaties door de tijd heen min of meer hetzelfde zijn gebleven en waarschijnlijk zullen blijven, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven;
  • waardoor verschijnselen en situaties in de loop van de tijd veranderd zijn, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven.

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of in stand blijven en hoe de aard, het tempo, de omvang en impact van veranderingen (kunnen) zijn.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of in stand blijven en hoe de aard, het tempo, de omvang en impact van veranderingen (kunnen) zijn.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe verschijnselen in geleerde en bekende contexten door verschillende oorzaken/processen veranderd zijn en mogelijk zullen veranderen, en welke verschillende verklaringen daarvoor denkbaar zijn;
  • over veranderingen in termen van aard, tempo en impact.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit meerdere perspectieven

MM09.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Toelichting

Door verschijnselen, ontwikkelingen en/of vraagstukken vanuit meerdere perspectieven (sociale-, culturele- politieke-, economische-, historische- en geografische- en in voorkomende gevallen ook religieuze en filosofische) te bekijken, leer je deze beter te begrijpen en wordt ook duidelijk hoe complex en veelzijdig de werkelijkheid kan zijn.

Leerlingen leren hoe het kijken vanuit verschillende perspectieven kan helpen bij het begrijpen van situaties.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat zij situaties en gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven kunnen bekijken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe zij een situatie of gebeurtenis vanuit verschillende kanten (perspectieven) kunnen bekijken, waarbij ieder perspectief nieuwe inzichten oplevert (zoals het nieuw te ontwerpen schoolplein moet aantrekkelijk, veilig en niet te duur worden);
  • hoe het innemen van verschillende perspectieven kan leiden tot dilemma's (zoals bouwen we nieuwe huizen met grote tuinen of willen we juist veel gezamenlijk groen in de buurt);
  • hoe het innemen van verschillende perspectieven tot verschillende oplossingen kan leiden.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe het kijken vanuit verschillende perspectieven kan helpen bij het begrijpen van situaties.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe een ander of nieuw perspectief (cultureel-, politiek-, natuurlijk-, economisch- en/of filosofisch) nieuwe inzichten kan geven over situaties;
  • hoe informatie vanuit verschillende perspectieven kan leiden tot dilemma's (zoals oude kerken kunnen worden onderhouden, gesloopt of een nieuwe bestemming krijgen);
  • dat het perspectief van waaruit je kijkt invloed heeft op de oplossingen die we voor een probleem en/of de toekomst bedenken.

Leerlingen leren hoe zij verschillende perspectieven kunnen inzetten om tot verschillende oplossingen te komen en hoe eventueel toekomstscenario’s te maken.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij verschillende perspectieven kunnen inzetten om tot verschillende oplossingen te komen en hoe eventueel toekomstscenario’s te maken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe een combinatie van culturele-, politieke-, religieuze-, natuurlijke-, technologische; economische- en/of filosofische perspectieven helpt een compleet beeld te schetsen van een situatie, gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe verschillende waarden en belangen bepalend zijn voor de perspectieven die mensen innemen;
  • hoe de keuze voor een bepaald perspectief invloed heeft op de oplossingen die ze voor een probleem kiezen of het toekomstscenario dat ze bedenken;
  • hoe het betrekken van meerdere perspectieven bij het opstellen van toekomstscenario's kan helpen om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke problemen of spanningen;
  • welke vooronderstellingen en methoden ten grondslag liggen aan de verschillende perspectieven (menswetenschappen) en op basis daarvan de waarde van die perspectieven te wegen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit de ander en jezelf

MM09.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
    Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.
  • 7.1 Beleven van kunst - Leerlingen leren de waarde en betekenis van culturele en kunstzinnige activiteiten met anderen te delen, een oordeel uit te stellen en voorkeuren te ontdekken.

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - De beschreven denk- en handelwijzen met betrekking tot affectieve en cognitieve empathie kunnen bijdragen aan toepassen van de M&M denkwijze denken vanuit de ander en jezelf.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Toelichting

“Zou ik er net zo over denken als ik iemand anders was, ergens anders zou wonen of in een andere tijd zou leven?” Individuen en groepen verschillen in hoe zij verschijnselen, ontwikkelingen, situaties en/of vraagstukken bekijken en beoordelen. De verschillen kunnen voortkomen uit levensbeschouwelijke overtuiging, culturele achtergrond, politieke- of persoonlijke opvattingen of persoonlijke omstandigheden. Het oordeel van mensen hangt ook samen met de historische context waarin, de geografische plaats waarop, of de sociale positie waarin zij zich bevinden (standplaatsgebondenheid). Wanneer je probeert te begrijpen hoe 'de ander' kijkt en denkt, krijg je een completer en veelzijdiger beeld.

