Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Effectieve grensoverstijgende communicatie

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Effectieve grensoverstijgende communicatie in een andere taal daagt leerlingen uit om hun persoonlijke grenzen te verleggen en daardoor meer begrip te krijgen voor de wereld om hen heen. Dit draagt bij aan de persoonsvorming, socialisatie en kwalificatie van leerlingen. Door het vervagen van grenzen komen mensen uit verschillende landen veelvuldiger (digitaal) met elkaar in aanraking, voor bijvoorbeeld werk, studie of vakantie. Kennis en beheersing van talen is in Nederland van groot belang mede door het relatief kleine taalgebied van het Nederlands, de geografische ligging en de economische positie van het land. Leerlingen die in andere talen kunnen communiceren, zijn niet alleen kansrijker in het vervolgonderwijs, maar ook op de (inter)nationale arbeidsmarkt.

Communicatieve vaardigheden in meerdere talen zijn nodig om actief deel te kunnen nemen aan (digitale) discussies over mondiale thema’s, en om bij te dragen aan een democratische cultuur.

Inhoud

Grensoverstijgende communicatie betekent begrijpen, produceren, uitwisselen en verwerken van inhoud in een andere taal dan de eigen eerste taal. Ofwel: het begrijpen van mondelinge en schriftelijke teksten in de doeltaal, door te lezen, te luisteren en te kijken (receptie); het bedenken en vervaardigen van mondelinge en schriftelijke teksten in de doeltaal, door te schrijven en te spreken (productie); het uitwisselen van informatie of het samen werken aan betekenisvorming, door gesprekken te voeren of schriftelijk (digitaal) te communiceren (interactie); het kritisch verwerken en overbrengen van informatie in allerlei vormen en het aanpassen van eigen taalgebruik om communicatie toegankelijker te maken (wat het ERK mediation noemt). Al deze communicatieve taalvaardigheden worden in het dagelijks leven vaak in samenhang ingezet. Om effectief te kunnen communiceren leren leerlingen de doeltaal creatief en flexibel te gebruiken en hun taalgebruik af te stemmen op de doelen en inhouden van de communicatie, het (internationale) publiek aan wie de communicatie gericht is, de conventies die bij de context horen en het gebruikte (digitale) medium. In de communicatie kan een taal die voor alle deelnemers niet de eerste taal is als gemeenschappelijk communicatiemiddel worden gebruikt, de zogenaamde 'lingua franca'. Dit is veelal Engels, maar kan ook een andere taal zijn. Ook kunnen meerdere talen in de interactie worden ingezet, waarbij de taal van de gesprekspartner receptief beheerst wordt (de zogenaamde 'luistertaal'): de sprekers gebruiken ieder hun eigen taal, maar kunnen elkaar toch begrijpen. Communiceren gebeurt bij voorkeur in een contextrijke en betekenisvolle omgeving die betrekking heeft op het dagelijks leven, sociale contacten, opleiding of het werk. Digitale technologie maakt het makkelijker internationale contacten te leggen en te onderhouden.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Effectieve grensoverstijgende communicatie

EMVT1.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 1.2 en 5.1
De kennis en vaardigheden om informatie te verwerven, te verwerken en over te brengen en om effectief te leren communiceren in een vreemde taal bouwen voort op kennis en vaardigheden beschreven in de bouwstenen 1.2 (Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling), 5.1 (Doelgericht communiceren) en 6.1 (Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken).

Burgerschap 9.1
Door effectief grensoverstijgend te leren communiceren in een vreemde taal krijgen leerlingen toegang tot informatie en internationale dialogen over mondiale thema's die ook in Nederland van belang zijn. De ontmoeting met de ander, onder andere in dialoog en debat en door betrokkenheid bij of participatie in maatschappelijke vraagstukken, zijn inhouden die leerlingen in burgerschapsonderwijs leren ontwikkelen (9.1, Globalisering).

Digitale geletterdheid 1.1, 3.1 en 4.2
Effectieve grensoverstijgende communicatie kan ondersteund worden door het gebruik van digitale technologie. Leerlingen leren rekening houden met de noodzaak om allerlei vormen van digitale communicatie op een bewuste, verantwoorde en effectieve manier in te zetten door de keuze van het digitale medium af te stemmen op doel en publiek en de vreemde taal aan te passen bij de conventies van het gebruikte medium – zie bouwstenen 1.1 (Van data naar informatie), 3.1 (Interacteren met digitale technologie) en 4.2 (Communiceren met behulp van digitale technologie).

