Terug naar alle uitwerkingen van Engels / MVT

Bouwsteen: EMVT2.1 - Creatieve vormen van taal

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen maken op speelse wijze kennis met klanken en woorden in de nieuwe taal door korte, eenvoudige en aansprekende creatieve mondelinge teksten te beleven die hun fantasie prikkelen en die ze kunnen begrijpen. De teksten helpen kijk-/luisterplezier in een andere taal te ontwikkelen en de nieuwe taal niet als een drempel te voelen, maar er juist nieuwsgierig naar te worden. Leerlingen ontdekken dat er verschillen kunnen zijn tussen hun eigen context en de context in de teksten en ontwikkelen inlevingsvermogen in de personages. De situaties in de teksten sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en kunnen ook over werelden gaan die nog onbekend zijn. Leerlingen leren experimenteren met de doeltaal in eigen korte en eenvoudige creatieve uitingen met behulp van muziek, tekenen of beweging.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze plezier kunnen beleven aan eenvoudige creatieve uitingen in een andere taal;
  • zich te verplaatsen in personages en situaties, al worden verhalen in een andere taal verteld; te denken valt aan het voorlezen van prentenboeken in het Engels;
  • zich open en nieuwsgierig op te stellen ten opzichte van andere (fantasie)werelden;
  • dat er contexten zijn waarin andere talen worden gesproken;
  • zelf korte en eenvoudige creatieve uitingen te bedenken en te delen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen taalplezier in een andere taal door korte, creatieve en aansprekende teksten met een rijke taalinput in de doeltaal te beluisteren/bekijken en te lezen. De teksten gaan over onderwerpen uit de belevingswereld van leerlingen en kunnen zich in verschillende (fantasie)werelden en culturen afspelen, ook uit andere tijden. Leerlingen werken aan de ontwikkeling van hun empathisch vermogen door zich met personages te identificeren (bijvoorbeeld leeftijdsgenoten). Ze reflecteren op de tekst en op hun eigen begrip en gevoel daarbij. Leerlingen bedenken zelf eenvoudige creatieve teksten; te denken valt aan rollenspellen, korte fantasiebeschrijvingen of –verhalen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • taalplezier ontwikkelen door bijvoorbeeld te kijken naar eenvoudige filmpjes in een andere taal;
  • zich verplaatsen in personages, hen begrijpen en over hen kort en eenvoudig (in de doeltaal) vertellen;
  • een open en flexibele houding ontwikkelen ten opzichte van de werelden in creatieve teksten;
  • enkele sociale, culturele en historische contexten herkennen en benoemen waarin eenvoudige verhalen zich afspelen en op hun eigen leefwereld reflecteren in relatie tot die contexten, bijvoorbeeld in besprekingen of presentaties (in de doeltaal);
  • zich creatief mondeling en schriftelijk in de doeltaal uiten in korte en eenvoudige teksten.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen, als basis- of onafhankelijke gebruikers van de doeltaal, ontwikkelen inzicht in zichzelf en in hun eigen cultuur door het kijken/luisteren naar en lezen van rijke creatieve teksten die zich in verschillende sociale, culturele en historische contexten afspelen. Deze ontwikkeling bevordert ook het inlevingsvermogen in de ander en in andere culturen. Leerlingen worden zich door die teksten ook steeds meer bewust van de mogelijkheden van de doeltaal. Leerlingen leren de keuzes van auteurs en personages te begrijpen en deze in context te plaatsen. Ze maken kennis met literaire kenmerken, waarvan de complexiteit kan verschillen (bijvoorbeeld in plotstructuur of vertelperspectief). Leerlingen reflecteren op lees-, schrijf-, spreek- en luisterervaringen en ontwikkelen hun smaak. Ze experimenteren met de doeltaal in eigen creatieve mondelinge en schriftelijke teksten; te denken valt aan liedteksten, vlogs, (strip)verhalen, posters. Creatief bezig zijn met talen stimuleert de leerlingen spreekdurf te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • taalplezier en een eigen smaak ontwikkelen door bijvoorbeeld naar films te kijken en jeugdliteratuur te lezen in de doeltaal;
  • de perspectieven van personages en auteurs in verschillende films of verhalen vanuit hun sociale, culturele en historische contexten begrijpen, vergelijken, hierop reflecteren en de eigen mening (in de doeltaal) creatief verwoorden en onderbouwen, bijvoorbeeld in presentaties of posters;
  • een open en flexibele houding blijven ontwikkelen ten opzichte van de contexten en culturen in creatieve teksten;
  • de elementaire kenmerken in structuur en taalgebruik bij verschillende creatieve tekstsoorten herkennen en zelf in een passende tekst inzetten; te denken valt aan dichtvormen en aan setting, karakters en plot in verhalende teksten;
  • enkele retorische stijlfiguren herkennen en toepassen; te denken valt aan spelen met vergelijkingen of clichés.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw verdiepen leerlingen zich, als basis-, onafhankelijke of vaardige gebruikers van de doeltaal, in verschillende soorten creatieve teksten in andere talen en verbreden ze hun kennis. Ze leren de doeltaal op een creatieve en persoonlijke manier te gebruiken. Taalplezier, beleving, reflectie en smaakontwikkeling blijven van belang.

