Uitwerking Kunst & Cultuur

Hieronder vindt u de uitwerking van het voorstel van Kunst & Cultuur. Bij elk leergebied bestaan de opbrengsten uit drie producten: visie, grote opdrachten en bouwstenen. Daarnaast vindt u hier ook algemene aanbevelingen en toelichtingen van het ontwikkelteam.

Aanbevelingen en toelichtingen

  • Toelichting op de voorstellen (incl. begrippenlijst)
  • Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

    Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

    Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

    De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

    Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

    Ontwerpcriteria aanbevelingen

    1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
    2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
    3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
    4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
    5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

    Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

    1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
      Toelichting
      De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
      Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
    2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
      Toelichting
      Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
    3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
      Toelichting
      De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
    4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
      Toelichting
      Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
    5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
      Toelichting
      Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
    6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
      Toelichting
      Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
    7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
      Toelichting
      Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
    8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
      Toelichting
      Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
    9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
      Toelichting
      Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
      Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
      Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
    10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
      Toelichting
      Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
    11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
      Toelichting
      Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
    12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
      Toelichting
      De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
    13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
      Toelichting
      In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
    14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
      Toelichting
      Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.
  • Download alle voorstellen en aanbevelingen als PDF

Visie op het leergebied

In de visie beschrijft het ontwikkelteam de relevantie, essentie en positie van het leergebied binnen het onderwijs.

Visie op het leergebied Kunst & Cultuur

Visie op het leergebied Kunst & Cultuur

Vooraf

Onderwijs in kunst en cultuur gaat over onderwijs in kunsten, media en erfgoed. In primair en speciaal onderwijs en onderbouw voortgezet (speciaal) onderwijs omvat het leergebied Kunst & Cultuur * vanuit de huidige doelen gezien: beeldende vorming (tekenen, handvaardigheid, textiele werkvormen en audiovisuele vorming), dans, drama, muziek en cultureel erfgoed (primair onderwijs) én de vakken die hieruit zijn voortgevloeid (zoals nieuwe media) en die zich in de toekomst nog zullen ontwikkelen. In de bovenbouw van havo en vwo kunnen leerlingen naast het verplichte vak CKV (Culturele Kunstzinnige Vorming) kiezen uit kunstvakken 'oude stijl' bestaande uit Tehatex en muziek en/of kunstvakken 'nieuwe stijl' met Kunst (algemeen) en Kunst (- beeldend, - dans, - drama en - muziek). In alle leerwegen van het vmbo is het examenprogramma Kunstvakken inclusief CKV verplicht en kunnen leerlingen in de gemengde en theoretische leerweg examen doen in beeldende vorming, muziek, dans en drama.

Onderstaande visie is beschreven vanuit het perspectief van het leergebied Kunst & Cultuur voor primair en speciaal onderwijs en onderbouw voortgezet (speciaal) onderwijs en is de basis voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Daarbij is gekozen om het woord 'drama' te vervangen door 'theater'. Dit om aan te sluiten bij de naamgeving van deze kunstdiscipline in het werkveld.

Kunst en cultuur

Kunst is een uiting van menselijk denken, doen en maken en is een specifieke vorm van cultuur. De opvattingen over kunst zijn cultuurspecifiek en tijdgebonden. De betekenis en de vorm van kunst verandert, net als wat wij (van) kunst vinden. Dit betekent dat de mening over kunst kan variëren.

Cultuur is alles wat mensen denken, doen en maken (in heden en verleden) en de betekenis die mensen daaraan geven. Kunst is hier een uiting van. Van oudsher hebben vaardigheden die specifiek zijn voor 'de kunsten' een (educatieve) functie in de samenleving. Sinds mensenheugenis wordt er getekend, gedanst, gezongen en gespeeld. Kunst en cultuur is daarmee onlosmakelijk verbonden met het mens-zijn. Onderwijs in kunst en cultuur brengt leerlingen in contact met (de geschiedenis van) kunst en cultuur wereldwijd.

Relevantie

Kunst plaatst ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in een ander perspectief. Uniek voor het leergebied Kunst & Cultuur is dat leerlingen met behulp van kunst op een verrassende en uitdagende wijze naar het (dagelijks) leven leren kijken. Leerlingen leren op expressieve wijze te communiceren met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Kunst kan een verbeelding of verklanking zijn van bijvoorbeeld een emotie of kan een reactie zijn op een politiek of maatschappelijk kwestie. Kunstenaars geven hun kijk op de wereld, geven met hun werk betekenis aan het leven en zijn in staat compleet andere of nieuwe werkelijkheden te scheppen. Leerlingen leren dat kunst een veelzijdige functie heeft. Kunst kan verrassen, uitdagen en amuseren, en kunst kan verwonderen, irriteren, schuren of leiden tot verstilling.

In de professionele kunstenaarspraktijk ontstaat kunst vanuit spel, intuïtie, scheppingsdrang, experiment met materialen en middelen of vanuit toeval. Ook kan kunst de opbrengst zijn van een onderzoeksproces. In het onderwijs leren leerlingen over de wijze waarop kunst tot stand komt en leren leerlingen vormen en uitingen van kunst te doorgronden en onderzoeken. Leerlingen ontdekken dat er meerdere artistieke routes, oplossingen en opvattingen naast elkaar kunnen en mogen bestaan door met elkaar daarover in gesprek te gaan. Het samen maken en beleven van kunst kan een ervaring zijn die voldoening geeft, tot nadenken stemt en leerlingen verbindt.

Kennismaking met kunst en cultuur vindt niet vanzelfsprekend plaats in de privésfeer. Door het onderwijs krijgt iedereen, niemand uitgesloten (inclusie), de kans om in aanraking te komen met kunst en cultuur. Alle leerlingen leren zich op artistieke wijze te uiten en vormen van kunst en cultuur te ervaren, te bevragen en te 'lezen'. Door kunst- en cultuur (-geschiedenis) leren leerlingen zichzelf, de omgeving, de maatschappij en de wereld te ontdekken en begrijpen. In een (cultureel) diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar en elkaars cultuur leren kennen. In het leergebied Kunst & Cultuur is het mondiale perspectief het uitgangspunt en staat de leerling centraal. Het streven is dat alle leerlingen zich in het leergebied herkennen. Leerlingen leren door, met en over kunst en cultuur.

Vakinhoudelijke ontwikkelingen

In een maatschappij waarin culturen samenleven kunnen nieuwe uitingen van kunst en cultuur ontstaan. Er komen genres en stromingen bij en elementen uit meerdere culturen worden soms gecombineerd tot verrassende uitingen die vragen om duiding. Door het stellen van kritische en/of filosofische vragen leren leerlingen kunst en cultuur vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken, te analyseren en te duiden.

In de laatste decennia is het leergebied Kunst & Cultuur door de constante stroom aan ideeën, nieuwe (bewegende) beelden en klanken breder, sneller en complexer geworden. Door technologische ontwikkelingen ontstaan er vragen en vindt er een verbreding plaats in het gebruik van technieken, materialen en middelen. Er ontstaan andere toepassingsmogelijkheden en nieuwe vormen van kunst. Dit betekent voor het kunst- en cultuuronderwijs dat er, meer dan voorheen, aandacht mag zijn voor het digitale domein zodat leerlingen nieuwe media en digitale technologie als middel leren gebruiken om kunst te maken en mee te maken. Daarnaast is kunst ook een manier om vanuit een eigen maakproces de wereld beter te begrijpen en betekenis te geven.

