Uitwerking Burgerschap

Hieronder vindt u de uitwerking van het voorstel van Burgerschap. Bij elk leergebied bestaan de opbrengsten uit drie producten: visie, grote opdrachten en bouwstenen. Daarnaast vindt u hier ook algemene aanbevelingen en toelichtingen van het ontwikkelteam.

Aanbevelingen en toelichtingen

  • Toelichting op de voorstellen (incl. begrippenlijst)
  • Generieke aanbevelingen voor het leergebied Burgerschap

    Generieke aanbevelingen voor het leergebied Burgerschap

    Over de mogelijke positie(s) van het leergebied in het curriculum

    De ontwikkelteams van Curriculum.nu hebben de opdracht gekregen de kern van het funderend onderwijs in de verschillende 'bouwen' te herijken en daarbij te zorgen voor minder overladenheid en een betere samenhang binnen en tussen de leergebieden. Met Burgerschap en ook Digitale Geletterdheid als nieuw geformuleerde leergebieden kunnen die doelen mogelijk alleen dan worden bereikt, hetzij wanneer inhouden bij ándere leergebieden van het leerplan verdwijnen, hetzij wanneer er een zeer hoge mate van samenhang bewerkstelligd wordt in de leerdoelen én in het daadwerkelijke leren. Mogelijk zijn zelfs al deze maatregelen nodig: schrappen en meer in gezamenlijkheid doelen stellen en bereiken.

    In dat licht, en met het oog ook op de burgerschapsopdracht als een opdracht aan de hele school, verdient het aan de ene kant aanbeveling om Burgerschap niet, of niet in zijn geheel te beschouwen als een nieuw 'vak', maar als een integraal onderdeel van alle vakken c.q. van het gehele leeraanbod van scholen. Met dit leerplanvoorstel hebben we deze optie nadrukkelijk mogelijk en ook concreet voorstelbaar proberen te maken: de inhouden die in de bouwstenen grijs zijn in plaats van zwart hebben óók een plek in andere leergebieden, en kunnen dus (ook) in die context worden aangeboden.

    Aan de andere kant weten we ook hoe het burgerschap als algemene opdracht aan de school in de afgelopen jaren is vergaan: wanneer iedereen verantwoordelijk is, neemt niet altijd iemand de verantwoordelijkheid… En: er ís een kern van Burgerschapsvorming – kennis over democratie en rechtsstaat, maatschappelijke vraagstukken, morele communicatie - die in de bouwstenen van Burgerschap zwart zijn gebleven. Die inhouden en vaardigheden zullen op de een of de andere manier in scholen geborgd moeten zijn, is het niet door taakverantwoordelijken (‘burgerschaps-coördinatoren’), dan mogelijk toch in de vorm van aparte projecten of zelfs een vak.

    Over de implementatie van ons voorstel hebben wij als ontwikkelteam geen zeggenschap. Gelukkig maar, want over deze vraag kunnen we het met elkaar niet eens worden: onze school, elke school is anders dan de andere. Ook en juist bij burgerschap doet de context – doen de specifieke behoeften van de leerlingen, de plek van de school, haar cultuur en haar organiserend vermogen – er enorm toe. Over de vraag of Burgerschap wel of geen vak wordt beslist elke school dus in principe zelf.

    Over implementatie

    Vanuit onze ervaring met de sectoren en de vakken waarin wij werken durven we over burgerschap en de implementatie van dit leerplanvoorstel in de verschillende 'bouwen' evengoed wel iets in algemene zin te zeggen.

    Voordat we dat doen willen we hier in de eerste plaats benadrukken dat dit leerplanvoorstel niet ontworpen is als een 'afvinklijst' is van aan te bieden inhouden. Om te voorkomen dat het dat wel wordt, doen scholen er naar ons gevoel goed aan, op het niveau van het bestuur, de locatie of de opleiding een eigen visie te ontwikkelen op wat burgerschap voor hen, op die plek in het land en met die leerlingen is en wil betekenen. De visie, Grote Opdrachten en ook de bouwstenen die wij ontwikkeld hebben bieden daar naar ons gevoel goede aanknopingspunten voor.

    Scholen kunnen de inhouden en vaardigheden zoals die hier beschreven staan vervolgens koppelen aan die eigen visie en daar behalve een aanbod van leerstof ook een eigen pedagogisch-didactische kleuring aan geven, passend bij de identiteit van de school. Voor ons spreekt het daarbij voor zich dat doordacht burgerschapsonderwijs voor een belangrijk deel geen meetbare 'resultaten' op kan en zal leveren, maar wel merkbare effecten kan hebben op de vorming van leerlingen tot mens en tot burger.

    Lerarenopleidingen

    De verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen en de implementatie van de nieuwe kerndoelen en eindtermen die mogelijk uit dit leerplanvoorstel zullen volgen zal wat vragen van leraren, en daarmee ook van de lerarenopleidingen en aanbieders van nascholing.

    In het primair onderwijs bestaat de neiging om burgerschap te identificeren met sociaal-emotioneel leren. In zover dit leerplanvoorstel deze opvatting ondersteunt (interpersoonlijke vaardigheden), lijken de vaardigheden die bij burgerschap een rol spelen in het algemeen goed geborgd c.q. te borgen in het curriculum van de PABO's. In de laatste kennisbasis voor de PABO (2018) is de aandacht voor burgerschapsvorming al substantieel versterkt. Evengoed zal dit leerplanvoorstel en haar mogelijke uitwerking nadere herziening of aanscherping van die kennisbasis nodig kunnen maken.

    Extra inspanningen zijn denkbaar nodig voor het versterken van kennis omtrent staatsinrichting, mensenrechten, aardrijkskunde, geschiedenis en levensbeschouwing. Ook het vermogen en de bereidheid om versterkte aandacht te geven aan burgerschap en Oriëntatie op Jezelf en de Wereld, denkbaar ook in samenhang met ander leren, vraagt mogelijk om een extra inspanning van de PABO's op het gebied van schoolgebonden curriculumontwikkeling en thematisch leren.

    Voor tweede- en vooral eerstegraads lerarenopleidingen zal naar verwachting niet de kennis, maar vooral de pedagogisch-didactische dimensie die aan de implementatie van dit leerplanvoorstel zit een uitdaging zijn. Als en in zover scholen ervoor zullen kiezen burgerschap als een apart vak in te voeren, dan zal dat mogelijk vragen rond bekwaamheden opleveren. Als en in zover scholen ervoor kiezen burgerschap te integreren in het gehele schoolcurriculum, dan vraagt dat wat van álle docenten, en daarmee mogelijk iets van nascholing. Zoals eerder opgemerkt lijkt het opleiden van burgerschaps- c.q. curriculumcoördinatoren aan te bevelen, ook voor het po.

    Over een eventueel vervolgtraject

    Voorzien is dat dit leerplanvoorstel vanaf 2020 nader uitgewerkt zal worden. In eerste instantie betreft het nieuwe kerndoelen voor po en vo en bouwstenen voor de bovenbouw van het vo, vergelijkbaar met de huidige set voor po en onderbouw po. In lijn daarmee zullen mogelijk ook de examenprogramma’s en de eindtermen op termijn worden herzien. Voor al die eventuele vervolgtrajecten waar dit leerplanvoorstel burgerschap op deze manier onderdeel van uitmaakt valt in algemene zin aan te bevelen:

    1. onderzoek of en in welke mate de visie op het leergebied Burgerschap mede inhoud en richting kan geven aan een algemene richtlijn of rationale voor het gehele landelijke curriculum;
    2. onderzoek heel precies hoe de kennisinhouden in verschillende andere leergebieden raken aan Burgerschap en vice versa;
    3. werk de evidente overlap tussen inhouden zoals die geformuleerd zijn door Burgerschap en verschillende andere leergebieden op een consistente manier weg;
    4. werk met name de evidente overlap tussen de denk- en werkwijzen zoals die geformuleerd zijn voor het leergebied MM en de denk- en handelwijzen van Burgerschap zo veel mogelijk weg c.q. stem de bedoelde vaardigheden nader op elkaar af; maak of houd de uitkomsten van dat proces beschikbaar voor het geheel van het landelijke curriculum.
  • Download alle voorstellen en aanbevelingen als PDF

Visie op het leergebied

In de visie beschrijft het ontwikkelteam de relevantie, essentie en positie van het leergebied binnen het onderwijs.

Visie op het leergebied burgerschap

Visie op het leergebied burgerschap

Kader

Burgerschapsonderwijs rust leerlingen toe om op basis van eigen idealen, waarden en normen te functioneren in een democratische en diverse samenleving. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan het ontwikkelen van het vermogen en de bereidheid om binnen de kaders van de democratische rechtsstaat een bijdrage te leveren aan de instandhouding of verdere ontwikkeling van een democratische cultuur.*

In een democratische rechtsstaat kiezen burgers hun volksvertegenwoordiging. Grondrechten beschermen hen tegen willekeur en machtsmisbruik. Aan onze democratische rechtsstaat liggen historisch drie basiswaarden ten grondslag: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Nadenken over de betekenis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en jezelf daartoe leren te verhouden is een formele taak van burgerschapsonderwijs. Wat deze waarden precies betekenen en hoe zij zich tot elkaar verhouden is voor meerdere uitleg vatbaar en onderwerp van discussie. Dat biedt scholen de mogelijkheid om eigen accenten te leggen. Hieruit ontstaat ruimte om invulling te geven aan de eigen identiteit en onderwijsvisie. Vanzelfsprekend staat het scholen vrij om hier andere waarden aan toe te voegen die de morele betrokkenheid van mensen op anderen uitdrukken, zoals (maatschappelijke) verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, naastenliefde of volwassenheid.

Democratie veronderstelt en biedt ruimte aan een diversiteit van opvattingen en levensstijlen. Sociale cohesie blijft daarbij van belang en vraagt om een inspanning om gedeelde waarden te vieren en verder te ontwikkelen. Leerlingen ontwikkelen burgerschapsvaardigheden rond de inhoudelijke kernen democratie en diversiteit. Dit oefenen zij daarnaast in het omgaan met maatschappelijke vraagstukken waarin waarden en belangen nadrukkelijk een rol spelen, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. Burgerschapskennis en -vaardigheden doen leerlingen op in vak- en leergebieden, vakoverstijgende projecten en -activiteiten, door het klas- en schoolklimaat en tijdens buitenschoolse activiteiten. In de school oefenen ze denk- en handelwijzen die voorwaardelijk zijn voor democratische participatie en die bijdragen aan hun oordeelsvorming. Een veilig schoolklimaat draagt aan dit alles onmiskenbaar bij.

Doelen 

Hoofddoelen van het onderwijs zijn kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan al deze hoofddoelen. Voor burgerschapsonderwijs is het belangrijk dat leerlingen kennis hebben van en inzicht krijgen in onze diverse samenleving, de werking van onze democratische rechtsstaat en hun rol daarin. Ook bij het aansluiten op verschillende vormen van vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt (kwalificatie) is burgerschap een belangrijk aandachtspunt. Persoonsvorming en reflectie op de eigen identiteit is essentieel voor burgerschap: om betekenis te geven aan de wereld om hen heen en aan hun eigen rol daarin, moeten leerlingen zich bewust worden van wie ze zijn of willen worden en hoe ze zich tot een ander en het andere willen verhouden.

Socialisatie komt in de context van burgerschap neer op het inwijden van leerlingen in een democratische cultuur en het stimuleren van een humane en vreedzame houding ten opzichte van anderen en de wereld om hen heen. Daar hoort individuele vrijheid bij, begrensd door de vrijheid van de ander en door de mogelijkheden van de leerling. De spanning die zich hier aandient tussen individuele vrijheid en sociale normen is niet op te heffen: zowel autonomie als het vormgeven aan inclusie en sociale cohesie vanuit gedeelde waarden zijn tegelijkertijd doelen van het (burgerschaps)onderwijs. Studie van de vormen en de normen van de democratische rechtsstaat, het gesprek over sociale en maatschappelijke verschijnselen en problemen en de persoonlijke ervaring daarvan maken van burgerschapsvorming een zo open mogelijk, kritisch-reflectief proces.

Inhouden

Leerlingen maken deel uit van de samenleving. We menen dat leerlingen te beschouwen zijn als burgers, met gedrag, rollen, rechten en verantwoordelijkheden die passen bij hun leeftijd en hun ontwikkelingsniveau.

In de school moeten democratische waarden en rechten zoals opgenomen in de grondwet, in verdragen van de Europese Unie en de Raad van Europa (EVRM), de universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM) en het VN-verdrag van de rechten van het kind (IVRK) uitgangspunt zijn voor al het handelen.

Op school uiten en ontwikkelen leerlingen waarden, overtuigingen en opvattingen, hetgeen ook tot waardenbotsingen kan leiden. De school wijst op (mogelijke) verschillen tussen algemeen geldende normen en individuele opvattingen. Zij biedt leerlingen handvatten om met verschillen van inzicht om te gaan, en de overtuigingen, belangen en emoties die daaraan ten grondslag liggen of daaruit voortkomen te onderzoeken. Leerlingen leren over historische contexten waar de democratische rechtsstaat uit is voortgekomen. Ze leren dat er andere bestuursvormen waren, zijn en denkbaar zijn, en hoe deze zich tot de rechtsstaat verhouden.

Burgerschapsonderwijs daagt leerlingen uit om verbanden te leggen tussen hun eigen leefwerelden en grotere maatschappelijke vraagstukken, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. In dat verband leren leerlingen kritisch na te denken en gericht te reflecteren op deze complexe, ook ethisch geladen vraagstukken. Ook de (on)macht en (on)mogelijkheden van het individu in relatie tot instituties en structuren zijn thema's waarover ze daarbij aan het denken worden gezet.

De school kun je opvatten als een samenleving, en tot op zekere hoogte een democratie in het klein. Binnen de schoolcontext en in de schoolomgeving brengen leerlingen hun burgerschap in praktijk, oefenen zij medezeggenschap en ontwikkelen zij de sociale en democratische vaardigheden die zij daarbij nodig hebben. Zij leren om te gaan met gezag en macht, met invloed en regels. Zij weten hoe wetten werken en tot stand komen en verkennen en analyseren hoe ze invloed kunnen uitoefenen. Leerlingen worden zich bewust van de rechten en de plichten die zij als leerlingen, als huidig en als toekomstig burger hebben.

Leerlingen leven in een diverse samenleving waarin mensen met verschillende sociaaleconomische posities, levensbeschouwelijke, religieuze en culturele achtergronden, politieke en seksuele oriëntaties en fysieke en mentale mogelijkheden samenleven.