Leerlingen leren de denkbeelden en ideeën van henzelf en anderen te gebruiken bij het vormen van hun eigen beelden en ideeën.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe denkbeelden en ideeën van anderen kunnen verschillen met die van henzelf.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe je rekening kunt houden met de gevoelens, wensen, voorkeuren en gedachten van anderen en de situatie waarin hij zich in bevindt.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren de denkbeelden en ideeën van henzelf en anderen te gebruiken bij het vormen van hun eigen beelden en ideeën.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe mensen in andere tijden en mensen op andere plekken er andere denkbeelden en ideeën op na houden/hielden (zoals familieleden in het buitenland die heel anders leven);
  • hoe verschil van inzicht en belangen kunnen leiden tot nieuwe ideeën en/of tot conflicten.

Leerlingen leren hoe beelden en ideeën over anderen tot stand komen en hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe beelden en ideeën over anderen tot stand komen en hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • op welke manieren emoties, voorkeuren, ideeën en opvattingen van anderen zijn te herleiden tot onderliggende waarden;
  • hoe en in welke mate de (culturele-, economische- of levensbeschouwelijke-) achtergrond van mensen een rol speelt bij de vorming van hun waarden;
  • hoe zij kunnen bepalen of en in welke mate de tijd waarin of de plaats waar mensen leven een rol speelt in de manier waarop zij tegen zaken aankijken;
  • hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in overeenkomsten en verschillen

MM09.4 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Toelichting

Mensen gebruiken overeenkomsten en verschillen om de wereld te ordenen, bijvoorbeeld overeenkomsten en verschillen tussen (groepen) mensen, bedrijven, gebieden of tijden. Binnen het leergebied leren leerlingen hoe ze perioden kunnen vergelijken: sommige zaken veranderen maar niet alles verandert (continuïteit en verandering). Daarnaast leren leerlingen hoe ze gebieden kunnen vergelijken, waarbij schaalniveau een belangrijke rol speelt. Kijken naar overeenkomsten en verschillen roept vragen op zoals waarom of waardoor ze er zijn.

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen benoemen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij voorwerpen en situaties kunnen vergelijken (zoals 'wat is er anders en wat is hetzelfde?');
  • hoe ze voorwerpen en situaties kunnen ordenen op basis van kenmerken (zoals 'hoe kun je zien of iets oud is?');
  • hoe overeenkomsten en verschillen ontstaan (zoals 'hoe komt het dat het op sommige plaatsen druk is en op andere plaatsen rustig?').

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken;
  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken;
  • dat overeenkomsten en verschillen tussen mensen (mede) voortkomen uit politieke-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden.

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen aan de hand van overeenkomstige- en onderscheidende kenmerken kunnen vergelijken en verklaren.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen aan de hand van overeenkomstige- en onderscheidende kenmerken kunnen vergelijken en verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken aan de hand van criteria (zoals 'hoe hebben politieke keuzes ertoe geleid dat, hoe hebben economische keuzes…’);
  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen op meerdere manieren kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken (zoals ‘in welke categorieën kun je deze informatie indelen?’);
  • in welke mate politiek-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden bij mensen overeenkomsten en verschillen verklaren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in oorzaken en gevolgen

MM09.5 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.1 Kansen en kansverdelingen; 5.2 Data en statistiek - Leerlingen gebruiken kennis over kansen en kansenverdelingen om in te kunnen schatten of gebeurtenissen daadwerkelijk plaats zullen vinden (en hebben gevonden) op basis van de waarschijnlijkheid van de verschillende oorzaken. Daarnaast gebruiken ze vaktaal uit data en statistiek, in het bijzonder correlatie en causaliteit.

Mens & Natuur

  • 4.4 Relaties en verbanden - Het betreft het begrip van en voor een natuurwetenschappelijke kijk op oorzaak-gevolg relaties.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Toelichting

Verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken hebben veelal meerdere oorzaken en kunnen meerdere gevolgen hebben. Binnen het leergebied Mens & Maatschappij gaat het zelden om eenduidige of noodzakelijke verbanden (‘als dit, dan altijd dat’). Ook toeval, omstandigheden en de motieven van individuen en organisaties spelen een rol en hebben bedoelde en onbedoelde gevolgen. Wanneer we onderscheid maken in een korte- en lange termijn, of kijken op een ander schaalniveau, komen andere oorzaken en gevolgen in beeld.