Leerlingen leren op speelse wijze te communiceren in het Engels en evt. een andere taal, simpel taalgebruik te begrijpen en zelf af te stemmen op concrete doelen en publiek in vertrouwde situaties.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken kennis met klanken en woorden in de doeltaal tijdens het kijken en luisteren naar zeer korte en simpele gesproken (digitale) teksten. Ze leren hierop te reageren met eenvoudige woorden of vaste woordcombinaties, bijvoorbeeld tijdens korte rollenspellen. Situaties en onderwerpen zijn vertrouwd en concreet, zoals familie en vakantie, en prikkelen hun fantasie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • korte uitingen, vragen en instructies in eenvoudige gesproken teksten over alledaagse en vertrouwde situaties begrijpen en/of opvolgen;
  • met één of enkele woorden adequaat te reageren op een simpele uiting van de ander;
  • eenvoudige vaste woordcombinaties (chunks) uit te spreken en/of te herhalen, te denken valt aan meezingen met een liedje;
  • eenvoudige informatie te verwerken op basis van een korte beschrijving in de doeltaal, te denken valt aan het maken van een tekening of een fysieke beweging.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis van klanken, woorden en zinnen in de doeltaal uit tijdens het kijken en luisteren naar, en lezen van alledaagse (digitale) teksten. Ze leren de doeltaal in te zetten om sociale contacten te leggen in eenvoudige (digitale) mondelinge en schriftelijke communicatie, bijvoorbeeld met behulp van sociale media. Onderwerpen betreffen dagelijkse zaken, zoals hobby's of schoolactiviteiten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • informatie, vragen, instructies en toelichtingen in eenvoudige (digitale) gesproken en geschreven teksten over alledaagse en vertrouwde situaties begrijpen;
  • eenvoudige gesprekken (soms ondersteund door gebaren) voeren en korte, eenvoudige teksten schrijven met en voor leeftijdsgenoten;
  • gebruik maken van eenvoudige taalconventies, zoals beleefdheidsvormen, van taalstructuren, zoals eenvoudige grammaticale regels (met elementaire fouten) en van een beperkt repertoire aan woordenschat met vertrouwde uitdrukkingen;
  • informatie verwerken en/of mondeling overbrengen uit eenvoudige (digitale) teksten over onderwerpen uit de eigen belevingswereld; te denken valt aan korte presentaties.