Scholen zijn zelf meer of minder divers. Uitgaande van hun leerlingpopulatie en de schoolcontext geven zij vorm aan de school als oefenplaats voor democratie en diversiteit, en betrekken daar zo mogelijk ook de omgeving bij. Vanuit verwondering en interesse gaan leerlingen op zoek naar gemeenschappelijkheid en gedeelde ‘opvattingen’. In gesprek met elkaar ontwikkelen zij begrip en empathie en herkennen en erkennen zij de ander als medemens. De school maakt ruimte voor de ervaring dat niet iedereen het met elkaar eens is of hoeft te zijn, dat hierdoor wrijving kan ontstaan en dat emoties daarbij een plek hebben. Ook de ervaring en het inzicht dat mensen uiteindelijk veel gemeenschappelijk hebben, zoals dezelfde basisbehoeften en dezelfde fundamentele rechten, hoort daarbij.

Behalve op het niveau van klas en school ontwikkelen leerlingen zich ook op andere schaalniveaus als burger: lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal. Ze ontdekken overeenkomsten en verschillen tussen mensen, landen, culturen, religies, levensovertuigingen en politieke stromingen. Dit biedt een basis voor een klimaat waarin leerlingen leren elkaar en anderen te begrijpen, te waarderen en te respecteren. Daarbij leren ze zich ook te verplaatsen in elkaars en in andermans perspectieven.

* Gebaseerd op de definitie van de Onderwijsraad (2012).

Grote opdrachten (essenties van het leergebied)

Klik op een knop om de inhoud van een grote opdracht te zien. Ook kunt u dan de daarbij behorende bouwstenen bekijken om te zien hoe dit is uitgewerkt voor de verschillende fasen in het onderwijs. Als u niets aanklikt, ziet u hieronder alle bouwstenen voor dit leergebied.

Bouwstenen (uitwerking in kennis en vaardigheden)

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Vrijheid en gelijkheid

BU01.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU01.1 - Vrijheid en gelijkheid

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij 7.1
MM draagt feitelijke kennis aan over de wording en de werking van democratische rechtsstaat en haar instituties, en van de waarden die daarin tot uitdrukking komen. Voor het leergebied Burgerschap is dat een context om de waardering van die waarden en instituties te bespreken, zo mogelijk te oefenen met vormen van inspraak en na te denken over waarden en idealen in de klas, school of omgeving.

Leerlingen leren van, door en over de waarden van de democratische rechtsstaat. Dit begint met regels/afspraken in de eigen leefomgeving en breidt uit naar de publieke ruimte en samenleving.

BU01.1 - Vrijheid en gelijkheid - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

Onderbouwleerlingen ervaren dat er in de omgang tussen mensen regels en afspraken bestaan over hoe met elkaar en met spullen om te gaan. Ze ontwikkelen inzicht in het belang van regels en afspraken om op een prettige manier samen te zijn. Daarbij is de eigen vrijheid begrensd door de vrijheid van de ander: iedereen heeft dezelfde rechten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het belang van regels in de klas en op school voor spelen en samenwerken;
  • leefregels en afspraken thuis en in de omgeving te benoemen en te vergelijken;
  • dat zij vrijheid hebben in het maken van keuzes, rekening houdend met de keuzes van medeleerlingen en de geldende afspraken in de klas;
  • dat iedereen rechten en plichten heeft.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de PO-bovenbouw ervaren leerlingen dat de regels en afspraken in de directe leefomgeving van bijvoorbeeld de klas- en thuissituatie kunnen verschillen. Eveneens ontwikkelen leerlingen het inzicht dat ook in de bredere samenleving regels en afspraken gelden. Ze kunnen dit inzicht in verband brengen met de democratische rechtsstaat.

Door oefening ontwikkelen leerlingen inzicht in de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit en mogelijke spanning tussen deze basiswaarden. Zij leren dat de rechten die zij hebben voortkomen uit grondrechten, mensenrechten en kinderrechten. Zij leren tevens dat deze rechten niet voor iedereen in de wereld gewaarborgd zijn en gerespecteerd worden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit van de democratische rechtsstaat;
  • over grondrechten, mensenrechten en kinderrechten en het belang ervan; dat iedereen gelijke rechten heeft die universeel zijn en onlosmakelijk met elkaar verbonden;
  • dat de rechtsstaat kaders biedt voor rechten en vrijheden en bescherming tegen willekeur en machtsmisbruik;
  • over de waarborging van en het respect voor die rechten hier en daar;
  • over het belang van regels en afspraken thuis en op school en deze te vergelijken met die in de publieke ruimte;
  • waarom zij vrijheid hebben in het maken van keuzes, rekening houdend met de keuzes van medeleerlingen en de geldende afspraken in de klas en omgeving;
  • hoe de basiswaarden tot uiting komen of kunnen komen in de eigen klas- en schoolcontext en in de omgeving.

Leerlingen reflecteren op het functioneren van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers; en oriënteren zich op basiswaarden en spanning daartussen.

BU01.1 - Vrijheid en gelijkheid - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In het voortgezet onderwijs verdiepen leerlingen hun inzicht in de wording en werking van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers. Tussen mensenrechten onderling en tussen de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit en mensenrechten kan spanning ontstaan. Leerlingen in de onderbouw ontwikkelen de capaciteiten om deze spanning te duiden en krijgen inzicht in hun mogelijkheden om ervaren onrecht en ongelijkheid aan de orde te stellen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het belang van regels in de klas en op school om te kunnen samenwerken;
  • over de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit als grondslag van de
  • democratische rechtsstaat en de mogelijke spanningen daartussen;
  • over de wording, werking, waardering en begrenzing van grondrechten en mensenrechten, en hun status in internationale verdragen;
  • over rechtspraak als waarborg voor grondrechten en veiligheid;
  • over mogelijke dilemma's bij het waarborgen van en het respect voor
  • mensenrechten en manieren om over die dilemma's een eigen positie in te nemen;
  • in welke mate zij rechten hebben en vrijheid in het maken van keuzes, in het licht
  • van de plichten en dilemma's die bij het leven horen;
  • in hoeverre de basiswaarden tot uitdrukking komen in de school en in het samenleven;
  • hoe zij op kunnen komen voor de rechten en belangen van zichzelf en van anderen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU01.1 - Vrijheid en gelijkheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Maak ruimte voor onderzoek naar de fundamenten van de democratische rechtsstaat en de mensenrechten, hier en daar, nu en straks.
  • Laat leerlingen nadenken over de werking, waardering, begrenzing en versterking van grondrechten en mensenrechten hier en op wereldschaal, nu en in de toekomst.
  • Betrek daarbij ook internationale rechtspraak als waarborg voor grondrechten en veiligheid.
  • Laat leerlingen nadenken over huidige en toekomstige dilemma's bij de waarborging van en het respect voor mensenrechten en over manieren om daar een eigen positie over in te nemen.
  • Laat leerlingen reflecteren op de vraag in welke mate mensen als zodanig vrijheid hebben, in het licht van de plichten, dilemma's en beperkingen die ook bij het leven horen.
  • Daag leerlingen uit om op te komen voor de bevordering van basiswaarden in de samenleving en de wereld.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU01.1 - Vrijheid en gelijkheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Maak ruimte voor onderzoek naar de fundamenten van de democratische rechtsstaat en de mensenrechten, hier en daar, nu en straks.
  • Laat leerlingen nadenken over de werking, waardering, begrenzing en versterking van grondrechten en mensenrechten hier en op wereldschaal, nu en in de toekomst.
  • Betrek daarbij ook internationale rechtspraak als waarborg voor grondrechten en veiligheid.
  • Laat leerlingen nadenken over huidige en toekomstige dilemma's bij de waarborging van en het respect voor mensenrechten en over manieren om daar een eigen positie over in te nemen.
  • Laat leerlingen reflecteren op de vraag in welke mate mensen als zodanig vrijheid hebben, in het licht van de plichten, dilemma's en beperkingen die ook bij het leven horen.
  • Daag leerlingen uit om op te komen voor de bevordering van basiswaarden in de samenleving en de wereld.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Macht en inspraak

BU02.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU02.1 - Macht en inspraak

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Bewegen & Sport 5.1/8.4
BS laat leerlingen oefenen met taken en rollen en het organiseren van beweegactiviteiten. Voor BU is dat een belangrijke context om vaardigheden te oefenen (communicatie en conflicthantering, handelingsvermogen) en te oefenen met vormen van inspraak.

Bewegen & Sport 6.1/8.5
BS daagt leerlingen uit om zelf en samen beweegactiviteiten te organiseren en uit te voeren. Voor BU is dit een praktische context om vaardigheden rond burgerschap, zoals overleg, samenwerking, het sluiten van compromissen (enzovoorts), te oefenen.

Mens & Maatschappij 3.2
MM maakt economische macht en de rollen van overheden, bedrijven en ngo's in de samenleving tot thema. Voor het leergebied Burgerschap is dit een context om na te denken over macht, invloed en inspraak.

Leerlingen leren manieren waarop ze besluitvormingsprocessen op vreedzame wijze kunnen beïnvloeden. Ze maken kennis met macht en gezag en de manier waarop dit georganiseerd is op verschillende niveaus.

BU02.1 - Macht en inspraak - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het PO worden leerlingen zich ervan bewust dat mensen besluiten nemen en dat er in verhoudingen sprake kan zijn van hiërarchie. In de onderbouw ligt de nadruk op het kennismaken met macht en gezag en de manier waarop dit georganiseerd is in de klas, op school, in de eigen woonomgeving en in het land. Leerlingen ervaren dat zij inspraak hebben in bepaalde besluitvormingsprocessen en weten welke consequenties er gelden wanneer zij zich niet houden aan de regels die gesteld zijn door gezaghebbenden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er regels en afspraken gelden thuis, op school en in de publieke ruimte, en welke consequenties het kan hebben als je regels overtreedt of afspraken schendt;
  • dat er mensen zijn benoemd of gekozen die gezag hebben of dragen op school, in de woonplaats en in het land;
  • dat er regels en afspraken gelden in ons land en welke rol verschillende mensen hebben bij het handhaven ervan;
  • het verschil tussen regels en afspraken, en de mogelijkheden en grenzen voor leerlingen om daar over mee te praten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het PO groeit het bewustzijn over de verdeling van macht en gezag tussen mensen in verschillende rollen in de directe omgeving en de samenleving. Ze kunnen een verband leggen tussen vrijheid, gelijkheid enerzijds en anderzijds machtsverhoudingen, besluitvormingsprocessen, politieke instituties in de rechtsstaat en democratie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gezagsdragers en politieke instituties in Nederland, Europa en de wereld;
  • over de totstandkoming en handhaving van regels in Nederland en Europa;
  • over de werking van ons politieke bestel;
  • wat de buitenwerkingstelling van de rechtsstaat kan betekenen, uitgelegd aan de hand van de Duitse bezetting en de Holocaust;
  • over verschillende visies op vrijheid, gelijkheid en solidariteit;
  • over rollen van en verhoudingen tussen mensen op school, in de buurt en in het land;
  • manieren waarop ze besluitvormingsprocessen op vreedzame wijze kunnen
  • beïnvloeden en hoe ze daar verantwoordelijkheid voor kunnen nemen;
  • over manieren om op school of in de eigen omgeving macht te organiseren en uit te oefenen.

Leerlingen ontwikkelen inzicht in de werking en waardering van de staatsinrichting van Nederland en Europa en analyseren maatschappelijke vraagstukken waarin machtsverhoudingen en besluitvorming een rol spelen.

BU02.1 - Macht en inspraak - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO wordt inzicht in de verdeling van macht en gezag verder uitgebreid met ondemocratische machtsverdelingen en staatsvormen en met internationale instituties en verhoudingen. Leerlingen ontdekken dat het systeem van staatsinrichting en rechtsstaat niet een vanzelfsprekendheid is, maar een geschiedenis heeft en kwetsbaar is. Leerlingen reflecteren op hun eigen positie, macht en invloed.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over staatsvormen zoals monarchie, republiek, aristocratie, dictatuur en totalitaire systemen;
  • over de wording, werking en waardering van de staatsinrichting van Nederland en Europa en het belang van de scheiding der machten;
  • over historische contexten die van belang zijn voor het ontstaan van en de waardering voor de democratische rechtsstaat en de mensenrechten in Nederland en Europa zoals de Opstand, de Franse en Bataafse Revolutie, ideologieën en totalitaire systemen, genocides en onafhankelijkheidsoorlogen.
  • over de voor- en nadelen en de (on)mogelijkheden van internationale samenwerking binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties;
  • manieren waarop ze besluitvormingsprocessen kunnen organiseren;
  • manieren om op school of in de eigen omgeving macht te onderzoeken, te
  • organiseren en uit te oefenen; over manieren waarop andere groepen in het land macht organiseren;
  • verschillende visies op vrijheid, gelijkheid en solidariteit te onderzoeken en vergelijken;
  • manieren om de rol van macht in actuele maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, alsmede de mogelijkheden die zijzelf en anderen hebben om daar invloed op uit te oefenen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU02.1 - Macht en inspraak - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Maak ruimte voor onderzoek naar verschillende staatsvormen die er waren, zijn en denkbaar zijn en stel leerlingen in staat daar een gefundeerde eigen visie op te ontwikkelen.
  • Laat leerlingen nadenken over de wording, werking, waardering en de begrenzing van de democratische rechtsstaat, hier en op wereldschaal, nu en in de toekomst.
  • Betrek daarbij ook de notie van burgerlijke ongehoorzaamheid.
  • Laat leerlingen nadenken over huidige en toekomstige uitdagingen aan de democratische rechtsstaat in relatie tot mondiale thema's zoals globalisering en technologie.
  • Laat leerlingen reflecteren op bedreigingen van de democratische rechtsstaat zoals polarisering en radicalisering, de kloof tussen arm en rijk, georganiseerde criminaliteit, enzovoort.
  • Daag leerlingen uit om op te komen voor de democratische rechtsstaat, hier en elders.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU02.1 - Macht en inspraak - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Maak ruimte voor onderzoek naar verschillende staatsvormen die er waren, zijn en denkbaar zijn en stel leerlingen in staat daar een gefundeerde eigen visie op te ontwikkelen.
  • Laat leerlingen nadenken over de wording, werking, waardering en de begrenzing van de democratische rechtsstaat, hier en op wereldschaal, nu en in de toekomst.
  • Betrek daarbij ook de notie van burgerlijke ongehoorzaamheid.
  • Laat leerlingen nadenken over huidige en toekomstige uitdagingen aan de democratische rechtsstaat in relatie tot mondiale thema's zoals globalisering en technologie.
  • Laat leerlingen reflecteren op bedreigingen van de democratische rechtsstaat zoals polarisering en radicalisering, de kloof tussen arm en rijk, georganiseerde criminaliteit, enzovoort.
  • Daag leerlingen uit om op te komen voor de democratische rechtsstaat, hier en elders.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Democratische cultuur

BU03.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU03.1 - Democratische cultuur

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Engels / MVT 3.1
Leerlingen leren interculturele communicatieve competenties die belangrijk zijn voor uitwisseling en begrip in een pluriform en veeltalig democratisch land, in Europa en in de wereld.

