Grote opdracht

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs.

Identiteit

Naar de bouwstenen van deze grote opdracht

Relevantie

Gelijkheid voor de wet legt de basis voor gelijkwaardigheid en maakt mogelijk dat iedereen de vrijheid heeft een eigen identiteit te ontwikkelen. Die identiteit is gelaagd en omvat verschillende aspecten zoals sociaaleconomische achtergrond, levensbeschouwing, religie en cultuur, fysieke en mentale mogelijkheden, politieke- en seksuele oriëntaties en expressies van gender. Identiteit wordt bovendien gevormd binnen lokale, regionale, nationale en internationale contexten.

Het is belangrijk dat leerlingen zich bewust worden van hun identiteit, waar de verschillende aspecten van die identiteit uit voortkomen en hoe het geheel aan verandering onderhevig is. Identiteit beïnvloedt de opvattingen van mensen over maatschappelijke vraagstukken en de manieren waarop ze zich de publieke ruimte manifesteren.

Inhoud 

Op school en in de ontmoeting met de ander ontwikkelen leerlingen inzicht in hun eigen identiteit en oefenen ze met verschillende rollen of identiteitsposities. Identiteit wordt onder andere gevormd in sociale contexten en door identificatie met andere mensen.

Leerlingen ontwikkelen inzicht in en leren omgaan met de overeenkomsten en de verschillen tussen en binnen identiteiten. Zij onderzoeken en spreken over mogelijke spanningen tussen en binnen identiteiten, en de invloed van groepsidentiteiten op anderen en op henzelf. Leerlingen ontwikkelen hun identiteit; zij reflecteren op die ontwikkeling en toetsen hun gevoelens, overtuigingen en idealen aan die van anderen en van de samenleving, en bepalen zo ook hun plek in de publieke ruimte.

Uitwerking in kennis en vaardigheden (bouwstenen)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Identiteit

BU04.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU04.1 - Identiteit

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Bewegen & Sport 4.1/8.3
Bij BS onderzoeken en ontwikkelen leerlingen hun beweegidentiteit. Dat raakt aan het onderzoek naar de identiteit zoals dat centraal staat in de bouwstenen 4.1 van BU.

Digitale geletterdheid 5.2
Burgerschap daagt leerlingen uit met vraagstukken rondom de vorming van persoonlijke en sociale identiteit(en). Digitale geletterdheid houdt zich daarbij onder andere bezig met de vorming van de digitale identiteit en verwevenheid daarvan met de 'echte' identiteit.

Engels / MVT 2.1
Het lezen van en werken met literaire teksten, ook in andere talen, is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Engels / MVT 5.1
Taalbewustzijn omvat onder andere het besef dat taal/talen in belangrijke mate vormgeven aan persoonlijke en sociale identiteiten.

Kunst & Cultuur 2.1
Leerlingen leren hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met hun artistieke expressie. Dat draagt bij aan bewustwording van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Kunst & Cultuur 7.1
Leerlingen leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is. Dat draagt bij aan het besef van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Mens & Maatschappij 4.1 & 6.1
MM werkt in deze bouwstenen kennis uit over welzijn en over mensbeeld en identiteit. Voor BU zijn inhouden daarvan een context om over aspecten van identiteit en identiteitsontwikkeling na te denken.

Mens & Natuur 2.2
MN biedt kennis aan omtrent voortplanting, seksualiteit en sekse. Voor BU is dat een relevante context om niet alleen de sociale en relationele kant daarvan maar ook de politiek-maatschappelijke, de ethische en de juridische kanten daarvan bespreekbaar te maken.

Nederlands 3.1
Meertaligheid en cultuurbewustzijn dragen bij aan respectvolle communicatie en beter begrip tussen mensen en zijn daarmee dienstbaar aan burgerschapsvorming.

Nederlands 7.1
Het lezen van en werken met literaire teksten is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Leerlingen ontdekken hun primaire en secundaire emoties, ambities, talenten en ontwikkelpunten. Ze raken bewust van identiteitvormende aspecten en reflecteren op tradities, vieringen en rituelen.