Naast de gangbare kunstvormen zijn cross-overs, inter-, multi- en transdisciplinaire samenwerkingen niet meer weg te denken uit de actuele onderwijs- en kunstpraktijk. Steeds vaker zijn artistieke uitingen een cross-over tussen bestaande technieken en nieuwe technologieën en zoeken makers onderling actief de samenwerking op. In toenemende mate werken kunstenaars en wetenschappers samen rond grote thema's. Door vragen te stellen problematiseren ze onderwerpen, ze inspireren elkaar, leren van elkaars denk- en werkwijzen, gaan aan de slag met elkaars ideeën en/of werken samen aan oplossingen. In die samenwerking staat vanuit de kunstvakken een artistieke of kwalitatieve onderzoeksbenadering centraal. Dit kan leiden tot verrassende inzichten of vernieuwingen. In deze ontwerpprocessen spelen de volgende brede vaardigheden een belangrijke rol: creativiteit, probleemoplossend vermogen/denken, kritisch denken en samenwerken.

Het leergebied Kunst & Cultuur

In het leergebied Kunst & Cultuur staat het artistiek-creatief vermogen van de leerling centraal. Dit vermogen stelt de leerling in staat verbeeldingskracht te gebruiken om artistiek werk te (re)produceren en zo betekenis te geven aan wat hij alleen of met anderen maakt en meemaakt. Leerlingen doen dat door middel van (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk.

Artistiek vermogen is gericht op de verbeelding of verklanking van ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in een kunstzinnige uiting. Leerlingen doen dit met behulp van technieken en artistieke vaardigheden. Creatief vermogen verwijst naar een iteratief proces waarin leerlingen creatieve maak- en denkstrategieën leren toepassen die kenmerkend zijn voor het leergebied. Denk aan vaardigheden als fantaseren, spelen, dromen, inleven, experimenteren én divergeren en convergeren, waarbij leerlingen leren doorzetten, lef hebben, falen, ongemak voelen en successen vieren.

Kenmerkend voor het leergebied Kunst & Cultuur is dat leerlingen in een samenhangend geheel kunst leren maken, kunst leren meemaken en betekenis leren geven aan het maken en het meemaken. Reflectie, zoals beschreven in deze visie, moet gelezen worden als 'reflectie op het (werk)proces en het product'. Dit met het doel aan te sluiten bij de brede vaardigheid 'manieren van jezelf kennen' en om onderscheid te maken met het begrip 'betekenis geven' zoals in deze visie bedoeld.

Betekenis geven gaat over het onderzoeken, (filosofisch) bevragen en analyseren van mondiale uitingen van kunst en cultuur in heden en verleden, bezien vanuit verschillende perspectieven, zoals individuele, collectieve, sociale, culturele, levensbeschouwelijke of historische perspectieven. Betekenis geven heeft betrekking op zowel de kunstuitingen die leerlingen maken als op professionele kunstuitingen die leerlingen meemaken.

Maken staat voor het artistiek-creatief proces van experimenteren, vormgeven en (re)produceren waarin leerlingen samen of individueel uiting leren geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. Dit doen zij door middel van (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Leerlingen leren vanuit het karakter van de verschillende kunstdisciplines betekenis te geven aan hun artistieke uiting en deze (tussentijds) te delen.

Meemaken is gericht op de kennismaking met professionele uitingsvormen van kunst en cultuur in (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Leerlingen ervaren professionele kunst in een levensechte context, binnen en buiten school. Leerlingen leren betekenis te geven aan hun ervaring door zintuiglijk en theoretisch onderzoek en leren hun opbrengsten (tussentijds) te delen.

De grote opdrachten voor het leergebied Kunst & Cultuur

Voor het leergebied Kunst & Cultuur zijn acht samenhangende grote opdrachten ontwikkeld langs de inhoudelijke lijnen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' waartussen leerlingen betekenisvolle verbanden leren leggen.

De grote opdrachten hebben de volgende titels:

  1. Artistiek-creatief vermogen (maak- en denkstrategieën)
  2. Artistieke expressie
  3. Artistieke technieken en vaardigheden
  4. Artistieke innovatie
  5. Kunst- en cultuurhistorische contexten
  6. Functies van kunst
  7. Beleven van kunst
  8. Tonen en delen van eigen werk

De eerste grote opdracht (ontwikkel artistiek-creatief vermogen) is de basis voor alle grote opdrachten. Deze grote opdracht is gericht op de karakteristieke maak- en denkstrategieën in het leergebied Kunst & Cultuur. De grote opdrachten 2 tot en met 4 richten zich op het 'maken en betekenis geven' aan kunst. De grote opdrachten 5 tot en met 7 gaan over 'meemaken en betekenis geven' aan kunst. In de laatste grote opdracht staat voor leerlingen het presenteren centraal (zie visualisatie in de afbeelding hieronder).

Alle grote opdrachten geven in po, so en onderbouw v(s)o richting aan onderwijs in de kunstpraktijk en aan onderwijs in kunst- en cultuurtheorie. Er is ruimte om accenten te leggen en keuzes te maken. Door grote opdrachten te combineren kan rijk en gevarieerd kunst- en cultuuronderwijs ontstaan. Vanzelfsprekend is er een wisselwerking of interactie tussen de grote opdrachten 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven'. Het meemaken of ervaren van kunst kan inspiratie bieden voor een maakproces. Andersom kan het maken aanleiding zijn voor een kunsttheoretische verrijking of verdieping. Zowel het maken van en betekenis geven aan kunst als het meemaken van en betekenis geven aan kunst is een artistiek-creatief proces. Het vraagt van leerlingen een nieuwsgierige, onderzoekende en reflecterende houding.

Kunst & Cultuur en de drie hoofddoelen van het onderwijs

In het leergebied Kunst & Cultuur zijn kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming sterk verweven. Leerlingen leren zelfbewust deelnemen aan het culturele leven doordat zij culturele competenties ontwikkelen. De kwalificerende doelen van het leergebied Kunst & Cultuur hebben betrekking op de leergebiedspecifieke kennis en vaardigheden die leerlingen voorbereiden op het vervolg in het onderwijs of de beroepspraktijk. Naast vakspecifieke kennis van technieken en vaardigheden leren leerlingen verbeeldingskracht te gebruiken. Alle leerlingen leren na te denken over de rol en betekenis van kunst en cultuur voor zichzelf (ook in vrije tijd), voor de omgeving, de samenleving en de wereld. Leerlingen leren vanuit meerdere perspectieven kunst te ervaren, te onderzoeken, (filosofisch) te bevragen, te analyseren en daardoor betekenis te geven aan uitingen van kunst en cultuur. Kwalificerende doelen hebben betrekking op zowel de theorie als de praktijk van het leergebied.

De maatschappelijke vorming (socialisatie) vindt plaats doordat leerlingen met elkaar in contact komen met professionele kunsten in een levensechte context, binnen of buiten school. Kunst - als spiegel van de wereld - kan reacties losmaken waardoor dialoog en debat plaats kunnen vinden. Leerlingen leren in een uitwisseling standpunten en inzichten te delen en leren dat er meerdere opvattingen naast elkaar kunnen bestaan. Leerlingen leren culturen, de samenleving en de wereld te verkennen, te onderzoeken en te waarderen. Kunstzinnige en culturele kennis, vaardigheden en attitudes horen bij de brede vorming van burgers in een democratische samenleving.

Persoonsvorming te lezen als 'persoon zijn, persoon proberen te zijn, persoon willen zijn' gaat over hoe de leerling als persoon tot ontwikkeling komt. Persoonsvorming in het leergebied Kunst & Cultuur heeft betrekking op hoe de leerling zich leert te verhouden tot uitingen van kunst en cultuur en welke plek kunst en cultuur inneemt of in de toekomst gaat nemen in het leven van de leerling. Onderwijs in kunst en cultuur geeft de leerling de ruimte om op een eigen manier in een artistieke vorm uitdrukking te geven aan ervaringen, gevoelens en ideeën. Het gaat over wat de leerling wil overdragen, waar hij/zij zich betrokken bij voelt, wat de persoonlijke drijfveren, ambities of motieven zijn om kunst te maken en mee te maken. De leerling leert door reflectie zichzelf kennen, ontdekt door reflectie waar zijn kwaliteiten en voorkeuren liggen en wat hij belangrijke waarden vindt.