Leerlingen leren dat verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken veelal meerdere oorzaken hebben en meerdere bedoelde of onbedoelde gevolgen kunnen hebben.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren om eenvoudige gebeurtenissen te beschrijven aan de hand van oorzaken en gevolgen. Ze leren dat er een verband is tussen oorzaak en gevolg.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • zich af te vragen wat de oorzaak van een gebeurtenis is;
  • verbanden te leggen tussen waarneembare gevolgen en oorzaken;
  • hoe mensen invloed kunnen hebben op oorzaken en gevolgen en dat gebeurtenissen gevolgen kunnen hebben voor hun directe omgeving.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken veelal meerdere oorzaken hebben en meerdere bedoelde of onbedoelde gevolgen kunnen hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe een gebeurtenis meerdere oorzaken en meerdere gevolgen kan hebben;
  • dat oorzaken en gevolgen van verschillend belang kunnen zijn;
  • hoe handelingen van mensen ook onbedoelde gevolgen (kunnen) hebben;
  • dat er gevolgen zijn op korte termijn en op lange termijn.

Leerlingen leren hoe je oorzaken en gevolgen van verschijnselen, ontwikkelingen, problemen en vraagstukken kunt beschrijven, verklaren en voorspellen.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe je oorzaken en gevolgen van verschijnselen, ontwikkelingen, problemen en vraagstukken kunt beschrijven, verklaren en voorspellen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe ze verschillende soorten oorzaken en gevolgen kunnen onderscheiden (zoals ‘hoe zien de economische gevolgen van deze gebeurtenis eruit?’);
  • hoe oorzaken en gevolgen verschillend van aard kunnen zijn: aanleiding, directe oorzaak, diepere oorzaak, enzovoorts;
  • hoe ze verschillende oorzaken en verschillende gevolgen kunnen wegen (zoals ‘wat was de belangrijkste oorzaak?’);
  • hoe beslissingen van mensen, organisaties en instituties bedoelde en onbedoelde gevolgen kunnen hebben (zoals ‘wat kan een gevolg zijn van een wet op…?’; ‘hoe heeft deze ontwikkeling ervoor gezorgd dat bedrijven die keuzes maakten?’) en dat elk gevolg zelf weer een oorzaak kan zijn;
  • in te schatten of gebeurtenissen daadwerkelijk plaats zullen vinden op basis van de waarschijnlijkheid van het optreden van verschillende oorzaken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit actoren en structuren

MM09.6 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

Rekenen & Wiskunde

  • 4.1 Verbanden, verschijningsvormen, vergelijkingen; 4.2 Speciale verbanden; 12.1 Modelleren - Kennis van verbanden en vergelijkingen (ook numeriek en grafisch) kunnen helpen om het abstracte denken in actoren en structuren mogelijk te maken. Ook leren leerlingen dat een maatschappelijke gebeurtenis,  verschijnsel of proces door middel van een (wiskundig) model kan worden weergegeven.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Toelichting

We kennen de geschreven en ongeschreven regels die in onze omgeving gelden en staan er niet bij stil hoe onze sociale omgeving van grote invloed is op ons gedrag. Verschillende actoren zoals vrienden, buren, medeleerlingen, organisaties, instituties, partijen zorgen ervoor dat we dingen doen of laten. De onderlinge verhoudingen en relaties van deze actoren vormen de structuren in onze samenleving. Uiteindelijk zorgt een goed inzicht in de verschillende belangen ervoor dat een leerling een afgewogen standpunt kan bepalen over maatschappelijke kwesties.

Leerlingen leren zich af te vragen welke verschillende actoren en structuren een rol (kunnen) spelen bij een maatschappelijk verschijnsel of gebeurtenis.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat de wereld om hen heen is georganiseerd, hoe (on)geschreven regels en afspraken werken en hoe mensen verschillende posities kunnen hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • over bekende actoren en structuren uit de eigen omgeving zoals burgemeester of de brandweer;
  • hoe (on)geschreven regels en afspraken werken;
  • dat mensen verschillende posities hebben (zoals ouderen, de koning of politieagenten).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren zich af te vragen welke verschillende actoren en structuren een rol (kunnen) spelen bij een maatschappelijk verschijnsel of gebeurtenis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe verschillende groepen mensen, bedrijven, instellingen, etc. betrokken zijn bij een maatschappelijke gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe ze(on)geschreven regels en afspraken kunnen benoemen;
  • over verschillende belangen of perspectieven van actoren en structuren zoals beheren van de openbare ruimte door buurtbewoners, de gemeente en de politie;
  • hoe indelingen (bijvoorbeeld schema’s) kunnen helpen om de maatschappij overzichtelijker te maken en hoe ze eenvoudige indelingen maken.

