Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Artistiek-creatief vermogen

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Door artistiek werk te maken, kunst mee te maken en betekenis te geven, ontwikkelen leerlingen een artistiek-creatief vermogen *. Dit vermogen stelt leerlingen in staat om in maak- en denkstrategieën verbeeldingskracht te gebruiken. Binnen denkstrategieën leren leerlingen artistieke uitingen te bevragen, onderzoeken, betekenis te geven en te waarderen. Bij maakstrategieën geven leerlingen uitdrukking aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. Maak- en denkstrategieën dragen bij aan de ontwikkeling van de leerling, het functioneren als persoon en als persoon in de samenleving. Het ontwikkelen van artistiek-creatief vermogen is de basis voor alle grote opdrachten van het leergebied Kunst & Cultuur.

Inhoud van de opdracht

Het artistiek vermogen is gericht op de verbeelding of verklanking van onder andere ervaringen in een kunstzinnige uiting met behulp van technieken, materialen en middelen. Leerlingen ontwikkelen creatief vermogen in een iteratief proces waarin creatieve maak- en denkstrategieën centraal staan. Leerlingen leren op verschillende manieren te maken, op verschillende manieren te denken, op verschillende manieren betekenis te geven en op verschillende manieren te reflecteren op het (eigen) werk- en leerproces.

Onderdeel van dit proces is dat leerlingen kennis maken met vervolgopleidingen, de brede beroepspraktijk én met de diversiteit aan professionals in de kunstzinnige en culturele sector. Dit leidt er ook toe dat leerlingen inzicht krijgen in de aard van het werk en werkprocessen van makers. Deze inzichten kunnen leerlingen weer toepassen in eigen artistiek werk.

Creatieve maakstrategieën richten zich op vaardigheden als spelen, (intuïtief) experimenteren, improviseren, interpreteren van bestaand werk en onderzoek in (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook een combinatie van deze vormen is mogelijk. Leerlingen ontdekken de (on)mogelijkheden van materialen en middelen, maken keuzes en leren zich artistiek-creatief uit te drukken.

(Creatieve) denkstrategieën richten zich op onderzoeken, kritisch en filosofisch bevragen en analyseren van artistieke uitingen. Leerlingen worden gestimuleerd zich te verplaatsen in andere zienswijzen en leren verschillende standpunten in te nemen. In dialoog met medeleerlingen en professionals leren leerlingen gedachten te formuleren, opvattingen te onderbouwen en vakbegrippen toe te passen.

Brede vaardigheden

  • Manier van denken en handelen:
    • creatief denken en (praktisch) handelen
    • probleemoplossend denken en (praktisch) handelen
    • kritisch denken
  • Manieren van omgaan met anderen:
    • communiceren
    • samenwerken
    • sociale en culturele vaardigheden
  • Manieren van jezelf kennen:
    • oriëntatie op jezelf je studie en je loopbaan

* Zie voor een verklaring van de onderstreepte begrippen de begrippenlijst in de Toelichting op de eindopbrengst

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Maakstrategieën

KC1.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC1.1 - Maakstrategieën

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Maakstrategieën hangt samen met:

  • Nederlands 4.1 Experimenteren met taal en vormen van taal. Leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.
  • Mens & Natuur 3.2 Ontwerpen. Leerlingen leren bij M&N systematisch te werken binnen een ontwerpproces en instrumenten, gereedschappen en materialen te gebruiken en kunnen dit toepassen tijdens maakprocessen in het leergebied K&C.
  • Mens & Natuur 3.4 Praktisch handelen. Leerlingen leren bij M&N nauwkeurig te werken met gereedschappen en instrumenten en kunnen dit toepassen binnen maakprocessen in het leergebied K&C.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen te gebruiken tijdens maakstrategieën in het leergebied K&C.
  • Burgerschap 11.3 Handelswijzen. Leerlingen leren doelen te stellen en daar werkwijzen bij te bepalen binnen maakstrategieën.
  • Burgerschap 11.5 Kritisch denken. Leerlingen leren bij het zoeken naar en beargumenteren van de waarheid denkstrategieën gebruiken om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.

Leerlingen leren al spelend experimenteren, creëren en imiteren en krijgen inzicht in eigen kunnen. Door het oefenen van maakstrategieën ontwikkelen zij artistiek-creatief vermogen.