Mens & Maatschappij 4.1
MM kent een bouwsteen over het welzijn van mensen. Voor BU biedt die een context om inhouden en vaardigheden rond (o.a.) een democratische cultuur te oefenen.

Mens & Maatschappij 7.1
MM kent een bouwsteen over Macht en Gezag. Voor BU biedt die een context om inhouden en vaardigheden rond een democratische cultuur aan de orde te stellen en te oefenen.

Nederlands 1.1
Leerlingen leren communicatieve vaardigheden en – strategieën inzetten om gesprekken te voeren over en deel te nemen aan besluitvormingsprocessen.

Leerlingen leren dat hun stem gehoord wordt, dat hun inbreng ertoe doet bij besluitvorming in de klas. Zij ervaren dat de ander ook een stem heeft en ontdekken overeenkomsten en verschillen tussen mensen.

BU03.1 - Democratische cultuur - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw gaan leerlingen hun eigen gevoelens herkennen en benoemen en krijgen ze inzicht in gevoelens en emoties van anderen. Leerlingen ervaren dat zij een stem hebben en deze kunnen gebruiken. Zij ervaren dat hun stem gehoord wordt en dat hun inbreng ertoe doet bij besluitvormingsprocessen in de klas. Zij weten dat de ander ook een stem heeft en kunnen hier actief naar luisteren. Leerlingen ervaren overeenkomsten en verschillen in het gedrag van mensen. Leerlingen leren op te komen voor zichzelf en rekening te houden met de gevoelens en standpunten een ander.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • om te gaan met hun wensen en hun opvattingen en leren zich hierover uit te spreken;
  • de gevoelens, wensen en opvattingen van anderen te herkennen;
  • te accepteren dat anderen iets anders willen, maar dat dit niet tot een conflict hoeft te leiden;
  • hun stem te gebruiken tijdens gezamenlijke besluitvormingsprocessen;
  • dat de ander ook een stem en mogelijk een ander gezichtspunt heeft; leren hier naar te luisteren en vragen te stellen om meer over de ander en zijn of haar gezichtspunt te weten te komen;
  • conflicten in de klas op een vreedzame manier op te lossen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het PO worden leerlingen zich bewust van het feit dat zij een stem hebben in kwesties die hen aangaan en leren hun mening te onderbouwen. Zij weten dat er bij besluitvormingsprocessen een opbouw is van meedenken, meepraten, meedoen en meebeslissen. Zij ontwikkelen meer begrip voor de inbreng van anderen en erkennen het belang van draagvlak voor besluiten. Zij weten dat meningsverschillen emoties kunnen oproepen en kunnen leiden tot conflict. In die gevallen kunnen ze daar op een vreedzame manier mee omgaan.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat het meepraten over zaken die hen aangaan een (kinder)recht is;
  • hun mening te verwoorden en daar eenvoudige argumenten voor te geven;
  • in de context van de klas te proberen anderen van hun mening te overtuigen;
  • de mening van anderen in eigen woorden samen te vatten;
  • hun eigen mening bij te stellen op basis van nieuwe inzichten;
  • hun stem te gebruiken tijdens besluitvormingsprocessen in de klas- en
  • schoolcontext en daarbij ruimte te maken voor de mening van alle leerlingen;
  • er rekening mee te houden dat hun mening of uitlatingen emoties teweeg kunnen
  • brengen bij anderen;
  • dat mensen over onderwerpen verschillend kunnen denken; dat die verschillen soms wel, soms niet overbrugd kunnen worden, en soms ook tot spanningen en conflicten leiden;
  • conflicten in de directe omgeving op een vreedzame manier op te lossen, maar ook accepteren dat conflicten kunnen blijven bestaan.

Leerlingen leren hun mening onderbouwd te uiten en anderen in discussie, debat of dialoog te overtuigen. En hoe verschillen van inzicht, waarden, overtuigingen, belangen en emoties niet altijd overbrugd worden.

BU03.1 - Democratische cultuur - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO ontwikkelen leerlingen democratische werkwijzen toe te passen, waarbij de eigen mening wordt verwoord en onderbouwd. Het deelnemen aan en beïnvloeden van besluitvormingsprocessen staan daarbij centraal. Leerlingen kunnen hieraan deelnemen, zich betrokken tonen en verantwoordelijkheid nemen voor genomen besluiten. Het vermogen om actief te luisteren en inhoudelijk te reageren op anderen ontwikkelt zich in deze fase zodat vormen van dialoog en debat kunnen worden toegepast. Deze communicatievormen dragen bij aan de ontmoeting met anderen en het andere. Dit legt de basis voor het empathie en het begrijpen van de meningen, opvattingen en leefwijzen van anderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • standpunten onderbouwd te uiten, ook als dit een minderheidsstandpunt is, en anderen daar in discussie, debat of dialoog van proberen te overtuigen; de mening van anderen in eigen woorden samen te vatten, te beoordelen en er met inhoudelijke argumenten op te reageren;
  • hun eigen mening bij te stellen op basis van nieuwe inzichten;
  • manieren om de deelname van alle participanten aan dialoog, debat en discussie te bevorderen en te bewaken en ook minderheidstandpunten actief te onderzoeken;
  • over verschillen van inzicht, en de waarden, overtuigingen, belangen en emoties die daarmee gemoeid zijn; dat die verschillen van inzicht niet altijd overbrugd kunnen of hoeven worden;
  • conflicten in de klas en op school op een vreedzame manier op te lossen maar ook te accepteren dat conflicten kunnen blijven bestaan;
  • spanningen en conflicten wereldwijd te onderzoeken in termen van verschillen van waarden, inzicht en belang;
  • kwesties van (on)macht, (on)recht, (on)vrijheid of (on)gelijkheid in de wereld te onderzoeken, alsmede de mogelijkheden die de overheid en de leerling zelf hebben om in zulke kwesties te handelen;
  • op welke manieren zij deel kunnen nemen aan het maatschappelijk debat en invloed kunnen uitoefenen op besluitvormingsprocessen; de ruimte die zij hebben om dit te doen te bevragen en zo mogelijk en zo nodig te gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU03.1 - Democratische cultuur - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Kennis en vaardigheden

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen standpunten niet alleen onderbouwen maar ook rechtvaardigen c.q. toetsen aan morele en ethische principes en aan rechten.
  • Daag leerlingen uit om verschillen van inzicht, en de waarden, overtuigingen, belangen en emoties die daarmee gemoeid zijn, bij zichzelf en bij anderen te analyseren, daarop te reflecteren en de eigen inzichten zo nodig bij te stellen.
  • Laat leerlingen nadenken over verschillende oorzaken van actuele conflicten in Nederland, Europa en de wereld en daag hen uit om verschillende scenario's uit te werken om die binnen de internationale rechtsorde zo mogelijk geweldloos op te lossen.
  • Laat leerlingen kwesties waarin (on)macht, (on)recht, (on)vrijheid en (on)gelijkheid een rol spelen in samenhang met de zgn. mondiale thema's onderzoeken.
  • Laat hen daarbij ook reflecteren op de mogelijkheden die zij en anderen hebben om hierop concreet te handelen, en welke mogelijkheden er bestaan het eigen handelingsvermogen en dat van anderen te vergroten.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU03.1 - Democratische cultuur - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt het bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Kennis en vaardigheden

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen standpunten niet alleen onderbouwen maar ook rechtvaardigen c.q. toetsen aan morele en ethische principes en aan rechten.
  • Daag leerlingen uit om verschillen van inzicht, en de waarden, overtuigingen, belangen en emoties die daarmee gemoeid zijn, bij zichzelf en bij anderen te analyseren, daarop te reflecteren en de eigen inzichten zo nodig bij te stellen.
  • Laat leerlingen nadenken over verschillende oorzaken van actuele conflicten in Nederland, Europa en de wereld en daag hen uit om verschillende scenario's uit te werken om die binnen de internationale rechtsorde zo mogelijk geweldloos op te lossen.
  • Laat leerlingen kwesties waarin (on)macht, (on)recht, (on)vrijheid en (on)gelijkheid een rol spelen in samenhang met de zgn. mondiale thema's onderzoeken.
  • Laat hen daarbij ook reflecteren op de mogelijkheden die zij en anderen hebben om hierop concreet te handelen, en welke mogelijkheden er bestaan het eigen handelingsvermogen en dat van anderen te vergroten.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Identiteit

BU04.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU04.1 - Identiteit

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Bewegen & Sport 4.1/8.3
Bij BS onderzoeken en ontwikkelen leerlingen hun beweegidentiteit. Dat raakt aan het onderzoek naar de identiteit zoals dat centraal staat in de bouwstenen 4.1 van BU.

Digitale geletterdheid 5.2
Burgerschap daagt leerlingen uit met vraagstukken rondom de vorming van persoonlijke en sociale identiteit(en). Digitale geletterdheid houdt zich daarbij onder andere bezig met de vorming van de digitale identiteit en verwevenheid daarvan met de 'echte' identiteit.

Engels / MVT 2.1
Het lezen van en werken met literaire teksten, ook in andere talen, is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Engels / MVT 5.1
Taalbewustzijn omvat onder andere het besef dat taal/talen in belangrijke mate vormgeven aan persoonlijke en sociale identiteiten.

Kunst & Cultuur 2.1
Leerlingen leren hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met hun artistieke expressie. Dat draagt bij aan bewustwording van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Kunst & Cultuur 7.1
Leerlingen leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is. Dat draagt bij aan het besef van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Mens & Maatschappij 4.1 & 6.1
MM werkt in deze bouwstenen kennis uit over welzijn en over mensbeeld en identiteit. Voor BU zijn inhouden daarvan een context om over aspecten van identiteit en identiteitsontwikkeling na te denken.

Mens & Natuur 2.2
MN biedt kennis aan omtrent voortplanting, seksualiteit en sekse. Voor BU is dat een relevante context om niet alleen de sociale en relationele kant daarvan maar ook de politiek-maatschappelijke, de ethische en de juridische kanten daarvan bespreekbaar te maken.

Nederlands 3.1
Meertaligheid en cultuurbewustzijn dragen bij aan respectvolle communicatie en beter begrip tussen mensen en zijn daarmee dienstbaar aan burgerschapsvorming.

Nederlands 7.1
Het lezen van en werken met literaire teksten is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Leerlingen ontdekken hun primaire en secundaire emoties, ambities, talenten en ontwikkelpunten. Ze raken bewust van identiteitvormende aspecten en reflecteren op tradities, vieringen en rituelen.

BU04.1 - Identiteit - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs verkennen leerlingen spelenderwijs wie ze zijn. Ze leren woorden te geven aan wat ze denken, voelen, willen en doen. Ze geven zichzelf een plek in de klas, op school en het gezin. Ze worden zich ervan bewust welke regels er zijn en welke cultuur bij hen thuis heerst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en te bewaken (emotioneel, fysiek);
  • woorden te geven aan wat ze denken, doen, willen en willen worden; leren dat hun taal of talen deel uitmaken van wie zij zijn;
  • te benoemen wat ze al kunnen en wat nog niet; wat ze leuk vinden om te doen;
  • hun primaire emoties te herkennen, benoemen en ermee om te gaan;
  • over zichzelf te praten in termen van toen, nu en later, hier en daar (bijvoorbeeld: “toen was ik … nu ben ik, later wil ik..."; “hier ben ik/ doe ik … daar ben ik/ doe ik");
  • te benoemen wat bij hen thuis belangrijke tradities, vieringen en rituelen zijn.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het primair onderwijs ontwikkelen leerlingen een meer uitgesproken identiteit. De rollen van klasgenoten, de sociale omgeving, media en andere identificatiefiguren wordt groter. Ze worden zich meer van bewust van het belang achtergronden, mogelijkheden en oriëntaties bij het ontwikkelen van een identiteit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en actief te bewaken (emotioneel, fysiek en seksueel);
  • te duiden wat ze denken, doen, willen en willen worden, en daar gepast naar handelen;
  • hun primaire en secundaire emoties te herkennen, te benoemen en hier bewust mee omgaan;
  • te benoemen wat ze al goed kunnen en wat ze nog beter onder de knie willen krijgen, ook in het licht van het onderwijs dat ze na de basisschool willen volgen;
  • uit te drukken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze zich verbonden voelen en welke betekenis symbolen en rituelen voor hen hebben;
  • enkele verschillende aspecten waardoor hun identiteit mede gevormd is bewust waar te nemen: gender, gezin, sociaaleconomische achtergrond, levensbeschouwing, religie en cultuur;
  • Te reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en beïnvloed wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, (sociale) media, maar ook door persoonlijke mogelijkheden en beperkingen;
  • na te denken over schoonheidsidealen, gender, seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid zoals die gerepresenteerd worden in/op (sociale) media, en welke invloed die beelden op hen hebben.

Leerlingen verkennen hun ambities en toekomstverwachtingen. Ze onderzoeken met welke groep(en) ze zich verbonden voelen en waarom. Ze leren over spanningen tussen identiteitsaspecten.

