Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Macht en gezag

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Macht gaat over de invloed van personen, bedrijven, media, instanties en overheid op anderen. Dit kan bijvoorbeeld door machtsbronnen in te zetten als wetten, kennis en informatie, functie, overtuigingskracht, geld en geweld. Personen, organisaties, bedrijven en landen proberen hun doelen te bereiken. Dat kan leiden tot conflicten of vormen samenwerking.

Inhoud

Zolang mensen in een samenleving macht als legitiem beschouwen is er sprake van gezag en staan zij toe dat zij beïnvloed worden. Maar hoe bepalen we hoe de (politieke en bestuurlijke) macht is geregeld? Zonder legitimiteit kan macht overgaan in het uithollen van de vrijheid. Burgers moeten door wetgeving en rechten beschermd worden tegen machtsmisbruik door andere burgers, bedrijven of de overheid. De democratische rechtsstaat en de mensenrechten spelen hierbij een cruciale rol.

Binnen het leergebied Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe de machtsverhoudingen tussen burgers, bedrijven en staat is georganiseerd, hoe het bestuur in Nederland (inclusief de ontstaansgeschiedenis ervan) en in andere landen is geregeld. Het gaat ook over (inter-) nationale samenwerkingsverbanden en conflicten. En tevens over hoe leerlingen invloed kunnen uitoefenen op bestuur en besluitvorming; van leerlingenparticipatie op school tot aan landelijke of Europese verkiezingen.

In het persoonlijke leven van de leerling heeft hij ook te maken met macht en machtsverhoudingen. Wat mogen de overheid en bedrijven van je weten? Hoe beïnvloeden de media je keuzes? Bewustzijn van de manieren waarop je beïnvloed wordt, kan bijdragen aan het maken van weloverwogen keuzes en het volwaardig en actief functioneren binnen de democratische rechtsstaat.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Macht en gezag

MM07.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM07.1 - Macht en gezag

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 1.1 Vrijheid en gelijkheid; 2.1 Macht en inspraak; 3.1 Democratische cultuur - Leerlingen reflecteren op het functioneren van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers. Verder komen maatschappelijke vraagstukken aan de orde waarbij machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen een rol spelen. Daarnaast is de democratische cultuur van belang waarbij geleerd wordt dat verschillen van inzicht, waarden, overtuigingen, belangen en emoties niet altijd overbrugd kunnen of hoeven worden.
  • 7.1 Digitaal samenleving - Leerlingen leren onder meer dat media invloed hebben op het sociale en politieke leven en op welke wijze. Ze onderzoeken tevens de betrouwbaarheid van bronnen.
  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Van belang is met name de denk- en handelwijze met betrekking tot overleg en conflicthantering.

Digitale Geletterdheid

  • 5.1 De digitale burger - Digitale technologie wordt ingezet om democratische processen te ondersteunen of te belemmeren en heeft daarmee invloed op de verdeling van de onder meer politieke macht.

Bewegen & Sport

  • 6.1/8.5 Samen bewegen - Leerlingen leren om te gaan met het sociale aspect van bewegen. Als mensen bewegen doen ze dat steeds vaker met elkaar en/of tegen elkaar.

MM07.1 - Macht en gezag - Toelichting

Macht is het vermogen om invloed uit te oefen op het handelen van anderen. Formeel bestaat die macht uit de bevoegdheid om regels en wetten te maken, uit te voeren, te handhaven en sancties op te leggen aan wie ze overtreedt. Die bevoegdheid komt toe aan ouders en leerkrachten, en aan het bestuur van het land. Kinderen leren omgaan met regels en afspraken. Ze leren hoe bestuur en recht in onze democratische rechtsstaat is georganiseerd en de macht gedeeld. Ze denken na over vragen rond bestuur en recht en bereiden zich voor op hun rol als volwaardig burger met actief en passief stemrecht.

Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, over vrijheid en gelijkheid en macht en gezag. En ze leren over hoe ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

MM07.1 - Macht en gezag - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat regels en afspraken nuttig zijn om samen te kunnen spelen en leven. Ze leren over macht- en gezagsdragers in en buiten de school en dat ze zelf ook een stem en rechten hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gezagsdragers (benoemd of gekozen) en hun rol (zoals ouders, leerkrachten, de politie, ministers, de koning, president);
  • over afspraken en regels, de handhaving en eventuele consequenties van het overtreden of niet naleven daarvan;
  • hoe er op school, thuis en bij anderen verschillende regels gelden;
  • over rechten van kinderen en over hun rechten en invloed;
  • over veilig gedrag in de publieke ruimte (zoals in het verkeer).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, over vrijheid en gelijkheid en macht en gezag. En ze leren over hoe ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over machthebbers en gezagsdragers en het verschil tussen macht en gezag;
  • over het vastleggen van afspraken in regels en wetten;
  • over (het ontstaan en de geschiedenis van) de democratische rechtsstaat in Nederland en de grondwet;
  • over het politieke bestel en de werking van de rechtspraak in Nederland (gemeente, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtbank);
  • over verschillende staatsvormen (zoals monarchie en democratie);
  • over voorbeelden van vreedzaam gebruik en misbruik van macht en gezag (zoals slavernij, Duitse bezetting, Jodenvervolging);
  • over manieren van invloed uitoefenen in de eigen omgeving en daarbuiten, kinderrechten en manieren om ervoor te zorgen dat die in de wereld worden nageleefd;
  • over gedrag in de publieke ruimte (zoals verkeersregels en gedrag in het verkeer).

