Uitwerking Engels / Moderne vreemde talen

Hieronder vindt u de uitwerking van het voorstel van Engels / MVT. Bij elk leergebied bestaan de opbrengsten uit drie producten: visie, grote opdrachten en bouwstenen. Daarnaast vindt u hier ook de toelichting en generieke aanbevelingen van het ontwikkelteam.

Aanbevelingen en toelichtingen

  • Toelichting op de voorstellen (incl. begrippenlijst)
  • Generieke aanbevelingen voor het leergebied Engels / Moderne vreemde talen

    Generieke aanbevelingen voor het leergebied Engels / Moderne vreemde talen

    Uit onze voorstellen voor de vernieuwde curricula destilleren we de volgende generieke aanbevelingen voor het leergebied.

    1. Stimuleer de meertaligheid van de leerlingen

    We hebben het belang van meertalige kennis en competenties benadrukt voor de persoonlijke, cognitieve en sociale ontwikkeling, voor de kwalificatie voor het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt, en voor een actieve deelname aan de globaliserende samenleving van nu. Het onderwijs kan leerlingen helpen talen effectief te leren en te benutten.

    Stimuleer en faciliteer leerlingen in alle sectoren van het onderwijs om minstens twee talen te leren naast hun eigen eerste taal op een uitdagend en haalbaar niveau. Zorg voor een breed talenaanbod op school, zowel in de onder- als in de bovenbouw vo.

    2. Laat leerlingen zo vroeg mogelijk kennismaken met talen

    Door bewust te worden van de talen in hun omgeving en door spelenderwijs een vreemde taal te leren, kunnen leerlingen een beter reflectievermogen ontwikkelen op eigenschappen en functies van taal, een betere uitspraak en intonatie leren, spreekdurf ontwikkelen en minder bang worden om fouten te maken in een vreemde taal.

    Bied leerlingen al in het basisonderwijs de mogelijkheid om aan hun talensensibilisering te werken door op een laagdrempelige en speelse manier de talen te betrekken in de contexten die voor de leerlingen relevant zijn.

    Zorg ervoor dat het aanbod aan Engels in het po het mogelijk maakt om minimaal het niveau van basisgebruiker te behalen.

    3. Veranker het Europees Referentiekader in het onderwijs

    Het ERK biedt leerlingen en leraren een bruikbaar beschrijvingskader gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als die van onze visie. Het zorgt voor samenhang in de beschrijving van curricula voor alle moderne vreemde talen, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Het gebruik van het ERK in het hele onderwijs zorgt voor transparantie en vergelijkbaarheid van de taalniveaus van de leerlingen binnen Europa. De schalen van het ERK maken het mogelijk om de groei van de taalbeheersing van de leerlingen in een doorlopende leerlijn te beschrijven.

    Koppel leerdoelen voor po, onderbouw vo en bovenbouw vo aan de beheersingsniveaus van het ERK. Maak daarbij het verschil in inhoud en beheersingsniveaus inzichtelijk tussen de onderwijssectoren, de verschillende talen en de taalvaardigheden.

    4. Ontwikkel aparte leerdoelen voor de talen anders dan Engels

    Het is noodzakelijk om leerdoelen te differentiëren per taal: leerlingen leren Engels al vanaf het po, de buitenschoolse input voor Engels is groter dan voor de andere talen. Daarnaast zijn er verschillen in moeilijkheidsgraad tussen de talen.

    Ontwikkel voor de onderbouw vo, naast de kerndoelen voor Engels, aparte kerndoelen voor in ieder geval Duits, Frans en Spaans. Maak in de eindtermen voor de bovenbouw vo de eigenheid van de verschillende talen en het verschil in beheersingsniveau tussen de talen zichtbaar.

    5. Laat de inhoud van de talencurricula aansluiten bij de onderwijssectoren

    Leerlingen zullen talen in hun dagelijks leven, in het vervolgonderwijs en later in werksituaties gebruiken. Taalgebruiksituaties verschillen daarin en komen voort uit de behoeften, mogelijkheden en interesses van de leerlingen. Door in het onderwijs hier rekening mee te houden, wordt het leren van talen nuttig en motiverend.

    Ontwikkel talencurricula die recht doen aan de eigenheid van de sectoren, waarbij kennis, vaardigheden, onderwerpen en contexten aansluiten bij de accenten in de betreffende sector en vervolgonderwijs. Voorkom daarbij zogenaamde 'theezakjes-modellen', ofwel dat havo-curricula een uitgeklede versie zin van vwo-curricula, vmbo-curricula van havo-curricula enz.

    6. Ontwikkel talencurricula die ook aandacht besteden aan de inhoud van het leergebied

    Talen en taalgebruik weerspiegelen de organisatie van een samenleving en daarmee haar expliciete en ongeschreven omgangsregels en haar culturele waarden. Talen zijn het instrument om de wereld te interpreteren, om kennis en waarden van een samenleving te uiten, te omschrijven en te begrijpen. Het leren van een taal is in dit perspectief zowel een cognitief als een maatschappelijk proces.

    Kennis van hoe talen in elkaar zitten en van hoe ze werken, versterkt de beheersing van de vreemde taal en maakt leerlingen bewust van hun eigen taalgebruik. Dit geldt voor het onderwijs op alle niveau’s.

    Ontwikkel de nieuwe talencurricula, naast vanuit de taalvaardigheden, ook vanuit de specifieke inhouden die horen bij het leren van talen, in het bijzonder interculturele aspecten en taalbewustzijn.

    7. Ontwikkel passende vormen van toetsing en examinering

    Bij toetsing en examinering dient er evenwichtige aandacht te zijn voor de verschillende taalvaardigheden en inhouden. Er moet een balans worden gevonden aan de ene kant tussen schoolgebonden en landelijke toetsing en aan de andere kant tussen leerdoelen en passende toetsvormen om het bereiken van die doelen zichtbaar te maken.

    Ontwikkel vormen van toetsing en examinering die recht doen aan de uitgangspunten, inhouden en doelen van talencurricula. Toetsing volgt het curriculum.

    8. Versterk de afstemming tussen moderne vreemde talen onderling en met het leergebied Nederlands

    Taal is een breed kennisgebied dat eerste, tweede en vreemde talen omvat, waarbij de taalleerprocessen enerzijds van elkaar verschillen en anderzijds op elkaar voortborduren. Zo bouwt het leren van een tweede of vreemde taal voort op de verwerving van de eerste taal. Aansluiting tussen de taalvakken biedt kansen om de beheersing van talen te versterken.

    Werk in de vervolgfase van de ontwikkeling van de vernieuwde curricula aan afstemming tussen inhouden en begrippen van de verschillende moderne vreemde talen en van Nederlands.

    9. Investeer in de professionalisering van huidige en toekomstige leraren

    Een herziening van de talencurricula en een succesvolle en duurzame implementatie daarvan betekent naast hoge inspanningen ook een grote verantwoordelijkheid voor de leraren. Zij moeten de ruimte krijgen om daartoe adequaat toegerust te worden. Hier ligt een heel belangrijke taak voor pabo's en lerarenopleidingen.

    Schep de voorwaarden voor pabo's om de Engelse taalvaardigheid en de pedagogische/didactische kennis van MVT-didactiek met jonge kinderen bij toekomstige en huidige leerkrachten te versterken. Schep de voorwaarden voor lerarenopleidingen om de inhouden van de vernieuwde talencurricula in de onderwijsprogramma's te integreren.

  • Download alle voorstellen en aanbevelingen als PDF

Visie op het leergebied

In de visie beschrijft het ontwikkelteam de relevantie, essentie en positie van het leergebied binnen het onderwijs.

Visie op het leergebied Engels/MVT

Visie op het leergebied Engels/MVT

Waarom en waartoe is talen leren in het primair en voortgezet onderwijs een noodzaak? De visie die hier beschreven staat, geeft antwoord op deze vraag vanuit de rol en de functie die talen en de culturen van hun sprekers vervullen in onze maatschappij.

De visie vormt het vertrekpunt voor de formulering van de essenties (grote opdrachten) van het leergebied en van de bouwstenen voor de vernieuwde curricula moderne vreemde talen. We beschrijven eerst de meerwaarde van kennis en beheersing van meerdere talen in de samenleving van nu. Daarna gaan we kort in op de inhoud van het leergebied vanuit een drietal perspectieven. Ten slotte noemen we enkele aspecten die van belang zijn bij de opbouw in het aanbod van de talencurricula.

Waarom talen leren in het onderwijs?

Europa globaliseert en Nederland blijft daarin niet achter. De leerlingen van nu groeien op in een meertalige en multiculturele samenleving. Ze worden in hun dagelijks leven omringd door meerdere talen – denk aan video's, games, kinderen in de klas, mensen op straat, contacten met de buurlanden en later contacten met medestudenten, op stage of op de arbeidsmarkt. Veel leerlingen spreken thuis in plaats van of naast het Nederlands nog een andere taal.

Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. De digitale technologie zorgt voor andere, vernieuwde, bredere, beter toegankelijke en snellere vormen van internationale communicatie. In onze sterk veranderende maatschappij moeten leerlingen de banen van morgen nog ontdekken binnen steeds meer internationaal georiënteerde contexten.

Meertalige kennis is onmisbaar geworden om actief deel te kunnen nemen aan de globaliserende maatschappij in Nederland, Europa en de wereld. Talen maken communicatie mogelijk over de grenzen van de eigen eerste taal; ze vergroten de wereld van de leerlingen en verbreden hun sociale en culturele horizon. Ze maken niet alleen het verwerven en delen van informatie mogelijk, maar ook het voeren van interculturele dialogen. Daarvoor is, naast het beheersen van taalvaardigheden, ook inzicht nodig in de cultuuraspecten waaraan talen uiting geven om daarop in te kunnen spelen tijdens communicatie. Dat bevordert begrip tussen culturen en maakt van leerlingen open en sociaal-cultureel bewuste individuen. Talen en culturen kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien.

