Terug naar alle uitwerkingen van Engels / MVT

Bouwsteen: EMVT4.1 - Taalbewustzijn

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken dat talen kunnen verschillen in vorm, schrift, klank en uitspraak en dat het anders kan zijn dan in hun eigen taal. Ze ervaren dat ze andere talen kunnen leren en dat fouten maken bij het taalleerproces hoort. Ze worden zich bewust van wat ze al begrijpen en kunnen zeggen in een andere taal.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • enkele eenvoudige vormaspecten en afspraken in een andere taal waarnemen en imiteren. Te denken valt aan veel voorkomende woorden en woordcombinaties (chunks), bijvoorbeeld in rijmpjes, liedjes, filmpjes en prentenboeken;
  • spreekdurf ontwikkelen bij heel eenvoudige uitingen in een andere taal.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken, door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren, dat talen volgens bepaalde regels en conventies werken die op elkaar lijken of per taal kunnen verschillen. Leerlingen experimenteren spelenderwijs met eenvoudige taalkundige elementen en conventies in de doeltaal en denken na over hoe ze een andere taal het beste kunnen leren. Leerlingen worden steeds zelfverzekerder in hun mondelinge en schriftelijke taaluitingen, ervaren dat het vooral belangrijk is dat mensen begrijpen wat je bedoelt en dat feedback helpt om de doeltaal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van eenvoudige regels in een andere taal door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan ontkenningen, klank-tekenkoppelingen of eenvoudige grammaticale structuren;
  • bewust worden van enkele verschillen in conventies tussen talen door er zelf mee te experimenteren. Te denken valt aan het gebruik van beleefdheidsvormen (bijvoorbeeld jij en u vs. you);
  • dat talen elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan de gevoelswaarde van (leen)woorden en uitdrukkingen uit andere talen zoals cool en chillen;
  • talen op een effectieve manier leren, door na te denken over welke strategieën voor hen het beste werken;
  • spreek- en schrijfdurf ontwikkelen bij eenvoudige uitingen in een andere taal.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen hun taalbewustzijn door te herkennen, vergelijken, bespreken en reflecteren op taalhandelingen, taalkundige elementen, conventies en afspraken in andere talen. Door zelf te imiteren, te experimenteren en steeds meer adequaat toe te passen, krijgen ze steeds meer inzicht in hoe talen in elkaar zitten, werken, elkaar beïnvloeden en veranderen. Leerlingen leren inzicht te krijgen in het effect van taalhandelingen bij lezers, kijkers en luisteraars door kritisch te kijken naar taalgebruik in andere talen, bijvoorbeeld in de media. Leerlingen oefenen in het stellen van leerdoelen voor zichzelf, passende strategieën inzetten, en in feedback geven en ontvangen om een taal verder te leren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bewust worden van steeds meer taalkundige elementen en afspraken in verschillende talen en die zelf toepassen. Te denken valt aan vorm en gebruik van werkwoordstijden in verschillende talen of het vergelijken van uitdrukkingen;
  • bewust worden van overeenkomsten en verschillen in conventies en taalgebruik tussen talen en types (digitale) teksten, en die zelf toepassen. Te denken valt aan beleefdheidsconventies in verschillende talen of het verschil tussen bijvoorbeeld een chat en een brief;
  • bewust worden van hoe talen veranderen naar tijd en variëren naar plaats, maatschappelijke context en stijl. Te denken valt aan vormen van begroeting of verschillen in uitspraak;
  • dat talen op verschillende manieren elkaar kunnen beïnvloeden. Te denken valt aan afkomst en functie van woorden en uitdrukkingen zoals het woord terrible (Engels, Frans en Spaans), woorden als sushi of website, uitdrukkingen als fingerspitzengefühl of het verschil tussen café (Frans) en kroeg;
  • bewust worden van de rol van taal in de samenleving, hoe talen worden gebruikt om bepaalde doelen te bereiken, en hoe taal je handelen kan sturen. Te denken valt aan slogans en commercials;
  • gebruik maken van de talen die ze al kennen om een nieuwe taal te leren;1
  • reflecteren op hun eigen beheersingsniveau en hun voorkeur voor effectieve aanpakken, en hun leerdoelen en strategieën hierop afstemmen;
  • spreek- en schrijfdurf blijven ontwikkelen in alle talen die ze leren, bijvoorbeeld tijdens internationale (digitale) uitwisselingen.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun taalbewustzijn en hun autonomie als taalleerder. Intensiteit, niveau, complexiteit van het aanbod en leeractiviteiten worden afgestemd op het onderwijsniveau en op het taalbeheersingsniveau in de betreffende doeltaal.

Aanbevelingen

  • Blijf in alle onderwijssectoren aandacht besteden aan de verschillende dimensies van taal. Dat verrijkt de talencurricula en bevordert de ontwikkeling van analytisch vermogen, reflectie en creativiteit. Werk de inhouden van taalbewustzijn op een passende manier uit voor alle onderwijssectoren.
  • Stimuleer leerlingen om te reflecteren op taaluitingen zodat ze verder komen in hun eigen taalleerproces, waardoor het leren van een nieuwe taal bevorderd wordt. Besteed aandacht aan het bewust worden van het feit dat talen leren een levenslang proces is.
  • Laat leerlingen op steeds complexere grammaticale en lexicale structuren reflecteren. Stimuleer ze om zinnen, woordstructuren, woordbetekenis en taalgebruik te herkennen, vergelijken, analyseren, bespreken, interpreteren en bewust en creatief toe te passen.
  • Besteed aandacht aan het adequaat toepassen van verschillende taalconventies in steeds complexere communicatieve situaties.
  • Besteed aandacht aan kennis over talen, hun geschiedenis en hoe talen in de tijd kunnen veranderen.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van de wederzijdse invloed tussen de maatschappij en taalgebruik bij verschillende talen. Te denken valt aan historische feiten, geografische ligging, tradities, technologie, etc.
  • Besteed aandacht aan reflectie, analyse en interpretatie van expliciete en impliciete doelen, zoals manipulatieve intenties van mondeling en schriftelijk taalgebruik.
  • Stimuleer de leerlingen om hun taalplezier en taaldurf te blijven ontwikkelen. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen zich in steeds meer verschillende, meer onverwachte en onbekende situaties in de andere taal moeten kunnen uiten.
  • Zorg bij de ontwikkeling van leerdoelen voor afstemming en interactie met het leergebied Nederlands, waar de basis wordt gelegd aan metacognitieve strategieën.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.