Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Artistieke technieken en vaardigheden

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Om artistiek en betekenisvol werk of een voorstelling te kunnen maken hebben leerlingen (digitale) technieken en vaardigheden nodig. Hoe meer technieken en vaardigheden leerlingen beheersen, hoe meer keuzes leerlingen hebben om zich uit te drukken en om een eigen ‘stem’ te vormen. Dit is onlosmakelijk verbonden met het proces van (in)oefenen en (re)produceren. Daarbij hoort ook dat leerlingen weerstand kunnen ondervinden of ongemak kunnen ervaren van 'het nog niet kunnen', of juist plezier en voldoening ervaren bij wat lukt.

Inhoud van de opdracht

Leerlingen leren een idee te vertalen in (bewegend) beeld, klank, woord en in beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Alle vaardigheden en technieken die leerlingen leren, staan in dienst van de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen. Leerlingen leren creëren en ‘re-creëren’ dat wil zeggen een interpretatie te maken van iets bestaands. Leerlingen leren maken, spelen, imiteren, oefenen, instuderen, (re)produceren en componeren. Leerlingen leren keuzes te maken uit het aanbod van technieken en vaardigheden en deze waar mogelijk duurzaam toe te passen. Ze leren daarbij vaktaal te gebruiken, herkennen en benoemen. Daarnaast geeft kennis over technieken en vaardigheden ook inzicht in hoe een (kunst)werk gemaakt wordt of een voorstelling tot stand komt. Leerlingen leren hun doelen te bereiken door te reflecteren op het proces en het product van zichzelf (als onderdeel van de groep) en van anderen. Ze leren sterke punten herkennen en benoemen en worden zich bewust van hun eigen en elkaars capaciteiten en specifieke talenten.

Brede vaardigheden

  • Manieren van denken en handelen:
    • creatief denken en (praktisch) handelen
  • Manieren van omgaan met anderen:
    • samenwerken
    • communiceren

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Artistieke technieken en vaardigheden

KC3.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Artistieke technieken en vaardigheden hangt samen met:

  • Rekenen en Wiskunde 3.1 Meten. Leerlingen gebruiken meetinstrumenten en leren meten bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Rekenen en Wiskunde 3.2 Vorm en ruimte. Leerlingen gebruiken inzichten in vormen en ruimte bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Mens en Natuur 3.4 Praktisch handelen. Leerlingen kunnen de praktische handelingen toepassen bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren technologische hulpmiddelen gebruiken en toe te passen in eigen werk.
  • Bewegen en Sport 1.1 Leren bewegen. Leerlingen bewegen op tempo en ritme, bouwen conditie op en kunnen dit gebruiken bij het oefenen van ‘artistieke technieken en vaardigheden’.

Leerlingen leren aangeboden artistieke technieken en vaardigheden gebruiken om te creëren in (bewegend) beeld, klank, woord en met spel en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving.

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vakspecifieke technieken en vaardigheden te verkennen om met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving werk te creëren. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Leerlingen leren samen of alleen met technieken en vaardigheden uitdrukking geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. Door (in)oefenen en (re)produceren verkennen en onderzoeken leerlingen technieken en vaardigheden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen al spelend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging (in relatie tot de ruimte of omgeving) verkennen, te denken valt aan: diverse materialen en technieken onderzoeken, experimenteren met muziekinstrumenten en geluiden, verschillende emoties in mimiek en fysiek laten zien bij een voorgelezen verhaal, vanuit beleving een dans maken;
  • eenvoudige elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging verkennen, te denken valt aan: kleur, licht-donker, hard-zacht, snel-langzaam, hoog-laag;
  • eenvoudige vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren technieken en vaardigheden bewust toe te passen om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën te verbeelden en verklanken en om betekenis te geven aan bestaande en nieuwe artistieke uitingen. Zij leren zich te verdiepen in de artistiek expressie van kunstenaars. Ze ontdekken hun voorkeuren en leren aangeven met welke materialen en technieken zij willen werken.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: de mogelijkheden van materialen en middelen onderzoeken om beeldend werk te maken, beelden en geluiden opnemen en bewerken, scenes maken bij een verhaal, vanuit een ervaring een dans maken;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen om artistiek werk te maken en bestaand werk in te studeren;
  • meest gebruikelijke elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, muziek, theater en dans gebruiken, te denken valt aan: ritme, beweging, rust, draai, spanning, voorgrond- achtergrond, decor, kostuum;
  • gangbare vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Leerlingen leren hun artistieke repertoire te verfijnen en vergroten en leren bewuste keuzes te maken om te creëren in (bewegend) beeld, klank, woord en met spel en beweging.

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Ze leren door de beheersing van meerdere technieken en vaardigheden zich breder uit te drukken. Hier hoort ook bij dat leerlingen leren om te gaan met het ongemak van het nog niet kunnen, of juist plezier en voldoening ervaren bij wat lukt. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren kunstzinnige aspecten bewust gebruiken. De technieken en vaardigheden die leerlingen aangereikt krijgen worden complexer en vakspecifieker. Door hiermee te experimenteren ontdekken leerlingen de mogelijkheden en leren ze deze technieken en vaardigheden bewust toe te passen in hun eigen maakproces.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: autonoom werk maken, imiteren van beats, een eigen sound ontwikkelen, performances;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen en verdiepen om artistiek werk te maken of bestaand werk in te studeren;
  • elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging bewust en doelgericht gebruiken, te denken valt aan: compositie, voorstelling, boodschap, klankkleur, interpretatie, speelstijlen;
  • vaktaal bewust gebruiken bij het maken van artistieke uitingen en bij reflectie op product en proces.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.