Burgers die kennis en ervaring opdoen met andere talen en culturen zorgen ervoor dat de Nederlandse samenleving zich naar de omringende en overige Europese landen en naar de rest van de wereld kan richten.

Het leren van een moderne vreemde taal biedt mogelijkheden voor:

  • persoonlijke ontwikkeling;
  • cognitieve ontwikkeling;
  • kennisontwikkeling;
  • sociale ontwikkeling en ontwikkeling van intercultureel begrip;
  • kwalificatie voor het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.

Persoonlijke ontwikkeling

Talen zijn het middel om de wereld te interpreteren. Een nieuwe taal leren maakt leerlingen nieuwsgierig naar andere manieren om uiting te geven aan de relatie met anderen en de wereld. Door de eigen taal en cultuur met die van een ander te vergelijken, werken leerlingen aan hun identiteitsontwikkeling. Talen leren nodigt uit tot reflectie: wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen talen en culturen? Hoe verhoud ik mij tot anderstaligen en wat is dan belangrijk voor mij en voor de ander?

Een nieuwe taal leren helpt mee aan het opbouwen van vertrouwen in de communicatie binnen internationale contexten. Dit vermindert spreekangst, biedt ruimte voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen en zelfredzaamheid, en kan voldoening geven en het taalplezier vergroten. Een nieuwe taal goed leren beheersen vraagt om wilskracht en doorzettingsvermogen.

Cognitieve ontwikkeling en kennisontwikkeling

De cognitieve ontwikkeling en de ontwikkeling van kennis over taal en cultuur gaan hand in hand. Beide versterken de taalbeheersing en maken leerlingen bewust van hun eigen taalgebruik.

Het verwerven van kennis over andere talen en culturen stelt leerlingen in staat om bewust te worden van hoe taal werkt en om verbanden te leggen tussen talen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van bredere competenties als analytisch en interpreterend vermogen, wat leerlingen helpt om verder te leren. De basis kan al op een speelse manier gelegd worden in de eerste jaren van het primair onderwijs.

Een goede beheersing van meerdere talen geeft bovendien toegang tot informatie uit internationale bronnen van verschillende complexiteit over uiteenlopende onderwerpen - van eenvoudige instructies tot de bespreking van mondiale thema’s. Dat draagt bij aan het vergaren van kennis op alle niveaus. Vraagstukken zoals globalisering, technologie en duurzaamheid worden in de literatuur en (sociale) media in meerdere talen besproken. Voor de toegang tot wetenschappelijke bronnen is Engels onmisbaar, maar vaak niet toereikend: meer dan een derde van de wetenschappelijke literatuur over verschillende leergebieden is wereldwijd in een taal geschreven anders dan het Engels.

Sociale ontwikkeling en ontwikkeling van intercultureel begrip

Meertalige kennis emancipeert. Het maakt het mogelijk om actief te participeren in interculturele (digitale) interacties binnen en buiten Europa. Door in een vreemde taal te communiceren met gebruikers van die taal kunnen leerlingen een andere cultuur daadwerkelijk beleven. Leerlingen maken kennis met andere sociale, economische, historische en culturele perspectieven die terugkomen in talen. Leerlingen worden uitgenodigd om te reflecteren op de talige en culturele overeenkomsten en verschillen in omgangsvormen en sociale verhoudingen; ze worden gestimuleerd om zich flexibel en open op te stellen ten opzichte van andere culturen. Het kunnen communiceren in een vreemde taal bevordert ook bij jonge kinderen sociaal initiatief en kan bijdragen aan het vergroten van intercultureel begrip en tolerantie. Leerlingen leren samen gebruik te maken van hun talenkennis door samen te werken aan het oplossen van problemen in de communicatie of aan het verwerven van informatie.

Kwalificatie voor het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt

Kennis van taal en inzicht in de rol van talen en culturen in onze maatschappij zijn essentieel zowel voor leerlingen die zich richten op studies en banen waarin taal en cultuur centraal staat, als voor leerlingen die een andere richting kiezen.

De beheersing van andere talen naast de eigen eerste taal (of talen) kwalificeert voorts voor de internationale arbeidsmarkt: de doordachte inzet van een meertalig repertoire bevordert de internationale communicatie in het belang van de economie en het bedrijfsleven en is belangrijk voor internationale samenwerking. Het maakt tevens mogelijk om studie-, stage- en werkervaringen over de grens op te doen.

Engels vervult vaak de rol van de zogenaamde lingua franca: leerlingen zullen het Engels ook gebruiken in allerlei situaties waarin Engels de gemeenschappelijke taal is van sprekers van andere talen. Soms zal een aangepast gebruik van het Engels nodig zijn om rekening te houden met verschillende culturen.

Engels is echter vaak niet genoeg. In veel werkgerelateerde en educatieve contexten zijn de beheersing van de taal van de gesprekspartner en kennis en begrip van de interculturele context een vereiste voor het onderhouden van internationale contacten, voor diplomatieke relaties en voor andere vormen van samenwerking.

Wat hoort bij de inhoud van de MVT-curricula?

Om het bovengeschetste mogelijk te maken, dienen talencurricula leerlingen met kennis en vaardigheden toe te rusten die hen in staat stellen om taalbewust en intercultureel bewust te communiceren. We werken daarom de inhoud van de talencurricula uit vanuit een communicatief, een intercultureel en een (meta)cognitief perspectief.

Talen in communicatief perspectief

In de vreemdetalencurricula nemen communicatieve taalvaardigheden een prominente plaats in: receptie (lezen en luisteren), productie (schrijven en spreken), interactie (schriftelijk en mondeling) en de zogenaamde mediation: het verwerken van informatie om communicatie toegankelijker te maken, zoals in samenvattingen, toelichtingen etc., maar ook het oplossen van problemen in de communicatie door het aanpassen of vereenvoudigen van taalgebruik, het vertalen/hertalen of het switchen tussen talen.

Taalvaardigheden worden in het dagelijks leven ingezet in verschillende persoonlijke, publieke, educatieve en later ook arbeidsgerelateerde contexten. Vreemdetalenonderwijs wordt voor leerlingen betekenisvol wanneer ze in verschillende talen kunnen communiceren over de onderwerpen die voor hen relevant zijn.  Een verrijkte, inhoudsgerichte en betekenisvolle taalinput, bestaande uit een diversiteit aan (digitale) teksten, maakt talen leren dan zinvol en motiverend.

Bij het leren van een taal is interactie cruciaal. Samen werken en samen leren spelen daarbij een belangrijke rol. Het leren van vormaspecten van de taal, zoals woordenschat en grammatica, staat in dienst van de communicatie. Het niveau en de complexiteit van het taalgebruik worden bij alle taalvaardigheden beïnvloed door de mate van beheersing van de vormaspecten van taal.

Talen in intercultureel perspectief

Talen zijn een sociaal en cultureel fenomeen: het gebruik van woorden, uitdrukkingen, structuren, registers en conventies weerspiegelt de cultuur, de waarden en de attitudes van de taalgebruikers. Allerlei vormen van audiovisuele en geschreven teksten, ook digitaal, en ervaringen met internationale contacten binnen en buiten de les zijn niet alleen taal- maar ook cultuuruitingen. Daarop te reflecteren helpt de cultuur van de sprekers van de vreemde taal te leren kennen en begrijpen, en misverstanden te voorkomen.

Het vreemdetalenonderwijs helpt de leerlingen overeenkomsten en verschillen tussen cultuuruitingen in talen te ontdekken, effectief met verschillen te leren omgaan en te communiceren in verschillende communicatieve contexten en situaties waarin de cultuur van de leerlingen en die van de gebruikers van de andere taal met elkaar in aanraking komen.

Talen in (meta)cognitief perspectief

Het derde perspectief in het vreemdetalenonderwijs betreft de expliciete kennis en reflectie over klank, vorm, betekenis en gebruik van woorden, uitdrukkingen en structuren in talen. Leerlingen worden zich bewust van hoe talen werken, hoe talen elkaar beïnvloeden en hoe taalgebruik invloed heeft op mensen. Ze leren overeenkomsten en verschillen herkennen en analyseren tussen hun eigen en de nieuwe taal en tussen verschillende talen. Dat is op alle niveaus van het onderwijs relevant en het leert leerlingen talen in samenhang te zien. Leerlingen leren zich strategieën eigen te maken die het leren van talen vergemakkelijken.

Aandacht voor taalkundige aspecten en voor effecten van taalgebruik ondersteunt de ontwikkeling van de communicatieve vaardigheden en kan het beheersingsniveau verhogen.

Opbouw van de talencurricula

De drie perspectieven die hierboven zijn beschreven, bieden het kader voor de beschrijving van het aanbod in de vreemdetalencurricula. Uitwerkingen en accenten worden afgestemd op de specifieke taal, het niveau van de leerlingen en het niveau van het onderwijs.

Op de basisschool maken leerlingen kennis met de talen en culturen die aanwezig zijn in hun context en werken ze aan hun taalbewustzijn. Het bewust worden van hoe talen werken kan al op jonge leeftijd starten en begint met het, op een speelse manier, herkennen van overeenkomsten en verschillen. Het jonge kind herkent patronen in woorden en klanken van verschillende talen bij concrete, alledaagse uitingen.

Leerlingen leren in het primair onderwijs Engels en eventueel andere talen en werken daarbij ook verder aan het verwerven van het Nederlands, zij het als eerste of tweede taal. Bij het jonge kind ligt de nadruk op de mondelinge vaardigheden. Daartoe is de focus op communicatie en ervaring essentieel. Het spelenderwijs ontdekken, het ontwikkelen van spreekdurf en het expliciet en impliciet opbouwen van woordenschat staan centraal. Leerlingen worden daarmee gestimuleerd nieuwsgierig te worden naar andere talen en culturen en zich open te stellen voor het leren van een nieuwe taal.