Leerlingen leren hoe verschillende actoren en structuren van belang zijn bij maatschappelijke ontwikkelingen. Ze leren over de invloed ervan en hoe zich te verhouden tot actoren en structuren.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe verschillende actoren en structuren van belang zijn bij maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen. Ze leren over de invloed ervan en hoe zich te verhouden tot actoren en structuren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe en in hoeverre relaties bestaan tussen verschillende groepen mensen, bedrijven, instellingen;
  • (on)geschreven regels en afspraken benoemen en hierin een keuze maken;
  • over verschillende belangen en motieven van actoren en hoe en in welke mate ze van invloed zijn op een (maatschappelijke) gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe indelingen, schema's en modellen inzicht geven in de werking van de maatschappij en hoe je deze op een eenvoudige wijze maakt en toepast;
  • hoe hun eigen rol en positie is ten opzichte van de verschillende actoren en structuren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in betekenis

MM09.7 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.7 - Denken in betekenis

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
    Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.
  • 5.1 Kunst- en cultuurhistorische contexten; 6.1 Functies van kunst; 7.1 Beleven van kunst; 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren kunst- en cultuurhistorische contexten te bevragen, onderzoeken en begrijpen en geven hun dus betekenis aan. Ze leren vanuit verschillende perspectieven kunst als spiegel van de wereld te duiden. Ze leren tevens de waarde en betekenis van culturele en kunstzinnige activiteiten en ook die van hun eigen werk met anderen te delen, een oordeel uit te stellen en voorkeuren te ontdekken.

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - De beschreven denk- en handelwijzen met betrekking tot affectieve en cognitieve empathie kunnen bijdragen aan toepassen van de M&M denkwijze denken in betekenis.

MM09.7 - Denken in betekenis - Toelichting

Mensen en maatschappijen kennen betekenissen toe aan situaties, gebeurtenissen en ontwikkelingen. Betekenissen worden gevormd in een sociale context, meestal in gesprekken. Ze komen voort uit ideeën die we hebben en hebben relaties met onze levensbeschouwelijke-, culturele achtergrond en gedeelde- of persoonlijke ervaringen. Leerlingen leren hoe mensen betekenis geven en ze leren dat zij zelf ook betekenis kunnen vormen. Leerlingen leren dat mensen aan dezelfde gebeurtenis, verschillende betekenissen kunnen geven.

Leerlingen leren hoe mensen verschillend kunnen denken. Ze leren hoe mensen vanuit hun achtergrond kunnen verschillen in het geven van betekenis.

MM09.7 - Denken in betekenis - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over vragen waarop veel verschillende antwoorden mogelijk zijn.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • (filosofische) vragen stellen over wat zij om zich heen zien, horen en meemaken;
  • over vragen waarop verschillende antwoorden gegeven kunnen worden;
  • over deze vragen na te denken en er met anderen over te praten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe mensen verschillend kunnen denken. Ze leren hoe mensen vanuit hun achtergrond kunnen verschillen in het geven van betekenis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe verschillend mensen kunnen denken bij het stellen en beantwoorden van (filosofische) vragen;
  • hoe individuen en groepen betekenis geven aan gebeurtenissen, personen, plaatsen, objecten en ontwikkelingen;
  • hoe verschillen in denken en betekenisgeven kunnen leiden tot verschillen van mening.

Leerlingen leren hoe levensbeschouwing, cultuur, gedeelde- en persoonlijke ervaringen van invloed zijn op betekenis geven. Ze leren betekenissen herkennen en analyseren en hun uniciteit te ervaren.

MM09.7 - Denken in betekenis - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe levensbeschouwing, cultuur, gedeelde- en persoonlijke ervaringen van invloed zijn op het geven van betekenis. Ze leren betekenissen herkennen en analyseren en hun uniciteit te ervaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe abstracte concepten (zoals rechtvaardigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid en geluk) kunnen helpen bij de betekenisgeving van persoonlijke ervaringen of maatschappelijke vraagstukken;
  • hoe betekenissen te herkennen zijn aan menselijk gedrag, taal of symbolen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.