Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Kunst- en cultuurhistorische contexten

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Kunst brengt leerlingen in contact met het heden en verleden. Kunst staat altijd in verband met de (culturele) context en de tijd en plaats waarin het gemaakt is. Door te kijken en luisteren naar en te leren van en over materiële en immateriële sporen van kunst en cultuur, ontmoeten leerlingen verschillende culturen. Ze krijgen inzicht in de eigen kunst- en cultuur(geschiedenis) en die van anderen en leren meer over zichzelf, anderen, de omgeving, de maatschappij en de wereld.

Inhoud van de opdracht

Leerlingen leren kunst op lokaal, nationaal en mondiaal niveau en vanuit kunsthistorisch perspectief te plaatsen. Ze leren dat de waardering voor kunst en cultuur tijd- en plaatsgebonden is, waarbij specifiek aandacht besteed wordt aan de tijdgeest, genres, stijlen en stromingen. Ze leren kunstdisciplines en kunstuitingen waarnemen, herkennen en analyseren. Ze leggen verbanden en kunnen steeds beter kunst en cultuur duiden binnen de sociale, culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in tijd en plaats. Zo krijgen leerlingen een beeld van de kunst- en cultuurhistorische context. Ze begrijpen en ontdekken wat waardevol is gevonden om te bewaren voor toekomstige generaties en kunnen hun eigen keuze daarbij beargumenteren. Leerlingen leren dat er verschillende opvattingen en meningen over kunst zijn, dat deze naast elkaar kunnen bestaan en leren zich te verhouden tot deze verschillende perspectieven.

Brede vaardigheden

  • Manieren van denken en handelen:
    • kritisch denken
  • Manieren van omgaan met anderen:
    • communiceren
    • sociale en culturele vaardigheden
  • Manieren van jezelf leren kennen:
    • oriëntatie op jezelf en je loopbaan

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Kunst- en cultuurhistorische contexten

KC5.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Kunst- en cultuurhistorische contexten hangt samen met:

  • Nederlands 3.1 Meertaligheid en cultuurbewustzijn. Leerlingen ontwikkelen hun cultuurbewustzijn door te leren over kunst, cultuur en cultuurgeschiedenis.
  • Nederlands 7.1 Leesmotivatie en literaire competentie. Leerlingen leren literaire teksten in een in een cultuurhistorische context plaatsen.
  • Burgerschap GO 5.1 Diversiteit. Leerlingen onderzoeken en bevragen in de diverse samenleving sociale en culturele identiteiten en levensbeschouwelijke stromingen, waarden en overtuigingen. Dit sluit aan bij leren over kunst- en cultuurhistorische contexten en erfgoed.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen leren bij het onderzoek van vraagstukken over solidariteit ook kunst- en cultuurhistorische contexten, waaronder erfgoed, te bestuderen.
  • Mens & Maatschappij 2.1 Tijd en chronologie. Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader, bestaande uit tijdsindelingen en oriëntatiekennis en kunnen dit toepassen bij het leren over kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.1 Mensbeeld en identiteit. Leerlingen leren dat identiteiten en beeldvorming daarover (door tijd en plaats) kunnen veranderen binnen kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering, dat past bij leren over kunst – en cultuurhistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis geven aan de verbeelding van de werkelijkheid, wanneer zij leren over kunsthistorische contexten.

Leerlingen leren eenvoudige vragen stellen over kunst- en cultuurhistorische onderwerpen. Ze maken kennis met erfgoed en onderzoeken genres, stijlen en stromingen vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met verschillende vormen van kunst en cultuur vanuit de hele wereld en door de tijden heen. Ze kijken en luisteren naar verschillende genres, stijlen en stromingen in de kunsten en komen in aanraking met (im)materieel erfgoed. Ze krijgen een eerste beeld van de kunst- en cultuurhistorische context. In het gesprek dat leerlingen met elkaar hebben leren leerlingen woorden te geven aan wat ze zien en horen en ontdekken dat er verschillende opvattingen (mogen) zijn.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat er wereldwijd en van alle tijden meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan;
  • een nieuwsgierige houding ontwikkelen ten aanzien van materiële en immateriële sporen uit het verleden;
  • met eenvoudige vaktaal praten over verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat je op een verschillende manier kunt kijken naar uitingen van kunst en cultuur;
  • dat uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun ervaringen met kunst en cultuur. Leerlingen maken door de tijden heen en in de volle breedte kennis met genres, stijlen en stromingen. Door te kijken en luisteren naar en te leren van en over (im)materiële vormen van kunst en cultuur ontwikkelen leerlingen cultuurhistorisch besef. Leerlingen ervaren en benoemen de mogelijke impact en zeggingskracht van verschillende kunstuitingen. Ze worden zich bewust van hun eigen kijk hierop en ontdekken dat anderen hier anders over denken. Ze ontdekken wat waardevol is gevonden om te bewaren en verkennen wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Ze ontdekken dat opvattingen kunnen verschillen en dat bijvoorbeeld de waardering voor kunst en cultuur en de makers door de tijd heen kan veranderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • over tijd en plaats van kunst;
  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines en variërend in tijd en plaats;
  • ontdekken dat kunst en cultuur tijd- en plaatsgebonden is;
  • wie bepaalt wat cultureel erfgoed is en wie en wat bepalen wat we cultuurhistorisch waardevol vinden (en hoe/waardoor dit oordeel kan veranderen);
  • materiële en immateriële sporen uit het verleden plaatsen in de culturele context;
  • praten over het bewaren van uitingen van kunst en cultuur en hierover een eigen mening vormen;
  • dat uitingen van kunst en cultuur verschillend geïnterpreteerd en gewaardeerd worden;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuuronderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Leerlingen leren kunst- en cultuurhistorische contexten bevragen, onderzoeken en begrijpen. Ze onderzoeken erfgoed en analyseren genres, stijlen en stromingen in en vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en vanuit verschillende perspectieven interpreteren en waarderen. Ze ontdekken en begrijpen wat waardevol is gevonden om te bewaren en beargumenteren wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Leerlingen ontwikkelen kunst- en cultuurhistorisch besef en leren betekenis te geven aan uitingen van kunst en cultuur. Ze worden zich bewust van het eigen perspectief bij het ervaren van kunst en cultuur, leren daar een mening over te vormen en ontdekken dat opvattingen daarover kunnen verschillen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines, vanuit een mondiaal perspectief en variërend in tijd en plaats;
  • over zeggingskracht van kunst en cultuur in de context van tijd en plaats;
  • vanuit tijd (tijdgeest, genres, stijlen en stromingen) en plaats (lokaal, nationaal en mondiaal), betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur, te denken valt aan diverse concepten, vormen en uitvoeringspraktijken;
  • een eigen mening geven over de vorm en inhoud van uitingen van kunst en cultuur en hierbij vaktaal gebruiken;
  • begrijpen wat er vanuit een cultuurhistorische perspectief bewaard is of geredeneerd vanuit het heden bewaard zou moeten worden en daar een onderbouwde mening over vormen;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.