In het voortgezet onderwijs bouwen leerlingen steeds voort op wat zij hebben geleerd en breiden zij hun meertalige repertoire uit. Op alle niveaus van het onderwijs krijgt het aanbod betekenis voor de leerlingen als het inspeelt op hun niveau en als het aansluit bij hun belevingswereld, kwaliteiten en behoeften voor hun persoonlijke en sociale ontwikkeling en voor hun kwalificatie. Deze betekenis komt terug in de doelen, contexten en situaties waarvoor de nieuwe taal wordt gebruikt. Leerlingen leren de juiste vaardigheden en kennis (inclusief kennis van de vaktaal) bewust in te zetten die voor specifieke doelen en situaties relevant zijn. De ontwikkeling van de beheersing van de nieuwe taal wordt opgebouwd vanuit beperkte, concrete, eenvoudige en alledaagse naar steeds meer algemene en complexe situaties en communicatieve doelen. Langs diezelfde lijn ontwikkelt zich ook de kennis over de vormaspecten van taal: van eenvoudig en impliciet naar complex, bewust en accuraat in gebruik. Tegelijkertijd breidt het publiek zich uit waarmee leerlingen schriftelijk en mondeling communiceren. Leerlingen leren adequaat gebruik te maken van verschillende communicatieve media en van de tekstsoorten die bij doelen en media passen. Contexten, situaties, doelen en publiek zijn voor leerlingen telkens relevant voor het bevorderen van persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke toerusting en kwalificatie - de hoofddoelen van het onderwijs.

Taalbewustzijn ontwikkelt zich verder samen met de vreemdetaalbeheersing door taal- en vormaspecten steeds meer te leren begrijpen, vergelijken en analyseren, totdat de leerlingen ze zelf kunnen herkennen en duiden.

In het nieuwe curriculum staat voor de moderne vreemde talen het individuele leerproces van de leerling centraal in een doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs. De nagestreefde beheersingsniveaus zijn afhankelijk van wat leerlingen nodig hebben voor hun vervolgopleiding of beroep en voor hun persoonlijke leerdoelen. Ook de aandacht voor de verschillende taalvaardigheden kan daardoor variëren. Het leren van talen speelt tevens in op de persoonlijke talenten van de leerling. Op alle niveaus van het onderwijs wordt rekening gehouden met het cognitieve ontwikkelingsniveau van de leerling en zijn taalachtergrond, culturele bagage en identiteitsontwikkeling.

Meertaligheid stimuleren

De Raad van Europa benadrukt het belang van meertalige kennis voor alle Europese burgers en stelt dat elke burger twee talen op het niveau van onafhankelijk taalgebruiker zou moeten beheersen naast de eigen eerste taal (of talen). Communicatieve vaardigheden in meerdere talen behoren tot de competenties die belangrijk zijn om actief deel te kunnen nemen aan een democratische samenleving. Het is daarom belangrijk dat alle leerlingen geprikkeld worden om de meerwaarde van talen te zien en door middel van een breed talenaanbod van de school de kans krijgen om hun meertalig repertoire zoveel mogelijk uit te breiden.

Leerlingen worden in het onderwijs gestimuleerd en gefaciliteerd meerdere talen en culturen te leren op een uitdagend en haalbaar niveau. Het aantal talen naast het Engels, de taalkeuze en het nagestreefde niveau verschillen per leerling en zijn afhankelijk van vervolgopleiding, persoonlijke of werkgerelateerde factoren, geografisch belang, ambitieniveau en het niveau van het onderwijs.

Daarnaast blijven leerlingen hun eigen eerste taal (of talen) ontwikkelen als onderdeel van hun identiteit en versterken daarmee het talige en culturele bewustzijn. De beheersing van het Nederlands als tweede taal dient toereikend te zijn om volwaardig te kunnen deelnemen aan school, het sociale leven en werk in Nederland.

Grote opdrachten (essenties van het leergebied)

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs. Als u niets aanklikt, ziet u hieronder alle bouwstenen voor dit leergebied.

Bouwstenen (uitwerking in kennis en vaardigheden)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Effectieve grensoverstijgende communicatie

EMVT1.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 1.2 en 5.1
De kennis en vaardigheden om informatie te verwerven, te verwerken en over te brengen en om effectief te leren communiceren in een vreemde taal bouwen voort op kennis en vaardigheden beschreven in de bouwstenen 1.2 (Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling), 5.1 (Doelgericht communiceren) en 6.1 (Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken).

Burgerschap 9.1
Door effectief grensoverstijgend te leren communiceren in een vreemde taal krijgen leerlingen toegang tot informatie en internationale dialogen over mondiale thema's die ook in Nederland van belang zijn. De ontmoeting met de ander, onder andere in dialoog en debat en door betrokkenheid bij of participatie in maatschappelijke vraagstukken, zijn inhouden die leerlingen in burgerschapsonderwijs leren ontwikkelen (9.1, Globalisering).

Digitale geletterdheid 1.1, 3.1 en 4.2
Effectieve grensoverstijgende communicatie kan ondersteund worden door het gebruik van digitale technologie. Leerlingen leren rekening houden met de noodzaak om allerlei vormen van digitale communicatie op een bewuste, verantwoorde en effectieve manier in te zetten door de keuze van het digitale medium af te stemmen op doel en publiek en de vreemde taal aan te passen bij de conventies van het gebruikte medium – zie bouwstenen 1.1 (Van data naar informatie), 3.1 (Interacteren met digitale technologie) en 4.2 (Communiceren met behulp van digitale technologie).

Leerlingen leren op speelse wijze te communiceren in het Engels en evt. een andere taal, simpel taalgebruik te begrijpen en zelf af te stemmen op concrete doelen en publiek in vertrouwde situaties.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken kennis met klanken en woorden in de doeltaal tijdens het kijken en luisteren naar zeer korte en simpele gesproken (digitale) teksten. Ze leren hierop te reageren met eenvoudige woorden of vaste woordcombinaties, bijvoorbeeld tijdens korte rollenspellen. Situaties en onderwerpen zijn vertrouwd en concreet, zoals familie en vakantie, en prikkelen hun fantasie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • korte uitingen, vragen en instructies in eenvoudige gesproken teksten over alledaagse en vertrouwde situaties begrijpen en/of opvolgen;
  • met één of enkele woorden adequaat te reageren op een simpele uiting van de ander;
  • eenvoudige vaste woordcombinaties (chunks) uit te spreken en/of te herhalen, te denken valt aan meezingen met een liedje;
  • eenvoudige informatie te verwerken op basis van een korte beschrijving in de doeltaal, te denken valt aan het maken van een tekening of een fysieke beweging.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis van klanken, woorden en zinnen in de doeltaal uit tijdens het kijken en luisteren naar, en lezen van alledaagse (digitale) teksten. Ze leren de doeltaal in te zetten om sociale contacten te leggen in eenvoudige (digitale) mondelinge en schriftelijke communicatie, bijvoorbeeld met behulp van sociale media. Onderwerpen betreffen dagelijkse zaken, zoals hobby's of schoolactiviteiten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • informatie, vragen, instructies en toelichtingen in eenvoudige (digitale) gesproken en geschreven teksten over alledaagse en vertrouwde situaties begrijpen;
  • eenvoudige gesprekken (soms ondersteund door gebaren) voeren en korte, eenvoudige teksten schrijven met en voor leeftijdsgenoten;
  • gebruik maken van eenvoudige taalconventies, zoals beleefdheidsvormen, van taalstructuren, zoals eenvoudige grammaticale regels (met elementaire fouten) en van een beperkt repertoire aan woordenschat met vertrouwde uitdrukkingen;
  • informatie verwerken en/of mondeling overbrengen uit eenvoudige (digitale) teksten over onderwerpen uit de eigen belevingswereld; te denken valt aan korte presentaties.

Leerlingen leren taalvaardigheden Engels en andere talen verder ontwikkelen afgestemd op context, doel, media, publiek, kritisch informatie verwerken, communicatie bevorderen in vertrouwde situaties.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren talen zowel mondeling als schriftelijk te gebruiken om te communiceren over onderwerpen die voor hen vertrouwd en/of van belang zijn. Zij leren hun taalgebruik af te stemmen op de context en de gesprekspartner en eventuele problemen in de communicatie samen te verhelderen en op te lossen. Tijdens het kijken en luisteren naar, en het lezen van alledaagse (digitale) teksten leren leerlingen de hoofdzaken uit belangrijke informatie te onderscheiden. Onderwerpen kunnen ook gaan over beroepssituaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de inhoud van (digitale) gesproken en geschreven teksten over dagelijkse, algemene en/of actuele onderwerpen begrijpen;
  • eenvoudige gesprekken voeren en eenvoudige (digitale) teksten schrijven, passend bij verschillende gesprekspartners of ontvangers, bij verschillende formele en informele situaties, doelen en media; te denken valt aan video's, blogs en allerlei (digitale) uitwisselingen;
  • bij vmbo, hun taalvaardigheden in de doeltaal of doeltalen te ontwikkelen op het niveau van basisgebruiker; binnen dat niveau zijn er verschillen tussen de sectoren en tussen Engels en andere talen. Dit geldt ook bij alle talen voor leerlingen met speciale (leer)behoeften. Leerlingen bouwen voort op de kennis en vaardigheden verworven in het po;
  • bij vmbo, in de doeltaal of doeltalen communiceren binnen contexten die aansluiten bij de inhoud van de betreffende leerweg en sectorkeuze;
  • bij havo en vwo, hun taalvaardigheden in Duits, Frans, Spaans of een andere schooltaal te ontwikkelen op het niveau van basisgebruiker. Bij Engels ontwikkelen leerlingen zich verder richting onafhankelijke taalgebruikers. Zij bouwen voort op de opgedane kennis en vaardigheden uit het po;
  • kritisch informatie verwerken en/of overbrengen uit gestructureerde (digitale) gesproken en geschreven teksten over onderwerpen uit de eigen belevingswereld en/of uit de actualiteit, bijvoorbeeld door aantekeningen, opsommingen, korte samenvattingen, mondelinge toelichtingen en visuele weergaven;
  • compensatiestrategieën inzetten om gebreken in de taalbeheersing te ondervangen en de communicatie op gang te houden;
  • in interactie met de ander, een ondersteunende rol vervullen in het bevorderen van de communicatie; te denken valt aan het controleren van begrip door o.a. vragen te stellen, de essentie in eenvoudige bewoordingen te herhalen of voorbeelden te geven.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verbreden en verdiepen leerlingen hun talenkennis en communicatieve vaardigheden, zowel receptief als productief, door middel van een breed aanbod aan communicatieve situaties en aan rijke schriftelijke en mondelinge (digitale) teksten van verschillende omvang en complexiteit. Leerlingen leren mondeling en schriftelijk in meerdere talen te communiceren over onderwerpen die verder reiken dan de eigen belevingswereld, waaronder mondiale thema’s. Er is aandacht voor argumentatie en onderbouwing, die steeds complexer worden naarmate het beheersingsniveau van de leerlingen in de betreffende taal vordert. Hierbij worden de leerlingen zich in toenemende mate bewust van hun plek in de samenleving. Leerlingen worden gestimuleerd een constructieve rol te vervullen in de interactie tussen sprekers, door bijvoorbeeld oplossingen aan te dragen vanuit verschillende perspectieven en op te treden als intermediair.

