Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Taalbewustzijn

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Door kennis te vergaren over taal en taalgebruik, begrijpen leerlingen hoe je met talen vorm kunt geven aan je gedachten. Door te leren hoe taalleerprocessen verlopen, hebben leerlingen ook meer zicht op hoe zij zelf talen leren en kunnen zij zich ontwikkelen tot meer bewuste en autonome taalleerders. Dat draagt bij aan hun persoonsvorming en kan hun motivatie bij het leren van talen verhogen.

Taalbewustzijn ondersteunt eveneens de socialisatie van de leerlingen. Zij leren hoe taalgebruik sterk bepaald wordt door de socio-culturele context van de communicatie. Zij leren doelen en intenties van taalgebruik kritisch in te schatten en de effecten ervan op zichzelf en de anderen waar te nemen. Zij leren zelf op een bewuste manier om te gaan met hun eigen taalgebruik en met de andere taalgebruikers.

Bewuste kennis over taal versterkt en verhoogt de taalvaardigheid en levert daarmee ook een wezenlijke bijdrage aan kwalificatie.

Inhoud

Talen zijn het instrument waarmee je uiting kunt geven aan hoe je de wereld ziet en waarmee je met anderen communiceert. Als leerlingen taalbewust worden, ontdekken ze hoe talen werken en zien ze talen als communicatief systeem: elke taal heeft eigen regels om een correcte zin te maken en om vorm te geven aan een specifieke taalhandeling, zoals een uitnodiging of een waarschuwing. Leerlingen krijgen greep op wat talen daarin gemeenschappelijk hebben, hoe taalsystemen van elkaar verschillen en hoe talen in de tijd kunnen veranderen. Ze worden zich ook bewust van de invloed van taalhandelingen. Ze leren expliciete en impliciete doelen en intenties van taal te onderscheiden en hun eigen taalgebruik daarop af te stemmen.

Leerlingen leren hoe je talen leert, hoe het leren van een nieuwe taal voor de ene makkelijker is dan voor de andere en waarom sommige talen moeilijker kunnen zijn om te leren. Ze leren reflecteren op hun eigen taalniveau, taalleerproces en taalstrategieën en ontwikkelen autonomie als taalleerder. Ze leren zich te durven uiten in andere talen en dat kan hun plezier in taal verhogen.

Taalbewustzijn ontwikkelt zich parallel aan de cognitieve ontwikkeling van leerlingen en is vanaf de beginfase in het primair onderwijs functioneel om talen in samenhang met elkaar te kunnen zien. Naast het goed leren communiceren, wordt taalbewustzijn ook inhoud van de les. Naarmate leerlingen vorderen in het leren van nieuwe talen, worden ze gestimuleerd om te reflecteren op verschillende taalstructuren en om taalgebruik te analyseren en te interpreteren in verschillende contexten.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Taalbewustzijn

EMVT4.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT4.1 - Taalbewustzijn

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 2.1
Leerlingen werken bij beide leergebieden aan hun taalbewustzijn. Daardoor worden ze zich steeds bewuster van hoe talen in elkaar zitten en werken en van de effecten van keuzes in taalgebruik (2.1, Taalbewustzijn en taalleervaardigheden).

Burgerschap 7.1
Het bewust worden van de sociale kracht van taal draagt bij aan inzicht in de invloed van media op het sociale en politieke leven. Leerlingen oefenen deze vaardigheid bij burgerschapsonderwijs (7.1, Digitaal samenleven).