BU04.1 - Identiteit - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs verkennen leerlingen spelenderwijs wie ze zijn. Ze leren woorden te geven aan wat ze denken, voelen, willen en doen. Ze geven zichzelf een plek in de klas, op school en het gezin. Ze worden zich ervan bewust welke regels er zijn en welke cultuur bij hen thuis heerst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en te bewaken (emotioneel, fysiek);
  • woorden te geven aan wat ze denken, doen, willen en willen worden; leren dat hun taal of talen deel uitmaken van wie zij zijn;
  • te benoemen wat ze al kunnen en wat nog niet; wat ze leuk vinden om te doen;
  • hun primaire emoties te herkennen, benoemen en ermee om te gaan;
  • over zichzelf te praten in termen van toen, nu en later, hier en daar (bijvoorbeeld: “toen was ik … nu ben ik, later wil ik..."; “hier ben ik/ doe ik … daar ben ik/ doe ik");
  • te benoemen wat bij hen thuis belangrijke tradities, vieringen en rituelen zijn.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het primair onderwijs ontwikkelen leerlingen een meer uitgesproken identiteit. De rollen van klasgenoten, de sociale omgeving, media en andere identificatiefiguren wordt groter. Ze worden zich meer van bewust van het belang achtergronden, mogelijkheden en oriëntaties bij het ontwikkelen van een identiteit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en actief te bewaken (emotioneel, fysiek en seksueel);
  • te duiden wat ze denken, doen, willen en willen worden, en daar gepast naar handelen;
  • hun primaire en secundaire emoties te herkennen, te benoemen en hier bewust mee omgaan;
  • te benoemen wat ze al goed kunnen en wat ze nog beter onder de knie willen krijgen, ook in het licht van het onderwijs dat ze na de basisschool willen volgen;
  • uit te drukken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze zich verbonden voelen en welke betekenis symbolen en rituelen voor hen hebben;
  • enkele verschillende aspecten waardoor hun identiteit mede gevormd is bewust waar te nemen: gender, gezin, sociaaleconomische achtergrond, levensbeschouwing, religie en cultuur;
  • Te reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en beïnvloed wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, (sociale) media, maar ook door persoonlijke mogelijkheden en beperkingen;
  • na te denken over schoonheidsidealen, gender, seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid zoals die gerepresenteerd worden in/op (sociale) media, en welke invloed die beelden op hen hebben.

Leerlingen verkennen hun ambities en toekomstverwachtingen. Ze onderzoeken met welke groep(en) ze zich verbonden voelen en waarom. Ze leren over spanningen tussen identiteitsaspecten.