Aanbevelingen

  • Faciliteer en stimuleer leerlingen minstens twee talen te leren naast hun eigen eerste taal tenminste tot op het niveau van onafhankelijk taalgebruiker.
  • Laat het aanbod in de talencurricula aansluiten bij de sector- of profielkeuze zodat het leren van de doeltaal meer betekenis krijgt voor de leerlingen. Bied onderwerpen en contexten aan die ook een beroepsmatig karakter hebben om zo de bewustwording van doelen van taalgebruik ook in het werkdomein te ontwikkelen. Bied daarnaast in het havo en het vwo onderwerpen en situaties aan die abstracter en strategisch van aard zijn.
  • Zorg in aanbod en examinering voor een evenwichtige verdeling van de taalvaardigheden.
  • Besteed aandacht aan de verdere ontwikkeling van de kwalitatieve aspecten van taalgebruik, aansluitend op het niveau bereikt in de onderbouw. Te denken valt aan grammatica, woordenschat, zinsbouw, spelling en uitspraak. Blijf daarbij de functionele waarde van vormaspecten van taal benadrukken ten behoeve van het bereiken van communicatieve doelen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het zelfbewust, flexibel en doeltreffend inzetten van talen in een informeel en formeel register, afgestemd op de situatie, het (digitale) medium en de betrokkenen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het vermogen om te kunnen reflecteren op de eigen bijdrage bij het effectief communiceren met de ander in de doeltaal.
  • Besteed aandacht aan intonatie en non-verbale aspecten. Stimuleer de bewustwording van effecten van taalgebruik.
  • Stimuleer leerlingen de rol als intermediair te leren innemen om communicatie en begrip te verduidelijken.
  • Ontwikkel leerdoelen die het verschil in inhoud en niveau inzichtelijk maken tussen de talen en tussen vmbo, havo en vwo. Koppel de leerdoelen bij de verschillende talen, taalvaardigheden en onderwijssectoren aan de beheersingsniveaus van het ERK om transparantie, vergelijkbaarheid en internationale herkenning te vergroten.
  • Overweeg ERK-niveaus ook aan de kerndoelen voor de onderbouw vo te koppelen, zodat er een aanduiding komt van het bereikte niveau ook voor leerlingen die een taal niet meer kiezen in de bovenbouw.
  • Bereid leerlingen voor op de taaleisen van het vervolgonderwijs door aandacht te besteden aan bijvoorbeeld technisch of academisch taalgebruik.
  • Werk leerdoelen voor effectieve grensoverstijgende communicatie uit die ook elementen uit de andere bouwstenen integreren; dat is bepalend voor het slagen van de communicatie.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met in ieder geval de leergebieden Nederlands, burgerschap en digitale geletterdheid waar relevant. Alleen hierdoor kunnen leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

EMVT1.1 - Effectieve grensoverstijgende communicatie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verbreden en verdiepen leerlingen hun talenkennis en communicatieve vaardigheden, zowel receptief als productief, door middel van een breed aanbod aan communicatieve situaties en aan rijke schriftelijke en mondelinge (digitale) teksten van verschillende omvang en complexiteit. Leerlingen leren mondeling en schriftelijk in meerdere talen te communiceren over onderwerpen die verder reiken dan de eigen belevingswereld, waaronder mondiale thema’s. Er is aandacht voor argumentatie en onderbouwing, die steeds complexer worden naarmate het beheersingsniveau van de leerlingen in de betreffende taal vordert. Hierbij worden de leerlingen zich in toenemende mate bewust van hun plek in de samenleving. Leerlingen worden gestimuleerd een constructieve rol te vervullen in de interactie tussen sprekers, door bijvoorbeeld oplossingen aan te dragen vanuit verschillende perspectieven en op te treden als intermediair.

Aanbevelingen

  • Faciliteer en stimuleer leerlingen minstens twee talen te leren naast hun eigen eerste taal tenminste tot op het niveau van onafhankelijk taalgebruiker.
  • Laat het aanbod in de talencurricula aansluiten bij de sector- of profielkeuze zodat het leren van de doeltaal meer betekenis krijgt voor de leerlingen. Bied onderwerpen en contexten aan die ook een beroepsmatig karakter hebben om zo de bewustwording van doelen van taalgebruik ook in het werkdomein te ontwikkelen. Bied daarnaast in het havo en het vwo onderwerpen en situaties aan die abstracter en strategisch van aard zijn.
  • Zorg in aanbod en examinering voor een evenwichtige verdeling van de taalvaardigheden.
  • Besteed aandacht aan de verdere ontwikkeling van de kwalitatieve aspecten van taalgebruik, aansluitend op het niveau bereikt in de onderbouw. Te denken valt aan grammatica, woordenschat, zinsbouw, spelling en uitspraak. Blijf daarbij de functionele waarde van vormaspecten van taal benadrukken ten behoeve van het bereiken van communicatieve doelen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het zelfbewust, flexibel en doeltreffend inzetten van talen in een informeel en formeel register, afgestemd op de situatie, het (digitale) medium en de betrokkenen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van het vermogen om te kunnen reflecteren op de eigen bijdrage bij het effectief communiceren met de ander in de doeltaal.
  • Besteed aandacht aan intonatie en non-verbale aspecten. Stimuleer de bewustwording van effecten van taalgebruik.
  • Stimuleer leerlingen de rol als intermediair te leren innemen om communicatie en begrip te verduidelijken.
  • Ontwikkel leerdoelen die het verschil in inhoud en niveau inzichtelijk maken tussen de talen en tussen vmbo, havo en vwo. Koppel de leerdoelen bij de verschillende talen, taalvaardigheden en onderwijssectoren aan de beheersingsniveaus van het ERK om transparantie, vergelijkbaarheid en internationale herkenning te vergroten.
  • Overweeg ERK-niveaus ook aan de kerndoelen voor de onderbouw vo te koppelen, zodat er een aanduiding komt van het bereikte niveau ook voor leerlingen die een taal niet meer kiezen in de bovenbouw.
  • Bereid leerlingen voor op de taaleisen van het vervolgonderwijs door aandacht te besteden aan bijvoorbeeld technisch of academisch taalgebruik.
  • Werk leerdoelen voor effectieve grensoverstijgende communicatie uit die ook elementen uit de andere bouwstenen integreren; dat is bepalend voor het slagen van de communicatie.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met in ieder geval de leergebieden Nederlands, burgerschap en digitale geletterdheid waar relevant. Alleen hierdoor kunnen leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

Creatieve vormen van taal

EMVT2.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 4.1 en 7.1
De kennis en vaardigheden om in een vreemde taal allerlei expressievormen te beleven en ermee te experimenteren en om literaire competentie te ontwikkelen bouwen voort op de kennis en vaardigheden bij het leergebied Nederlands (4.1, Experimenteren met taal en vormen van taal en 7.1, Leesmotivatie en literaire competentie). Receptieve en productieve activiteiten worden voor het leergebied Engels/MVT geïntegreerd uitgewerkt.

Burgerschap 4.1, 5.1 en 11
Het beleven van creatieve teksten in een vreemde taal nodigt leerlingen uit om andere perspectieven te begrijpen, empathische vermogens te oefenen c.q. toe te passen en begrip voor andere mensen en ander denken te stimuleren. Bij Burgerschap is empathie uitgewerkt als denk- en werkwijze (11.6 en 11.7, Affectieve en Cognitieve empathie); leerlingen leren empathie in verschillende bouwstenen ontwikkelen, waaronder 4.1 (Identiteit) en 5.1 (Diversiteit en inclusie). Bij Burgerschap leren leerlingen ook consequenties van handelen te onderzoeken en naast waarden en principes te leggen (11.8, Ethisch redeneren, en 11.9, Moreel oordelen en handelen).

Kunst & Cultuur 2.1, 7.1 en 8.1
Creatieve vormen van taal zijn een vorm van artistieke expressie. Die kan versterkt worden door uitingsvormen met elkaar te combineren – bijvoorbeeld poëzie en tekenen, tekst en muziek, verhalen en dans of toneel (2.1, Artistieke expressie).