Leerlingen ontdekken hoe talen werken door regels en conventies te herkennen, vergelijken, bespreken, erop te reflecteren. Ze experimenteren ermee en denken na over hoe ze talen effectief kunnen leren.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken dat talen kunnen verschillen in vorm, schrift, klank en uitspraak en dat het anders kan zijn dan in hun eigen taal. Ze ervaren dat ze andere talen kunnen leren en dat fouten maken bij het taalleerproces hoort. Ze worden zich bewust van wat ze al begrijpen en kunnen zeggen in een andere taal.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • enkele eenvoudige vormaspecten en afspraken in een andere taal waarnemen en imiteren. Te denken valt aan veel voorkomende woorden en woordcombinaties (chunks), bijvoorbeeld in rijmpjes, liedjes, filmpjes en prentenboeken;
  • spreekdurf ontwikkelen bij heel eenvoudige uitingen in een andere taal.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken, door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren, dat talen volgens bepaalde regels en conventies werken die op elkaar lijken of per taal kunnen verschillen. Leerlingen experimenteren spelenderwijs met eenvoudige taalkundige elementen en conventies in de doeltaal en denken na over hoe ze een andere taal het beste kunnen leren. Leerlingen worden steeds zelfverzekerder in hun mondelinge en schriftelijke taaluitingen, ervaren dat het vooral belangrijk is dat mensen begrijpen wat je bedoelt en dat feedback helpt om de doeltaal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van eenvoudige regels in een andere taal door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan ontkenningen, klank-tekenkoppelingen of eenvoudige grammaticale structuren;
  • bewust worden van enkele verschillen in conventies tussen talen door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan het gebruik van beleefdheidsvormen (bijvoorbeeld jij en u vs. you);
  • dat talen elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan de gevoelswaarde van (leen)woorden en uitdrukkingen uit andere talen zoals cool en chillen;
  • talen op een effectieve manier leren, door na te denken over welke strategieën voor hen het beste werken;
  • spreek- en schrijfdurf ontwikkelen bij eenvoudige uitingen in een andere taal.

Leerlingen krijgen steeds meer inzicht in hoe talen in elkaar zitten, werken en veranderen en leren kritisch te kijken naar taalgebruik. Ze weten steeds beter hoe ze talen moeten leren en gebruiken.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen hun taalbewustzijn door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren op taalhandelingen, taalkundige elementen, conventies en afspraken in andere talen. Door zelf te imiteren, te experimenteren en steeds meer adequaat toe te passen, krijgen ze steeds meer inzicht in hoe talen in elkaar zitten, werken, elkaar beïnvloeden en veranderen. Leerlingen leren inzicht te krijgen in het effect van taalhandelingen bij lezers, kijkers en luisteraars door kritisch te kijken naar taalgebruik in andere talen, bijvoorbeeld in de media. Leerlingen oefenen in het stellen van leerdoelen voor zichzelf, passende strategieën inzetten, en in feedback geven en ontvangen om een taal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van steeds meer taalkundige elementen en afspraken in verschillende talen en die zelf toepassen. Te denken valt aan vorm en gebruik van werkwoordstijden in verschillende talen of het vergelijken van uitdrukkingen;
  • bewust worden van overeenkomsten en verschillen in conventies en taalgebruik tussen talen en types (digitale) teksten, en die zelf toepassen. Te denken valt aan beleefdheidsconventies in verschillende talen of het verschil tussen bijvoorbeeld een chat en een brief;
  • bewust worden van hoe talen veranderen naar tijd en variëren naar plaats, maatschappelijke context en stijl. Te denken valt aan vormen van begroeting of verschillen in uitspraak;
  • dat talen op verschillende manieren elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan afkomst en functie van woorden en uitdrukkingen zoals het woord terrible (Engels, Frans en Spaans), woorden als sushi of website, uitdrukkingen als fingerspitzengefühl of het verschil tussen café (Frans) en kroeg;
  • bewust worden van de rol van taal in de samenleving, hoe talen worden gebruikt om bepaalde doelen te bereiken, en hoe taal je handelen kan sturen. Te denken valt aan slogans en commercials;
  • gebruik maken van de talen die ze al kennen om een nieuwe taal te leren;1
  • reflecteren op hun eigen beheersingsniveau en hun voorkeur voor effectieve aanpakken, en hun leerdoelen en strategieën hierop afstemmen;
  • spreek- en schrijfdurf blijven ontwikkelen in alle talen die ze leren, bijvoorbeeld tijdens internationale (digitale) uitwisselingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun taalbewustzijn en hun autonomie als taalleerder. Intensiteit, niveau, complexiteit van het aanbod en leeractiviteiten worden afgestemd op het onderwijsniveau en op het taalbeheersingsniveau in de betreffende doeltaal.