Samenhang andere leergebieden

In de uitwerking van de visie naar grote opdrachten en bouwstenen is gebleken dat er op verschillende niveaus samenhang tussen leergebieden mogelijk is. Die samenhang kan betrekking hebben op een van de mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid, technologie en gezondheid), op contexten, definities en begrippen en op vaardigheden. De samenhang is geconcretiseerd in de Toelichting op de eindopbrengst van het leergebied Kunst & Cultuur.

* Zie voor een verklaring van de onderstreepte begrippen de begrippenlijst in de Toelichting op de eindopbrengst.

Grote opdrachten (essenties van het leergebied)

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs. Als u niets aanklikt, ziet u hieronder alle bouwstenen voor dit leergebied.

Bouwstenen (uitwerking in kennis en vaardigheden)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Maakstrategieën

KC1.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC1.1 - Maakstrategieën

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Maakstrategieën hangt samen met:

  • Nederlands 4.1 Experimenteren met taal en vormen van taal. Leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.
  • Mens & Natuur 3.2 Ontwerpen. Leerlingen leren bij M&N systematisch te werken binnen een ontwerpproces en instrumenten, gereedschappen en materialen te gebruiken en kunnen dit toepassen tijdens maakprocessen in het leergebied K&C.
  • Mens & Natuur 3.4 Praktisch handelen. Leerlingen leren bij M&N nauwkeurig te werken met gereedschappen en instrumenten en kunnen dit toepassen binnen maakprocessen in het leergebied K&C.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen te gebruiken tijdens maakstrategieën in het leergebied K&C.
  • Burgerschap 11.3 Handelswijzen. Leerlingen leren doelen te stellen en daar werkwijzen bij te bepalen binnen maakstrategieën.
  • Burgerschap 11.5 Kritisch denken. Leerlingen leren bij het zoeken naar en beargumenteren van de waarheid denkstrategieën gebruiken om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.

Leerlingen leren al spelend experimenteren, creëren en imiteren en krijgen inzicht in eigen kunnen. Door het oefenen van maakstrategieën ontwikkelen zij artistiek-creatief vermogen.

KC1.1 - Maakstrategieën - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met maakstrategieën en ontwikkelen een artistiek-creatief vermogen. Dat doen leerlingen door te spelen met materialen en middelen. Ze proberen uit, kijken en luisteren naar elkaar en delen ideeën en ontdekkingen. Zo komen zij tot nieuwe artistieke inzichten die verwonderen en de fantasie prikkelen. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op de zintuiglijke ervaring en het spelend leren, experimenteren, (re)produceren en improviseren. Leerlingen doen dat met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • (on)bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • verbindingen leggen tussen maken en meemaken;
  • zorgvuldig omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen de kennis over creatieve maakstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op vaardigheden als spelen en experimenteren met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Ze leren buiten bestaande kaders denken, proberen uit, onderzoeken alternatieven, en leren maakstrategieën steeds bewuster en gerichter in te zetten om vorm te geven aan eigen artistiek werk. Ze ontdekken hun voorkeuren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, exploreren, improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • creatieve maakstrategieën gebruiken om te maken, componeren, re-creëren, ontwerpen, (re)produceren, improviseren en verbeteren;
  • (professionele) inspiratiebronnen zoeken en gebruiken, te denken valt aan: documentaires van maakprocessen, vlogs, films, liedrepertoire;
  • een interpretatie geven van bestaand werk;
  • betekenisvolle verbindingen leggen tussen maken en meemaken;
  • in het artistiek-creatief proces alternatieve oplossingen onderzoeken, verbanden leggen en combinaties maken;
  • bij het maken van artistiek werk verbeeldingskracht gebruiken en zich bewust worden van verwondering;
  • vanuit het eigen perspectief de betekenis onderzoeken van eigen artistiek werk en werk van anderen;
  • zorgvuldig omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij gangbare vaktaal gebruiken.

Leerlingen leren divergeren en convergeren, buiten bestaande kaders denken en verbeeldingskracht te gebruiken in een artistiek-creatief proces. Ze leren bewust maakstrategieën te gebruiken.

KC1.1 - Maakstrategieën - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen de kennis over creatieve maakstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Steeds bewuster gebruiken leerlingen creatieve maakstrategieën bij het creëren van artistiek werk met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte en omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Creatieve maakstrategieën richten zich in deze fase op vaardigheden als divergeren en convergeren en leerlingen buiten bestaande kaders leren denken. Ook leren leerlingen onderwerpen vanuit verschillende perspectieven onderzoeken en verbeeldingskracht gebruiken. Leerlingen benutten creatieve maakstrategieën bewust om te scheppen, improviseren, ontwerpen, re-creëren en componeren en kunnen keuzes beargumenteren. Om het proces vast te leggen verzamelen ze de experimenten en documenteren het artistiek-creatief proces.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust zintuiglijk waarnemen: voelen, proeven, ruiken, kijken en luisteren;
  • imiteren, exploreren en improviseren, experimenteren, spelen, uitproberen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk;
  • bij het maken van artistiek werk alternatieve oplossingen onderzoeken, verbanden leggen, combinaties maken;
  • bij het maken van artistiek werk verbeeldingskracht gebruiken en zich bewust worden van verwondering;
  • een interpretatie geven van bestaand werk;
  • inspiratie vanuit de professionele kunstenaarspraktijk gebruiken bij het maken van artistiek werk;
  • betekenisvolle verbindingen leggen tussen maken en meemaken en onderbouwen;
  • creatieve maakstrategieën bewust gebruiken om te maken, re-creëren, componeren, ontwerpen, (re)produceren, improviseren en verbeteren;
  • reflecteren op het proces en het product van jezelf en anderen en daarbij gangbare vaktaal gebruiken;
  • de zeggingskracht van materialen en middelen toepassen;
  • het artistiek-creatief proces vastleggen en toelichten;
  • zorgvuldig en duurzaam omgaan met elkaar, materialen en middelen;
  • zich oriënteren op de beroepspraktijk en maken kennis met de grote diversiteit binnen de creatieve en culturele sector;
  • reflecteren op het proces en het product en daarbij vaktaal bewust gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Denkstrategieën

KC1.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC1.2 - Denkstrategieën

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Denkstrategieën hangt samen met:

  • Nederlands 1.2 interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling. Leerlingen leren laagfrequente taal, school- en vaktaal gebruiken bij eenvoudige en complexe denkfuncties in het leergebied K&C.
  • Nederlands 4.1 Experimenteren met taal en vormen van taal. Leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.

Leerlingen leren al spelend artistieke uitingen te onderzoeken en bevragen en ontdekken daarmee de wereld. Door het oefenen van denkstrategieën ontwikkelen leerlingen artistiek-creatief vermogen.