Het kijken en luisteren naar creatieve teksten is een beleving van een kunstvorm (7.1, Actief deelnemen aan culturele en kunstzinnige activiteiten).

Door het verzorgen van creatieve presentaties in een vreemde taal leren leerlingen hun eigen artistieke uiting in een (in)formele zetting op een persoonlijke manier te uiten (8.1, Het product en het proces delen).

Mens & Maatschappij 1.1 en 2.1
Beleving en analyse van verhalende teksten draagt bij aan kennisontwikkeling over sociale, culturele en historische contexten. Leerlingen benutten daarbij de kennis die bij het leergebied Mens & Maatschappij wordt opgebouwd (1.1, Plaats en ruimte en 2.1, Tijd en chronologie).

Leerlingen leren zich creatief en persoonlijk uiten in Engels en evt. een andere taal, verkennen andere contexten in creatieve teksten en verplaatsen zich in personages. Dat stimuleert lees- en luisterplezier.

EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken op speelse wijze kennis met klanken en woorden in de nieuwe taal door korte, eenvoudige en aansprekende creatieve mondelinge teksten te beleven die hun fantasie prikkelen en die ze kunnen begrijpen. De teksten helpen kijk-/luisterplezier in een andere taal te ontwikkelen en de nieuwe taal niet als een drempel te voelen, maar er juist nieuwsgierig naar te worden. Leerlingen ontdekken dat er verschillen kunnen zijn tussen hun eigen context en de context in de teksten en ontwikkelen inlevingsvermogen in de personages. De situaties in de teksten sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en kunnen ook over werelden gaan die nog onbekend zijn. Leerlingen leren experimenteren met de doeltaal in eigen korte en eenvoudige creatieve uitingen met behulp van muziek, tekenen of beweging.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze plezier kunnen beleven aan eenvoudige creatieve uitingen in een andere taal;
  • zich te verplaatsen in personages en situaties, al worden verhalen in een andere taal verteld; te denken valt aan het voorlezen van prentenboeken in het Engels;
  • zich open en nieuwsgierig op te stellen ten opzichte van andere (fantasie)werelden;
  • dat er contexten zijn waarin andere talen worden gesproken;
  • zelf korte en eenvoudige creatieve uitingen te bedenken en te delen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen taalplezier in een andere taal door korte, creatieve en aansprekende teksten met een rijke taalinput in de doeltaal te beluisteren/bekijken en te lezen. De teksten gaan over onderwerpen uit de belevingswereld van leerlingen en kunnen zich in verschillende (fantasie)werelden en culturen afspelen, ook uit andere tijden. Leerlingen werken aan de ontwikkeling van hun empathisch vermogen door zich met personages te identificeren (bijvoorbeeld leeftijdsgenoten). Ze reflecteren op de tekst en op hun eigen begrip en gevoel daarbij. Leerlingen bedenken zelf eenvoudige creatieve teksten; te denken valt aan rollenspellen, korte fantasiebeschrijvingen of –verhalen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • taalplezier ontwikkelen door bijvoorbeeld te kijken naar eenvoudige filmpjes in een andere taal;
  • zich verplaatsen in personages, hen begrijpen en over hen kort en eenvoudig (in de doeltaal) vertellen;
  • een open en flexibele houding ontwikkelen ten opzichte van de werelden in creatieve teksten;
  • enkele sociale, culturele en historische contexten herkennen en benoemen waarin eenvoudige verhalen zich afspelen en op hun eigen leefwereld reflecteren in relatie tot die contexten, bijvoorbeeld in besprekingen of presentaties (in de doeltaal);
  • zich creatief mondeling en schriftelijk in de doeltaal uiten in korte en eenvoudige teksten.

Leerlingen leren door een rijk aanbod te reflecteren op perspectieven van auteurs/personages en op taalgebruik in creatieve teksten als literatuur. Ze experimenteren met diverse creatieve teksttypes.

EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen, als basis- of onafhankelijke gebruikers van de doeltaal, ontwikkelen inzicht in zichzelf en in hun eigen cultuur door het kijken/luisteren naar en lezen van rijke creatieve teksten die zich in verschillende sociale, culturele en historische contexten afspelen. Deze ontwikkeling bevordert ook het inlevingsvermogen in de ander en in andere culturen. Leerlingen worden zich door die teksten ook steeds meer bewust van de mogelijkheden van de doeltaal. Leerlingen leren de keuzes van auteurs en personages te begrijpen en deze in context te plaatsen. Ze maken kennis met literaire kenmerken, waarvan de complexiteit kan verschillen (bijvoorbeeld in plotstructuur of vertelperspectief). Leerlingen reflecteren op lees-, schrijf-, spreek- en luisterervaringen en ontwikkelen hun smaak. Ze experimenteren met de doeltaal in eigen creatieve mondelinge en schriftelijke teksten; te denken valt aan liedteksten, vlogs, (strip)verhalen, posters. Creatief bezig zijn met talen stimuleert de leerlingen spreekdurf te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • taalplezier en een eigen smaak ontwikkelen door bijvoorbeeld naar films te kijken en jeugdliteratuur te lezen in de doeltaal;
  • de perspectieven van personages en auteurs in verschillende films of verhalen vanuit hun sociale, culturele en historische contexten begrijpen, vergelijken, hierop reflecteren en de eigen mening (in de doeltaal) creatief verwoorden en onderbouwen, bijvoorbeeld in presentaties of posters;
  • een open en flexibele houding blijven ontwikkelen ten opzichte van de contexten en culturen in creatieve teksten;
  • de elementaire kenmerken in structuur en taalgebruik bij verschillende creatieve tekstsoorten herkennen en zelf in een passende tekst inzetten; te denken valt aan dichtvormen en aan setting, karakters en plot in verhalende teksten;
  • enkele retorische stijlfiguren herkennen en toepassen; te denken valt aan spelen met vergelijkingen of clichés.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verdiepen leerlingen zich, als basis-, onafhankelijke of vaardige gebruikers van de doeltaal, in verschillende soorten creatieve teksten in andere talen en verbreden ze hun kennis. Ze leren de doeltaal op een creatieve en persoonlijke manier te gebruiken. Taalplezier, beleving, reflectie en smaakontwikkeling blijven van belang.

Het aanbod omvat steeds complexere creatieve teksten zowel in taalniveau als in context, en zowel receptief als productief. Leerlingen als vaardige gebruikers zijn zich in toenemende mate bewust van zichzelf en de ander in de wereld.

Aanbevelingen

  • Stimuleer de verdere ontwikkeling van het empathisch vermogen van de leerlingen: inleving, begrip, reflectie en waardering van personages, situaties en gebeurtenissen.
  • Stimuleer leerlingen om kenmerken en handelingen van personages te beschrijven en te interpreteren. Stimuleer het waarnemend vermogen om de effecten en gevolgen daarvan te kunnen benoemen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van denkvaardigheden in het vergelijken, classificeren, analyseren, interpreteren en evalueren van creatieve teksten, in het redeneren, onderbouwen en beargumenteren van meningen, het herkennen van onderliggende thema’s en patronen in teksten en het trekken van conclusies.
  • Stimuleer de bewustwording van maatschappelijke kenmerken van de werelden van fictie en de wereld van de leerlingen.
  • Voeg in de uitwerking van inhouden verbreding en verdieping toe in de kennis van sociale, culturele en historische contexten: van verkenning naar analyse, interpretatie, evaluatie, productie en
  • Stimuleer de ontwikkeling van vaardigheden in het bedenken en produceren van eigen creatieve teksten in verschillende vormen, over verschillende onderwerpen en op de verschillende taalniveaus van leerlingen.
  • Stimuleer de bewustwording van doelen en effecten van taalgebruik in creatieve teksten: van herkenning naar uitleg en evaluatie van het effect van bijvoorbeeld retorische stijlfiguren op de lezer (zoals personificatie).
  • Werk inhouden en leerdoelen uit voor de ontwikkeling van taalbewustzijn bij creatieve teksten.
  • Bied mogelijkheid voor ontwikkeling van het literaire vermogen van leerlingen: van herkenning naar analyse van diverse literaire kenmerken. Hiervan kan de complexiteit en het aanbod op basis van niveau verschillen.
  • Werk inhouden en leerdoelen uit die passen bij het beheersingsniveau in de betreffende taal en afgestemd zijn op de eigenheid van de onderwijssector.
  • Werk leerdoelen voor creatieve vormen van taal uit die ook effectieve grensoverstijgende communicatie en interculturele communicatieve competentie integreren als belangrijke elementen voor het bevorderen van de inhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met de leergebieden Nederlands en Kunst & Cultuur, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verdiepen leerlingen zich, als basis-, onafhankelijke of vaardige gebruikers van de doeltaal, in verschillende soorten creatieve teksten in andere talen en verbreden ze hun kennis. Ze leren de doeltaal op een creatieve en persoonlijke manier te gebruiken. Taalplezier, beleving, reflectie en smaakontwikkeling blijven van belang.

Het aanbod omvat steeds complexere creatieve teksten zowel in taalniveau als in context, en zowel receptief als productief. Leerlingen als vaardige gebruikers zijn zich in toenemende mate bewust van zichzelf en de ander in de wereld.