Aanbevelingen

  • Blijf in alle onderwijssectoren aandacht besteden aan de verschillende dimensies van taal. Dat verrijkt de talencurricula en bevordert de ontwikkeling van analytisch vermogen, reflectie en creativiteit. Werk de inhouden van taalbewustzijn op een passende manier uit voor alle onderwijssectoren.
  • Stimuleer leerlingen om te reflecteren op taaluitingen zodat ze verder komen in hun eigen taalleerproces, waardoor het leren van een nieuwe taal bevorderd wordt. Besteed aandacht aan het bewust worden van het feit dat talen leren een levenslang proces is.
  • Laat leerlingen op steeds complexere grammaticale en lexicale structuren reflecteren. Stimuleer ze om zinnen, woordstructuren, woordbetekenis en taalgebruik te herkennen, vergelijken, analyseren, bespreken, interpreteren en bewust en creatief toe te passen.
  • Besteed aandacht aan het adequaat toepassen van verschillende taalconventies in steeds complexere communicatieve situaties.
  • Besteed aandacht aan kennis over talen, hun geschiedenis en hoe talen in de tijd kunnen veranderen.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van de wederzijdse invloed tussen de maatschappij en taalgebruik bij verschillende talen. Te denken valt aan historische feiten, geografische ligging, tradities, technologie, etc.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van expliciete en impliciete doelen, zoals manipulatieve intenties van mondeling en schriftelijk taalgebruik.
  • Stimuleer de leerlingen om hun taalplezier en taaldurf te blijven ontwikkelen. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen zich in steeds meer verschillende, meer onverwachte en onbekende situaties in de andere taal moeten kunnen uiten.
  • Zorg bij de ontwikkeling van leerdoelen voor afstemming en interactie met het leergebied Nederlands, waar de basis wordt gelegd aan metacognitieve strategieën.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun taalbewustzijn en hun autonomie als taalleerder. Intensiteit, niveau, complexiteit van het aanbod en leeractiviteiten worden afgestemd op het onderwijsniveau en op het taalbeheersingsniveau in de betreffende doeltaal.

Aanbevelingen

  • Blijf in alle onderwijssectoren aandacht besteden aan de verschillende dimensies van taal. Dat verrijkt de talencurricula en bevordert de ontwikkeling van analytisch vermogen, reflectie en creativiteit. Werk de inhouden van taalbewustzijn op een passende manier uit voor alle onderwijssectoren.
  • Stimuleer leerlingen om te reflecteren op taaluitingen zodat ze verder komen in hun eigen taalleerproces, waardoor het leren van een nieuwe taal bevorderd wordt. Besteed aandacht aan het bewust worden van het feit dat talen leren een levenslang proces is.
  • Laat leerlingen op steeds complexere grammaticale en lexicale structuren reflecteren. Stimuleer ze om zinnen, woordstructuren, woordbetekenis en taalgebruik te herkennen, vergelijken, analyseren, bespreken, interpreteren en bewust en creatief toe te passen.
  • Besteed aandacht aan het adequaat toepassen van verschillende taalconventies in steeds complexere communicatieve situaties.
  • Besteed aandacht aan kennis over talen, hun geschiedenis en hoe talen in de tijd kunnen veranderen.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van de wederzijdse invloed tussen de maatschappij en taalgebruik bij verschillende talen. Te denken valt aan historische feiten, geografische ligging, tradities, technologie, etc.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van expliciete en impliciete doelen, zoals manipulatieve intenties van mondeling en schriftelijk taalgebruik.
  • Stimuleer de leerlingen om hun taalplezier en taaldurf te blijven ontwikkelen. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen zich in steeds meer verschillende, meer onverwachte en onbekende situaties in de andere taal moeten kunnen uiten.
  • Zorg bij de ontwikkeling van leerdoelen voor afstemming en interactie met het leergebied Nederlands, waar de basis wordt gelegd aan metacognitieve strategieën.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.