Leraren en schoolleiders presenteren hun voorstellen op 10 oktober

  • Laat voorstellen van de leraren en schoolleiders de basis vormen voor het herziene curriculum
  • Zorg voor voldoende tijd en middelen voor het onderwijsveld
  • Veranker Digitale geletterdheid en Burgerschap in het curriculum

Dit zijn de belangrijkste adviezen van de Coördinatiegroep van Curriculum.nu aan minister Slob (onderwijs) bij de overhandiging van de voorstellen voor de basis van de herziening van de kerndoelen en eindtermen. Deze curriculumherziening moet ervoor zorgen dat de landelijk vastgelegde onderwijsdoelen leerlingen nog beter voorbereiden op hun persoonlijke, maatschappelijke en werkende leven.

De aanleiding voor de curriculumherziening is een breed gevoelde noodzaak om het curriculum integraal en samenhangend te actualiseren. Het curriculum is dertien jaar oud en is op onderdelen wel vernieuwd, maar ad hoc en versnipperd, naar aanleiding van incidenten en van buiten- of bovenaf. Vanuit de politiek werd het belang aangegeven voor twee nieuwe leergebieden: Digitale geletterdheid en Burgerschap. Bij de huidige herziening zijn voor het eerst leraren en schoolleiders zelf aan zet.

Duizenden mensen dachten mee

In de periode maart 2018 tot oktober 2019 hebben 125 leraren en 18 schoolleiders uit het primair onderwijs, speciaal onderwijs en alle sectoren in het voortgezet onderwijs in ontwikkelteams de benodigde kennis en vaardigheden vastgelegd voor negen leergebieden. In vijf consultatierondes hebben ze daarbij feedback opgehaald bij collega-leraren en –schoolleiders, wetenschappers, lerarenopleiders, vervolgonderwijs en vakverenigingen. Ook haalden zij feedback op bij leerlingen, ouders, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Gemiddeld dachten per ronde zo’n 6000 mensen mee. Niet eerder was er zo’n brede betrokkenheid bij het ontwikkelen van de basis voor kerndoelen en eindtermen.

Kern en keuze

De leraren en schoolleiders hebben duidelijke keuzes gemaakt in wat belangrijk is voor alle leerlingen, ze hebben dit zo uitgewerkt dat de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs soepeler voor leerlingen verloopt en ze hebben verbindingen gelegd tussen vakken en leergebieden. De leraren en schoolleiders beschrijven alleen de kern zodat lerarenteams meer eigen keuzes in de leerstof kunnen maken. De opbrengsten van de ontwikkelteams zijn geen concreet lesmateriaal voor in de klas maar vormen de basis voor de herziening van de kerndoelen. “Door straks in de kerndoelen de kern bondig te beschrijven, dringen we de overladenheid terug en ontstaat er keuzeruimte voor leraren. Deze keuzeruimte is van wezenlijk belang voor het eigenaarschap van leraren,” aldus Theo Douma, voorzitter van de Coördinatiegroep.

Tijd en ruimte nodig

Douma: “Om te zorgen dat deze curriculumherziening ook echt in de klas landt, is het van groot belang dat leraren en schoolleiders tijd en ruimte krijgen om hier vorm aan te geven. Ook moeten ze zich kunnen laten scholen als dat nodig is. Het onderwijs heeft momenteel te maken met complexe vraagstukken die grote impact hebben op de scholen. De werkdruk is hoog en het tekort aan leraren in het primair onderwijs en voor bepaalde vakken in het voortgezet onderwijs zijn een zorg.”

Advies voor het vervolg

Na politieke besluitvorming moet de focus liggen op een bredere informatievoorziening aan en betrokkenheid van scholen. De Coördinatiegroep vindt het essentieel dat het onderwijsveld actief betrokken blijft bij de herziening van het curriculum. Het moet immers in het onderwijsveld uitgevoerd worden. Leraren, schoolleiders en leerlingen hebben als geen ander een beeld van wat nodig is voor hun leerlingen. De Coördinatiegroep adviseert daarbij dat de bovenbouw volgens dezelfde werkwijze wordt uitgewerkt.