KC1.1 - Maakstrategieën - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met maakstrategieën en ontwikkelen een artistiek-creatief vermogen. Dat doen leerlingen door te spelen met materialen en middelen. Ze proberen uit, kijken en luisteren naar elkaar en delen ideeën en ontdekkingen. Zo komen zij tot nieuwe artistieke inzichten die verwonderen en de fantasie prikkelen. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op de zintuiglijke ervaring en het spelend leren, experimenteren, (re)produceren en improviseren. Leerlingen doen dat met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • (on)bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • verbindingen leggen tussen maken en meemaken;
  • zorgvuldig omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen de kennis over creatieve maakstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op vaardigheden als spelen en experimenteren met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Ze leren buiten bestaande kaders denken, proberen uit, onderzoeken alternatieven, en leren maakstrategieën steeds bewuster en gerichter in te zetten om vorm te geven aan eigen artistiek werk. Ze ontdekken hun voorkeuren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, exploreren, improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • creatieve maakstrategieën gebruiken om te maken, componeren, re-creëren, ontwerpen, (re)produceren, improviseren en verbeteren;
  • (professionele) inspiratiebronnen zoeken en gebruiken, te denken valt aan: documentaires van maakprocessen, vlogs, films, liedrepertoire;
  • een interpretatie geven van bestaand werk;
  • betekenisvolle verbindingen leggen tussen maken en meemaken;
  • in het artistiek-creatief proces alternatieve oplossingen onderzoeken, verbanden leggen en combinaties maken;
  • bij het maken van artistiek werk verbeeldingskracht gebruiken en zich bewust worden van verwondering;
  • vanuit het eigen perspectief de betekenis onderzoeken van eigen artistiek werk en werk van anderen;
  • zorgvuldig omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij gangbare vaktaal gebruiken.

Leerlingen leren divergeren en convergeren, buiten bestaande kaders denken en verbeeldingskracht te gebruiken in een artistiek-creatief proces. Ze leren bewust maakstrategieën te gebruiken.

KC1.1 - Maakstrategieën - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen de kennis over creatieve maakstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Steeds bewuster gebruiken leerlingen creatieve maakstrategieën bij het creëren van artistiek werk met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte en omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op vaardigheden als divergeren en convergeren en leerlingen buiten bestaande kaders leren denken. Ook leren leerlingen onderwerpen vanuit verschillende perspectieven onderzoeken en verbeeldingskracht gebruiken. Leerlingen benutten creatieve maakstrategieën bewust om te scheppen, improviseren, ontwerpen, re-creëren en componeren en kunnen keuzes beargumenteren. Om het proces vast te leggen verzamelen ze de experimenten en documenteren het artistiek-creatief proces.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, exploreren en improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • bij het maken van artistiek werk alternatieve oplossingen onderzoeken, verbanden leggen, combinaties maken;
  • bij het maken van artistiek werk verbeeldingskracht gebruiken en zich bewust worden van verwondering;
  • een interpretatie geven van bestaand werk;
  • inspiratie vanuit de professionele kunstenaarspraktijk gebruiken bij het maken van artistiek werk;
  • betekenisvolle verbindingen leggen tussen maken en meemaken en onderbouwen;
  • creatieve maakstrategieën bewust gebruiken om te maken, re-creëren, componeren, ontwerpen, (re)produceren, improviseren en verbeteren;
  • reflecteren op het proces en het product van jezelf en anderen en daarbij gangbare vaktaal gebruiken;
  • de zeggingskracht van materialen en middelen toepassen;
  • het artistiek-creatief proces vastleggen en toelichten;
  • zorgvuldig en duurzaam omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • zich oriënteren op de beroepspraktijk en maken kennis met de grote diversiteit binnen de creatieve en culturele sector;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij vaktaal bewust gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Denkstrategieën

KC1.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC1.2 - Denkstrategieën

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Denkstrategieën hangt samen met:

  • Nederlands 1.2 interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling. Leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal gebruiken bij eenvoudige en complexe denkfuncties in het leergebied K&C.
  • Nederlands 4.1 Experimenteren met taal en vormen van taal. Leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.

Leerlingen leren al spelend artistieke uitingen te onderzoeken en bevragen en ontdekken daarmee de wereld. Door het oefenen van denkstrategieën ontwikkelen leerlingen artistiek-creatief vermogen.