KC1.2 - Denkstrategieën - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po verkennen leerlingen al spelend denkstrategieën. Ze fantaseren, proberen uit, onderzoeken, leven zich in en verwonderen zich. Ze leren zintuigelijk ervaren en met aandacht kijken en luisteren naar werk van andere makers en delen hun ideeën en meningen daarover. Zo verkennen zij verschillende uitingen van kunst en cultuur en ontdekken de wereld. Leerlingen bedenken nieuwe (toepasbare) ideeën die verwonderen of de fantasie prikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kennis maken met kijk- en luisterstrategieën;
  • kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • bij het kijken en luisteren naar en zintuigelijk ervaren van uitingen van kunst en cultuur fantasie en inlevingsvermogen gebruiken;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen, te denken valt aan: schilderijen, muziek, voorstellingen, verhalen en sporen uit het verleden, en eigen ideeën daarover verwoorden en delen;
  • welke betekenis uitingen van kunst en cultuur hebben en leren daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij eenvoudige vaktaal gebruiken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po leren leerlingen denkstrategieën verbreden. Al spelend verwonderen leerlingen zich en leren associëren, buiten kaders denken, onderzoeken en/of (filosofisch) bevragen van eigen werk(processen) en werk van anderen. Vanuit verschillende standpunten leren leerlingen naar (eigen) artistieke uitingen kijken of luisteren. Leerlingen leren wat creativiteit teweeg kan brengen en hoe dit kan dienen als inspiratiebron. Ze formuleren hun gedachten en luisteren naar de meningen van anderen. Ze maken kennis met de vakspecifieke taal die gebruikt wordt binnen het leergebied. Leerlingen bouwen een repertoire op aan denkvaardigheden en leren die steeds bewuster en gerichter te gebruiken om artistieke uitingen te onderzoeken en waarderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kijk- en luisterstrategieën gebruiken;
  • bij het kijken en luisteren naar artistieke uitingen verbeeldingskracht gebruiken;
  • bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur associëren, fantasie en inlevingsvermogen gebruiken, te denken valt aan het bekijken van een schilderij in de klas of het museum, muzikanten horen en zien spelen, een theater- of dansvoorstelling bezoeken of cultureel erfgoed ontdekken;
  • zeggingskracht van uitingen van kunst en cultuur interpreteren en waarderen en grenzen verleggen in het eigen denken;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen, beschouwen en interpreteren, en eigen ideeën daarover verwoorden en delen met anderen;
  • het vreemde en het andere (zoals een kunstzinnige uiting) waar te nemen en te doordenken en deze kritisch en filosofisch bevragen: te denken valt aan de filosofische vraag: 'moet kunst mooi zijn?';
  • een oordeel uitstellen bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit het eigen perspectief en daarbij gangbare vaktaal gebruiken;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij gangbare vaktaal gebruiken.

Leerlingen leren artistieke uitingen te bevragen, onderzoeken, betekenis te geven en te waarderen. Ze leren bewust denkstrategieën gebruiken bij het analyseren en creëren van artistieke uitingen.

KC1.2 - Denkstrategieën - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen de kennis over creatieve denkstrategieën en versterken daarmee het artistiek-creatief vermogen. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en deze kritisch onderzoeken en (filosofisch) bevragen. Leerlingen leren met behulp van denkstrategieën betekenis geven aan (eigen) artistieke uitingen en deze waarderen. Ze leren reflecteren op eigen werk(processen) en werk(processen) van anderen.  Geïnspireerd door werk van professionals onderzoeken leerlingen een onderwerp vanuit verschillende perspectieven. Ze leren divergeren en convergeren, buiten bestaande kaders denken, problemen formuleren en verschillende oplossingsrichtingen onderzoeken. Leerlingen leren kijken en luisteren vanuit verschillende perspectieven en kunnen meningen en standpunten onderbouwen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kijk- en luisterstrategieën bewust toepassen, uitingen van kunst en cultuur doorgronden;
  • analytische vaardigheden toepassen;
  • vanuit verschillende invalshoeken uitingen van kunst en cultuur bestuderen, hoofd- en bijzaken scheiden;
  • bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur verbeeldingskracht gebruiken, associëren en fantasie en inlevingsvermogen gebruiken;
  • uitingen van kunst en cultuur vanuit verwondering kritisch en filosofisch bevragen;
  • het vreemde en het andere waar te nemen en te doordenken en deze (filosofische) bevragen;
  • vanuit verschillende perspectieven uitingen van kunst en cultuur onderzoeken, te denken valt aan perspectief van de maker en het perspectief van de opdrachtgever;
  • zeggingskracht van uitingen van kunst en cultuur interpreteren en waarderen;
  • uitingen van kunst en cultuur waarnemen en eigen ideeën daarover verwoorden en delen met anderen;
  • een oordeel uitstellen bij het kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit het eigen perspectief en daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur vanuit verschillende invalshoeken, te denken valt aan vorm, voorstelling, inhoud, context en functie en daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • zich oriënteren op de beroepspraktijk en maken kennis met de grote diversiteit binnen de creatieve en culturele sector;
  • reflecteren op het proces en het product (van anderen) en daarbij vaktaal bewust gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Artistieke expressie

KC2.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC2.1 - Artistieke expressie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Artistieke expressie hangt samen met:

  • Nederlands 4.1 Experimenteren met taal en vormen van taal. Leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën op een eigen manier uit te drukken.
  • Bewegen en Sport 1.1 Leren bewegen. Leerlingen bewegen op tempo en ritme, bouwen conditie op en kunnen dit toepassen wanneer zij zich in dans uiten.
  • Burgerschap 4.1 Identiteit; 5.1 diversiteit. Leerlingen worden zich bewust van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en leren hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met hun artistieke expressie.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen leren bij het onderzoek van vraagstukken over solidariteit en rechtvaardigheid hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met hun artistieke expressie.
  • Burgerschap 11.5 Kritisch denken. Leerlingen leren bij het zoeken naar en beargumenteren van de waarheid hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met artistieke expressie.
  • Burgerschap 11.6 Affectieve empathie. Leerlingen leren bij het zich verplaatsen in de situatie en de beleving van de ander en dat betrekken op zichzelf, hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën hierover in verband te brengen met hun artistieke expressie.
  • Burgerschap 11.7 Cognitieve empathie. Leerlingen leren het denken van mensen vanuit verschillende contexten te begrijpen en daar op artistieke wijze op te reflecteren.
  • Digitale Geletterdheid 4.2 Digitale communicatie. Leerlingen leren digitale technologie gebruiken om eigen ervaringen en gevoelens op artistieke wijze uit te drukken.
  • Moderne vreemde talen 2.1 Creatieve vormen van taal. Creatieve vormen van taal zoals poëzie, songteksten en verhalen zijn vormen van artistiek expressie. Artistieke expressie kan versterkt worden door uitingsvormen met elkaar te combineren, bijvoorbeeld poëzie en illustraties, tekst en muziek, verhalen en dans of taal.
  • Mens en Maatschappij 9.1 t/m 9.7 Denkwijzen. Leerlingen leren denkwijzen te gebruiken om de werkelijkheid te leren begrijpen en duiden, daarbij kunnen ook de creatieve denkstrategieën worden ingezet.

Leerlingen leren op een eigen manier in een artistieke vorm uitdrukking te geven aan ervaringen, gevoelens en ideeën. Ze verkennen het specifieke van de kunsten om in die 'taal' te communiceren.