BU04.1 - Identiteit - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs oriënteren leerlingen zich met andere ogen op hun identiteit. Hun lichaam en hun schoolomgeving verandert, zij moeten aan andere, ook meer ‘volwassen’ verwachtingen voldoen. De rol van de groep wordt belangrijk, maar ook het exploreren van een heel eigen positie in de wereld. In verband met het kiezen van sectoren of profielen wordt ook het ontwikkelen van enig inzicht in hun talenten, ambities en toekomstverwachtingen belangrijker. Het besef ontstaat dat een identiteit gelaagd is en samenhangt met rollen en situaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en bewust te bewaken (emotioneel, fysiek, seksueel);
  • te begrijpen dat en hoe dat wat ze denken, doen en willen verband houdt met de veranderingen die ze in de puberteit doormaken;
  • te onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn, hun talenten en ontwikkelmogelijkheden; hoe ze die gericht kunnen inzetten bij het maken van een keuze voor een sector, profiel en/of vakkenpakket;
  • uit te drukken en te onderzoeken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze
  • zich verbonden voelen en wat dat voor henzelf betekent;
  • uit te drukken wat eigen idealen, overtuigingen, oordelen en vooroordelen zijn;
  • te reflecteren op de mate waarin hun persoonlijke identiteit mede gevormd is en wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, tradities en/in socialisatie-processen, hun eigen mogelijkheden en beperkingen, en hoe dat alles hen dat helpt of hindert om rollen of identiteitsposities te exploreren;
  • relaties te leggen tussen verschillende aspecten die hun identiteit mede vormgeven en mogelijk met elkaar op gespannen voet staan: gender, levensbeschouwing, religie, cultuur, sociaaleconomische achtergrond, politieke en seksuele oriëntatie; regionale en/of nationale identiteit(en) en/in Europa;
  • te reflecteren op hoe schoonheidsidealen, gender, sekse en seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid in de maatschappij gerepresenteerd worden en hoe zij zich daar bewust toe willen verhouden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU04.1 - Identiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw lopen de levens van jongeren verder uit elkaar. Ze zitten in verschillende sectoren en profielen en bereiden zich voor op verschillende beroepen of studies. Via baantjes, stages en vrijwilligerswerk nemen ze ook deel aan andere maatschappelijke contexten. De burgerschapsontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van zelfbewuste jongvolwassenen die keuzes maken voor vervolgopleidingen in mbo, hbo of wo.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, om zo nodig dat handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken.
  • Nodig leerlingen uit zich over de denk- en ervaringswereld van anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te onderzoeken en te beschrijven.
  • Laat leerlingen breed onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn in relatie tot hun talenten en hun ontwikkelmogelijkheden; laat hen dit gericht inzetten bij het maken van een zelfstandige en gerichte keuze voor een beroep, vervolgopleiding en vrije tijd.
  • Laat leerlingen analyseren hoe en reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en wordt door hun eigen mogelijkheden en beperkingen, door leeftijdsgenoten en groepsidentiteiten, en geef hen de ruimte en de rolmodellen om daar als individu een eigen positie tegenover in te kunnen nemen.
  • Nodig leerlingen via een breed leerstofaanbod uit om relaties te leggen tussen verschillende aspecten die identiteit in het algemeen vormgeven en dit te betrekken op hun eigen ontwikkeling, toen, nu en straks; binnen de school en daarbuiten.
  • Vraag leerlingen uit te leggen met welke groep(en) in cultuur, samenleving en politiek ze zich verbonden voelen en wat dat voor hun handelen als individu en als burger betekent.
  • Prikkel leerlingen om te onderbouwen en te verantwoorden wat hun idealen en overtuigingen zijn, ook in het licht van de zgn. mondiale thema's.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU04.1 - Identiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw lopen de levens van jongeren verder uit elkaar. Ze zitten in verschillende sectoren en profielen en bereiden zich voor op verschillende beroepen of studies. Via baantjes, stages en vrijwilligerswerk nemen ze ook deel aan andere maatschappelijke contexten. De burgerschapsontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van zelfbewuste jongvolwassenen die keuzes maken voor vervolgopleidingen in mbo, hbo of wo.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, om zo nodig dat handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken.
  • Nodig leerlingen uit zich over de denk- en ervaringswereld van anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te onderzoeken en te beschrijven.
  • Laat leerlingen breed onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn in relatie tot hun talenten en hun ontwikkelmogelijkheden; laat hen dit gericht inzetten bij het maken van een zelfstandige en gerichte keuze voor een beroep, vervolgopleiding en vrije tijd.
  • Laat leerlingen analyseren hoe en reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en wordt door hun eigen mogelijkheden en beperkingen, door leeftijdsgenoten en groepsidentiteiten, en geef hen de ruimte en de rolmodellen om daar als individu een eigen positie tegenover in te kunnen nemen.
  • Nodig leerlingen via een breed leerstofaanbod uit om relaties te leggen tussen verschillende aspecten die identiteit in het algemeen vormgeven en dit te betrekken op hun eigen ontwikkeling, toen, nu en straks; binnen de school en daarbuiten.
  • Vraag leerlingen uit te leggen met welke groep(en) in cultuur, samenleving en politiek ze zich verbonden voelen en wat dat voor hun handelen als individu en als burger betekent.
  • Prikkel leerlingen om te onderbouwen en te verantwoorden wat hun idealen en overtuigingen zijn, ook in het licht van de zgn. mondiale thema's.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Diversiteit

BU05.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU05.1 - Diversiteit

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Bewegen & Sport 1.1/2.1/8.1
Bij BS worden leerlingen uitgenodigd om mee te doen op eigen niveau. Voor BU is dat een context voor het oefenen van een verdraagzame omgang met verschil – ook op het gebied van verschillende fysieke en sportieve mogelijkheden.

Engels / MVT 2.1
Het lezen van en werken met literaire teksten, ook in andere talen, is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Engels / MVT 3.1
Interculturele communicatieve competenties dragen bij aan uitwisseling en wederzijds begrip en zijn zo dienstbaar aan de ontwikkeling van burgerschap in Nederland, Europa en de wereld.

Engels / MVT 5.1
Taalbewustzijn omvat onder andere het besef dat taal/talen in belangrijke mate vormgeven aan persoonlijke en sociale identiteiten.

Kunst & Cultuur 2.1
Leerlingen leren hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën in verband te brengen met hun artistieke expressie. Dat draagt bij aan bewustwording van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Kunst & Cultuur 5.1
Het onderzoeken van kunst- en cultuurhistorische contexten, waaronder ook erfgoed, biedt voor BU een context om sociale en culturele identiteiten, levensbeschouwelijke stromingen en ook waarden en overtuigingen in de diverse samenleving te onderzoeken en te bevragen.

Kunst & Cultuur 7.1
Leerlingen leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is. Dat draagt bij aan het besef van aspecten van hun identiteit, van mogelijke spanningen tussen die aspecten en vormt ook een context voor reflectie op tradities en vieringen en ambities.

Mens & Maatschappij 5.1, 6.1 en 6.2
MM werkt in haar bouwstenen kennis uit over Waarden en Idealen, Mensbeeld en Identiteit en Cultuur. Voor BU zijn inhouden daarvan een context om te spreken en te denken over diversiteit en inclusie.

Mens & Natuur 2.2
MN biedt kennis aan omtrent voortplanting, seksualiteit en sekse. Voor BU is dat een relevante context om niet alleen de sociale en relationele kant daarvan maar ook de politiek-maatschappelijke, de ethische en de juridische kanten daarvan bespreekbaar te maken.

Nederlands 3.1
Meertaligheid en cultuurbewustzijn dragen bij aan respectvolle communicatie en beter begrip tussen mensen en zijn daarmee dienstbaar aan burgerschapsvorming.

Nederlands 7.1
Het lezen van en werken met literaire teksten is een waardevolle manier om empathische vermogens te ontwikkelen en begrip voor anderen en hun opvattingen te stimuleren.

Leerlingen leren woorden te geven aan wat de ander doet en wil en ontdekken daarin overeenkomsten en verschillen. Ze leren conflicten vreedzaam op te lossen. Ze maken kennis met levensbeschouwelijke stromingen.

BU05.1 - Diversiteit - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs verkennen leerlingen spelenderwijs verschillende aspecten van hun identiteit in relatie tot de ander. Naarmate zij zich meer bewust worden van zichzelf, op andere plekken komen en zich gaan spiegelen aan rolmodellen nemen ze bewust of onbewust verschillen waar zoals: culturele achtergronden en fysieke kenmerken. Zij leren en begrijpen dat er overeenkomsten en verschillen zijn.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de primaire emoties met de bijbehorende lichaamstaal van een ander te herkennen en benoemen;
  • de grenzen (emotioneel en fysiek) van de ander te herkennen en daar rekening mee te houden;
  • fysieke kenmerken van zichzelf te benoemen en te vergelijken met de ander;
  • over vriendschap en verliefdheid;
  • de eigen gezinssituatie en de thuiscultuur te vergelijken met die van een ander;
  • woorden te geven aan wat de ander doet en wil en daarin overeenkomsten en verschillen te ontdekken;
  • samen en/of met hulp van anderen onderlinge conflicten vreedzaam op te lossen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het primair onderwijs leren leerlingen zich verder te verplaatsen in klasgenoten en andere mensen in hun sociale omgeving. Ze spiegelen zich aan andere rolmodellen in media en identificeren zich hiermee. Op school verdiepen ze zich in de overeenkomsten en verschillen tussen mensen die andere achtergronden, mogelijkheden en oriëntaties hebben.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoofdzaken over religieuze en levensbeschouwelijke stromingen en culturele tradities en gebruiken die in onze diverse samenleving een rol spelen;
  • over seksualiteit, verschillende seksuele oriëntaties en expressies van gender;
  • de grenzen (emotioneel, fysiek en seksueel) van anderen herkennen en daar rekening mee te houden;
  • de secundaire emoties van de ander te herkennen en te benoemen en te anticiperen op reacties van anderen op het eigen handelen;
  • uit te wisselen over wat gedeelde en verschillende waarden, overtuigingen, idealen en toekomstverwachtingen zijn;
  • overeenkomsten en verschillen tussen mensen te herkennen, te benoemen, en in aanzet te verklaren;
  • hoe groepsgedrag en (sociale) media de houdingen en het gedrag van klasgenoten mede kunnen verklaren.

Leerlingen verkennen de diverse samenleving in Nederland in de context van een globaliserende wereld; met aandacht voor levensbeschouwelijke stromingen, waarden en overtuigingen.

BU05.1 - Diversiteit - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO verdiepen leerlingen zich in de identiteit van de ander. Door het ontmoeten van de ander en een dialoog aan te gaan over onderwerpen waarover verschillend kan worden gedacht ontwikkelen leerlingen inzicht in en respect voor andere opvattingen en manieren om in het leven te staan.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het ontstaan van een diverse samenleving in Nederland in de context van een globaliserende wereld;
  • over aspecten van de emancipatie van verschillende groepen mensen door de geschiedenis heen;
  • hoofdzaken over religieuze en levensbeschouwelijke stromingen in Nederland en de wereld;
  • rekening te houden de grenzen van anderen en die op basis van gemaakte afspraken actief te helpen bewaken;
  • zich binnen hun mogelijkheden in de beleving en het perspectief van de ander te verplaatsen;
  • rekening te houden met het welbevinden van anderen en hun overwegingen en
  • gedrag, inclusief hun taaluitingen, gericht aan sociale situaties aan te passen;
  • te herkennen waar beperkingen liggen in de communicatie met anderen en te zoeken
  • naar mogelijkheden om daarop te handelen;
  • overeenkomsten en verschillen in waarden en overtuigingen te herkennen, te
  • bespreken en te wegen; verschillen van inzicht te onderzoeken als verschillende claims op waarheid en deze zo nodig naast elkaar kunnen laten bestaan;
  • rekening te houden met de idealen en toekomstverwachtingen van anderen.
  • hoe groepsgedrag en (sociale) media de houdingen en het gedrag van peers en groepen in de publieke ruimte mede kunnen verklaren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU05.1 - Diversiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Geef vraagstukken rond diversiteit en inclusie een plek in examenprogramma's voor vakken of leergebieden.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen over diversiteitsvraagstukken in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele identiteit(en) en collectieve identiteit(en).
  • Betrek diversiteitsvraagstukken actief op de mondiale thema's globalisering, duurzaamheid en gezondheid en laat leerlingen deze in relatie tot elkaar op morele en ethische dimensies onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over de mate waarin vraagstukken van diversiteit te maken hebben en mogelijk zullen hebben met hun eigen carrièreperspectieven en de te kiezen vervolgopleiding.
  • Laat leerlingen reflecteren op cultureel bepaalde normen en waarden rond gender en seksualiteit in Nederland en in de wereld. Laat hen nadenken over de mogelijkheid en de wenselijkheid om seksuele en reproductieve gezondheid rechten in de wereld te effectueren.
  • Daag leerlingen uit om de denk- en ervaringswereld van mensen met andere overtuigingen, mogelijkheden en effectieve rechten vanuit hun context te verstaan;
  • laat hen de overeenkomsten en verschillen tussen waarden, (geloofs-)overtuigingen en cultureel bepaalde uitdrukkingsvormen en levenswijzen van de eigen en andere groepen en verschillen daartussen analyseren.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU05.1 - Diversiteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Geef vraagstukken rond diversiteit en inclusie een plek in examenprogramma's voor vakken of leergebieden.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen over diversiteitsvraagstukken in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele identiteit(en) en collectieve identiteit(en).
  • Betrek diversiteitsvraagstukken actief op de mondiale thema's globalisering, duurzaamheid en gezondheid en laat leerlingen deze in relatie tot elkaar op morele en ethische dimensies onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over de mate waarin vraagstukken van diversiteit te maken hebben en mogelijk zullen hebben met hun eigen carrièreperspectieven en de te kiezen vervolgopleiding.
  • Laat leerlingen reflecteren op cultureel bepaalde normen en waarden rond gender en seksualiteit in Nederland en in de wereld. Laat hen nadenken over de mogelijkheid en de wenselijkheid om seksuele en reproductieve gezondheid rechten in de wereld te effectueren.
  • Daag leerlingen uit om de denk- en ervaringswereld van mensen met andere overtuigingen, mogelijkheden en effectieve rechten vanuit hun context te verstaan;
  • laat hen de overeenkomsten en verschillen tussen waarden, (geloofs-)overtuigingen en cultureel bepaalde uitdrukkingsvormen en levenswijzen van de eigen en andere groepen en verschillen daartussen analyseren.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Solidariteit

BU06.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU06.1 - Solidariteit

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Bewegen & Sport 1.1/2.1/8.1
Bij BS worden leerlingen uitgenodigd om mee te doen op eigen niveau. Voor BU is dat een context voor het oefenen van een verdraagzame omgang met verschil – ook op het gebied van verschillende fysieke en sportieve mogelijkheden.

Bewegen & Sport 6.1/8.5
Bij BS leren leerlingen om zelf en samen beweegactiviteiten te organiseren en uit te voeren. Daarmee is zij een context voor BU om elkaar in al hun verscheidenheid op een andere manier te leren kennen, met elkaar afspraken te maken en voor elkaar op te komen.

Engels / MVT 3.1
Interculturele communicatieve competenties dragen bij aan uitwisseling en wederzijds begrip en zijn zo dienstbaar aan de ontwikkeling van burgerschap in Nederland, Europa en de wereld.