Leerlingen leren over het ontstaan en functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en over andere staatsvormen. Zij leren hoe zij zelf invloed uit kunnen oefenen.

MM07.1 - Macht en gezag - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over het ontstaan en functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en over andere  staatsvormen. Zij leren hoe zij zelf invloed uit kunnen oefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de voor- en nadelen en de (on)mogelijkheden van internationale samenwerking binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties;
  • over machts- en gezagsverhoudingen binnen bedrijven en organisaties en tussen burgers, bedrijven, organisaties, landen;
  • over historische contexten die van belang zijn voor het ontstaan van de democratische rechtsstaat in Nederland (zoals de Grondwet, de basiswaarden en grondrechten in Nederland en de EU) en de waardering voor de democratische rechtsstaat (zoals de Opstand, Franse Revolutie, ideologieën, Duitse bezetting);
  • over de werking van het politieke bestel en de scheiding der machten (gemeente, provincie, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtspraak);
  • over verschillende staats- en organisatievormen die er waren en (denkbaar) zijn (zoals dictatuur, republiek, monarchie, aristocratie, tirannie, totalitaire systemen);
  • over internationale machtsongelijkheid in het verleden (kolonialisme) en het heden (schendingen van mensenrechten).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Samenwerking en conflict

MM07.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM07.2 - Samenwerking en conflict

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 1.1 Vrijheid en gelijkheid; 2.1 Macht en inspraak; 3.1 Democratische cultuur - Leerlingen reflecteren op het functioneren van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers. Verder komen maatschappelijke vraagstukken aan de orde waarbij machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen een rol spelen. Daarnaast is de democratische cultuur van belang waarbij geleerd wordt dat verschillen van inzicht, waarden, overtuigingen, belangen en emoties niet altijd overbrugd kunnen of hoeven worden.
  • 7.1 Digitaal samenleving - Leerlingen leren onder meer dat media invloed hebben op het sociale en politieke leven en op welke wijze. Ze onderzoeken tevens de betrouwbaarheid van bronnen.
  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Van belang is met name de denk- en handelwijze met betrekking tot overleg en conflicthantering.

Digitale Geletterdheid

  • 5.1 De digitale burger - Digitale technologie wordt ingezet om democratische processen te ondersteunen of te belemmeren en heeft daarmee invloed op de verdeling van de onder meer politieke macht.

Bewegen & Sport

  • 6.1/8.5 Samen bewegen - Leerlingen leren om te gaan met het sociale aspect van bewegen. Als mensen bewegen doen ze dat steeds vaker met elkaar en/of tegen elkaar.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Toelichting

Om doelen te bereiken hebben mensen belang bij samenwerken. In de klas, in de maatschappij en in de politiek hebben mensen en groepen elkaar nodig om hun doelen te halen. Wanneer deze doelen en de daarbij behorende belangen te ver uit elkaar liggen, kunnen er spanningen of zelfs conflicten ontstaan.

Leerlingen leren hoe verschillende doelen of belangen kunnen leiden tot conflicten en tot samenwerking. Ze leren over internationale conflicten en internationale samenwerking.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over bedoelingen van mensen. Ze leren hoe mensen verschillen in dat wat ze willen en denken. Ze leren over het omgaan met en het oplossen van conflicten.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  • over samenwerken;
  • over oorzaken van conflicten door verschillende belangen, opvattingen en gevoelens;
  • over het oplossen van conflicten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe verschillende doelen of belangen kunnen leiden tot conflicten en tot samenwerking. Ze leren over internationale conflicten en internationale samenwerking.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  •  over het ontstaan van conflicten en manieren om conflicten te voorkomen;
  • over oplossingsstrategieën bij conflicten;
  • over samenwerkingsvormen op verschillende schaalniveaus (binnen de klas, in een bedrijf, tussen politieke partijen, binnen de EU);
  • over het ontstaan en de gevolgen van (internationale) conflicten in het verleden en actuele conflicten.

Leerlingen leren over achterliggende motieven bij conflicten en samenwerkingsvormen. Ze leren over de langetermijngevolgen van deze conflicten.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over achterliggende motieven bij conflicten en samenwerkingsvormen. Ze leren over de langetermijngevolgen van deze conflicten.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  • over samenwerking binnen de Europese Unie en over andere (internationale) samenwerkingsverbanden;
  • over conflicten uit het verleden die een relatie hebben met het Europa en de wereld van nu (zoals de Franse Revolutie, de Eerste en Tweede Wereldoorlog);
  • over strategieën om eventuele conflicten (geweldloos) op te lossen;
  • hoe Europese landen hun belangen wereldwijd gingen verspreiden, vroeger en nu; en hoe dit leidde tot verzet;
  • over actuele nationale en internationale conflicten die onder meer invloed hebben op de Nederlandse samenleving en op individuen;
  • over de verschillende soorten grenzen die een gebied of regio afbakenen en wat de gevolgen zijn die kunnen optreden bij het trekken van grenzen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.