KC2.1 - Artistieke expressie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen op een eigen manier uiting te geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten. Leerlingen fantaseren, leren experimenteren en improviseren met (bewegend) beeld-, klank-, woord- en bewegingselementen in relatie tot de ruimte en omgeving en gebruiken daarbij eenvoudige technieken en vaardigheden. Leerlingen verkennen de betekenis van eigen artistieke uitingen en proberen (toepasbare) ideeën uit. In dit proces van spelen en experimenteren leren leerlingen praten over hun artistiek werk.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen al spelend op artistieke wijze uitdrukking te geven aan ervaringen, fantasie, gevoelens, ideeën en gedachten, te denken valt aan maken van beeldend werk, zingen, spelen op muziekinstrumenten, spelen van verschillende rollen, bewegen (op muziek);
  • gebruik te maken van (mondiale) inspiratiebronnen bij het maken van artistieke uitingen;
  • bij interpretaties van bestaand werk en bij artistieke uitingen (bewegend) beeld-, klank-, woord- en bewegingselementen en eenvoudige vaktaal gebruiken, te denken valt aan kleur, vorm, hoog-laag, snel-langzaam;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur en bijdragen aan wie zij zijn.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun expressieve vaardigheden. Leerlingen leren vanuit verbeelding en met fantasie te communiceren.  Door zelf artistiek werk te maken leren ze zich op eigen (artistieke) wijze betekenisvol uit te drukken. Leerlingen verkennen verschillende kunstzinnige begrippen en elementen. Ze leren hiermee hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving, betekenisvol vorm te geven. Eigen ideeën, fantasie en verwondering spelen daarbij een belangrijke rol.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen op artistieke wijze uitdrukking te geven aan ervaringen, gevoelens, ideeën en gedachten;
  • gebruik te maken van (mondiale) inspiratiebronnen bij het maken van artistieke uitingen;
  • bij interpretaties van bestaand werk en bij artistieke uitingen (bewegend) beeld-, klank-, woord- en bewegingselementen toepassen en eenvoudige vaktaal gebruiken, te denken valt aan kleur, vorm, hoog-laag, snel-langzaam;
  • de zeggingskracht van eigen artistieke uitingen te vergroten door keuzes te maken over de inhoud en de vormgeving en daarbij gangbare vaktaal gebruiken;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van identiteit en cultuur en bijdragen aan wie zij zijn.

Leerlingen leren zich op een eigen manier in een artistieke vorm uit te drukken. Ze leren het specifieke van de kunsten gericht te gebruiken om de zeggingskracht van eigen werk te vergroten.

KC2.1 - Artistieke expressie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun expressieve vaardigheden. Leerlingen leren zich als makers op eigen (artistieke) wijze uit te drukken en betekenisvol te communiceren.

Actuele gebeurtenissen en ideeën van anderen kunnen in deze fase ook aanleiding zijn voor het vormgeven van artistiek werk met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Leerlingen maken hierbij bewust gebruik van kunstzinnige begrippen en elementen. Ze leren, samen of alleen bestaand werk te interpreteren en de zeggingskracht van een artistieke uiting te vergroten door keuzes te maken in vorm, functie en inhoud en voor materialen en technieken. De leerling ontdekt zijn artistieke voorkeuren en drukt dit op eigen wijze uit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen op artistieke wijze uitdrukking te geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën;
  • een interpretatie geven van bestaand werk en daar persoonlijke betekenis aan kunnen geven;
  • gebruik te maken van (mondiale) inspiratiebronnen bij het maken van artistieke uitingen;
  • bij artistieke uitingen, (bewegend) beeld-, klank-, woord- en bewegingselementen, of combinaties hiervan;
  • de zeggingskracht van eigen artistieke uitingen te vergroten door bewuste keuzes te maken over de inhoud en de vormgeving (technieken, materialen en middelen) en daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • voorkeuren ontdekken en ontwikkelen om zich op artistieke wijze uit te drukken;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur en bijdragen aan wie zij zijn.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Artistieke technieken en vaardigheden

KC3.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Artistieke technieken en vaardigheden hangt samen met:

  • Rekenen en Wiskunde 3.1 Meten. Leerlingen gebruiken meetinstrumenten en leren meten bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Rekenen en Wiskunde 3.2 Vorm en ruimte. Leerlingen gebruiken inzichten in vormen en ruimte bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Mens en Natuur 3.4 Praktisch handelen. Leerlingen kunnen de praktische handelingen toepassen bij het aanleren en inoefenen van artistieke technieken en vaardigheden.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren technologische hulpmiddelen gebruiken en toe te passen in eigen werk.
  • Bewegen en Sport 1.1 Leren bewegen. Leerlingen bewegen op tempo en ritme, bouwen conditie op en kunnen dit gebruiken bij het oefenen van ‘artistieke technieken en vaardigheden’.

Leerlingen leren aangeboden artistieke technieken en vaardigheden gebruiken om te creëren in (bewegend) beeld, klank, woord en met spel en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving.

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vakspecifieke technieken en vaardigheden te verkennen om met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving werk te creëren. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Leerlingen leren samen of alleen met technieken en vaardigheden uitdrukking geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. Door (in)oefenen en (re)produceren verkennen en onderzoeken leerlingen technieken en vaardigheden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen al spelend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging (in relatie tot de ruimte of omgeving) verkennen, te denken valt aan: diverse materialen en technieken onderzoeken, experimenteren met muziekinstrumenten en geluiden, verschillende emoties in mimiek en fysiek laten zien bij een voorgelezen verhaal, vanuit beleving een dans maken;
  • eenvoudige elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging verkennen, te denken valt aan: kleur, licht-donker, hard-zacht, snel-langzaam, hoog-laag;
  • eenvoudige vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren technieken en vaardigheden bewust toe te passen om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën te verbeelden en verklanken en om betekenis te geven aan bestaande en nieuwe artistieke uitingen. Zij leren zich te verdiepen in de artistiek expressie van kunstenaars. Ze ontdekken hun voorkeuren en leren aangeven met welke materialen en technieken zij willen werken.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: de mogelijkheden van materialen en middelen onderzoeken om beeldend werk te maken, beelden en geluiden opnemen en bewerken, scenes maken bij een verhaal, vanuit een ervaring een dans maken;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen om artistiek werk te maken en bestaand werk in te studeren;
  • meest gebruikelijke elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, muziek, theater en dans gebruiken, te denken valt aan: ritme, beweging, rust, draai, spanning, voorgrond- achtergrond, decor, kostuum;
  • gangbare vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Leerlingen leren hun artistieke repertoire te verfijnen en vergroten en leren bewuste keuzes te maken om te creëren in (bewegend) beeld, klank, woord en met spel en beweging.

KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Ze leren door de beheersing van meerdere technieken en vaardigheden zich breder uit te drukken. Hier hoort ook bij dat leerlingen leren om te gaan met het ongemak van het nog niet kunnen, of juist plezier en voldoening ervaren bij wat lukt. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren kunstzinnige aspecten bewust gebruiken. De technieken en vaardigheden die leerlingen aangereikt krijgen worden complexer en vakspecifieker. Door hiermee te experimenteren ontdekken leerlingen de mogelijkheden en leren ze deze technieken en vaardigheden bewust toe te passen in hun eigen maakproces.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: autonoom werk maken, imiteren van beats, een eigen sound ontwikkelen, performances;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen en verdiepen om artistiek werk te maken of bestaand werk in te studeren;
  • elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging bewust en doelgericht gebruiken, te denken valt aan: compositie, voorstelling, boodschap, klankkleur, interpretatie, speelstijlen;
  • vaktaal bewust gebruiken bij het maken van artistieke uitingen en bij reflectie op product en proces.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Artistieke innovatie

KC4.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC4.1 - Artistieke innovatie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Artistieke innovatie hangt samen met:

  • Mens en Maatschappij 9.1 t/m 9.7 Denkwijzen. Leerlingen leren verschijnselen, ontwikkelingen en/of vraagstukken duiden en begrijpen. Ze leren deze maak- en werk- onderzoeksprocessen in de eigen kunstpraktijk te gebruiken.
  • Mens en Natuur 1 .2 Technologie. Leerlingen leren de kennis over het doel en het nut van technologie te benutten bij artistieke innovatie.
  • Mens en Natuur 3.1 Onderzoeken. Leerlingen ontwikkelen vaardigheden en inzicht om onderzoek uit te kunnen voeren. Deze vaardigheden kunnen ze toepassen bij artistieke innovatie.
  • Mens en Natuur 3.2 Ontwerpen. leerlingen krijgen inzicht in de werk- en denkprocessen van andere makers en kunnen dit toepassen in eigen werk.
  • Digitale geletterdheid 5.1 De digitale burger. Leerlingen gebruiken digitale kennis, vaardigheden en verantwoordelijkheden wanneer zij innovatieve maakprocessen kritisch onderzoeken.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie. Leerlingen kunnen digitale kennis en vaardigheden toepassen tijdens innovatieve maakprocessen.