Mens & Maatschappij 3.2 en 5.1
MM werkt in deze bouwstenen kennis uit over verdelingsvraagstukken en economische ongelijkheid en laat leerlingen nadenken over o.a de notie van rechtvaardigheid. Voor BU biedt die kennis een context om het over solidariteit te hebben.

Leerlingen ontwikkelen manieren om de eigen en de belangen van anderen te behartigen; alsmede uitsluiting, onrechtvaardigheid, discriminatie en ongelijke behandeling te herkennen en benoemen.

BU06.1 - Solidariteit - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs ontdekken leerlingen dat er overeenkomsten en verschillen tussen mensen bestaan. Ze ervaren wat het is om deel uit te maken van groepen en dat overeenkomsten en verschillen binnen groepen een rol spelen. In het samen spelen ontwikkelen leerlingen te geven en te nemen, partij te kiezen en ontstaan gevoelens van empathie en solidariteit. Het besef ontstaat dat zijzelf of anderen soms ongelijkwaardig behandeld worden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eenvoudige taken en problemen uit te voeren of op te lossen met respect voor de afspraken die onderling gemaakt zijn;
  • te benoemen wat ze zelf nodig hebben; te zien wat anderen nodig hebben en wat dat betekent voor hun eigen handelen;
  • in concrete situaties te herkennen en te benoemen wat ze eerlijk vinden of oneerlijk, goed dan wel slecht, welke spanningen dit op kan leveren en wat dat kan betekenen voor hun handelen;
  • over in- en uitsluiting en pesten in de klas.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw gaan de ontwikkeling uit de onderbouw door en wordt het besef van sociale verhoudingen versterkt. Leerlingen ervaren processen van in- en uitsluiting op persoonlijk niveau en zien deze processen ook terug in de samenleving. Concepten als gelijkwaardigheid en gelijke rechten en de tegenpolen daarvan zijn voor leerlingen in deze leeftijd te begrijpen. Leerlingen kunnen rekening houden met de ander en vanuit rechtvaardigheidsbesef op te (willen) komen voor anderen en anderen te helpen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • taken uit te voeren of problemen op te lossen met respect voor de afspraken die onderling gemaakt zijn;
  • doelen te stellen en werkwijzen te bepalen voor werk dat je alleen of samen doet;
  • manieren om voor hun eigen belangen en die van de groep op te komen;
  • manieren om voor concrete anderen hier én elders op te komen: dat kind in die omstandigheid;
  • voorbeelden van uitsluiting, onrechtvaardigheid, discriminatie en ongelijke behandeling in de eigen omgeving en in het land te herkennen en te benoemen.
  • manieren om kwesties rond solidariteit op school of in de omgeving te onderzoeken, deze aan te kaarten en daar zo mogelijk gevolg aan te geven;
  • na te denken over de rollen die de overheid, middenveld en burgers kunnen spelen bij het bevorderen van solidariteit en rechtvaardigheid.

Leerlingen krijgen inzicht in vraagstukken rond in- en uitsluiting, rechtvaardigheid en solidariteit en hoe daarop te handelen. Ze kennen het gelijkheidsbeginsel uit artikel 1 van de grondwet en passen het toe.

BU06.1 - Solidariteit - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen zich binnen de eigen leefomgeving verhouden tot maatschappelijke vraagstukken in het perspectief van solidariteit. Ze ontwikkelen inzicht in de samenhang tussen het eigen belang, het belang van anderen en het algemeen belang. Ze leren keuzes te maken in het omgaan met deze vraagstukken en dat deze gevolgen hebben voor zichzelf en de omgeving, die samenhangen met ongelijkheid, discriminatie en in-/uitsluiting.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vraagstukken rond discriminatie, inclusie, rechtvaardigheid en solidariteit in Nederland en landen daarbuiten te onderzoeken; de ruimte die er is om daar verandering in te brengen te onderzoeken en zo mogelijk te gebruiken;
  • in te zien dat mensen verschillende belangen, overwegingen en overtuigingen hebben, en dat dit spanningen op kan leveren;
  • het eigen handelen en dat van anderen af te wegen tegen noties van solidariteit en rechtvaardigheid;
  • manieren om opvattingen te verwoorden, ook als dit een minderheidstandpunt is; respectvol en empathisch om te gaan met opvattingen van anderen, ook als dat minderheidsstandpunten zijn;
  • ethische dimensies van vraagstukken rond solidariteit en rechtvaardigheid in Nederland en elders te herkennen, te onderzoeken en af te wegen;
  • na te denken over de rollen en middelen die overheid, middenveld, bedrijfsleven, burgers en andere organisaties in Nederland en Europa (kunnen) hebben bij het bevorderen van solidariteit.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU06.1 - Solidariteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen zich beter verhouden tot maatschappelijke vraagstukken. Ze leren keuzes te maken hoe ze moeten omgaan met de vraagstukken en leren hun eigen handelen te verantwoorden. Zij zijn zich ervan bewust dat hun keuzes en handelen gevolgen hebben voor zichzelf en de omgeving.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Geef vraagstukken rond rechtvaardigheid en solidariteit een plek in examen- programma's voor vakken of leergebieden.
  • Daag leerlingen uit om ruimte voor zichzelf en voor anderen om rechtvaardigheid en solidariteit te bevorderen bewust te gebruiken, na te denken over mogelijkheden om die ruimte voor zichzelf en voor ander te vergroten en hierop zo mogelijk te handelen.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen over vragen van rechtvaardigheid en solidariteit in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele wensen en collectieve belangen, alsmede tussen verschillende collectieve belangen;
  • Laat leerlingen nadenken over de mogelijkheden die internationale organisaties, nationale overheden, middenveld, bedrijfsleven en andere organisaties in Nederland en in de wereld hebben om solidariteit te bevorderen, en wat de werkzaamheid en de grenzen van hun interventies kunnen zijn, hun voor- en hun nadelen.
  • Betrek thema's rond rechtvaardigheid en solidariteit structureel op een of enkele mondiale thema's (duurzaamheid, globalisering, gezondheid en technologische ontwikkelingen) en laat leerlingen deze in relatie tot elkaar op morele en ethische dimensie onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over de mate waarin vraagstukken van rechtvaardigheid en solidariteit te maken hebben gehad en mogelijk zullen hebben met hun eigen carrièreperspectieven en de te kiezen vervolgopleiding.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU06.1 - Solidariteit - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen zich beter verhouden tot maatschappelijke vraagstukken. Ze leren keuzes te maken hoe ze moeten omgaan met de vraagstukken en leren hun eigen handelen te verantwoorden. Zij zijn zich ervan bewust dat hun keuzes en handelen gevolgen hebben voor zichzelf en de omgeving.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Geef vraagstukken rond rechtvaardigheid en solidariteit een plek in examen- programma's voor vakken of leergebieden.
  • Daag leerlingen uit om ruimte voor zichzelf en voor anderen om rechtvaardigheid en solidariteit te bevorderen bewust te gebruiken, na te denken over mogelijkheden om die ruimte voor zichzelf en voor ander te vergroten en hierop zo mogelijk te handelen.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen over vragen van rechtvaardigheid en solidariteit in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele wensen en collectieve belangen, alsmede tussen verschillende collectieve belangen;
  • Laat leerlingen nadenken over de mogelijkheden die internationale organisaties, nationale overheden, middenveld, bedrijfsleven en andere organisaties in Nederland en in de wereld hebben om solidariteit te bevorderen, en wat de werkzaamheid en de grenzen van hun interventies kunnen zijn, hun voor- en hun nadelen.
  • Betrek thema's rond rechtvaardigheid en solidariteit structureel op een of enkele mondiale thema's (duurzaamheid, globalisering, gezondheid en technologische ontwikkelingen) en laat leerlingen deze in relatie tot elkaar op morele en ethische dimensie onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over de mate waarin vraagstukken van rechtvaardigheid en solidariteit te maken hebben gehad en mogelijk zullen hebben met hun eigen carrièreperspectieven en de te kiezen vervolgopleiding.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Digitaal samenleven

BU07.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU07.1 - Digitaal samenleven

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Digitale geletterdheid 5.1
Bij Digitale geletterdheid onderzoeken leerlingen de rol en betekenis van digitale technologie en sociale media in het sociale en politieke leven. Dit biedt een context voor BU Burgerschap om leerlingen te laten nadenken over de rol van technologie in de samenleving en in de wereld.

Engels / MVT 4.1
Bij Engels/Moderne vreemde talen leren leerlingen over de sociale kracht van taal en ontwikkelen zij inzicht in de rol die media spelen in het sociale en politieke leven.

Mens & Maatschappij 7.1
In een democratie spelen media een belangrijke rol. Kennis over die politieke rol van media, toen, nu en straks, is een burgerschapsinhoud, het nadenken over hun rol een burgerschapsvaardigheid.

Nederlands 6.1
Het kritisch verwerven en verwerken van digitale informatie is een talige vaardigheid die bijdraagt aan het leren op het gebied van digitaal burgerschap én het kritisch denken in het algemeen.

Rekenen & Wiskunde 5.2
Bij rekenen en wiskunde ontwikkelen leerlingen inzicht in de werking van data en statistiek. In de context van burgerschapsonderwijs is dat een belangrijke kritische vaardigheid.

Leerlingen leren over de effecten van de onlinewereld op hun identiteit, persoonlijke leven en de publieke sfeer. Ze leren kritisch denken over media-inhouden en -processen en daar ook naar handelen.

BU07.1 - Digitaal samenleven - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs beginnen leerlingen verschillende mediabronnen te gebruiken en ontdekken dat deze niet voor iedereen even toegankelijk zijn. Hiermee communiceren ze met anderen en zoeken en/of ontvangen ze informatie. Mediagebruik zal veelal spontaan en spelenderwijs plaats vinden, al dan niet op initiatief van de school. Gezien de complexiteit hiervan is de rol van volwassen hierbij van groot belang.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verschillende vormen van (media)boodschappen te (her)kennen;
  • verschillende functies, primaire doelstellingen en de reikwijdte van media te herkennen;
  • hun eigen mediagebruik (type, duur, frequentie) te onderzoeken;
  • over de invloed van mediaboodschappen op hun leefwereld.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het primair onderwijs krijgen leerlingen meer inzicht in het eigen mediagebruik en ontwikkelen ze een kritische houding ten opzichte van bronnen en informatie. Het bewustzijn van de wijze waarop media invloed heeft op beeldvorming, waarheidsvinding en identiteit neemt toe. Leerlingen leren gevaren van mediagebruik te herkennen voor zichzelf en voor anderen en daarnaar te handelen: bepaalde media-uitingen vermijden of bij twijfel een volwassene inschakelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat bij digitaal communiceren ook omgangsregels gelden en kunnen deze toepassen;
  • hun eigen mediagebruik te onderzoeken, zich bewust te worden van de gevolgen en van de ethische aspecten hiervan;
  • de betrouwbaarheid van digitale informatiebronnen te onderzoeken en de verschillen tussen betrouwbare en niet-betrouwbare informatiebronnen te benoemen;
  • de gevolgen van digitaal communiceren en discussiëren voor henzelf en voor anderen te onderzoeken;
  • over verschillende vormen van media(boodschappen), de toegang daartoe en hun invloed op hun eigen leefstijl en die van anderen;
  • zorg te dragen voor eigen digitale veiligheid en die van anderen.

Leerlingen ontwikkelen inzicht in het eigen mediagebruik en dat van de ander. Ze leren hoe media invloed hebben op het sociale en politieke leven. Ze onderzoeken de betrouwbaarheid van bronnen.

BU07.1 - Digitaal samenleven - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen inzicht in het eigen mediagebruik en dat van de ander. Ze leren dat media invloed heeft op het sociale en politieke leven en de ethische aspecten daarvan. Ze ontdekken dat ze zelf kunnen participeren in online communities en discussies, maar dat dat niet vanzelfsprekend is. Ze leren dat in reële situaties dezelfde communicatie- en omgangsvormen gelden als in virtuele situaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het gebruik en de functies van media in het politieke domein, vroeger en nu, inclusief de rol en de werking van propaganda;
  • hun eigen mediagebruik te onderzoeken, zich bewust te worden van de gevolgen en de ethische aspecten hiervan en leren hierover een gesprek te voeren;
  • dat verschillende vormen van media(boodschappen) invloed kunnen hebben op hun eigen gedrag, imago en identiteit, op die van anderen en op de kijk die mensen op de wereld hebben;
  • de invloed van wereldwijd publiceren en de consequenties daarvan te onderzoeken;
  • de betrouwbaarheid van (media) bronnen te onderzoeken en het effect van het gebruik van betrouwbare versus niet-betrouwbare informatie te analyseren;
  • de eigen privacy en veiligheid en die van anderen te bewaken en te respecteren;
  • over relaties tussen media, identiteit, privacy en macht en hoe anonimiteit hierbij een rol speelt.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU07.1 - Digitaal samenleven - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat de rollen en functies van de media in het publieke en het politieke domein, vroeger, nu en zo mogelijk in de toekomst onderzoeken, inclusief de rol en werking van propaganda, desinformatie en het ontstaan van gescheiden informatie-circuits.
  • Besteed aandacht aan de invloed van media op de parlementaire democratie en in de pluriforme samenleving.
  • Bespreek en analyseer de invloeden van de verschillende mediaboodschappen en -bedrijven op sociale interactie en persoonlijke levenssfeer, vrijheid, veiligheid en privacy.
  • Maak duidelijk hoe commerciële, politieke, ideologische of levensbeschouwelijke kleuring in mediaboodschappen te herkennen is.
  • Denk na over ethische dimensies, perspectieven en aanspraken van mediaboodschappen, in relatie tot eigen mediagebruik.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU07.1 - Digitaal samenleven - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat de rollen en functies van de media in het publieke en het politieke domein, vroeger, nu en zo mogelijk in de toekomst onderzoeken, inclusief de rol en werking van propaganda, desinformatie en het ontstaan van gescheiden informatie-circuits.
  • Besteed aandacht aan de invloed van media op de parlementaire democratie en in de pluriforme samenleving.
  • Bespreek en analyseer de invloeden van de verschillende mediaboodschappen en -bedrijven op sociale interactie en persoonlijke levenssfeer, vrijheid, veiligheid en privacy.
  • Maak duidelijk hoe commerciële, politieke, ideologische of levensbeschouwelijke kleuring in mediaboodschappen te herkennen is.
  • Denk na over ethische dimensies, perspectieven en aanspraken van mediaboodschappen, in relatie tot eigen mediagebruik.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Duurzaamheid

BU08.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU08.1 - Duurzaamheid

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij 5.1 en 8.2
Het leergebied Mens & Maatschappij draagt hier belangrijke kennis aan over duurzaamheid vanuit sociale- en geesteswetenschappelijke perspectieven c.q. biedt contexten waarin burgerschapsvaardigheden rond duurzaamheid en de waarden en idealen die daarbij een rol spelen, geoefend kunnen worden

Mens & Natuur 2.2 en 7.2
Het leergebied Mens & Natuur draagt belangrijke kennis aan over duurzaamheid vanuit een natuurwetenschappelijk perspectief c.q. biedt contexten waarin burgerschapsvaardigheden rond duurzaamheid geoefend kunnen worden.

