Terug naar alle uitwerkingen van Engels / MVT

Bouwsteen: EMVT3.1 - Interculturele communicatieve competentie

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken kennis met culturele elementen in enkele eenvoudige taaluitingen in voor hen vertrouwde situaties. Te denken valt aan gebruiken zoals eetgewoontes of aan alledaagse situaties zoals het vieren van verjaardagen. Daarmee ervaren leerlingen overeenkomsten en verschillen tussen hun eigen leefwereld en die van kinderen (bijvoorbeeld klasgenoten) uit andere culturen, worden ze er nieuwsgierig naar en leren ze die te benoemen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er culturele overeenkomsten en verschillen bestaan tussen de eigen leefwereld en die van een ander kind, bijvoorbeeld een klasgenoot;
  • bewust worden van overeenkomsten en verschillen in enkele simpele cultuuruitingen, door ze in simpele taaluitingen waar te nemen en ze te benoemen;
  • nieuwsgierigheid ontwikkelen naar taal- en cultuurdiversiteit binnen hun eigen leefomgeving in contact met anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis over culturele uitingen uit, bijvoorbeeld door te lezen over, kijken naar of zelf te ervaren hoe tradities in andere culturen vorm krijgen. Ze ontdekken dat elementen van hun eigen cultuur hun oorsprong vinden in een andere cultuur, of vice versa. Te denken valt aan het vieren van het Nieuwjaarsfeest. Ze herkennen overeenkomsten en verschillen tussen cultuuruitingen in talen, bijvoorbeeld door middel van sprookjes, animaties en verhalen. Leerlingen leren die te benoemen en te vergelijken met hun eigen cultuur. Ze leren eenvoudige omgangsvormen in andere talen te gebruiken, zoals iemand bedanken of feliciteren. Leerlingen ontdekken de rol van cultuur in de communicatie in een andere taal en leren te reflecteren op voorbeelden van vooroordelen en misverstanden met een culturele oorsprong. Internationale (digitale) uitwisseling kan hier een bijdrage aan leveren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inzicht krijgen in elementaire culturele elementen en conventies in alledaagse sociale uitwisselingen en tradities uit enkele verschillende culturen, door ze te herkennen en vergelijken, overeenkomsten en verschillen te benoemen en in kaart te brengen;
  • (eigen) misverstanden en vooroordelen herkennen in interculturele interacties;
  • gepast reageren in korte, eenvoudige en alledaagse interculturele (digitale) uitwisselingen in een andere taal; te denken valt aan sociale gelegenheden zoals vieringen;
  • nieuwsgierigheid, interesse en een open houding ontwikkelen ten opzichte van andere tradities en conventies in culturen in hun leefomgeving, in de landen om hen heen en verder.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen breiden hun kennis uit over cultuurgebonden elementen in situaties en gewoontes in hun leefwereld door middel van interculturele ontmoetingen; te denken valt aan internationaliseringsactiviteiten. Leerlingen worden zich bewust van het feit dat communicatie in een formele en informele setting wordt beïnvloed door de cultuur van de sprekers en dat sommige vragen en uitdrukkingen in andere talen en culturen anders kunnen worden opgevat; te denken valt aan vragen over ziektes, of manieren om de eigen mening te uiten. Leerlingen leren op gepaste wijze gebruik te maken van een andere taal in de sociale en culturele context waarin de communicatie plaatsvindt; te denken valt aan het adequaat kiezen van formeel of informeel taalgebruik, of aan het belang van 'small talk' bij sommige culturen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inzicht krijgen in elementen uit verschillende culturen en tradities in talen, door ze waar te nemen, vergelijken, overeenkomsten en verschillen te herkennen, te benoemen en in kaart te brengen. Te denken valt aan de uitwisseling van cultuurgebonden informatie met anderstaligen over gewoontes, familie, hobby’s, schoolse zaken;
  • bewust worden van stereotypes en vooroordelen ten opzichte van andere culturen;
  • adequaat reageren en handelen in vertrouwde interculturele (digitale) uitwisselingen volgens die conventies die gelden voor een bepaalde taal en cultuur. Te denken valt aan taalgebruik, lichaamshouding of afstand;
  • verschillende wereldbeelden en gevoelens herkennen, begrijpen en waarderen bij mensen met andere talen en culturen;
  • de kenmerken van de eigen culturen verwoorden, bijvoorbeeld door ze in eenvoudige bewoordingen uit te leggen en te bespreken tijdens interculturele (digitale) uitwisselingen;
  • de invloed van historische en geografische factoren op het taalgebruik in een bepaalde culturele context waarnemen en benoemen, door ze bijvoorbeeld in narratieve teksten te ontdekken;
  • nieuwsgierigheid, interesse en open houding ontwikkelen ten opzichte van andere talen en culturen, in eigen land, in buurlanden, in Europa en in de rest van de wereld.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Ook in de bovenbouw werken leerlingen verder aan de ontwikkeling van hun interculturele communicatieve competentie. Binnen het taalvak biedt het aanbod inzicht in de culturen waarin de betreffende taal wordt gesproken.

Aanbevelingen

  • Blijf de ontwikkeling van respect en open houding stimuleren ten opzichte van de verschillen tussen talen, taalvarianten en culturen.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van culturele overeenkomsten en verschillen in zowel formele als informele settings.
  • Zorg voor verdere ontwikkeling van communicatieve en bemiddelingsvaardigheden met mensen van verschillende taal- en culturele achtergronden, zodat misverstanden en gevoeligheden worden voorkomen die door culturele verschillen kunnen ontstaan.
  • Besteed aandacht aan analyse, interpretatie en het kunnen uitleggen van de invloed van historische en geografische factoren op de ontwikkeling van talen in een bepaalde culturele context.
  • Besteed aandacht aan reflectie op het feit dat uitingen in een bepaalde taal en cultuur voor onbegrip kunnen zorgen, en dat verschillen in inzichten in mondiale thema’s cultureel bepaald kunnen zijn.
  • Besteed aandacht aan de verschillen in wereldbeeld tussen mensen uit verschillende culturen. Maak daarbij ook gebruik van narratieve teksten.
  • Besteed in het vmbo, maar ook in havo en vwo aandacht aan de rol van interculturele aspecten in werkgerelateerde situaties.
  • Maak ook voor leerlingen in de bovenbouw interculturele (fysieke of digitale) uitwisselingen mogelijk. Daarmee kunnen leerlingen de verworven interculturele vaardigheden adequaat en met zelfvertrouwen leren toe te passen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.