Leerlingen leren op creatieve wijze eenvoudige vraagstukken uit hun directe omgeving onderzoeken. Ze leren maak- en ontwerpprocessen gebruiken om originele oplossingen en ideeën te bedenken.

KC4.1 - Artistieke innovatie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen spelend op creatieve wijze actuele, eenvoudige vraagstukken uit hun directe omgeving te onderzoeken. Ze verkennen oplossingen en ideeën. Ze krijgen spelend inzicht in artistieke uitingen via eigentijdse technieken.

Kennis en vaardigheden:

Leerlingen leren:

  • vanuit experiment onderzoeken;
  • spelend en makend voor eenvoudige vraagstukken nieuwe of andere oplossingen of toepassingen bedenken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze samenwerking vergroten leerlingen hun kennis hierover. Leerlingen onderzoeken de (on)mogelijkheden van traditionele en eigentijdse technieken en vaardigheden vanuit verschillende invalshoeken. Leerlingen bespreken opbrengsten van onderzoek en delen opvattingen, meningen en inzichten over actuele ontwikkelingen. Ze raken geïnspireerd door de wijze waarop professionele kunstenaars technologie gebruiken in hun artistiek werk, zoals het gebruik van big data, controllers, 3d-printers, sensoren, drones, schimmels of bacteriën.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • nieuwe inzichten en mogelijkheden verkennen rondom mondiale thema’s en actuele vraagstukken;
  • combinaties maken tussen nieuwe en bestaande technieken (en dit toepassen binnen hun eigen artistieke uitingen), te denken valt aan het ontwikkelen van duurzame en slimme materialen, het bedenken van communicerende, zingende kleding, dansen met elektrische zelfrijdende auto’s;
  • een mening vormen over de kansen, grenzen en (on)mogelijkheden van de invloed van wetenschap en technologie, te denken valt aan ethische en filosofische vraagstukken;
  • eigentijdse technieken gebruiken;
  • voor probleemstellingen meerdere oplossingen bedenken en zelf nieuwe probleemstellingen genereren, te denken valt aan het proces van problem finding (divergent denken) en problem solving (convergent denken).

Leerlingen leren vraagstukken op het snijvlak van vakken vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken. Ze leren al makend problematiseren, oplossingen te bedenken en een standpunt in te nemen.

KC4.1 - Artistieke innovatie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen en verbreden leerlingen hun kennis over maak- en denkstrategieën. Op het grensvlak van vak- en leergebieden werken leerlingen samen aan vraagstukken binnen mondiale thema’s. Leerlingen leren nieuwe en traditionele technieken te combineren. Ze delen én maken gebruik van elkaars ontwerpen en ideeën. Al doende komen leerlingen in een kritisch maakproces tot nieuwe vragen en andere inzichten en bedenken innovatieve ideeën en oplossingen voor vraagstukken binnen mondiale thema’s.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • probleemstellingen formuleren en nieuwe ideeën ontwerpen vanuit vraagstukken en mondiale thema’s;
  • om op een kritische, ondernemende, innovatieve manier (samen) te werken en daarbij een persoonlijke positie in te nemen;
  • een mening vormen over kansen en ethische grenzen van mogelijkheden van wetenschap, technologie in samenhang met kunst;
  • zich tijdens het eigen maakproces laten inspireren door professionele nieuwe makers en hun kunstenaarspraktijk, te denken valt aan ontwikkelen van prototypes, maken, testen, conclusies trekken en verbeteren;
  • hun onderzoek en ideeën en dat van anderen kritisch te bevragen;
  • nieuwe inzichten en mogelijkheden toepassen bij het oplossen van vraagstukken door het toepassen van creatieve maak- en denkstrategieën;
  • hoe kunstenaars binnen het gebied van de wetenschap en technologie met anderen samenwerken;
  • eigentijdse technieken, materialen en middelen op artistieke wijze gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Kunst- en cultuurhistorische contexten

KC5.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Kunst- en cultuurhistorische contexten hangt samen met:

  • Nederlands 3.1 Meertaligheid en cultuurbewustzijn. Leerlingen ontwikkelen hun cultuurbewustzijn door te leren over kunst, cultuur en cultuurgeschiedenis.
  • Nederlands 7.1 Leesmotivatie en literaire competentie. Leerlingen leren literaire teksten in een in een cultuurhistorische context plaatsen.
  • Burgerschap GO 5.1 Diversiteit. Leerlingen onderzoeken en bevragen in de diverse samenleving sociale en culturele identiteiten en levensbeschouwelijke stromingen, waarden en overtuigingen. Dit sluit aan bij leren over kunst- en cultuurhistorische contexten en erfgoed.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen leren bij het onderzoek van vraagstukken over solidariteit ook kunst- en cultuurhistorische contexten, waaronder erfgoed, te bestuderen.
  • Mens & Maatschappij 2.1 Tijd en chronologie. Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader, bestaande uit tijdsindelingen en oriëntatiekennis en kunnen dit toepassen bij het leren over kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.1 Mensbeeld en identiteit. Leerlingen leren dat identiteiten en beeldvorming daarover (door tijd en plaats) kunnen veranderen binnen kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering, dat past bij leren over kunst – en cultuurhistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis geven aan de verbeelding van de werkelijkheid, wanneer zij leren over kunsthistorische contexten.

Leerlingen leren eenvoudige vragen stellen over kunst- en cultuurhistorische onderwerpen. Ze maken kennis met erfgoed en onderzoeken genres, stijlen en stromingen vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met verschillende vormen van kunst en cultuur vanuit de hele wereld en door de tijden heen. Ze kijken en luisteren naar verschillende genres, stijlen en stromingen in de kunsten en komen in aanraking met (im)materieel erfgoed. Ze krijgen een eerste beeld van de kunst- en cultuurhistorische context. In het gesprek dat leerlingen met elkaar hebben leren leerlingen woorden te geven aan wat ze zien en horen en ontdekken dat er verschillende opvattingen (mogen) zijn.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat er wereldwijd en van alle tijden meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan;
  • een nieuwsgierige houding ontwikkelen ten aanzien van materiële en immateriële sporen uit het verleden;
  • met eenvoudige vaktaal praten over verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat je op een verschillende manier kunt kijken naar uitingen van kunst en cultuur;
  • dat uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun ervaringen met kunst en cultuur. Leerlingen maken door de tijden heen en in de volle breedte kennis met genres, stijlen en stromingen. Door te kijken en luisteren naar en te leren van en over (im)materiële vormen van kunst en cultuur ontwikkelen leerlingen cultuurhistorisch besef. Leerlingen ervaren en benoemen de mogelijke impact en zeggingskracht van verschillende kunstuitingen. Ze worden zich bewust van hun eigen kijk hierop en ontdekken dat anderen hier anders over denken. Ze ontdekken wat waardevol is gevonden om te bewaren en verkennen wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Ze ontdekken dat opvattingen kunnen verschillen en dat bijvoorbeeld de waardering voor kunst en cultuur en de makers door de tijd heen kan veranderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • over tijd en plaats van kunst;
  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines en variërend in tijd en plaats;
  • ontdekken dat kunst en cultuur tijd- en plaatsgebonden is;
  • wie bepaalt wat cultureel erfgoed is en wie en wat bepalen wat we cultuurhistorisch waardevol vinden (en hoe/waardoor dit oordeel kan veranderen);
  • materiële en immateriële sporen uit het verleden plaatsen in de culturele context;
  • praten over het bewaren van uitingen van kunst en cultuur en hierover een eigen mening vormen;
  • dat uitingen van kunst en cultuur verschillend geïnterpreteerd en gewaardeerd worden;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuuronderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Leerlingen leren kunst- en cultuurhistorische contexten bevragen, onderzoeken en begrijpen. Ze onderzoeken erfgoed en analyseren genres, stijlen en stromingen in en vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en vanuit verschillende perspectieven interpreteren en waarderen. Ze ontdekken en begrijpen wat waardevol is gevonden om te bewaren en beargumenteren wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Leerlingen ontwikkelen kunst- en cultuurhistorisch besef en leren betekenis te geven aan uitingen van kunst en cultuur. Ze worden zich bewust van het eigen perspectief bij het ervaren van kunst en cultuur, leren daar een mening over te vormen en ontdekken dat opvattingen daarover kunnen verschillen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines, vanuit een mondiaal perspectief en variërend in tijd en plaats;
  • over zeggingskracht van kunst en cultuur in de context van tijd en plaats;
  • vanuit tijd (tijdgeest, genres, stijlen en stromingen) en plaats (lokaal, nationaal en mondiaal), betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur, te denken valt aan diverse concepten, vormen en uitvoeringspraktijken;
  • een eigen mening geven over de vorm en inhoud van uitingen van kunst en cultuur en hierbij vaktaal gebruiken;
  • begrijpen wat er vanuit een cultuurhistorische perspectief bewaard is of geredeneerd vanuit het heden bewaard zou moeten worden en daar een onderbouwde mening over vormen;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Functies van kunst