Leerlingen leren in duurzaamheidskwesties over verschillende waarden en belangen en de gevolgen daarvan voor de leefomgeving. Zij leren duurzame keuzes te herkennen en te reflecteren op hun gedrag.

BU08.1 - Duurzaamheid - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het PO ontdekken leerlingen dat de leefomgeving constant in verandering is. Zij leren hierover aan de hand van voorbeelden in de eigen omgeving waarbij sprake is van een samenspel van verschillende invloeden. Zij leren in concrete situaties ook dat zij zelf invloed uit kunnen oefenen op de leefomgeving.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • duurzame keuzes en gedrag te herkennen aan voorbeelden uit de eigen omgeving;

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po worden leerlingen zich er meer bewust van dat hun gedrag en daarbij gemaakte keuzes invloed hebben op de leefomgeving. Ook neemt het besef toe dat er in het samenspel van ecologie, economie, politiek en cultuur verschillende, ook strijdige waarden, belangen en overtuigingen bestaan die de leefomgeving beïnvloeden. Leerlingen worden uitgedaagd om kritisch na te denken over duurzaamheids-vraagstukken, hun eigen standpunten hierin en invloed hierop.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de betekenis van de begrippen People, Planet, Prosperity (PPP) aan de hand van voorbeelden te herkennen en te beschrijven;
  • welke spanningen er zijn tussen de waarden en belangen die aan People, Planet, Prosperity verbonden zijn, en de invloed van die spanningen op de leefomgeving, dichtbij en veraf, nu en later;
  • na te denken over de mate waarin jij samen met anderen keuze hebt in vragen rond duurzaamheid;
  • kritisch na te denken over hun eigen gedrag en keuzes van anderen en het
  • effect daarvan op de leefomgeving, dichtbij en veraf, nu en later;
  • na te denken over mogelijke oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken, eventueel met gebruikmaking van de sustainable development goals (SDG)’ of andere duurzaamheidsdoelstellingen.

Leerlingen leren over de spanningen tussen de waarden en belangen die verbonden zijn met People Planet Prosperity en die invloed hebben op de leefomgeving en daarbij kritisch te zijn op eigen keuzes.

BU08.1 - Duurzaamheid - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO breiden leerlingen hun kennis en vaardigheden rondom het concept duurzaamheid uit en onderzoeken zij de mogelijkheden om verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag en de (al dan niet duurzame) keuzes die zij maken.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het concept duurzaamheid te onderzoeken en de verschijnselen en processen die invloed hebben op duurzaamheid en duurzame keuzes te herkennen, te beschrijven en in relatie tot elkaar te verklaren;
  • over de sustainable development goals (SDG) en andere duurzaamheidsdoelstellingen en de ambities van een groot aantal regeringen die zich hieraan gecommitteerd hebben;
  • de betekenis van de begrippen People, Planet, Prosperity aan de hand van voorbeelden te herkennen, te beschrijven en te onderzoeken;
  • over spanningen die er zijn tussen de waarden en belangen achter People, Planet en Prosperity, en over de invloed daarvan op de leefomgeving dichtbij en veraf, nu en later;
  • kritisch na te denken over en te reflecteren op het effect van hun gedrag en op de leefomgeving, dichtbij en veraf, nu en later, en hier bewuste keuzes in te maken;
  • na te denken over de mate waarin verschillende collectieven keuzes hebben in vragen rond duurzaamheid
  • over verschillende manieren en schaalniveaus waarop individuen en organisaties invloed uitoefenen op duurzaamheid (politiek, economisch en sociaal-cultureel).
  • na te denken over haalbare duurzame oplossingen voor vraagstukken en het draagvlak daarvoor op verschillende schaalniveaus, eventueel met gebruikmaking van de sustainable development goals of andere duurzaamheidsdoelstellingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU08.1 - Duurzaamheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo ontwikkelen leerlingen een gedifferentieerd beeld van verschillende concepten van duurzaamheid, van duurzaamheidsvraagstukken en van andere vraagstukken die hiermee samenhangen.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Leg een relatie tussen duurzaamheidsvraagstukken die zich voordoen in het gekozen profiel of in een leergebied; laat onderzoeken welke duurzaamheids-maatregelen daarin al getroffen zijn en welke denkbaar zijn.
  • Stimuleer leerlingen om onderzoek te doen naar aspecten (cultureel, economisch, ethisch, technisch. etc.) die een rol spelen bij duurzaamheidsvraagstukken en hoe deze aspecten elkaar beïnvloeden. Differentieer daarbij per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid te onderzoeken aspecten.
  • Schenk aandacht aan praktisch werken aan de concrete oplossing van duurzaamheids-vraagstukken op kleine schaal.
  • Betrek het thema duurzaamheid op een of enkele andere mondiale thema's (globalisering, gezondheid en technologische ontwikkelingen) door ze in relatie tot elkaar te bevragen.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen ten aanzien van aspecten van duurzaamheid in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele wensen en collectieve belangen en verschillende collectieve belangen.
  • Laat leerlingen verschillende claims op waarheid zoals die in duurzaamheids-debatten worden gedaan kritisch en waar nodig interdisciplinair onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over vragen rond macht en recht in duurzaamheids-vraagstukken.
  • Laat leerlingen de bruikbaarheid en haalbaarheid van de sustainable development goals of van andere (mondiale) duurzaamheidsdoelstellingen in verband met duurzaamheidsvraagstukken evalueren en kritiseren.
  • laat hen onderzoek doen naar de mate waarin deze duurzaamheidsdoelstellingen herkenbaar zijn in het beleid van Nederlandse overheden.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU08.1 - Duurzaamheid - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo ontwikkelen leerlingen een gedifferentieerd beeld van verschillende concepten van duurzaamheid, van duurzaamheidsvraagstukken en van andere vraagstukken die hiermee samenhangen.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Leg een relatie tussen duurzaamheidsvraagstukken die zich voordoen in het gekozen profiel of in een leergebied; laat onderzoeken welke duurzaamheids-maatregelen daarin al getroffen zijn en welke denkbaar zijn.
  • Stimuleer leerlingen om onderzoek te doen naar aspecten (cultureel, economisch, ethisch, technisch. etc.) die een rol spelen bij duurzaamheidsvraagstukken en hoe deze aspecten elkaar beïnvloeden. Differentieer daarbij per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid te onderzoeken aspecten.
  • Schenk aandacht aan praktisch werken aan de concrete oplossing van duurzaamheids-vraagstukken op kleine schaal.
  • Betrek het thema duurzaamheid op een of enkele andere mondiale thema's (globalisering, gezondheid en technologische ontwikkelingen) door ze in relatie tot elkaar te bevragen.
  • Laat leerlingen oefenen om gewogen standpunten in te nemen ten aanzien van aspecten van duurzaamheid in relatie tot het eigen leven en de mogelijke spanningsverhouding tussen individuele wensen en collectieve belangen en verschillende collectieve belangen.
  • Laat leerlingen verschillende claims op waarheid zoals die in duurzaamheids-debatten worden gedaan kritisch en waar nodig interdisciplinair onderzoeken.
  • Laat leerlingen nadenken over vragen rond macht en recht in duurzaamheids-vraagstukken.
  • Laat leerlingen de bruikbaarheid en haalbaarheid van de sustainable development goals of van andere (mondiale) duurzaamheidsdoelstellingen in verband met duurzaamheidsvraagstukken evalueren en kritiseren.
  • laat hen onderzoek doen naar de mate waarin deze duurzaamheidsdoelstellingen herkenbaar zijn in het beleid van Nederlandse overheden.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Globalisering

BU09.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU09.1 - Globalisering

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Digitale geletterdheid 4.1
Digitale geletterdheid leert kennis en vaardigheden aan van de digitale technologie die internationale samenwerking en communicatie ondersteunen. Burgerschap stelt nut, noodzaak, nadelen en mogelijkheden van internationale samenwerking en communicatie aan de orde.

Engels / MVT 3.1
Interculturele communicatieve competenties dragen bij aan uitwisseling en wederzijds begrip in een pluriforme en democratische samenleving, in Europa en de wereld.

Engels / MVT 5.1
Taalbewustzijn omvat onder andere het besef dat taal/ talen in belangrijke mate vormgeven aan persoonlijke en sociale identiteiten, hetgeen aan de orde is in het proces van globalisering en reacties daarop.

Mens & Maatschappij 8.2
Het leergebied Mens & Maatschappij draagt hier belangrijke kennis aan over globalisering vanuit sociale- en geesteswetenschappelijke perspectieven c.q. biedt contexten waarin burgerschapsvaardigheden rond globalisering geoefend kunnen worden.

Leerlingen verkennen hoe zijzelf, klasgenoten en andere mensen in Nederland verbonden zijn met andere delen van wereld en leren over internationale samenwerking.

BU09.1 - Globalisering - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po zijn leerlingen nog weinig bewust van de omvang en complexiteit van de wereld. Toch komen ze aspecten van globalisering in hun omgeving tegen. Ze leren bijvoorbeeld dat hun speelgoed, kleren en eten vaak in andere delen van de wereld gemaakt worden. Op deze manier worden zij zich al meer bewust van de manier waarop ook zij deel zijn van een wijde wereld. Daarnaast maken zij kennis met andere culturen in hun directe leefomgeving en via de media.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over manieren waarop zij en klasgenoten verbonden zijn met mensen uit andere delen van de wereld;
  • gewoonten en gebruiken van henzelf en van klasgenoten te herkennen als komend uit verschillende streken en/of tradities.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het PO worden leerlingen zich meer bewust van de wereld om zich heen en hoe ze hieraan deelnemen en invloed op uit oefenen. Zij maken kennis met enkele dimensies die een rol spelen binnen het globaliseringsvraagstuk, zoals economische vraagstukken (arm en rijk) en sociaal-culturele vraagstukken. Vormen van internationalisering variërend van vakanties tot migratie kunnen leiden tot reflectie op de eigen identiteit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het Nederlands lidmaatschap van verschillende internationale organisaties;
  • over internationale ondernemingen en organisaties in relatie tot nationale en internationale wetgeving.
  • over verschillende manieren waarop ze verbonden zijn met mensen uit
  • andere delen van de wereld: productie, consumptie, ecologie, cultuur, media en migratie
  • te onderzoeken wat de beschikbaarheid van producten uit de hele wereld en de bereikbaarheid van andere werelddelen voor hen betekent; wat het voor anderen kan betekenen voor wie die beschikbaarheid en bereikbaarheid niet vanzelfsprekend zijn;
  • een mening te vormen over en zo mogelijk te handelen op enkele morele of ethische vraagstukken die met globalisering samenhangen.

Leerlingen ontwikkelen inzicht in de verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid van landen en gebieden, migratie en verdelingsvraagstukken; de rol van de EU en VN en hun eigen mogelijk invloed.

BU09.1 - Globalisering - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO ontwikkelen leerlingen meer inzicht in verschijnselen die samenhangen met globalisering, zoals de verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid van landen en gebieden, migratie en verdelingsvraagstukken en reflecteren op hun eigen rol hierin. Zij ontwikkelen kennis van een aantal dimensies; economisch, sociaal-cultureel en politiek, waarin globalisering een rol speelt. Ook worden leerlingen zich bewust van hun (on)mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de wereld.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het Nederlands lidmaatschap van de EU, de VN en de medewerking aan verschillende vrijhandelsverdragen, en wat dit betekent voor de economie en voor politieke besluitvorming;
  • Over enkele historische achtergronden van het proces van globalisering: kolonialisme, industriële revolutie, imperialisme, dekolonisatie en arbeidsmigratie;
  • over de economische, culturele, politieke en ecologische oorzaken en gevolgen van het huidige proces van globalisering;
  • over de rol en invloed van internationaal opererende ondernemingen en NGO's in verhouding tot nationale en internationale wetgeving en de effectuering daarvan;
  • over sociale en economische effecten van globalisering - of de angst daarvoor;
  • vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken hoe mensen uit alle delen van de wereld met elkaar verbonden zijn: productie, consumptie, dienstverlening; cultuur en media; politiek, technologie, ecologie en risico's;
  • over migratiebewegingen wereldwijd en hoe deze bijdragen aan wederzijdse beïnvloeding en afhankelijkheid; een mening te vormen over de invloed van migratie op cultuur en samenleven in Nederland en in Europa;
  • na te denken over manieren waarop zij invloed kunnen uitoefenen op problemen en structuren die groter zijn dan alleen Nederland en deze waar mogelijk en wenselijk te gebruiken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU09.1 - Globalisering - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo leren leerlingen dat globalisering wederzijdse afhankelijkheden creëert en uitwisseling op diverse vlakken mogelijk maakt. Te denken valt hierbij aan economische, sociale, politieke, culturele en technologische ontwikkelingen. Hierdoor worden ze zich bewust van hun (on)mogelijkheden om invloed uit te oefenen op hun omgeving als onderdeel van wereldomspannende systemen en maken hierin keuzes.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Zorg ervoor dat globalisering een thema is in diverse vakken en profielen.
  • Betrek vakspecifieke perspectieven op globalisering op elkaar en differentieer per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid van perspectieven.
  • Laat leerlingen onderzoeken welke aspecten (economisch, ecologisch, politiek, sociaal- cultureel, technologisch, etc.) een rol spelen bij globalisering en hoe deze elkaar wederzijds beïnvloeden. Differentieer daarbij per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid te onderzoeken contexten.
  • Betrek het thema globalisering op een of enkele andere mondiale thema's (duurzaamheid, en technologie) en laat ze in relatie tot elkaar te bevragen.
  • Laat leerlingen onderzoek doen naar de invloed die globalisering gehad heeft en mogelijk zal hebben op de studie- en carrièreperspectieven van de beroepen in het gekozen (beroeps)profiel c.q. van de te kiezen vervolgopleiding.
  • Leer leerlingen een geïnformeerd en gewogen standpunt in te nemen over aspecten van globalisering in relatie tot andere onderwerpen die in het onderwijs worden behandeld.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU09.1 - Globalisering - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo leren leerlingen dat globalisering wederzijdse afhankelijkheden creëert en uitwisseling op diverse vlakken mogelijk maakt. Te denken valt hierbij aan economische, sociale, politieke, culturele en technologische ontwikkelingen. Hierdoor worden ze zich bewust van hun (on)mogelijkheden om invloed uit te oefenen op hun omgeving als onderdeel van wereldomspannende systemen en maken hierin keuzes.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Zorg ervoor dat globalisering een thema is in diverse vakken en profielen.
  • Betrek vakspecifieke perspectieven op globalisering op elkaar en differentieer per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid van perspectieven.
  • Laat leerlingen onderzoeken welke aspecten (economisch, ecologisch, politiek, sociaal- cultureel, technologisch, etc.) een rol spelen bij globalisering en hoe deze elkaar wederzijds beïnvloeden. Differentieer daarbij per profiel of sector in de aard en de hoeveelheid te onderzoeken contexten.
  • Betrek het thema globalisering op een of enkele andere mondiale thema's (duurzaamheid, en technologie) en laat ze in relatie tot elkaar te bevragen.
  • Laat leerlingen onderzoek doen naar de invloed die globalisering gehad heeft en mogelijk zal hebben op de studie- en carrièreperspectieven van de beroepen in het gekozen (beroeps)profiel c.q. van de te kiezen vervolgopleiding.
  • Leer leerlingen een geïnformeerd en gewogen standpunt in te nemen over aspecten van globalisering in relatie tot andere onderwerpen die in het onderwijs worden behandeld.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Technologisch burgerschap

BU10.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU10.1 - Technologisch burgerschap

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Digitale geletterdheid 5.1
Bij Digitale geletterdheid onderzoeken leerlingen de rol en betekenis van digitale technologie en sociale media in het sociale en politieke leven. Bij Burgerschap leren leerlingen nadenken over de rol van technologie in de samenleving en in de wereld.