Aanbevelingen

  • Stimuleer de verdere ontwikkeling van het empathisch vermogen van de leerlingen: inleving, begrip, reflectie en waardering van personages, situaties en gebeurtenissen.
  • Stimuleer leerlingen om kenmerken en handelingen van personages te beschrijven en te interpreteren. Stimuleer het waarnemend vermogen om de effecten en gevolgen daarvan te kunnen benoemen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van denkvaardigheden in het vergelijken, classificeren, analyseren, interpreteren en evalueren van creatieve teksten, in het redeneren, onderbouwen en beargumenteren van meningen, het herkennen van onderliggende thema’s en patronen in teksten en het trekken van conclusies.
  • Stimuleer de bewustwording van maatschappelijke kenmerken van de werelden van fictie en de wereld van de leerlingen.
  • Voeg in de uitwerking van inhouden verbreding en verdieping toe in de kennis van sociale, culturele en historische contexten: van verkenning naar analyse, interpretatie, evaluatie, productie en
  • Stimuleer de ontwikkeling van vaardigheden in het bedenken en produceren van eigen creatieve teksten in verschillende vormen, over verschillende onderwerpen en op de verschillende taalniveaus van leerlingen.
  • Stimuleer de bewustwording van doelen en effecten van taalgebruik in creatieve teksten: van herkenning naar uitleg en evaluatie van het effect van bijvoorbeeld retorische stijlfiguren op de lezer (zoals personificatie).
  • Werk inhouden en leerdoelen uit voor de ontwikkeling van taalbewustzijn bij creatieve teksten.
  • Bied mogelijkheid voor ontwikkeling van het literaire vermogen van leerlingen: van herkenning naar analyse van diverse literaire kenmerken. Hiervan kan de complexiteit en het aanbod op basis van niveau verschillen.
  • Werk inhouden en leerdoelen uit die passen bij het beheersingsniveau in de betreffende taal en afgestemd zijn op de eigenheid van de onderwijssector.
  • Werk leerdoelen voor creatieve vormen van taal uit die ook effectieve grensoverstijgende communicatie en interculturele communicatieve competentie integreren als belangrijke elementen voor het bevorderen van de inhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met de leergebieden Nederlands en Kunst & Cultuur, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

Interculturele communicatieve competentie

EMVT3.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 3.1
De kennis en vaardigheden in de bouwstenen van zowel het leergebied Engels/MVT als Nederlands stellen leerlingen in staat om te gaan met de culturele elementen die talen overbrengen (3.1, Meertaligheid en cultuurbewustzijn).

Burgerschap 3.1, 5.1 en 9.1
Interculturele communicatieve competentie draagt bij aan uitwisseling en wederzijds begrip in een pluriforme en democratische samenleving, in Europa en in de wereld en is daarmee dienstbaar aan (Europees en wereld-)burgerschap. Communicatie en begrip staan centraal in de bouwstenen 3.1 (Democratische cultuur) en 9.1 (Globalisering). Verdieping in de culturele aspecten van de taal die door de ander wordt gesproken draagt bij aan het omgaan met diversiteit, wat ook een thema is van burgerschapsonderwijs (5.1, Diversiteit en inclusie).

Mens & Maatschappij 6.2
In dit leergebied leren leerlingen over verschillende uitdrukkingsvormen van cultuur (6.2, Cultuur). Dat ondersteunt de ontwikkeling van interculturele communicatieve competentie, die de communicatie tussen culturen versterkt door de aandacht voor de afstemming van taalgebruik op de sociale en culturele context.

Leerlingen leren overeenkomsten en verschillen herkennen tussen de eigen cultuur en die van anderen en reflecteren daarop. Ze leren er gepast mee om te gaan in vertrouwde situaties en contexten.

EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken kennis met culturele elementen in enkele eenvoudige taaluitingen in voor hen vertrouwde situaties. Te denken valt aan gebruiken zoals eetgewoontes of aan alledaagse situaties zoals het vieren van verjaardagen. Daarmee ervaren leerlingen overeenkomsten en verschillen tussen hun eigen leefwereld en die van kinderen (bijvoorbeeld klasgenoten) uit andere culturen, worden ze er nieuwsgierig naar en leren ze die te benoemen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er culturele overeenkomsten en verschillen bestaan tussen de eigen leefwereld en die van een ander kind, bijvoorbeeld een klasgenoot;
  • bewust worden van overeenkomsten en verschillen in enkele simpele cultuuruitingen, door ze in simpele taaluitingen waar te nemen en ze te benoemen;
  • nieuwsgierigheid ontwikkelen naar taal- en cultuurdiversiteit binnen hun eigen leefomgeving in contact met anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis over culturele uitingen uit, bijvoorbeeld door te lezen over, kijken naar of zelf te ervaren hoe tradities in andere culturen vorm krijgen. Ze ontdekken dat elementen van hun eigen cultuur hun oorsprong vinden in een andere cultuur, of vice versa. Te denken valt aan het vieren van het Nieuwjaarsfeest. Ze herkennen overeenkomsten en verschillen tussen cultuuruitingen in talen, bijvoorbeeld door middel van sprookjes, animaties en verhalen. Leerlingen leren die te benoemen en te vergelijken met hun eigen cultuur. Ze leren eenvoudige omgangsvormen in andere talen te gebruiken, zoals iemand bedanken of feliciteren. Leerlingen ontdekken de rol van cultuur in de communicatie in een andere taal en leren te reflecteren op voorbeelden van vooroordelen en misverstanden met een culturele oorsprong. Internationale (digitale) uitwisseling kan hier een bijdrage aan leveren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inzicht krijgen in elementaire culturele elementen en conventies in alledaagse sociale uitwisselingen en tradities uit enkele verschillende culturen, door ze te herkennen en vergelijken, overeenkomsten en verschillen te benoemen en in kaart te brengen;
  • (eigen) misverstanden en vooroordelen herkennen in interculturele interacties;
  • gepast reageren in korte, eenvoudige en alledaagse interculturele (digitale) uitwisselingen in een andere taal; te denken valt aan sociale gelegenheden zoals vieringen;
  • nieuwsgierigheid, interesse en een open houding ontwikkelen ten opzichte van andere tradities en conventies in culturen in hun leefomgeving, in de landen om hen heen en verder.

Leerlingen leren beseffen dat cultuur en identiteit van de sprekers de communicatie beïnvloeden. Ze leren hun taalgebruik in de vreemde taal af te stemmen op de sociale en culturele context.

EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis uit over cultuurgebonden elementen in situaties en gewoontes in hun leefwereld door middel van interculturele ontmoetingen; te denken valt aan internationaliseringsactiviteiten. Leerlingen worden zich bewust van het feit dat communicatie in een formele en informele setting wordt beïnvloed door de cultuur van de sprekers en dat sommige vragen en uitdrukkingen in andere talen en culturen anders kunnen worden opgevat; te denken valt aan vragen over ziektes, of manieren om de eigen mening te uiten. Leerlingen leren op gepaste wijze gebruik te maken van een andere taal in de sociale en culturele context waarin de communicatie plaatsvindt; te denken valt aan het adequaat kiezen van formeel of informeel taalgebruik, of aan het belang van 'small talk' bij sommige culturen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inzicht krijgen in elementen uit verschillende culturen en tradities in talen, door ze waar te nemen, vergelijken, overeenkomsten en verschillen te herkennen, te benoemen en in kaart te brengen. Te denken valt aan de uitwisseling van cultuurgebonden informatie met anderstaligen over gewoontes, familie, hobby’s, schoolse zaken;
  • bewust worden van stereotypes en vooroordelen ten opzichte van andere culturen;
  • adequaat reageren en handelen in vertrouwde interculturele (digitale) uitwisselingen volgens die conventies die gelden voor een bepaalde taal en cultuur. Te denken valt aan taalgebruik, lichaamshouding of afstand;
  • verschillende wereldbeelden en gevoelens herkennen, begrijpen en waarderen bij mensen met andere talen en culturen;
  • de kenmerken van de eigen culturen verwoorden, bijvoorbeeld door ze in eenvoudige bewoordingen uit te leggen en te bespreken tijdens interculturele (digitale) uitwisselingen;
  • de invloed van historische en geografische factoren op het taalgebruik in een bepaalde culturele context waarnemen en benoemen, door ze bijvoorbeeld in narratieve teksten te ontdekken;
  • nieuwsgierigheid, interesse en open houding ontwikkelen ten opzichte van andere talen en culturen, in eigen land, in buurlanden, in Europa en in de rest van de wereld.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Ook in de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun interculturele communicatieve competentie. Binnen het taalvak biedt het aanbod inzicht in de culturen waarin de betreffende taal wordt gesproken.

Aanbevelingen

  • Blijf de ontwikkeling van respect en open houding stimuleren ten opzichte van de verschillen tussen talen, taalvarianten en culturen.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van culturele overeenkomsten en verschillen in zowel formele als informele settings.
  • Zorg voor verdere ontwikkeling van communicatieve en bemiddelingsvaardigheden met mensen van verschillende taal- en culturele achtergronden, zodat misverstanden en gevoeligheden worden voorkomen die door culturele verschillen kunnen ontstaan.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van de invloed van historische en geografische factoren op de ontwikkeling van talen in een bepaalde culturele context.
  • Besteed aandacht aan reflectie op het feit dat uitingen in een bepaalde taal en cultuur voor onbegrip kunnen zorgen, en dat verschillen in inzichten in mondiale thema’s cultureel bepaald kunnen zijn.
  • Besteed aandacht aan de verschillen in wereldbeeld tussen mensen uit verschillende culturen. Maak daarbij ook gebruik van narratieve teksten.
  • Besteed in het vmbo, maar ook in havo en vwo aandacht aan de rol van interculturele aspecten in werkgerelateerde situaties.
  • Maak ook voor leerlingen in de bovenbouw interculturele (fysieke of digitale) uitwisselingen mogelijk. Daarmee kunnen leerlingen de verworven interculturele vaardigheden adequaat en met zelfvertrouwen leren toe te passen.

EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Ook in de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun interculturele communicatieve competentie. Binnen het taalvak biedt het aanbod inzicht in de culturen waarin de betreffende taal wordt gesproken.