KC1.2 - Denkstrategieën - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po verkennen leerlingen al spelend denkstrategieën. Ze fantaseren, proberen uit, onderzoeken, leven zich in en verwonderen zich. Ze leren zintuigelijk ervaren en met aandacht kijken en luisteren naar werk van andere makers en delen hun ideeën en meningen daarover. Zo verkennen zij verschillende uitingen van kunst en cultuur en ontdekken de wereld. Leerlingen bedenken nieuwe (toepasbare) ideeën die verwonderen of de fantasie prikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kennis maken met kijk- en luisterstrategieën;
  • kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • bij het kijken en luisteren naar en zintuigelijk ervaren van uitingen van kunst en cultuur fantasie en inlevingsvermogen gebruiken;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen, te denken valt aan: schilderijen, muziek, voorstellingen, verhalen en sporen uit het verleden, en eigen ideeën daarover verwoorden en delen;
  • welke betekenis uitingen van kunst en cultuur hebben en leren daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po leren leerlingen denkstrategieën verbreden. Al spelend verwonderen leerlingen zich en leren associëren, buiten kaders denken, onderzoeken en/of (filosofisch) bevragen van eigen werk(processen) en werk van anderen. Vanuit verschillende standpunten leren leerlingen naar (eigen) artistieke uitingen kijken of luisteren. Leerlingen leren wat creativiteit teweeg kan brengen en hoe dit kan dienen als inspiratiebron. Ze formuleren hun gedachten en luisteren naar de meningen van anderen. Ze maken kennis met de vakspecifieke taal die gebruikt wordt binnen het leergebied. Leerlingen bouwen een repertoire op aan denkvaardigheden en leren die steeds bewuster en gerichter te gebruiken om artistieke uitingen te onderzoeken en waarderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kijk- en luisterstrategieën gebruiken;
  • bij het kijken en luisteren naar artistieke uitingen verbeeldingskracht gebruiken;
  • bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur associëren, fantasie en inlevingsvermogen gebruiken, te denken valt aan het bekijken van een schilderij in de klas of het museum, muzikanten horen en zien spelen, een theater- of dansvoorstelling bezoeken of cultureel erfgoed ontdekken;
  • zeggingskracht van uitingen van kunst en cultuur interpreteren en waarderen en grenzen verleggen in het eigen denken;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen, beschouwen en interpreteren, en eigen ideeën daarover verwoorden en delen met anderen;
  • het vreemde en het andere (zoals een kunstzinnige uiting) waar te nemen en te doordenken en deze kritisch en filosofisch bevragen: te denken valt aan de filosofische vraag: 'moet kunst mooi zijn?';
  • een oordeel uitstellen bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit het eigen perspectief en daarbij gangbare vaktaal gebruiken;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij gangbare vaktaal gebruiken.

Leerlingen leren artistieke uitingen te bevragen, onderzoeken, betekenis te geven en te waarderen. Ze leren bewust denkstrategieën gebruiken bij het analyseren en creëren van artistieke uitingen.

KC1.2 - Denkstrategieën - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen de kennis over creatieve denkstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en deze kritisch onderzoeken en (filosofisch) bevragen. Leerlingen leren met behulp van denkstrategieën betekenis geven aan (eigen) artistieke uitingen en deze waarderen. Ze leren reflecteren op eigen werk(processen) en werk(processen) van anderen.  Geïnspireerd door werk van professionals onderzoeken leerlingen een onderwerp vanuit verschillende perspectieven. Ze leren divergeren en convergeren, buiten bestaande kaders denken, problemen formuleren en verschillende oplossingsrichtingen onderzoeken. Leerlingen leren kijken en luisteren vanuit verschillende perspectieven en kunnen meningen en standpunten onderbouwen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kijk- en luisterstrategieën bewust toepassen, uitingen van kunst en cultuur doorgronden;
  • analytische vaardigheden toepassen;
  • vanuit verschillende invalshoeken uitingen van kunst en cultuur bestuderen, hoofd- en bijzaken scheiden;
  • bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur verbeeldingskracht gebruiken, associëren en fantasie en inlevingsvermogen gebruiken;
  • uitingen van kunst en cultuur vanuit verwondering kritisch en filosofisch bevragen;
  • het vreemde en het andere waar te nemen en te doordenken en deze (filosofische) bevragen;
  • vanuit verschillende perspectieven uitingen van kunst en cultuur onderzoeken, te denken valt aan perspectief van de maker en het perspectief van de opdrachtgever;
  • zeggingskracht van uitingen van kunst en cultuur interpreteren en waarderen;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen en eigen ideeën daarover verwoorden en delen met anderen;
  • een oordeel uitstellen bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit het eigen perspectief en daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit verschillende invalshoeken, te denken valt aan vorm, voorstelling, inhoud, context en functie en daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • zich oriënteren op de beroepspraktijk en maken kennis met de grote diversiteit binnen de creatieve en culturele sector;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij vaktaal bewust gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.