Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN07.1 - Instandhouding van een organisme

De bouwsteen ‘instandhouding van een organisme’ bestaat uit kennis over factoren die een rol spelen bij de instandhouding van organismen. Om te begrijpen hoe een organisme zichzelf in stand houdt en in stand gehouden wordt, is het van belang dat leerlingen kennis hebben over groei, ontwikkeling en het voortbestaan van organismen. Ook hebben leerlingen kennis nodig over de mechanismen waarmee organismen zichzelf verdedigen tegen bedreigingen van buitenaf en over erfelijke factoren die een rol spelen bij de instandhouding van organismen.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken leerlingen welke factoren belangrijk zijn voor de instandhouding van dieren en planten, zoals groei, interactie en erfelijkheid.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Groei, ontwikkeling en voortbestaan)

  • over de onderdelen (opbouw) van planten en dieren (te denken valt aan wortels, stengels en bladeren en aan kop, romp en poten).
  • over de functie van onderdelen van planten en dieren (te denken valt aan opname van stoffen en verplaatsen).
  • over de groei en ontwikkeling van planten en dieren (te denken valt aan ontkieming van zaad).
  • over het belang van voedsel voor energie en groei.

(Verdediging)

  • over verdedigingsmechanismen van planten en dieren tegen bedreigingen (predatoren, ziekteverwekkers) van buitenaf (te denken valt aan stekels, gifstoffen, dikke huid en camouflage).

(Erfelijkheid)

  • over overeenkomsten en verschillen tussen waarneembare eigenschappen van organismen uit de eigen omgeving (te denken valt aan de eigen familieleden, huisdieren en bloemen).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po onderzoeken leerlingen belangrijke factoren voor ontwikkeling en voortbestaan van organismen. Leerlingen verwonderen zich over variaties tussen individuele organismen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Groei, ontwikkeling en voortbestaan)

  • over kenmerkende verschillen en overeenkomsten tussen de onderdelen (opbouw) van planten en dieren (te denken valt aan vergelijkbare bouw van gewervelden en het verschil tussen loof- en naaldbomen).
  • over de functie en werking van orgaanstelsels met betrekking tot de stofwisseling van planten en dieren (te denken valt aan transport van voedsel en zuurstof via bloed).
  • over fysiologische verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot voortplanten en mogelijke voorbehoedsmiddelen.
  • over de functie van koolhydraten, vetten en eiwitten in het lichaam.

(Verdediging )

  • over ziekteverwekkers, de daarbij horende symptomen, en het herstellend vermogen van mens en dier (te denken valt aan koorts en verkoudheid).

(Erfelijkheid)

  • over verwantschap tussen individuen (te denken valt aan bekende familieverbanden).
  • over de combinatie van erfelijke factoren (DNA) en omgevingsfactoren die voor de waarneembare eigenschappen (fenotype) van een organisme zorgt (te denken valt aan invloed van DNA en voedingspatroon op lengte of de invloed van aanleg en training bij sportprestaties).

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo relateren leerlingen processen ten behoeve van groei, ontwikkeling en voortbestaan aan het instandhouden van organismen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Groei, ontwikkeling en voortbestaan)

  • over verschillen en overeenkomsten in anatomische en fysiologische kenmerken bij organismen (te denken valt aan bloedsomloop van vissen in vergelijking met zoogdieren).
  • over de levensfasen in de levenscycli van planten en dieren (te denken valt aan embryonale en lichamelijke ontwikkelingen) .
  • over een verscheidenheid aan voedingsstoffen en hun effecten op het lichaam (te denken valt aan vezels, verzadigde en onverzadigde vetten, vitamines en mineralen).

(Verdediging)

  • over een verscheidenheid aan oorzaken van ziekten en bijbehorende behandelingen (te denken valt aan longontsteking, ebola en kanker).
  • over interne afweermechanismen van organismen om zich te verdedigen (te denken valt aan de rol van de witte bloedcellen en het zuur in de maag).

(Erfelijkheid)

  • over mogelijke oorzaken en gevolgen van veranderingen in erfelijk materiaal.
  • over de (on)mogelijkheden om doelmatig aan te sturen op veranderingen in erfelijk materiaal (te denken valt aan veredeling en biotechnologie).
  • over het verband tussen variatie in erfelijk materiaal en uiterlijke kenmerken en het verband met erfelijke variatie door voortplanting (te denken valt aan ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting, IVF).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.