Aanbevelingen

  • Blijf de ontwikkeling van respect en open houding stimuleren ten opzichte van de verschillen tussen talen, taalvarianten en culturen.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van culturele overeenkomsten en verschillen in zowel formele als informele settings.
  • Zorg voor verdere ontwikkeling van communicatieve en bemiddelingsvaardigheden met mensen van verschillende taal- en culturele achtergronden, zodat misverstanden en gevoeligheden worden voorkomen die door culturele verschillen kunnen ontstaan.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van de invloed van historische en geografische factoren op de ontwikkeling van talen in een bepaalde culturele context.
  • Besteed aandacht aan reflectie op het feit dat uitingen in een bepaalde taal en cultuur voor onbegrip kunnen zorgen, en dat verschillen in inzichten in mondiale thema’s cultureel bepaald kunnen zijn.
  • Besteed aandacht aan de verschillen in wereldbeeld tussen mensen uit verschillende culturen. Maak daarbij ook gebruik van narratieve teksten.
  • Besteed in het vmbo, maar ook in havo en vwo aandacht aan de rol van interculturele aspecten in werkgerelateerde situaties.
  • Maak ook voor leerlingen in de bovenbouw interculturele (fysieke of digitale) uitwisselingen mogelijk. Daarmee kunnen leerlingen de verworven interculturele vaardigheden adequaat en met zelfvertrouwen leren toe te passen.

Taalbewustzijn

EMVT4.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT4.1 - Taalbewustzijn

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 2.1
Leerlingen werken bij beide leergebieden aan hun taalbewustzijn. Daardoor worden ze zich steeds bewuster van hoe talen in elkaar zitten en werken en van de effecten van keuzes in taalgebruik (2.1, Taalbewustzijn en taalleervaardigheden).

Burgerschap 7.1
Het bewust worden van de sociale kracht van taal draagt bij aan inzicht in de invloed van media op het sociale en politieke leven. Leerlingen oefenen deze vaardigheid bij burgerschapsonderwijs (7.1, Digitaal samenleven).

Leerlingen ontdekken hoe talen werken door regels en conventies te herkennen, vergelijken, bespreken, erop te reflecteren. Ze experimenteren ermee en denken na over hoe ze talen effectief kunnen leren.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken dat talen kunnen verschillen in vorm, schrift, klank en uitspraak en dat het anders kan zijn dan in hun eigen taal. Ze ervaren dat ze andere talen kunnen leren en dat fouten maken bij het taalleerproces hoort. Ze worden zich bewust van wat ze al begrijpen en kunnen zeggen in een andere taal.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • enkele eenvoudige vormaspecten en afspraken in een andere taal waarnemen en imiteren. Te denken valt aan veel voorkomende woorden en woordcombinaties (chunks), bijvoorbeeld in rijmpjes, liedjes, filmpjes en prentenboeken;
  • spreekdurf ontwikkelen bij heel eenvoudige uitingen in een andere taal.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken, door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren, dat talen volgens bepaalde regels en conventies werken die op elkaar lijken of per taal kunnen verschillen. Leerlingen experimenteren spelenderwijs met eenvoudige taalkundige elementen en conventies in de doeltaal en denken na over hoe ze een andere taal het beste kunnen leren. Leerlingen worden steeds zelfverzekerder in hun mondelinge en schriftelijke taaluitingen, ervaren dat het vooral belangrijk is dat mensen begrijpen wat je bedoelt en dat feedback helpt om de doeltaal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van eenvoudige regels in een andere taal door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan ontkenningen, klank-tekenkoppelingen of eenvoudige grammaticale structuren;
  • bewust worden van enkele verschillen in conventies tussen talen door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan het gebruik van beleefdheidsvormen (bijvoorbeeld jij en u vs. you);
  • dat talen elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan de gevoelswaarde van (leen)woorden en uitdrukkingen uit andere talen zoals cool en chillen;
  • talen op een effectieve manier leren, door na te denken over welke strategieën voor hen het beste werken;
  • spreek- en schrijfdurf ontwikkelen bij eenvoudige uitingen in een andere taal.

Leerlingen krijgen steeds meer inzicht in hoe talen in elkaar zitten, werken en veranderen en leren kritisch te kijken naar taalgebruik. Ze weten steeds beter hoe ze talen moeten leren en gebruiken.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen hun taalbewustzijn door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren op taalhandelingen, taalkundige elementen, conventies en afspraken in andere talen. Door zelf te imiteren, te experimenteren en steeds meer adequaat toe te passen, krijgen ze steeds meer inzicht in hoe talen in elkaar zitten, werken, elkaar beïnvloeden en veranderen. Leerlingen leren inzicht te krijgen in het effect van taalhandelingen bij lezers, kijkers en luisteraars door kritisch te kijken naar taalgebruik in andere talen, bijvoorbeeld in de media. Leerlingen oefenen in het stellen van leerdoelen voor zichzelf, passende strategieën inzetten, en in feedback geven en ontvangen om een taal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van steeds meer taalkundige elementen en afspraken in verschillende talen en die zelf toepassen. Te denken valt aan vorm en gebruik van werkwoordstijden in verschillende talen of het vergelijken van uitdrukkingen;
  • bewust worden van overeenkomsten en verschillen in conventies en taalgebruik tussen talen en types (digitale) teksten, en die zelf toepassen. Te denken valt aan beleefdheidsconventies in verschillende talen of het verschil tussen bijvoorbeeld een chat en een brief;
  • bewust worden van hoe talen veranderen naar tijd en variëren naar plaats, maatschappelijke context en stijl. Te denken valt aan vormen van begroeting of verschillen in uitspraak;
  • dat talen op verschillende manieren elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan afkomst en functie van woorden en uitdrukkingen zoals het woord terrible (Engels, Frans en Spaans), woorden als sushi of website, uitdrukkingen als fingerspitzengefühl of het verschil tussen café (Frans) en kroeg;
  • bewust worden van de rol van taal in de samenleving, hoe talen worden gebruikt om bepaalde doelen te bereiken, en hoe taal je handelen kan sturen. Te denken valt aan slogans en commercials;
  • gebruik maken van de talen die ze al kennen om een nieuwe taal te leren;1
  • reflecteren op hun eigen beheersingsniveau en hun voorkeur voor effectieve aanpakken, en hun leerdoelen en strategieën hierop afstemmen;
  • spreek- en schrijfdurf blijven ontwikkelen in alle talen die ze leren, bijvoorbeeld tijdens internationale (digitale) uitwisselingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun taalbewustzijn en hun autonomie als taalleerder. Intensiteit, niveau, complexiteit van het aanbod en leeractiviteiten worden afgestemd op het onderwijsniveau en op het taalbeheersingsniveau in de betreffende doeltaal.

Aanbevelingen

  • Blijf in alle onderwijssectoren aandacht besteden aan de verschillende dimensies van taal. Dat verrijkt de talencurricula en bevordert de ontwikkeling van analytisch vermogen, reflectie en creativiteit. Werk de inhouden van taalbewustzijn op een passende manier uit voor alle onderwijssectoren.
  • Stimuleer leerlingen om te reflecteren op taaluitingen zodat ze verder komen in hun eigen taalleerproces, waardoor het leren van een nieuwe taal bevorderd wordt. Besteed aandacht aan het bewust worden van het feit dat talen leren een levenslang proces is.
  • Laat leerlingen op steeds complexere grammaticale en lexicale structuren reflecteren. Stimuleer ze om zinnen, woordstructuren, woordbetekenis en taalgebruik te herkennen, vergelijken, analyseren, bespreken, interpreteren en bewust en creatief toe te passen.
  • Besteed aandacht aan het adequaat toepassen van verschillende taalconventies in steeds complexere communicatieve situaties.
  • Besteed aandacht aan kennis over talen, hun geschiedenis en hoe talen in de tijd kunnen veranderen.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van de wederzijdse invloed tussen de maatschappij en taalgebruik bij verschillende talen. Te denken valt aan historische feiten, geografische ligging, tradities, technologie, etc.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van expliciete en impliciete doelen, zoals manipulatieve intenties van mondeling en schriftelijk taalgebruik.
  • Stimuleer de leerlingen om hun taalplezier en taaldurf te blijven ontwikkelen. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen zich in steeds meer verschillende, meer onverwachte en onbekende situaties in de andere taal moeten kunnen uiten.
  • Zorg bij de ontwikkeling van leerdoelen voor afstemming en interactie met het leergebied Nederlands, waar de basis wordt gelegd aan metacognitieve strategieën.

EMVT4.1 - Taalbewustzijn - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun taalbewustzijn en hun autonomie als taalleerder. Intensiteit, niveau, complexiteit van het aanbod en leeractiviteiten worden afgestemd op het onderwijsniveau en op het taalbeheersingsniveau in de betreffende doeltaal.

Aanbevelingen

  • Blijf in alle onderwijssectoren aandacht besteden aan de verschillende dimensies van taal. Dat verrijkt de talencurricula en bevordert de ontwikkeling van analytisch vermogen, reflectie en creativiteit. Werk de inhouden van taalbewustzijn op een passende manier uit voor alle onderwijssectoren.
  • Stimuleer leerlingen om te reflecteren op taaluitingen zodat ze verder komen in hun eigen taalleerproces, waardoor het leren van een nieuwe taal bevorderd wordt. Besteed aandacht aan het bewust worden van het feit dat talen leren een levenslang proces is.
  • Laat leerlingen op steeds complexere grammaticale en lexicale structuren reflecteren. Stimuleer ze om zinnen, woordstructuren, woordbetekenis en taalgebruik te herkennen, vergelijken, analyseren, bespreken, interpreteren en bewust en creatief toe te passen.
  • Besteed aandacht aan het adequaat toepassen van verschillende taalconventies in steeds complexere communicatieve situaties.
  • Besteed aandacht aan kennis over talen, hun geschiedenis en hoe talen in de tijd kunnen veranderen.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van de wederzijdse invloed tussen de maatschappij en taalgebruik bij verschillende talen. Te denken valt aan historische feiten, geografische ligging, tradities, technologie, etc.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van expliciete en impliciete doelen, zoals manipulatieve intenties van mondeling en schriftelijk taalgebruik.
  • Stimuleer de leerlingen om hun taalplezier en taaldurf te blijven ontwikkelen. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen zich in steeds meer verschillende, meer onverwachte en onbekende situaties in de andere taal moeten kunnen uiten.
  • Zorg bij de ontwikkeling van leerdoelen voor afstemming en interactie met het leergebied Nederlands, waar de basis wordt gelegd aan metacognitieve strategieën.

