Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Maatschappij

Bouwsteen: MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen

Mensen gebruiken overeenkomsten en verschillen om de wereld te ordenen, bijvoorbeeld overeenkomsten en verschillen tussen (groepen) mensen, bedrijven, gebieden of tijden. Binnen het leergebied leren leerlingen hoe ze perioden kunnen vergelijken: sommige zaken veranderen maar niet alles verandert (continuïteit en verandering). Daarnaast leren leerlingen hoe ze gebieden kunnen vergelijken, waarbij schaalniveau een belangrijke rol speelt. Kijken naar overeenkomsten en verschillen roept vragen op zoals waarom of waardoor ze er zijn.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen benoemen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij voorwerpen en situaties kunnen vergelijken (zoals 'wat is er anders en wat is hetzelfde?');
  • hoe ze voorwerpen en situaties kunnen ordenen op basis van kenmerken (zoals 'hoe kun je zien of iets oud is?');
  • hoe overeenkomsten en verschillen ontstaan (zoals 'hoe komt het dat het op sommige plaatsen druk is en op andere plaatsen rustig?').

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken;
  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken;
  • dat overeenkomsten en verschillen tussen mensen (mede) voortkomen uit politieke-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen aan de hand van overeenkomstige- en onderscheidende kenmerken kunnen vergelijken en verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken aan de hand van criteria (zoals 'hoe hebben politieke keuzes ertoe geleid dat, hoe hebben economische keuzes…’);
  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen op meerdere manieren kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken (zoals ‘in welke categorieën kun je deze informatie indelen?’);
  • in welke mate politiek-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden bij mensen overeenkomsten en verschillen verklaren.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.