KC6.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC6.1 - Functies van kunst

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Functies van kunst hangt samen met:

  • Mens & Maatschappij 6.1 Mensbeeld en identiteit. Leerlingen leren dat identiteiten en beeldvorming daarover (door tijd en plaats) kunnen veranderen binnen de context van de functie van kunst.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering, dat past bij leren over functies van kunst.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis te geven aan de verbeelding van de werkelijkheid, wanneer zij leren over de functies van kunst.

Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven naar kunst te kijken en luisteren en daar eenvoudige vragen over te stellen. Ze maken kennis met enkele functies van kunst en leren deze waarderen.

KC6.1 - Functies van kunst - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van po maken leerlingen kennis met verschillende functies van artistieke uitingen. Ze leren te kijken en luisteren en eenvoudige vragen te stellen bij wat ze zien of horen. Leerlingen kunnen vertellen wat hen raakt, ontroert of boeit en ontwikkelen voorkeuren. Ze ontdekken wat kunst en cultuur kunnen betekenen en ontdekken dat hierover verschillende meningen naast elkaar bestaan.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat artistieke en culturele uitingen verschillende functies kunnen hebben;
  • kennismaken met verschillende functies van artistieke en culturele uitingen, te denken valt aan expressieve, rituele of symbolische functie;
  • eenvoudige vragen stellen over de verschillende functies van artistieke en culturele uitingen;
  • verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • een eigen mening geven over de betekenis van uitingen van kunst en cultuur en luisteren naar meningen van anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van po verbreden leerlingen hun kennis over de functies van artistieke uitingen. Ze worden zich bewust van de functies en ontdekken wat makers willen laten zien of horen.

Door het gesprek met elkaar komen leerlingen samen tot nieuwe inzichten. Ze leren over de vorm, de vormgeving of de voorstelling waarmee makers hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën  uitdrukken. Ze kunnen vertellen wat hen raakt, ontroert of boeit van kunst en cultuur, leren hierover een mening te vormen en ontwikkelen voorkeuren. Leerlingen komen door kunst en cultuur in contact met verschillende manieren en uitingsvormen om naar de wereld te kijken. Ze ontdekken dat meningen over kunst en cultuur variëren en leren zich hiertoe te verhouden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende functies van kunst;
  • kennis maken met verschillende functies van kunst en cultuur te denken valt aan de expressieve, rituele, (cultuur)historische, symbolische, economische of esthetische functie;
  • vragen stellen over de verschillende functies van artistieke en culturele uitingen;
  • de bedoeling van de maker(s) vergelijken met de eigen mening over het (kunst) werk of de voorstelling;
  • betekenisvolle verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • met gebruik van eenvoudige vaktaal een mening geven over de functies of betekenis van artistieke en culturele uitingen en luisteren naar meningen van anderen.

Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven kunst te onderzoeken en bevragen. Ze leren een onderbouwde mening te geven over de betekenis en functie van kunst en daarbij vaktaal gebruiken.

KC6.1 - Functies van kunst - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van vo verdiepen leerlingen hun kennis over de verschillende functies van artistieke uitingen. Leerlingen leren vanuit een mondiaal perspectief om samen te kijken naar (bewegende) beelden of te luisteren naar muziek. Door functies en doelen van artistieke uitingen en cultuur (filosofisch) te bevragen, analyseren en bespreken krijgen leerlingen inzicht in de betekenis van kunst.  Ze leren hun eigen oordelen (tijdelijk) op te schorten en zijn nieuwsgierig naar de meningen en opvattingen van anderen. Ze worden gestimuleerd om andere posities in te nemen en zich te verplaatsen in andere zienswijzen. Leerlingen leren zo hun eigen mening of oordeel vormen, herzien, nuanceren en onderbouwen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verschillende functies van uitingen van kunst en cultuur (filosofisch) bevragen vanuit verschillende perspectieven, te denken valt aan de expressieve, rituele, symbolische of esthetische, economische en ethische functie;
  • de betekenis en functie van artistieke en culturele uitingen onderzoeken en daarbij de bedoeling van de maker(s) en de mening van toeschouwers betrekken, te denken valt aan recensenten, opiniemakers en conservatoren;
  • betekenisvolle verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • met gebruik van vaktaal een onderbouwde mening geven over de betekenis en functie van kunstzinnige en culturele uitingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Beleven van kunst

KC7.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC7.1 - Beleven van kunst

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Beleven van kunst hangt samen met:

  • Burgerschap 4.1 Identiteit; 5.1 Diversiteit. Leerlingen ontdekken aspecten van hun identiteit en van mogelijke spanningen tussen die aspecten. Ze leren kunst te waarderen dan wel te beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 11.7 Cognitieve empathie. Leerlingen leren het denken van mensen vanuit verschillende contexten te begrijpen en daarop te reflecteren. Ze leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen onderzoeken vraagstukken over solidariteit en leren kunst waarderen dan wel te beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 11.6 Affectieve empathie. Leerlingen verplaatsen zich in de situatie en de beleving van de ander en kunnen dat spiegelen aan zichzelf. Ze leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Moderne vreemde talen 2 Creatieve vormen van taal. Leerlingen kijken en luisteren naar creatieve vormen van taal en ontwikkelen kijk- en luisterplezier.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering dat past bij het beleven van kunst en cultuur in de authentieke context.
  • Mens & Maatschappij 9.3 Denken vanuit de ander. Leerlingen leren vaardigheden om een breder, completer en veelzijdiger beeld van ‘de ander’ te krijgen door het meemaken en meedoen aan culturele en kunstzinnige activiteiten.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis geven aan de verbeelding van de werkelijkheid wanneer zij culturele en kunstzinnige activiteiten ervaren.

Leerlingen maken kennis met en leren deelnemen aan enkele culturele en kunstzinnige activiteiten. Ze delen ervaringen, leren de waarden en betekenissen hiervan bespreken en ontdekken voorkeuren.

