Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Maatschappij

Bouwsteen: MM02.1 - Tijd en chronologie

Kennis van tijdsaanduidingen en tijdsindelingen helpt leerlingen om zaken uit het verleden te ordenen en deze in een historische context te plaatsen. Kennis van tijdsindelingen alleen is echter onvoldoende. Leerlingen hebben ook oriëntatiekennis nodig die invulling geeft aan de tijdsindelingen.

De verschillende aspecten van de samenleving (zoals getypeerd in de concepten en contexten van de andere grote opdrachten) zijn door de tijd heen veranderd of onveranderd gebleven. Met historische kennis over deze aspecten, de veranderingen (kantelpunten) en voorbeelden van continuïteit kunnen leerlingen historische en actuele vraagstukken (bijvoorbeeld bestaansverhelderende vragen) in een historische context plaatsen.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over voorwerpen, mensen en gebeurtenissen uit het verleden; over ordeningen en eenvoudige tijdsaanduidingen; over veranderingen die bepalend zijn geweest voor het heden of de toekomst.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over hoe gebeurtenissen kunnen worden beschreven aan de hand van tijdsaanduidingen zoals vandaag, gisteren, lang geleden, toekomst;
  • over hoe gebeurtenissen in chronologische volgorde geplaatst kunnen worden. Bijvoorbeeld: de eigen geschiedenis van baby - peuter - kleuter- schoolkind;
  • hoe aan de hand van voorwerpen, personen en gebeurtenissen een periode beschreven kan worden. Bijvoorbeeld: ridders in de ‘Riddertijd’;
  • dat veranderingen en gebeurtenissen een oorzaak kunnen hebben in het verleden of dat zij gevolgen kunnen hebben voor later. Bijvoorbeeld: de uitvinding van de auto;
  • over veranderingen in het heden die van invloed zijn op de toekomst.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader (tijdsindeling en oriëntatiekennis), waarmee ze aanvullende kennis over eenvoudige historische gebeurtenissen in een historische context kunnen plaatsen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een (nader te bepalen) historisch referentiekader (zoals tijdvakken, kenmerkende aspecten en/of canonvensters);
  • over hoe gebeurtenissen kunnen worden beschreven en in chronologische volgorde geplaatst kunnen worden aan de hand van tijdsaanduidingen (zoals datum, jaartal, eeuw, periode, tijdvak, tijdbalk);
  • over verschillende manieren waarop aan voorwerpen, personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen betekenis wordt gegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot gevoelige historische thema’s en erfgoed;
  • over historische gebeurtenissen passend bij economische, sociale, politieke en culturele aspecten van de samenleving (zodat concepten uit de overige grote opdrachten vanuit een historische context benaderd kunnen worden);
  • over hoe historische gebeurtenissen de situatie in Nederland, Europa en de wereld hebben beïnvloed;
  • over de historische context van actuele gebeurtenissen en maatschappelijke vraagstukken en verschijnselen.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen verdiepen en verbreden hun kennis van het historisch referentiekader. Ze leren over de relaties tussen verschillende ontwikkelingen binnen het historisch referentiekader.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over hoe gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen kunnen worden beschreven en geordend aan de hand van tijdsaanduidingen (zoals datum, jaartal, eeuw, periode, tijdvak, tijdbalk) en dat er verschillende tijdsaanduidingen bestaan;
  • een (nader te bepalen) historisch referentiekader (zoals tijdvakken, kenmerkende aspecten en/of canonvensters);
  • over hoe historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen in Nederland, Europa en de wereld elkaar hebben beïnvloed;
  • over verschillende manieren waarop aan historische voorwerpen, personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen betekenis werd en wordt gegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot gevoelige historische thema’s en erfgoed;
  • over historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen passend bij economische, sociale, politieke en culturele aspecten van de samenleving;
  • over de historische context van maatschappelijke en actuele vraagstukken, gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.