Kunst & Cultuur 4.1
Technische ontwikkeling laat leerlingen nadenken over de mogelijkheden van techniek als uitbreiding van het menselijk lichaam en de mogelijkheden die zij schept om het artistiek handelingsrepertoire te vergroten, (artistiek) te handelen, zich uit te drukken en mee te spreken in de wereld.

Mens & Maatschappij 8.3
De bouwsteen technologie draagt kennis aan over technologische ontwikkeling in maatschappelijke contexten en onderzoekt die vanuit sociaal- en geesteswetenschappelijke perspectieven. Burgerschap kan op deze kennis bouwen c.q. het leren hierover biedt een context om burgerschapsvaardigheden te oefenen.

Mens & Natuur 1.2
De bouwsteen technologie draagt kennis aan over technologische ontwikkeling in natuurwetenschappelijke en technische contexten. Burgerschap kan op deze kennis bouwen c.q. het leren hierover biedt een context om burgerschapsvaardigheden te oefenen.

Leerlingen leren over de invloed van technologische ontwikkelingen op henzelf en hun leefomgeving. Ze leren ethische kwesties te herkennen en gaan in gesprek over perspectieven die ze kunnen innemen.

BU10.1 - Technologisch burgerschap - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

Technologie speelt een grote rol in diverse facetten van de samenleving en raakt ook het leven van leerlingen in de onderbouw van het PO. Het gaat daarbij om het leven thuis, in het verkeer, speelgoed en didactisch materiaal. In de onderbouw worden leerlingen zich bewust van de invloed van technologie op hun leven en dat het veranderingen met zich mee brengt.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verschillende toepassingen van technologie in het dagelijkse leven te herkennen
  • over de invloed van technologie op henzelf en op de eigen leefomgeving;
  • veranderingen te verkennen die technologische ontwikkelingen teweeg kunnen
  • brengen in hun eigen leefomgeving, nu en straks.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het PO ervaren leerlingen dat technologische ontwikkelingen voortdurend plaatsvinden en beginnen ze na te denken over de invloed hiervan op hun eigen leven en dat van anderen. Technologie biedt mogelijkheden, maar ontwikkeling en toepassing ervan en ongelijke toegang ertoe roepen ook ethische vragen op.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verschillende toepassingen van technologie in het dagelijkse leven en in de samenleving onderzoeken;
  • over de invloed van technologische ontwikkelingen op hun dagelijks leven, het eigen gedrag en de mogelijkheid tot vrije keuzes;
  • (on)gewenste invloeden en (on)bedoelde effecten van technologie in de eigen
  • omgeving te onderzoeken en daarover in dialoog te gaan.

Leerlingen leren vraagstukken rond technologie te analyseren en er een mening over vormen. Ze zijn zich bewust van de invloed van technologische ontwikkelingen op het leven, politiek en samenleving.

BU10.1 - Technologisch burgerschap - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het VO ervaren leerlingen dat ontwikkelingen voortdurend plaatsvinden en worden ze zich bewust van de invloed van technologische ontwikkelingen op hun eigen leven en op de maatschappij. Leerlingen ontwikkelen hun vermogens om kritisch te reflecteren op de invloed van technologie op ons leven en op de ethische aspecten van technologische toepassingen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vraagstukken die technologische ontwikkelingen met zich meebrengen te analyseren, te vergelijken en zich er een mening over vormen;
  • invloed van technologische ontwikkelingen op politiek en samenleving te herkennen;
  • over (on)gewenste invloeden en (on)bedoelde effecten van technologie in de samenleving; na te denken over de gevolgen daarvan voor je eigen gedrag en keuzes;
  • ethische dimensies van technologische ontwikkelingen te onderzoeken en daarover in dialoog te gaan;
  • de gevolgen van ongelijke toegang tot informatie, kennis en technologie en van
  • gebrekkige technologische vaardigheden voor mensen en samenlevingen te onderzoeken;
  • in welke situaties er wel of niet een keuze is in het gebruiken van technologie om volwaardig aan de samenleving deel te kunnen nemen;
  • manieren waarop zij invloed kunnen uitoefenen op besluitvorming rondom
  • technologische ontwikkelingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU10.1 - Technologisch burgerschap - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo leren leerlingen welke mogelijkheden technologische ontwikkelingen bieden, maar ook dat deze wederzijdse afhankelijkheden en uitwisseling op diverse vlakken mogelijk maken, bijv. op het gebied van economie, sociale verhoudingen en politiek. Hierdoor zijn ze zich bewust van hun (on)mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van technologie en maken hierin keuzes. Voor zover dat aan de orde is in hun sector of profiel, denken ze na over de rol van technologische ontwikkeling in de wereld.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Leg een relatie tussen vraagstukken rond technologie die zich voordoen in het gekozen profiel dan wel in een vak of leergebied.
  • Laat leerlingen nadenken over de invloed die technologische ontwikkelingen hebben gehad en mogelijk zullen hebben op de studievormen in en de carrièreperspectieven van de te kiezen vervolgopleiding.
  • Laat leerlingen praktische en ethische vraagstukken die technologische ontwikkelingen met zich meebrengen analyseren, vergelijken en betrekken op andere maatschappelijke ontwikkelingen.
  • Laat leerlingen de invloed van technologische ontwikkelingen op verschillende maatschappelijke domeinen onderzoeken en daag hen uit scenario's te ontwikkelen voor ontwikkelingen in de toekomst.
  • Betrek het thema technologisch burgerschap op één of enkele andere mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid en gezondheid) en laat leerlingen die in relatie tot elkaar bevragen.
  • Laat leerlingen reflecteren op noties van keuze en vrijheid, macht en kennis en van mens-zijn in relatie tot technologie.
  • Daag leerlingen uit om na denken over het idee van technologisch burgerschap en over de mogelijkheden van democratische controle over technologische ontwikkelingen.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

BU10.1 - Technologisch burgerschap - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van het vo leren leerlingen welke mogelijkheden technologische ontwikkelingen bieden, maar ook dat deze wederzijdse afhankelijkheden en uitwisseling op diverse vlakken mogelijk maken, bijv. op het gebied van economie, sociale verhoudingen en politiek. Hierdoor zijn ze zich bewust van hun (on)mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van technologie en maken hierin keuzes. Voor zover dat aan de orde is in hun sector of profiel, denken ze na over de rol van technologische ontwikkeling in de wereld.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Leg een relatie tussen vraagstukken rond technologie die zich voordoen in het gekozen profiel dan wel in een vak of leergebied.
  • Laat leerlingen nadenken over de invloed die technologische ontwikkelingen hebben gehad en mogelijk zullen hebben op de studievormen in en de carrièreperspectieven van de te kiezen vervolgopleiding.
  • Laat leerlingen praktische en ethische vraagstukken die technologische ontwikkelingen met zich meebrengen analyseren, vergelijken en betrekken op andere maatschappelijke ontwikkelingen.
  • Laat leerlingen de invloed van technologische ontwikkelingen op verschillende maatschappelijke domeinen onderzoeken en daag hen uit scenario's te ontwikkelen voor ontwikkelingen in de toekomst.
  • Betrek het thema technologisch burgerschap op één of enkele andere mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid en gezondheid) en laat leerlingen die in relatie tot elkaar bevragen.
  • Laat leerlingen reflecteren op noties van keuze en vrijheid, macht en kennis en van mens-zijn in relatie tot technologie.
  • Daag leerlingen uit om na denken over het idee van technologisch burgerschap en over de mogelijkheden van democratische controle over technologische ontwikkelingen.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Denk- en Handelwijzen

BU11.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

BU11.1 - Denk- en Handelwijzen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Onderwijs is een communicatieve praktijk. Communicatie (11.1) komt dus in elke leersituatie in elk leergebied voor. Meer specifiek worden de vaardigheden zoals die hier benoemd zijn geoefend in de context van:

  • Engels/Moderne vreemde talen (bouwsteen 1.1: effectief communiceren)
  • Nederlands (bouwsteen 5.1:  doelgericht communiceren)

Overleg en Conflicthantering (11.2) worden vooralsnog niet op deze of een vergelijkbare manier ingezet bij andere leergebieden. Aspecten ervan komen niettemin aan bod bij:

  • Bewegen & Sport (bouwstenen 5.1/8.4: bewegen regelen en 6.1/8.5: samen bewegen)
  • Mens & Maatschappij (7.2: samenwerking en conflict)

Handelingsperspectief (11.3) wordt vooralsnog niet op deze of een vergelijkbare manier ingezet bij andere leergebieden. Aan te nemen is dat alle leren op zichzelf het handelingsperspectief van leerlingen kan vergroten, in de zin dat de beschikking over kennis en vaardigheden haar of zijn actieradius vergroot en haar mogelijkheden om in de wereld te zijn. Aspecten van handelingsperspectief worden expliciet benoemd bij:

  • Bewegen & Sport (1.1/2.1/8.1 Leren bewegen; 5.1/8.4: Bewegen Regelen)
  • Kunst & Cultuur (1.1 Denk- en Maakstrategieën)

Onderzoek (11.4) is als werkwijze of methodiek uitgewerkt door de leergebieden Mens & Maatschappij en Mens & Natuur. Ook Digitale geletterdheid, Kunst & Cultuur en Nederlands dragen belangrijke elementen voor die methodieken, en voor het onderzoek van de eigen overtuigingen aan.

  • Kunst & Cultuur (1.1 en 1.2: Denk- en maakstrategieën)
  • Mens & Maatschappij (10.1 Informatie verwerven en verwerken; 10.2: Onderzoeken)
  • Mens & Natuur (1.1: Aard van Wetenschap; 3.1: Onderzoeken)
  • Nederlands (6.1: Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken)

Kritisch denken (11.5): is bij uitstek een democratische vaardigheid. Zij wordt bij (vrijwel) alle leergebieden genoemd, en uitgewerkt als een logische (wiskunde, Nederlands) dan wel als methodologische (MM, MN, KC) vaardigheid. Burgerschap voegt daar, als gezegd, het besef aan toe dat een vrije en open samenleving een gelijkwaardige uitwisseling van standpunten en inzichten mogelijk maakt, waarbij zij kritisch denken dus zowel mogelijk maakt als veronderstelt.

Kritisch denken komt (onder andere) aan bod in de context van:

  • Kunst & Cultuur (1.1 en 1.2: Denk- en maakstrategieën)
  • Nederlands (1.1 en 1.2: Rijke teksten en interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling; 6.1: Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken)
  • Mens & Natuur (1.1: Aard van Wetenschap)
  • Mens & Maatschappij (10.1 Informatie verwerven en verwerken; 10.2 Onderzoeken 10.3 Waarderen, redeneren en argumenteren)
  • Rekenen & Wiskunde (10.1 Logisch redeneren)

Affectieve (11.6) en cognitieve (11.7) empathie zijn twee aspecten of varianten van inlevingsvermogen. Zij spelen (vaak in combinatie) een belangrijke rol bij intermenselijke communicatie en in het (morele) oordeelsvermogen. In andere leergebieden speelt empathie onder andere een rol bij Nederlands en Engels/Moderne vreemde talen, (effectieve dan wel interculturele communicatie, creatieve vormen van taal, tekstbegrip, literatuurstudie) bij Kunst & Cultuur (kunstbegrip, kunstbeschouwing) en Mens & Maatschappij (bronnenonderzoek, historisch besef). Meer concreet speelt empathie een rol in de volgende bouwstenen:

  • Bewegen & Sport (4.1/ 8.3 Bewegen betekenis geven en 6.1/ 8.5 Samen bewegen)
  • Digitale geletterdheid 5.2: Digitale identiteit)
  • Kunst & Cultuur (2.1: Artistieke expressie en 7.1 (Beschouwing van kunst)
  • Mens & Maatschappij (9.3: Denken vanuit de ander en jezelf)
  • Engels/Moderne vreemde talen (2.1 Creatieve vormen van taal, 3.1 Interculturele communicatieve competentie)
  • Nederlands (3.1: Meertaligheid en cultuurbewustzijn en 7.1: Leesmotivatie en literaire competentie)

Ethisch redeneren (11.8) en moreel oordelen en handelen (11.9) worden direct beroerd in het leergebied Mens & Maatschappij. In andere leergebieden (Mens & Natuur, Digitale geletterdheid) spelen zij vooral via de zogenoemde mondiale thema’s een rol. Via rijke teksten/ literatuur en kunstbeschouwing zouden zij ook in Talen en Kunsten een rol van betekenis kunnen spelen.