KC7.1 - Beleven van kunst - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met kunst en cultuur in een professionele context. Ze nemen deel aan culturele en kunstzinnige activiteiten binnen of buiten school. Ze leren bijvoorbeeld om met concentratie te luisteren naar muziek en ze maken kennis met de afspraken die gelden om als toeschouwer te kijken naar een voorstelling in een theater. Ze leren zich inleven en voelen wat ze zien of horen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen vertrouwd raken met deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten gespreid over disciplines, te denken valt bijvoorbeeld aan een bezoek aan een museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept;
  • dat er meerdere culturele en kunstzinnige activiteiten in de omgeving bestaan;
  • bezoeken van en deelnemen aan verschillende culturele en kunstzinnige activiteiten, zich inleven, vragen stellen, verwonderen en reageren;
  • dat er afspraken gelden bij het bezoeken van en deelnemen aan culturele en kunstzinnige activiteiten;
  • over eigen ideeën en ervaringen vertellen en hun woordenschat vergroten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun kijk op de culturele omgeving door kennis te maken met kunst en cultuur uit de hele wereld. Dat doen ze door het bezoeken of deelnemen aan culturele en kunstzinnige activiteiten. Leerlingen ervaren hoe het is om samen een activiteit te beleven of te bezoeken en delen hun ervaringen en ontdekken hun persoonlijke voorkeuren. Door in gesprek te gaan met makers, bedenkers en uitvoerders krijgen leerlingen inzicht in hun beweegredenen en motivatie. Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven betekenis te geven aan de ervaring.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen vertrouwd raken met deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten gespreid over disciplines, te denken valt bijvoorbeeld aan bezoek museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept, waarbij leerlingen zich inleven, vragen stellen, verwonderen en reageren;
  • in gesprek gaan met makers, bedenkers en uitvoerders over culturele en kunstzinnige uitingen (proces en product);
  • dat er afspraken gelden voor het bezoeken van en deelnemen aan culturele en kunstzinnige uitingen;
  • passende vaktaal gebruiken;
  • culturele en kunstzinnige ervaringen waarderen en persoonlijke voorkeuren ontdekken.

Leerlingen leren deelnemen aan verscheidene culturele en kunstzinnige activiteiten. Ze leren de waarden en betekenissen hiervan beargumenteerd te delen en ontdekken voorkeuren.

KC7.1 - Beleven van kunst - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kijk op de culturele omgeving en ontdekken hun persoonlijke voorkeuren. Ze participeren, analyseren en geven betekenis aan verschillende uitingen van kunst en cultuur buiten school en gaan hierover in gesprek met medeleerlingen, makers, bedenkers en uitvoerders. Ze werken vanuit een onderzoekende houding en leren vaktaal gebruiken. Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld hoe kunst hun stemming kan beïnvloeden of kan bijdragen aan welbevinden. Ze leren daarnaast wat de impact van kunst is op de samenleving.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen deelnemen aan verschillende culturele en kunstzinnige activiteiten, te denken valt bijvoorbeeld aan het bezoek aan een museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept;
  • nieuwe kunstzinnige en culturele activiteiten te onderzoeken en analyseren;
  • betekenis geven aan culturele en kunstzinnige ervaringen en daarbij de reacties van anderen betrekken, te denken valt aan reacties van makers, publiek, recensenten;
  • met behulp van vaktaal kunstzinnige ervaringen verwoorden, de ervaring waarderen en persoonlijke voorkeuren ontdekken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Tonen en delen van eigen werk

KC8.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Tonen en delen van eigen werk hangt samen met

  • Nederlands 5.1 Doelgericht communiceren. Leerlingen gebruiken communicatieve vaardigheden en - strategieën om eigen werk te delen en te tonen.
  • Moderne vreemde talen 2.1 Creatieve vormen van taal. Leerlingen verzorgen een creatieve presentatie in een moderne vreemde taal en sluit aan bij ‘leren een eigen artistieke uiting in een (in)formele setting op een persoonlijke manier te uiten’.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen geven betekenis aan de werkelijkheid door het tonen en delen van werk.
  • Mens & Maatschappij 10.2 Onderzoeken. Leerlingen leren de wereld begrijpen door onderzoek te doen naar historische, geografische, economische, sociale of culturele verschijnselen door het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.2 Digitale communicatie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.3 Digitale samenwerking. Leerlingen leren digitale toepassingen bij de samenwerking in netwerken te gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 6.2 Digitale marketing. Leerlingen leren digitale technologie voor reclame en marketingdoeleinden bewust te gebruiken bij het tonen en delen van werk.

Leerlingen leren presenteren wat ze gemaakt hebben, tonen het product en het proces (tussentijds) aan anderen en leren reflecteren op het werk- en leerproces.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vol trots en met plezier eigen werk tonen. Ze oefenen met het tonen en delen van eigen of gezamenlijke artistieke uitingen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving. Daarnaast leren ze te kijken en luisteren naar elkaar en elkaars werk en hierop te reageren. Leerlingen nemen reacties van ouders en medeleerlingen in ontvangst en wisselen ervaringen uit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen artistieke uitingen in een informele setting te tonen en delen;
  • een artistieke uiting of onderzoek alleen of samen presenteren;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen en hierop samen reflecteren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun presentatievaardigheden. Leerlingen worden zich bewust van de interactie die plaatsvindt tijdens een presentatie. De leerlingen leren tijdens de voorbereiding en uitvoering van een presentatie dat er verschillende rollen (bijvoorbeeld maker, uitvoerder, organisator of technicus) bestaan. De leerlingen leren (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in te zetten om hun presentatie beter te maken. Ze leren reacties in ontvangst nemen en reflecteren (tijdens de voorbereiding en na afloop) op eigen en andermans presentaties. Ze maken daarbij onderscheid tussen vorm en inhoud. Door te presenteren krijgen de leerlingen inzicht in persoonlijke (artistieke) voorkeuren, hun talenten en de uitdagingen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces tonen en hierbij eenvoudige vaktaal gebruiken;
  • bestaand werk opvoeren en eigen artistieke uitingen in een (in)formele setting en op een eigen manier te delen en daarbij rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • presentaties organiseren, kennismaken met de verschillende rollen en een rolverdeling, te denken valt aan: decorbouwers, curator en een regisseur en een kaartjesverkoper;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen reflecteren op de rol van de uitvoerende(n).

Leerlingen leren keuzes te maken hoe het product en/of proces (tussentijds) te presenteren. Ze reflecteren op het werk- en leerproces en delen hun inzichten met anderen.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen kennis en vaardigheden. Leerlingen leren eigen of gezamenlijk (artistiek of theoretisch) werk tonen en kiezen daarvoor de meest passende presentatievorm. Leerlingen presenteren samen of individueel eigen artistiek en theoretisch werk binnen en/of buiten de school en houden daarbij rekening met de doelgroep en het doel van de presentatie. Ze maken afspraken met elkaar over de inhoud en de vorm, leren de presentatie te organiseren en een taakverdeling te maken. Zij leren inhoudelijke gesprekken voeren met publiek over getoond eigen werk (artistiek en theoretisch) en nemen reacties in ontvangst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces product of uitkomsten van een theoretisch onderzoek en proces presenteren; tonen en benoemen daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • een bewuste vorm kiezen om een (tussen)product of artistieke uiting te delen of te presenteren, rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • een spreekdoel verbinden aan presentaties (amuseren, informeren, instrueren, overtuigen);
  • eigen artistieke uitingen in (in)formele setting delen en daarbij vaktaal gebruiken;
  • een interpretatie geven van bestaand werk en dit opvoeren, te denken valt aan choreografieën, toneelteksten en liedrepetoire;
  • presentaties organiseren en een taak- en rolverdeling maken;
  • rekening houden met een doelgroep;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen;
  • omgaan met en het verwerken van feedback;
  • reacties van het publiek observeren en reflecteren op de rol van de uitvoerende en de rol van publiek;
  • reflectie op het product en proces vastleggen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.