Leerlingen leren taalvaardigheden Engels en andere talen verder ontwikkelen afgestemd op context, doel, media, publiek, kritisch informatie verwerken, communicatie bevorderen in vertrouwde situaties.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren talen zowel mondeling als schriftelijk te gebruiken om te communiceren over onderwerpen die voor hen vertrouwd en/of van belang zijn. Zij leren hun taalgebruik af te stemmen op de context en de gesprekspartner en eventuele problemen in de communicatie samen te verhelderen en op te lossen. Tijdens het kijken en luisteren naar, en het lezen van alledaagse (digitale) teksten leren leerlingen de hoofdzaken uit belangrijke informatie te onderscheiden. Onderwerpen kunnen ook gaan over beroepssituaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de inhoud van (digitale) gesproken en geschreven teksten over dagelijkse, algemene en/of actuele onderwerpen begrijpen;
  • eenvoudige gesprekken voeren en eenvoudige (digitale) teksten schrijven, passend bij verschillende gesprekspartners of ontvangers, bij verschillende formele en informele situaties, doelen en media; te denken valt aan video's, blogs en allerlei (digitale) uitwisselingen;
  • bij vmbo, hun taalvaardigheden in de doeltaal of doeltalen te ontwikkelen op het niveau van basisgebruiker; binnen dat niveau zijn er verschillen tussen de sectoren en tussen Engels en andere talen. Dit geldt ook bij alle talen voor leerlingen met speciale (leer)behoeften. Leerlingen bouwen voort op de kennis en vaardigheden verworven in het po;
  • bij vmbo, in de doeltaal of doeltalen communiceren binnen contexten die aansluiten bij de inhoud van de betreffende leerweg en sectorkeuze;
  • bij havo en vwo, hun taalvaardigheden in Duits, Frans, Spaans of een andere schooltaal te ontwikkelen op het niveau van basisgebruiker. Bij Engels ontwikkelen leerlingen zich verder richting onafhankelijke taalgebruikers. Zij bouwen voort op de opgedane kennis en vaardigheden uit het po;
  • kritisch informatie verwerken en/of overbrengen uit gestructureerde (digitale) gesproken en geschreven teksten over onderwerpen uit de eigen belevingswereld en/of uit de actualiteit, bijvoorbeeld door aantekeningen, opsommingen, korte samenvattingen, mondelinge toelichtingen en visuele weergaven;
  • compensatiestrategieën inzetten om gebreken in de taalbeheersing te ondervangen en de communicatie op gang te houden;
  • in interactie met de ander, een ondersteunende rol vervullen in het bevorderen van de communicatie; te denken valt aan het controleren van begrip door o.a. vragen te stellen, de essentie in eenvoudige bewoordingen te herhalen of voorbeelden te geven.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verbreden en verdiepen leerlingen hun talenkennis en communicatieve vaardigheden, zowel receptief als productief, door middel van een breed aanbod aan communicatieve situaties en aan rijke schriftelijke en mondelinge (digitale) teksten van verschillende omvang en complexiteit. Leerlingen leren mondeling en schriftelijk in meerdere talen te communiceren over onderwerpen die verder reiken dan de eigen belevingswereld, waaronder mondiale thema’s. Er is aandacht voor argumentatie en onderbouwing, die steeds complexer worden naarmate het beheersingsniveau van de leerlingen in de betreffende taal vordert. Hierbij worden de leerlingen zich in toenemende mate bewust van hun plek in de samenleving. Leerlingen worden gestimuleerd een constructieve rol te vervullen in de interactie tussen sprekers, door bijvoorbeeld oplossingen aan te dragen vanuit verschillende perspectieven en op te treden als intermediair.

Aanbevelingen

  • Faciliteer en stimuleer leerlingen minstens twee talen te leren naast hun eigen eerste taal tenminste tot op het niveau van onafhankelijk taalgebruiker.
  • Laat het aanbod in de talencurricula aansluiten bij de sector- of profielkeuze zodat het leren van de doeltaal meer betekenis krijgt voor de leerlingen. Bied onderwerpen en contexten aan die ook een beroepsmatig karakter hebben om zo de bewustwording van doelen van taalgebruik ook in het werkdomein te ontwikkelen. Bied daarnaast in het havo en het vwo onderwerpen en situaties aan die abstracter en strategisch van aard zijn.
  • Zorg in aanbod en examinering voor een evenwichtige verdeling van de taalvaardigheden.
  • Besteed aandacht aan de verdere ontwikkeling van de kwalitatieve aspecten van taalgebruik, aansluitend op het niveau bereikt in de onderbouw. Te denken valt aan grammatica, woordenschat, zinsbouw, spelling en uitspraak. Blijf daarbij de functionele waarde van vormaspecten van taal benadrukken ten behoeve van het bereiken van communicatieve doelen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het zelfbewust, flexibel en doeltreffend inzetten van talen in een informeel en formeel register, afgestemd op de situatie, het (digitale) medium en de betrokkenen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het vermogen om te kunnen reflecteren op de eigen bijdrage bij het effectief communiceren met de ander in de doeltaal.
  • Besteed aandacht aan intonatie en non-verbale aspecten. Stimuleer de bewustwording van effecten van taalgebruik.
  • Stimuleer leerlingen de rol als intermediair te leren innemen om communicatie en begrip te verduidelijken.
  • Ontwikkel leerdoelen die het verschil in inhoud en niveau inzichtelijk maken tussen de talen en tussen vmbo, havo en vwo. Koppel de leerdoelen bij de verschillende talen, taalvaardigheden en onderwijssectoren aan de beheersingsniveaus van het ERK om transparantie, vergelijkbaarheid en internationale herkenning te vergroten.
  • Overweeg ERK-niveaus ook aan de kerndoelen voor de onderbouw vo te koppelen, zodat er een aanduiding komt van het bereikte niveau ook voor leerlingen die een taal niet meer kiezen in de bovenbouw.
  • Bereid leerlingen voor op de taaleisen van het vervolgonderwijs door aandacht te besteden aan bijvoorbeeld technisch of academisch taalgebruik.
  • Werk leerdoelen voor effectieve grensoverstijgende communicatie uit die ook elementen uit de andere bouwstenen integreren; dat is bepalend voor het slagen van de communicatie.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met in ieder geval de leergebieden Nederlands, burgerschap en digitale geletterdheid waar relevant. Alleen hierdoor kunnen leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verbreden en verdiepen leerlingen hun talenkennis en communicatieve vaardigheden, zowel receptief als productief, door middel van een breed aanbod aan communicatieve situaties en aan rijke schriftelijke en mondelinge (digitale) teksten van verschillende omvang en complexiteit. Leerlingen leren mondeling en schriftelijk in meerdere talen te communiceren over onderwerpen die verder reiken dan de eigen belevingswereld, waaronder mondiale thema’s. Er is aandacht voor argumentatie en onderbouwing, die steeds complexer worden naarmate het beheersingsniveau van de leerlingen in de betreffende taal vordert. Hierbij worden de leerlingen zich in toenemende mate bewust van hun plek in de samenleving. Leerlingen worden gestimuleerd een constructieve rol te vervullen in de interactie tussen sprekers, door bijvoorbeeld oplossingen aan te dragen vanuit verschillende perspectieven en op te treden als intermediair.