Meertaligheid

EMVT5.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

EMVT5.1 - Meertaligheid

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands 3.1
Meertaligheid speelt bij zowel Nederlands als bij het leergebied Engels/MVT een belangrijke rol; de bouwstenen meertaligheid zijn daarom in afstemming met de bouwstenen 3.1 (Meertaligheid en cultuurbewustzijn) van Nederlands ontwikkeld.

Burgerschap 4.1, 5.1 en 9.1
Talen zijn onderdeel van identiteit. De ontwikkeling van een persoonlijke en sociale identiteit is een aspect van Burgerschap dat in bouwstenen 4.1 (Identiteit) en 5.1 (Diversiteit en inclusie) aan bod komt. Identiteitsvorming speelt ook een rol bij vraagstukken rondom Globalisering (bouwstenen 9.1).

Leerlingen krijgen zicht op de talen in hun omgeving en in Nederland, reflecteren op welke talen zij gebruiken en in welke situaties, en staan open voor de talen en hun sprekers in hun omgeving.

EMVT5.1 - Meertaligheid - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po worden leerlingen zich spelenderwijs en in interactie bewust van de talen en taalvariëteiten die in hun eigen omgeving worden gebruikt: in de familie, met vriendjes of in de klas. Ze worden nieuwsgierig naar de talen om zich heen en ontdekken de waarde hiervan door te experimenteren en te imiteren. Ze werken aan hun zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf en interactievaardigheden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de talen in hun leefomgeving waarnemen en zich bewust worden dat mensen meerdere talen en taalvariëteiten kunnen beheersen die ze op verschillende momenten inzetten;
  • een open en nieuwsgierige houding ontwikkelen ten aanzien van verschillende talen, taalvariëteiten en talige culturele uitingen in hun directe vertrouwde omgeving;
  • overeenkomsten en verschillen tussen talen in een speelse setting ontdekken;
  • vertrouwd raken met verschillende talen; te denken valt aan het experimenteren met begroeten, tellen of het (na)zingen van verjaardagsliedjes in de talen van de kinderen in de klas;
  • dat talen en taalvariëteiten onderdeel zijn van hun identiteit en bijdragen aan wie ze zijn.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen onderzoeken waar bepaalde talen gesproken worden in en buiten Nederland, bijvoorbeeld in landen waar ze op vakantie gaan of in films die ze zien. Leerlingen wisselen ervaringen uit en vergelijken (hun) talen met elkaar. Te denken valt aan eenvoudige woordenschat rondom basisbegrippen in vaktaal (zoals plus en min). Leerlingen reflecteren op welke talen zij kennen en gebruiken; ze maken bijvoorbeeld een taalbiografie. Ze denken na over welke talen zij (verder) willen leren en werken aan hun meertalige competentie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zicht krijgen op de aanwezigheid en het gebruik van verschillende talen in hun leefomgeving en in Nederland;
  • een open, nieuwsgierige en respectvolle houding ontwikkelen ten opzichte van andere talen en hun taalgebruikers in hun omgeving;
  • zich bewust worden dat mensen een meertalig repertoire tot hun beschikking hebben dat ze doelgericht op verschillende momenten kunnen inzetten;
  • communicatie en begrip vergemakkelijken voor zichzelf en voor anderen door bijvoorbeeld eenvoudige woorden uit te leggen of in een andere taal te vertalen, ook in samenwerking met andere leerlingen;
  • inzicht krijgen in het feit dat talen onderdeel zijn van de identiteit van henzelf en van de ander en dat dit bijdraagt aan wie ze zijn.

Leerlingen breiden hun meertaligheid uit en leren die doelgericht in te zetten. Ze krijgen inzicht in associaties die talen kunnen oproepen en leren talen en hun sprekers met een open blik benaderen.

EMVT5.1 - Meertaligheid - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen worden zich steeds meer bewust van de aanwezigheid van verschillende talen in de wereld en reflecteren op de associaties die talen kunnen oproepen. Ze vergelijken taalvarianten met elkaar, zoals Engels in Europa, Amerika en Australië, Frans in Afrikaanse landen of Spaans in Zuid-Amerikaanse landen. Leerlingen oefenen samen in het begrijpen van informatie in eenvoudige teksten, ook in talen die ze (nog) niet kennen. Daarbij maken ze gebruik van (woorden in) talen die ze met z’n allen kennen. Ze ontdekken dat kennis van een (eerste) taal kan helpen bij het leren van een andere taal, en dat uitleggen, vereenvoudigen, vertalen of hertalen de communicatie kan bevorderen. Leerlingen breiden hun (meer)talige repertoire uit afhankelijk van hun ontwikkelingsniveau. Ze krijgen zicht op welke talen belangrijk kunnen zijn voor hun toekomstplannen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inzicht krijgen in talen en varianten van talen en culturen in Europa en in de wereld, en de associaties die ze oproepen;
  • een open, nieuwsgierige en respectvolle houding blijven ontwikkelen ten opzichte van talen, culturen en taalvarianten;
  • hun meertalige repertoire uitbreiden door in de meeste gevallen minstens twee talen naast hun eerste taal te leren;
  • gebruik maken van de talen uit hun meertalige repertoire om informatie te verkrijgen en over te brengen, ook in samenwerking met andere leerlingen;
  • hun eigen meertalige competentie inzetten om te bemiddelen door bijvoorbeeld te schakelen tussen talen bij communicatieproblemen in eenvoudige gesprekken tussen sprekers van verschillende talen;
  • omgaan met sprekers van verschillende talen en taalvarianten en hun taalidentiteit met een open blik te benaderen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Engels / MVT doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

EMVT5.1 - Meertaligheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw blijven leerlingen een open, nieuwsgierige en respectvolle houding ontwikkelen ten opzichte van meertaligheid in de samenleving. Ze verdiepen zich in het belang van meertaligheid voor hun eigen vervolgstudie of werk, de arbeidsmarkt en de Nederlandse economische, sociaal-maatschappelijke en politieke context. Leerlingen maken vorderingen in de beheersing van twee of meer talen naast hun eerste taal en in het ontwikkelen van hun meertalige competentie.

Aanbevelingen

  • Nodig leerlingen uit om de status en het gebruik van talen en varianten van talen in verschillende landen en regio’s in historisch en socio-cultureel perspectief te analyseren om de waarden waarmee ze worden geassocieerd te verklaren, stereotyperingen en vooroordelen te herkennen en daarbij kritische vragen te stellen.
  • Help leerlingen in alle onderwijssectoren een open, nieuwsgierige en respectvolle houding te blijven ontwikkelen ten aanzien van meertaligheid.
  • Stimuleer leerlingen hun meertalige repertoire verder te ontwikkelen en uit te breiden.
  • Stimuleer leerlingen om hun eigen meertalige competentie in te zetten om informatie te verkrijgen en over te brengen over steeds meer onderwerpen en in verschillende contexten, afhankelijk van hun taalniveau. Te denken valt aan parallelle vertalingen van tijdschriftartikelen of aan het overbrengen van een boodschap uit documenten in verschillende talen.
  • Stel leerlingen bloot aan meertalige situaties en stimuleer ze om hun gebruik van de doeltaal aan te passen bij de taalkennis van de andere spreker om mogelijke communicatieproblemen weg te nemen en de communicatie te bevorderen.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met de leergebieden Nederlands en burgerschap. Onderzoek daarbij in hoeverre er voor meertaligheid gezamenlijke of op elkaar afgestemde eindtermen ontwikkeld kunnen worden.

EMVT5.1 - Meertaligheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw blijven leerlingen een open, nieuwsgierige en respectvolle houding ontwikkelen ten opzichte van meertaligheid in de samenleving. Ze verdiepen zich in het belang van meertaligheid voor hun eigen vervolgstudie of werk, de arbeidsmarkt en de Nederlandse economische, sociaal-maatschappelijke en politieke context. Leerlingen maken vorderingen in de beheersing van twee of meer talen naast hun eerste taal en in het ontwikkelen van hun meertalige competentie.

Aanbevelingen

  • Nodig leerlingen uit om de status en het gebruik van talen en varianten van talen in verschillende landen en regio’s in historisch en socio-cultureel perspectief te analyseren om de waarden waarmee ze worden geassocieerd te verklaren, stereotyperingen en vooroordelen te herkennen en daarbij kritische vragen te stellen.
  • Help leerlingen in alle onderwijssectoren een open, nieuwsgierige en respectvolle houding te blijven ontwikkelen ten aanzien van meertaligheid.
  • Stimuleer leerlingen hun meertalige repertoire verder te ontwikkelen en uit te breiden.
  • Stimuleer leerlingen om hun eigen meertalige competentie in te zetten om informatie te verkrijgen en over te brengen over steeds meer onderwerpen en in verschillende contexten, afhankelijk van hun taalniveau. Te denken valt aan parallelle vertalingen van tijdschriftartikelen of aan het overbrengen van een boodschap uit documenten in verschillende talen.
  • Stel leerlingen bloot aan meertalige situaties en stimuleer ze om hun gebruik van de doeltaal aan te passen bij de taalkennis van de andere spreker om mogelijke communicatieproblemen weg te nemen en de communicatie te bevorderen.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met de leergebieden Nederlands en burgerschap. Onderzoek daarbij in hoeverre er voor meertaligheid gezamenlijke of op elkaar afgestemde eindtermen ontwikkeld kunnen worden.