Het aanbod omvat steeds complexere creatieve teksten zowel in taalniveau als in context, en zowel receptief als productief. Leerlingen als vaardige gebruikers zijn zich in toenemende mate bewust van zichzelf en de ander in de wereld.

Aanbevelingen

  • Stimuleer de verdere ontwikkeling van het empathisch vermogen van de leerlingen: inleving, begrip, reflectie en waardering van personages, situaties en gebeurtenissen.
  • Stimuleer leerlingen om kenmerken en handelingen van personages te beschrijven en te interpreteren. Stimuleer het waarnemend vermogen om de effecten en gevolgen daarvan te kunnen benoemen.
  • Stimuleer de ontwikkeling van denkvaardigheden in het vergelijken, classificeren, analyseren, interpreteren en evalueren van creatieve teksten, in het redeneren, onderbouwen en beargumenteren van meningen, het herkennen van onderliggende thema’s en patronen in teksten en het trekken van conclusies.
  • Stimuleer de bewustwording van maatschappelijke kenmerken van de werelden van fictie en de wereld van de leerlingen.
  • Voeg in de uitwerking van inhouden verbreding en verdieping toe in de kennis van sociale, culturele en historische contexten: van verkenning naar analyse, interpretatie, evaluatie, productie en
  • Stimuleer de ontwikkeling van vaardigheden in het bedenken en produceren van eigen creatieve teksten in verschillende vormen, over verschillende onderwerpen en op de verschillende taalniveaus van leerlingen.
  • Stimuleer de bewustwording van doelen en effecten van taalgebruik in creatieve teksten: van herkenning naar uitleg en evaluatie van het effect van bijvoorbeeld retorische stijlfiguren op de lezer (zoals personificatie).
  • Werk inhouden en leerdoelen uit voor de ontwikkeling van taalbewustzijn bij creatieve teksten.
  • Bied mogelijkheid voor ontwikkeling van het literaire vermogen van leerlingen: van herkenning naar analyse van diverse literaire kenmerken. Hiervan kan de complexiteit en het aanbod op basis van niveau verschillen.
  • Werk inhouden en leerdoelen uit die passen bij het beheersingsniveau in de betreffende taal en afgestemd zijn op de eigenheid van de onderwijssector.
  • Werk leerdoelen voor creatieve vormen van taal uit die ook effectieve grensoverstijgende communicatie en interculturele communicatieve competentie integreren als belangrijke elementen voor het bevorderen van de inhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling.
  • Zorg in alle onderwijssectoren voor nauwe afstemming met de leergebieden Nederlands en Kunst & Cultuur, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.