Aanbevelingen

  • Faciliteer en stimuleer leerlingen minstens twee talen te leren naast hun eigen eerste taal tenminste tot op het niveau van onafhankelijk taalgebruiker.
  • Laat het aanbod in de talencurricula aansluiten bij de sector- of profielkeuze zodat het leren van de doeltaal meer betekenis krijgt voor de leerlingen. Bied onderwerpen en contexten aan die ook een beroepsmatig karakter hebben om zo de bewustwording van doelen van taalgebruik ook in het werkdomein te ontwikkelen. Bied daarnaast in het havo en het vwo onderwerpen en situaties aan die abstracter en strategisch van aard zijn.
  • Zorg in aanbod en examinering voor een evenwichtige verdeling van de taalvaardigheden.
  • Besteed aandacht aan de verdere ontwikkeling van de kwalitatieve aspecten van taalgebruik, aansluitend op het niveau bereikt in de onderbouw. Te denken valt aan grammatica, woordenschat, zinsbouw, spelling en uitspraak. Blijf daarbij de functionele waarde van vormaspecten van taal benadrukken ten behoeve van het bereiken van communicatieve doelen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het zelfbewust, flexibel en doeltreffend inzetten van talen in een informeel en formeel register, afgestemd op de situatie, het (digitale) medium en de betrokkenen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het vermogen om te kunnen reflecteren op de eigen bijdrage bij het effectief communiceren met de ander in de doeltaal.
  • Besteed aandacht aan intonatie en non-verbale aspecten. Stimuleer de bewustwording van effecten van taalgebruik.
  • Stimuleer leerlingen de rol als intermediair te leren innemen om communicatie en begrip te verduidelijken.
  • Ontwikkel leerdoelen die het verschil in inhoud en niveau inzichtelijk maken tussen de talen en tussen vmbo, havo en vwo. Koppel de leerdoelen bij de verschillende talen, taalvaardigheden en onderwijssectoren aan de beheersingsniveaus van het ERK om transparantie, vergelijkbaarheid en internationale herkenning te vergroten.
  • Overweeg ERK-niveaus ook aan de kerndoelen voor de onderbouw vo te koppelen, zodat er een aanduiding komt van het bereikte niveau ook voor leerlingen die een taal niet meer kiezen in de bovenbouw.
  • Bereid leerlingen voor op de taaleisen van het vervolgonderwijs door aandacht te besteden aan bijvoorbeeld technisch of academisch taalgebruik.
  • Werk leerdoelen voor effectieve grensoverstijgende communicatie uit die ook elementen uit de andere bouwstenen integreren; dat is bepalend voor het slagen van de communicatie.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met in ieder geval de leergebieden Nederlands, burgerschap en digitale geletterdheid waar relevant. Alleen hierdoor kunnen leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.