BU04.1 - Identiteit - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs oriënteren leerlingen zich met andere ogen op hun identiteit. Hun lichaam en hun schoolomgeving verandert, zij moeten aan andere, ook meer ‘volwassen’ verwachtingen voldoen. De rol van de groep wordt belangrijk, maar ook het exploreren van een heel eigen positie in de wereld. In verband met het kiezen van sectoren of profielen wordt ook het ontwikkelen van enig inzicht in hun talenten, ambities en toekomstverwachtingen belangrijker. Het besef ontstaat dat een identiteit gelaagd is en samenhangt met rollen en situaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en bewust te bewaken (emotioneel, fysiek, seksueel);
  • te begrijpen dat en hoe dat wat ze denken, doen en willen verband houdt met de veranderingen die ze in de puberteit doormaken;
  • te onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn, hun talenten en ontwikkelmogelijkheden; hoe ze die gericht kunnen inzetten bij het maken van een keuze voor een sector, profiel en/of vakkenpakket;
  • uit te drukken en te onderzoeken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze
  • zich verbonden voelen en wat dat voor henzelf betekent;
  • uit te drukken wat eigen idealen, overtuigingen, oordelen en vooroordelen zijn;
  • te reflecteren op de mate waarin hun persoonlijke identiteit mede gevormd is en wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, tradities en/in socialisatie-processen, hun eigen mogelijkheden en beperkingen, en hoe dat alles hen dat helpt of hindert om rollen of identiteitsposities te exploreren;
  • relaties te leggen tussen verschillende aspecten die hun identiteit mede vormgeven en mogelijk met elkaar op gespannen voet staan: gender, levensbeschouwing, religie, cultuur, sociaaleconomische achtergrond, politieke en seksuele oriëntatie; regionale en/of nationale identiteit(en) en/in Europa;
  • te reflecteren op hoe schoonheidsidealen, gender, sekse en seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid in de maatschappij gerepresenteerd worden en hoe zij zich daar bewust toe willen verhouden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU04.1 - Identiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw lopen de levens van jongeren verder uit elkaar. Ze zitten in verschillende sectoren en profielen en bereiden zich voor op verschillende beroepen of studies. Via baantjes, stages en vrijwilligerswerk nemen ze ook deel aan andere maatschappelijke contexten. De burgerschapsontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van zelfbewuste jongvolwassenen die keuzes maken voor vervolgopleidingen in mbo, hbo of wo.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, om zo nodig dat handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken.
  • Nodig leerlingen uit zich over de denk- en ervaringswereld van anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te onderzoeken en te beschrijven.
  • Laat leerlingen breed onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn in relatie tot hun talenten en hun ontwikkelmogelijkheden; laat hen dit gericht inzetten bij het maken van een zelfstandige en gerichte keuze voor een beroep, vervolgopleiding en vrije tijd.
  • Laat leerlingen analyseren hoe en reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en wordt door hun eigen mogelijkheden en beperkingen, door leeftijdsgenoten en groepsidentiteiten, en geef hen de ruimte en de rolmodellen om daar als individu een eigen positie tegenover in te kunnen nemen.
  • Nodig leerlingen via een breed leerstofaanbod uit om relaties te leggen tussen verschillende aspecten die identiteit in het algemeen vormgeven en dit te betrekken op hun eigen ontwikkeling, toen, nu en straks; binnen de school en daarbuiten.
  • Vraag leerlingen uit te leggen met welke groep(en) in cultuur, samenleving en politiek ze zich verbonden voelen en wat dat voor hun handelen als individu en als burger betekent.
  • Prikkel leerlingen om te onderbouwen en te verantwoorden wat hun idealen en overtuigingen zijn, ook in het licht van de zgn. mondiale thema's.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU04.1 - Identiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw lopen de levens van jongeren verder uit elkaar. Ze zitten in verschillende sectoren en profielen en bereiden zich voor op verschillende beroepen of studies. Via baantjes, stages en vrijwilligerswerk nemen ze ook deel aan andere maatschappelijke contexten. De burgerschapsontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van zelfbewuste jongvolwassenen die keuzes maken voor vervolgopleidingen in mbo, hbo of wo.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, om zo nodig dat handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken.
  • Nodig leerlingen uit zich over de denk- en ervaringswereld van anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te onderzoeken en te beschrijven.
  • Laat leerlingen breed onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn in relatie tot hun talenten en hun ontwikkelmogelijkheden; laat hen dit gericht inzetten bij het maken van een zelfstandige en gerichte keuze voor een beroep, vervolgopleiding en vrije tijd.
  • Laat leerlingen analyseren hoe en reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en wordt door hun eigen mogelijkheden en beperkingen, door leeftijdsgenoten en groepsidentiteiten, en geef hen de ruimte en de rolmodellen om daar als individu een eigen positie tegenover in te kunnen nemen.
  • Nodig leerlingen via een breed leerstofaanbod uit om relaties te leggen tussen verschillende aspecten die identiteit in het algemeen vormgeven en dit te betrekken op hun eigen ontwikkeling, toen, nu en straks; binnen de school en daarbuiten.
  • Vraag leerlingen uit te leggen met welke groep(en) in cultuur, samenleving en politiek ze zich verbonden voelen en wat dat voor hun handelen als individu en als burger betekent.
  • Prikkel leerlingen om te onderbouwen en te verantwoorden wat hun idealen en overtuigingen zijn, ook in het licht van de zgn. mondiale thema's.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.