Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Tonen en delen van eigen werk

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Leren om vol trots, zelfvertrouwen en met plezier (tussentijds) eigen of gezamenlijk (artistiek of theoretisch) werk te tonen of uit te voeren is een vaardigheid waar leerlingen nu en in de toekomst in studie of werk profijt van hebben. Een presentatie van eigen of gezamenlijk werk kan leiden tot een ontmoeting, een inhoudelijk gesprek met anderen, een waardering en een positief-kritische (zelf-)reflectie op het proces en het product. Deze reflectie leidt tot zelfinzicht waarbij leerlingen ook inzicht krijgen in eigen voorkeuren door deze te bevragen. Dit is een doorlopend proces van groei en oefening.

Inhoud van de opdracht

Leerlingen leren praktisch en theoretisch werk samen en individueel te presenteren. In de praktische context (de praktijk van de kunstvakken) gaat het over de (tussentijdse) presentatie/uitvoering van eigen of gezamenlijk werk in de vorm van bijvoorbeeld een expositie, concert, film of voorstelling. Het proces maakt daar onderdeel van uit. Voor leerlingen is dit hét moment om te ontdekken hoe hun boodschap, het resultaat in (bewegend) beeld, klank, woord en in beweging in relatie tot de ruimte of omgeving, is overgekomen. In de theoretische context gaat het over de presentatie van de uitkomsten van bijvoorbeeld een kunst- en cultuurhistorisch onderzoek.

Leerlingen maken kennis met verschillende presentatievormen en –technieken. Ze leren onder meer het lichaam en de stem te gebruiken om een boodschap kracht bij te zetten. Ze leren het effect van bewegingen in de ruimte te benutten, mimiek functioneel te gebruiken, te spelen met de warmte van de stem of gebruik te maken van de muziek en het ritme van woorden en ook om de stilte bewust te gebruiken. Daarnaast leren leerlingen presentaties te plannen en organiseren, afspraken te maken, samen te werken, initiatief en lef te tonen. Ze leren samen of alleen, binnen of buiten de muren van de school, onder spanning, een (tussentijdse) opbrengst te presenteren. Ze leren terug te kijken en te reflecteren op die ervaring. De interactie met het publiek vraagt van leerlingen een nieuwsgierige onderzoekende houding naar meningen van anderen. De verworven kennis en vaardigheden nemen leerlingen mee in volgende presentaties.

Brede vaardigheden

  • Manieren van denken en handelen:
    • creatief denken en (praktisch) handelen
    • probleemoplossend denken en handelen
    • kritisch denken
  • Manieren van omgaan met anderen:
    • communiceren
    • samenwerken
    • sociale en culturele vaardigheden
  • Manieren van jezelf kennen:
    • zelfregulering
    • oriëntatie op jezelf en je loopbaan
    • ondernemend denken en handelen

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Tonen en delen van eigen werk

KC8.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Tonen en delen van eigen werk hangt samen met

  • Nederlands 5.1 Doelgericht communiceren. Leerlingen gebruiken communicatieve vaardigheden en - strategieën om eigen werk te delen en te tonen.
  • Moderne vreemde talen 2.1 Creatieve vormen van taal. Leerlingen verzorgen een creatieve presentatie in een moderne vreemde taal en sluit aan bij ‘leren een eigen artistieke uiting in een (in)formele setting op een persoonlijke manier te uiten’.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen geven betekenis aan de werkelijkheid door het tonen en delen van werk.
  • Mens & Maatschappij 10.2 Onderzoeken. Leerlingen leren de wereld begrijpen door onderzoek te doen naar historische, geografische, economische, sociale of culturele verschijnselen door het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.2 Digitale communicatie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.3 Digitale samenwerking. Leerlingen leren digitale toepassingen bij de samenwerking in netwerken te gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 6.2 Digitale marketing. Leerlingen leren digitale technologie voor reclame en marketingdoeleinden bewust te gebruiken bij het tonen en delen van werk.

Leerlingen leren presenteren wat ze gemaakt hebben, tonen het product en het proces (tussentijds) aan anderen en leren reflecteren op het werk- en leerproces.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vol trots en met plezier eigen werk tonen. Ze oefenen met het tonen en delen van eigen of gezamenlijke artistieke uitingen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving. Daarnaast leren ze te kijken en luisteren naar elkaar en elkaars werk en hierop te reageren. Leerlingen nemen reacties van ouders en medeleerlingen in ontvangst en wisselen ervaringen uit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen artistieke uitingen in een informele setting te tonen en delen;
  • een artistieke uiting of onderzoek alleen of samen presenteren;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen en hierop samen reflecteren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun presentatievaardigheden. Leerlingen worden zich bewust van de interactie die plaatsvindt tijdens een presentatie. De leerlingen leren tijdens de voorbereiding en uitvoering van een presentatie dat er verschillende rollen (bijvoorbeeld maker, uitvoerder, organisator of technicus) bestaan. De leerlingen leren (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in te zetten om hun presentatie beter te maken. Ze leren reacties in ontvangst nemen en reflecteren (tijdens de voorbereiding en na afloop) op eigen en andermans presentaties. Ze maken daarbij onderscheid tussen vorm en inhoud. Door te presenteren krijgen de leerlingen inzicht in persoonlijke (artistieke) voorkeuren, hun talenten en de uitdagingen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces tonen en hierbij eenvoudige vaktaal gebruiken;
  • bestaand werk opvoeren en eigen artistieke uitingen in een (in)formele setting en op een eigen manier te delen en daarbij rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • presentaties organiseren, kennismaken met de verschillende rollen en een rolverdeling, te denken valt aan: decorbouwers, curator en een regisseur en een kaartjesverkoper;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen reflecteren op de rol van de uitvoerende(n).

Leerlingen leren keuzes te maken hoe het product en/of proces (tussentijds) te presenteren. Ze reflecteren op het werk- en leerproces en delen hun inzichten met anderen.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen kennis en vaardigheden. Leerlingen leren eigen of gezamenlijk (artistiek of theoretisch) werk tonen en kiezen daarvoor de meest passende presentatievorm. Leerlingen presenteren samen of individueel eigen artistiek en theoretisch werk binnen en/of buiten de school en houden daarbij rekening met de doelgroep en het doel van de presentatie. Ze maken afspraken met elkaar over de inhoud en de vorm, leren de presentatie te organiseren en een taakverdeling te maken. Zij leren inhoudelijke gesprekken voeren met publiek over getoond eigen werk (artistiek en theoretisch) en nemen reacties in ontvangst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces product of uitkomsten van een theoretisch onderzoek en proces presenteren; tonen en benoemen daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • een bewuste vorm kiezen om een (tussen)product of artistieke uiting te delen of te presenteren, rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • een spreekdoel verbinden aan presentaties (amuseren, informeren, instrueren, overtuigen);
  • eigen artistieke uitingen in (in)formele setting delen en daarbij vaktaal gebruiken;
  • een interpretatie geven van bestaand werk en dit opvoeren, te denken valt aan choreografieën, toneelteksten en liedrepetoire;
  • presentaties organiseren en een taak- en rolverdeling maken;
  • rekening houden met een doelgroep;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen;
  • omgaan met en het verwerken van feedback;
  • reacties van het publiek observeren en reflecteren op de rol van de uitvoerende en de rol van publiek;
  • reflectie op het product en proces vastleggen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.