Samenvatting Kunst & Cultuur

Kern van het leergebied Kunst & Cultuur

In het leergebied Kunst & Cultuur staat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling centraal. Leerlingen leren kunst maken, kunst meemaken en betekenis geven aan wat zij maken en meemaken. Ze leren hun verbeeldingskracht gebruiken om artistiek werk te (re)produceren. Vanuit verschillende perspectieven ervaren zij kunst en cultuur en onderzoeken ze de uitingen hiervan. Leerlingen leren over de verschillende functies van kunst. Ze leren te kijken en ontdekken dat kunst kan verwonderen, uitdagen, amuseren of schuren. Kunst kan emotie opwekken, je raken en leiden tot verstilling.

Leerlingen leren op expressieve wijze communiceren en doen dat in ‘de taal’ van de kunsten: met (bewegend) beeld, woord, klank en met beweging in relatie tot de ruimte of omgeving. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk.

Wat we belangrijk vinden

Door het onderwijs krijgt iedereen, geen leerling uitgesloten, de kans om in aanraking te komen met kunst en cultuur en zich hiermee te vormen en te ontplooien. Kunst plaatst ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in een ander perspectief. Kunst kan een verbeelding zijn van bijvoorbeeld een emotie of kan een reactie zijn op een politiek of maatschappelijk kwestie. Kunstenaars zijn in staat compleet andere of nieuwe werkelijkheden te scheppen. Door kunst- en cultuur(geschiedenis) leren leerlingen zichzelf, de omgeving, de maatschappij en de wereld te ontdekken en begrijpen. In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaars cultuur leren kennen en zich daartoe weten te verhouden en daarover met elkaar communiceren. Leerlingen leren door, met en over kunst en cultuur.

Dit is het voorstel

Voor het leergebied Kunst & Cultuur is een samenhangend curriculum geformuleerd dat gebaseerd is op ‘maken en betekenis geven’ en ‘meemaken en betekenis geven’. ‘Maken en betekenis geven’ richt zich op de praktijk van de verschillende kunstdisciplines. Hierin staat het experimenteren, creëren, vormgeven en (re)produceren centraal. Leerlingen leren in een artistieke vorm en op een eigen manier uitdrukking te geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. ‘Meemaken en betekenis geven’ is gericht op de kennismaking met professionele uitingsvormen van kunst en cultuur. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur ervaren, onderzoeken, (filosofisch) bevragen, analyseren en waarderen. Betekenis geven heeft zowel betrekking op de artistieke uitingen die leerlingen zelf maken als op de professionele uitingen van kunst en cultuur. De kennis en vaardigheden van de verschillende (kunst)vakken, zoals beeldende vorming, muziek, dans, theater en cultureel erfgoed blijven in het voorstel behouden.

Wat verandert er?

Leerlingen ontwikkelen hun artistiek-creatief vermogen door kennis te maken en te oefenen met verschillende maak- en denkstrategieën. Het ‘maken en betekenis geven’ is meer dan de huidige kerndoelen gericht op artistieke expressie en ontwikkeling van creativiteit. Leerlingen leren kijken en luisteren, laten zich inspireren, leren experimenteren met materialen en middelen, zetten door, gebruiken hun verbeeldingskracht, ontwikkelen technieken en vaardigheden en reflecteren op het werk- en leerproces. De artistieke ontwikkeling van de leerling is niet los te zien van het creatieve proces dat de leerling keer op keer doorloopt. Bij het ‘meemaken en betekenis geven’ ervaren leerlingen dat kunst en cultuur onlosmakelijk verbonden is met het bestaan en onderdeel is van hun identiteit en kan bijdragen aan wie ze zijn. Ze komen in aanraking met kunst- en cultuurhistorische context, de functies van kunst en ze beleven kunst en erfgoed in de kunstzinnige context binnen en buiten school. Ze leren uitingen van kunst en cultuur bevragen, betekenis geven en waarderen. Ze leren zich te verhouden tot kunst en cultuur, reflecteren op hun eigen voorkeuren en ontdekken dat meningen kunnen variëren.

Nieuw is ook dat leerlingen verbanden leren leggen tussen ‘maken en betekenis geven’ en ‘meemaken en betekenis geven’ waardoor de praktijk en theorie meer in balans zijn. De professionele kunst is het uitgangspunt. Leerlingen leren deze te gebruiken als bron van inspiratie tijdens het maakproces.

Door de beschrijving van dit curriculumvoorstel is voor het leergebied Kunst & Cultuur een gemeenschappelijke taal ontstaan.

Door de technologische ontwikkelingen ontstaan er andere toepassingsmogelijkheden en nieuwe vormen van kunst. Leerlingen maken kennis met nieuwe media en digitale technologie als middel om kunst te maken. Dit is een verbreding ten opzichte van de huidige kerndoelen. Dit is tevens een manier om nieuwe media-uitingen beter te interpreteren.

In toenemende mate werken kunstenaars (weer) samen met wetenschappers rond grote thema’s. Ze problematiseren onderwerpen, inspireren elkaar, leren van elkaars denk- en werkwijzen en/of werken samen aan oplossingen. Die samenwerking kan leiden tot verrassende inzichten of vernieuwingen. Dit heeft in het voorstel geleid tot aandacht voor nieuwe maak- en ontwerpprocessen op het snijvlak van disciplines rond mondiale thema’s en actuele vraagstukken. Dit is een nieuw onderdeel van het curriculum.