  • Mens & Natuur: 2,1, 2,2 en 2.3 (Gezondheid, Duurzaamheid en Technologische ontwikkelingen)
  • Mens & Maatschappij: 5.1 (Waarden en idealen), 8.1, 8.2 en 8.3 (Globalisering, Duurzame Ontwikkeling en Technologie), 9.7 Denken in betekenis; 10.3 Waarderen, redeneren en oordelen)
  • Nederlands: 1.1 en 1.2 (Rijke teksten en interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling); 7.1 (Leesmotivatie en literaire competentie)
  • Engels/Moderne vreemde talen 1 (Creatieve vormen van taal)

Leerlingen leren kritisch denken en handelen, empathische vermogens, ethisch redeneren en communiceren. Deze denk- en handelwijzen worden toegepast in samenhang de inhouden van de overige bouwstenen.

BU11.1 - Denk- en Handelwijzen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po oefenen kinderen (basis)vaardigheden die voorwaardelijk zijn voor al het leren, ook op het gebied van burgerschap. In deze periode leren leerlingen met hun eigen gedachten en gewoonten om te gaan. Ze ontwikkelen hun empathische vermogens en leren zich sociaal te gedragen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich onder begeleiding te houden aan regels van gesprek en uitwisseling, waaronder actief luisteren en vragen stellen
  • verschillende manieren om in kleine groepen of met de klas te overleggen; hoe je eenvoudige conflicten kunt voorkomen en een aantal mogelijkheden om ontstane conflicten op te lossen.
  • eenvoudige taken en problemen zelfstandig en in overleg uit te voeren en op te lossen met inachtneming van de geldende afspraken.
  • gericht vragen te stellen over vanzelfsprekendheden die zij binnen en buiten school tegenkomen, onder begeleiding eenvoudige onderzoeksvragen op te stellen en een eenvoudig onderzoek uit te voeren.
  • zich met hulp gericht uit te spreken over de wereld die zij waarnemen. Zij kunnen eenvoudige verbanden leggen tussen verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen.
  • primaire emoties bij zichzelf te herkennen, te benoemen en ermee om te gaan; zij leren de primaire emoties met de bijbehorende lichaamstaal van een ander te herkennen en te benoemen.
  • anderen waar te nemen als mensen met eigen gevoelens en gedachten, daar uitdrukking aan te geven en er rekening mee te houden.
  • in concrete situaties ethische dimensies te herkennen en te benoemen en hun handelen hier zo mogelijk op af te stemmen.
  • het eigen belang en dat van anderen in te zien en te verwoorden; te respecteren wat anderen nodig hebben om in hun behoeften te voorzien; regels te accepteren en te bewaken.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po verwerven leerlingen een vastere plek in sociale groepen. Zij krijgen een toenemende behoefte aan zelfstandigheid en het ventileren van een eigen mening. Ze vragen om meer eigen verantwoordelijkheid, worden kritisch ten opzichte van leeftijdsgenoten en zichzelf en keuren gedrag van anderen / hun ouders met nadruk goed of af.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich in een aantal verschillende communicatieve situaties zoals kringgesprek, vergadering en dialoog te houden aan regels van gespreksvoering; gericht vragen te stellen, hun mening te verwoorden en te reageren op standpunten en inzichten van anderen.
  • hoe zij in conflictsituaties in de eigen omgeving (mee) kunnen werken aan een oplossing; manieren hoe ze als klas of als groep kunnen overleggen en daarbij te luisteren naar de opvattingen van allen.
  • voor zichzelf en samen doelen te stellen en werkwijzen te bepalen; handelingsopties te onderzoeken, daar keuzes in te maken en daar zo mogelijk gevolg aan te geven.
  • gericht soorten vragen te stellen over vanzelfsprekendheden in de directe omgeving; eenvoudige verbanden te leggen en overeenkomsten en verschillen te duiden. In aanzet te benoemen wat de herkomst van hun overtuigingen is.
  • begrijpelijke argumenten te geven voor hun meningen of overtuigingen en verbanden te leggen tussen hun eigen overtuigingen en die van anderen;
  • primaire en secundaire emoties bij zichzelf en bij anderen te herkennen, te benoemen; zij leren zich in te leven in een ander en gaan hier bewust mee om;
  • het perspectief van concrete anderen in een gegeven context te herkennen en te beschrijven (hoe zou dat kind daar, in die omstandigheden, zich …); te anticiperen op wat hun gedrag of uitlatingen teweeg kunnen brengen bij een ander.
  • ethische dimensies te herkennen in concrete situaties en in leercontexten; handelingsopties te overwegen, consequenties van keuzes af te wegen en het handelen hier zo mogelijk op af te stemmen.
  • over wederkerigheid van belangen; hoe ze de belangen van zichzelf, van concrete anderen en van de groep kunnen behartigen; hoe ze het recht van anderen om binnen geldende normen in hun behoeften te voorzien kunnen respecteren, bevorderen of bevechten.

Leerlingen leren kritisch denken, ethisch redeneren, communiceren en ontwikkelen empathische vermogens. Deze denk- en handelwijzen worden toegepast in samenhang de inhouden van de overige bouwstenen.

BU11.1 - Denk- en Handelwijzen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo zoeken leerlingen antwoorden op wie ze zijn, waar ze voor staan en wie of ze willen zijn. Hoe vrij ze daarin misschien ook zouden willen zijn, de invloed van de groep is in deze periode groot. In verschillende contexten proberen leerlingen verschillende rollen uit en zoeken zo een plek in de wereld. Ze zijn kritisch op en onzeker over het eigen handelen en dat van anderen. Na een terugval neemt het vermogen om zich te verplaatsen in anderen weer toe. Door groei van cognitieve vermogens kunnen zij meer en meer andere perspectieven innemen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren

  • deel te nemen aan veelvoorkomende communicatieve situaties zoals dialoog, debat en discussie; hoe zij anderen kunnen proberen te overtuigen, maar ook hoe ze de gelijkwaardige deelname van anderen aan de situatie kunnen bewaken en bevorderen.
  • conflictsituaties in het klein en het groot te onderzoeken in termen van verschil van inzicht of belang; hoe ze zulke verschillen van inzicht en belang bespreekbaar kunnen maken en zo mogelijk kunnen overbruggen; verkennen of sommige verschillen van inzicht inderdaad zo fundamenteel zijn dat ze niet kunnen worden opgelost.
  • voor zichzelf en samen doelen te stellen met betrekking tot sociale en maatschappelijke vraagstukken en daarop te handelen. de ruimte die er is om zelf invloed uit te oefenen te gebruiken, te bevragen dan wel te analyseren in termen van verschil in invloed en macht
  • eenvoudige onderzoeksvragen te formuleren en een onderzoeks- of ontwerpplan op te stellen voor vak- of leergebiedspecifieke probleemstellingen in een maatschappelijke context en/of met een ethische lading; manieren om de eigen overtuigingen in aanzet te toetsen op herkomst en houdbaarheid.
  • manieren om bronnen kritisch te onderzoeken; hun mening, overtuiging of claim op waarheid te rechtvaardigen en op grond daarvan zo nodig hun overtuigingen bij te stellen.
  • zich in de situatie en de beleving van een ander te verplaatsen en daar in hun overwegingen en gedrag, inclusief taaluitingen, bewust rekening mee houden.
  • het perspectief van mensen met andere overtuigingen, mogelijkheden en effectieve rechten te herkennen en te beschrijven; het gedrag van anderen te herleiden tot hun persoonlijke normen, groepsnormen of situaties en kunnen dat ook toelichten.
  • ethische dimensies in vraagstukken te herkennen en te analyseren; de consequenties van keuzes te onderzoeken en te beredeneren en hun handelen of overtuigingen daar zo mogelijk op af te stemmen.
  • om te gaan met verschillende belangen en overtuigingen die mensen kunnen hebben, waaronder ook overtuigingen die van de mening van een groep of van de algemene norm afwijken; een en ander af te wegen tegen de eigen waarden en algemeen geldende principes.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Burgerschap doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

BU11.1 - Denk- en Handelwijzen - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw en in het MBO ontwikkelen leerlingen zich gaandeweg tot zelfstandige, uiteindelijk ook juridisch volwassen burgers. Ze ontwikkelen een eigen visie op hoe een rechtvaardige samenleving eruit kan zien. De spanning tussen persoonlijke ontwikkeling en socialisatie – tussen autonomie en gedeelde waarden – wordt in deze periode sterk voelbaar. Jongeren hebben ruimte nodig om eigen posities te ontwikkelen en gaan daarbij soms ook ‘over de schreef'. Open dialoog en debat dragen bij aan de ontwikkeling van democratische waarden.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo en vwo verdient het aanbeveling om ook deze leerlijn denk – en handelwijzen in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Bij het ontwikkelen van eindexamenprogramma's voor de verschillende profielen en vakken verdient het aanbeveling om leerlingen ook en juist in hun laatste schooljaren uit de dagen om:

  • constructief en als gelijkwaardige deel te nemen aan elke communicatieve situatie; de eigen standpunten helder en overtuigend voor het voetlicht te brengen, maar ook de deelname van ieder en de expressie van de standpunten van allen te bewaken en te bevorderen.
  • actief te bemiddelen bij conflicten in de eigen omgeving en na te denken over oplossingen voor conflicten op grotere schaal; verantwoordelijkheid te nemen voor vormen van overleg om te zoeken naar consensus; te begrijpen dat en te analyseren waarom sommige verschillen van inzicht niet opgelost hoeven worden, maar naast elkaar kunnen blijven bestaan.
  • de ruimte van henzelf en die van anderen om maatschappelijk te handelen bewust te gebruiken; na te denken over mogelijkheden om die ruimte voor zichzelf en de ander te vergroten en hierop zo mogelijk te handelen.
  • zelfstandig relevante onderzoeksvragen te formuleren en een eigen onderzoeksaanpak te bedenken voor interdisciplinaire probleemstellingen; te denken over en/of te werken aan oplossingsrichtingen voor complexe maatschappelijke en/of ethisch geladen thema's. De herkomst en de houdbaarheid van de eigen en andermans opvattingen te analyseren en zo mogelijk en zo nodig te kritiseren.
  • hun eigen opvattingen structureel te beargumenteren en – waar relevant – te relativeren; hun aanspraken op kennis systematisch te rechtvaardigen en te beoordelen, en op grond daarvan zo nodig hun overtuigingen bij te stellen.
  • te reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, en zo nodig het handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken; zich over de ervaringswereld van de anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te beschrijven.
  • de denk- en ervaringswereld van mensen met andere overtuigingen, rechten en mogelijkheden vanuit hun context te verstaan; de overeenkomsten en verschillen tussen de waarden, (geloofs-)overtuigingen en cultureel bepaalde uitingsvormen en levenswijzen van de eigen en van andere groepen te analyseren.
  • ethische perspectieven zoals deugdethiek, gevolgenethiek, plichtethiek en zorgethiek te bestuderen, te analyseren en hun werkzaamheid te beredeneren in complexe vraagstukken, toekomstscenario's en hypothetische situaties.
  • zelfgekozen principes te formuleren en zo mogelijk te volgen, ook als die indruisen tegen verwachtingen en regels; leren hoe zij hun handelen daarop af kunnen stemmen.

BU11.1 - Denk- en Handelwijzen - Aanbevelingen Bovenbouw VO

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw en in het MBO ontwikkelen leerlingen zich gaandeweg tot zelfstandige, uiteindelijk ook juridisch volwassen burgers. Ze ontwikkelen een eigen visie op hoe een rechtvaardige samenleving eruit kan zien. De spanning tussen persoonlijke ontwikkeling en socialisatie – tussen autonomie en gedeelde waarden – wordt in deze periode sterk voelbaar. Jongeren hebben ruimte nodig om eigen posities te ontwikkelen en gaan daarbij soms ook ‘over de schreef'. Open dialoog en debat dragen bij aan de ontwikkeling van democratische waarden.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo en vwo verdient het aanbeveling om ook deze leerlijn denk – en handelwijzen in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Bij het ontwikkelen van eindexamenprogramma's voor de verschillende profielen en vakken verdient het aanbeveling om leerlingen ook en juist in hun laatste schooljaren uit de dagen om:

  • constructief en als gelijkwaardige deel te nemen aan elke communicatieve situatie; de eigen standpunten helder en overtuigend voor het voetlicht te brengen, maar ook de deelname van ieder en de expressie van de standpunten van allen te bewaken en te bevorderen.
  • actief te bemiddelen bij conflicten in de eigen omgeving en na te denken over oplossingen voor conflicten op grotere schaal; verantwoordelijkheid te nemen voor vormen van overleg om te zoeken naar consensus; te begrijpen dat en te analyseren waarom sommige verschillen van inzicht niet opgelost hoeven worden, maar naast elkaar kunnen blijven bestaan.
  • de ruimte van henzelf en die van anderen om maatschappelijk te handelen bewust te gebruiken; na te denken over mogelijkheden om die ruimte voor zichzelf en de ander te vergroten en hierop zo mogelijk te handelen.
  • zelfstandig relevante onderzoeksvragen te formuleren en een eigen onderzoeksaanpak te bedenken voor interdisciplinaire probleemstellingen; te denken over en/of te werken aan oplossingsrichtingen voor complexe maatschappelijke en/of ethisch geladen thema's. De herkomst en de houdbaarheid van de eigen en andermans opvattingen te analyseren en zo mogelijk en zo nodig te kritiseren.
  • hun eigen opvattingen structureel te beargumenteren en – waar relevant – te relativeren; hun aanspraken op kennis systematisch te rechtvaardigen en te beoordelen, en op grond daarvan zo nodig hun overtuigingen bij te stellen.
  • te reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, en zo nodig het handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken; zich over de ervaringswereld van de anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te beschrijven.
  • de denk- en ervaringswereld van mensen met andere overtuigingen, rechten en mogelijkheden vanuit hun context te verstaan; de overeenkomsten en verschillen tussen de waarden, (geloofs-)overtuigingen en cultureel bepaalde uitingsvormen en levenswijzen van de eigen en van andere groepen te analyseren.
  • ethische perspectieven zoals deugdethiek, gevolgenethiek, plichtethiek en zorgethiek te bestuderen, te analyseren en hun werkzaamheid te beredeneren in complexe vraagstukken, toekomstscenario's en hypothetische situaties.
  • zelfgekozen principes te formuleren en zo mogelijk te volgen, ook als die indruisen tegen verwachtingen en regels; leren hoe zij hun handelen daarop af kunnen stemmen.