Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN10.1 - Heelal en tijd

De bouwsteen ‘heelal en tijd’ bestaat uit het verkennen van de verschillende hemellichamen, hun samenhang en hun invloed op de aarde. De zon, de maan en de sterren zijn (vrijwel) dagelijks zichtbaar, maar zijn voor de meeste mensen niet tastbaar. Dat roept verwondering op: waar komen de seizoenen vandaan? Kun je reizen naar de maan, naar het verleden of naar de toekomst? Hoe is de aarde ontstaan? Is er leven buiten de aarde? Leerlingen leren in deze bouwsteen welke vragen al beantwoord zijn, wat het antwoord is op die vragen en welke vragen nog beantwoord kunnen worden.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken leerlingen kennis met verschillende hemellichamen en objecten in de ruimte die met het blote oog zichtbaar zijn. Zij leren over verschillende ritmes in tijd.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(planeet aarde, zonnestelsel en heelal)

  • over de eigenschappen van met het blote oog aan de hemel waarneembare hemellichamen en objecten (te denken valt aan zon, maan, sterren en satellieten).

(ritmes in tijd)

  • over het dag-nacht ritme.
  • over de kenmerken van de seizoenen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po vergroten leerlingen hun kennis over hemellichamen en objecten in de ruimte en herkennen de verschillen tussen verschillende planeten. Ze leren ritmes in tijd te verklaren aan de hand van de beweging van de aarde ten opzichte van de zon.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(planeet aarde, zonnestelsel en heelal)

  • over de geschiedenis van de aarde en het heelal (te denken valt aan het feit dat de aarde en het heelal een begin hebben en dat omstandigheden op de aarde veranderen).
  • over het manieren om de aarde vanuit de ruimte en de ruimte vanaf de aarde te bestuderen (te denken valt aan telescopen en satellieten).
  • over de beweging van hemellichamen en objecten in ons zonnestelsel.
  • over verschillen tussen planeten in ons zonnestelsel (te denken valt aan zwaartekracht, temperatuur, dampkring).

(reizen in de ruimte)

  • over hoe de ruimte door mensen wordt gebruikt (te denken valt aan verkenningen, ruimteafval, communicatie en (on)bemande reizen).
  • over voorwaarden die nodig zijn voor ruimtereizen (te denken valt aan een astronaut die op de maan een ruimtepak moet dragen).

(ritmes in tijd)

  • over de verklaring van het dag-nacht-ritme en de seizoenen aan de hand van de draaibeweging van de aarde ten opzichte van de zon.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de (on)mogelijkheden van leven voor de mens buiten de aarde en kunnen hierover afwegingen maken. Ze leren ritmes in tijd te verklaren aan de hand van de beweging van de aarde en de maan.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(planeet aarde, zonnestelsel en heelal)

  • over de tijd- en afstandsschalen in het heelal (te denken valt aan geologische tijdschalen en lichtjaren).
  • over de aspecten die de (on)bewoonbaarheid van verschillende planeten verklaren (te denken valt aan samenstelling atmosfeer, weersystemen, water).

(reizen in de ruimte)

  • over de benodigdheden om in de ruimte te komen en daar te overleven (te denken valt aan voeding, brandstof, stralingsbescherming en zuurstof).

(ritmes in tijd)

  • over ritmes waarbij de maan een rol speelt (te denken valt aan zonsverduisteringen, de fases van de maan en de getijden).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.