Terug naar alle uitwerkingen van Kunst & Cultuur

Bouwsteen: KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met verschillende vormen van kunst en cultuur vanuit de hele wereld en door de tijden heen. Ze kijken en luisteren naar verschillende genres, stijlen en stromingen in de kunsten en komen in aanraking met (im)materieel erfgoed. Ze krijgen een eerste beeld van de kunst- en cultuurhistorische context. In het gesprek dat leerlingen met elkaar hebben leren leerlingen woorden te geven aan wat ze zien en horen en ontdekken dat er verschillende opvattingen (mogen) zijn.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat er wereldwijd en van alle tijden meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan;
  • een nieuwsgierige houding ontwikkelen ten aanzien van materiële en immateriële sporen uit het verleden;
  • met eenvoudige vaktaal praten over verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat je op een verschillende manier kunt kijken naar uitingen van kunst en cultuur;
  • dat uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun ervaringen met kunst en cultuur. Leerlingen maken door de tijden heen en in de volle breedte kennis met genres, stijlen en stromingen. Door te kijken en luisteren naar en te leren van en over (im)materiële vormen van kunst en cultuur ontwikkelen leerlingen cultuurhistorisch besef. Leerlingen ervaren en benoemen de mogelijke impact en zeggingskracht van verschillende kunstuitingen. Ze worden zich bewust van hun eigen kijk hierop en ontdekken dat anderen hier anders over denken. Ze ontdekken wat waardevol is gevonden om te bewaren en verkennen wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Ze ontdekken dat opvattingen kunnen verschillen en dat bijvoorbeeld de waardering voor kunst en cultuur en de makers door de tijd heen kan veranderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • over tijd en plaats van kunst;
  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines en variërend in tijd en plaats;
  • ontdekken dat kunst en cultuur tijd- en plaatsgebonden is;
  • wie bepaalt wat cultureel erfgoed is en wie en wat bepalen wat we cultuurhistorisch waardevol vinden (en hoe/waardoor dit oordeel kan veranderen);
  • materiële en immateriële sporen uit het verleden plaatsen in de culturele context;
  • praten over het bewaren van uitingen van kunst en cultuur en hierover een eigen mening vormen;
  • dat uitingen van kunst en cultuur verschillend geïnterpreteerd en gewaardeerd worden;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuuronderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en vanuit verschillende perspectieven interpreteren en waarderen. Ze ontdekken en begrijpen wat waardevol is gevonden om te bewaren en beargumenteren wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Leerlingen ontwikkelen kunst- en cultuurhistorisch besef en leren betekenis te geven aan uitingen van kunst en cultuur. Ze worden zich bewust van het eigen perspectief bij het ervaren van kunst en cultuur, leren daar een mening over te vormen en ontdekken dat opvattingen daarover kunnen verschillen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines, vanuit een mondiaal perspectief en variërend in tijd en plaats;
  • over zeggingskracht van kunst en cultuur in de context van tijd en plaats;
  • vanuit tijd (tijdgeest, genres, stijlen en stromingen) en plaats (lokaal, nationaal en mondiaal), betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur, te denken valt aan diverse concepten, vormen en uitvoeringspraktijken;
  • een eigen mening geven over de vorm en inhoud van uitingen van kunst en cultuur en hierbij vaktaal gebruiken;
  • begrijpen wat er vanuit een cultuurhistorische perspectief bewaard is of geredeneerd vanuit het heden bewaard zou moeten worden en daar een onderbouwde mening over vormen;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.