Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN04.4 - Relaties en verbanden

De denkwijze ‘relaties en verbanden’ helpt leerlingen na te denken over de samenhang in de wereld om hen heen. De denkwijze bevat drie verschillende relaties: oorzaak-gevolg relaties waarbij gevolgen volgen op oorzaken zonder tussenkomst van een handelende actor; doel-middel relaties waarin (vrijwel altijd) mensen bepaalde keuzes maken om hun doelen te bereiken; en structuur-functie relaties waarbij de eigenschappen van een object of organisme bepalen hoe het functioneert. Het is voor leerlingen steeds van belang om te bepalen of een verband daadwerkelijk bestaat. Het modelleren van verbanden en relaties vormt de basis van veel technologische toepassingen.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po verwonderen leerlingen zich over vormen en functies in hun eigen omgeving door vragen te stellen over oorzaken en gevolgen van gebeurtenissen en objecten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gevolg - oorzaak)

  • zich af te vragen wat de oorzaak van een gebeurtenis is.
  • verbanden te leggen tussen waarneembare gevolgen en oorzaken.
  • bewijs te verzamelen om hun eigen ideeën over oorzaken van gebeurtenissen te ondersteunen of te weerleggen.

 (doel - middel)

  • zich af te vragen met welk doel (onderdelen van) objecten in de directe omgeving zijn gemaakt.

(structuur - functie)

  • vormen en structuren te herkennen en te relateren aan een functie.
  • eigenschappen van objecten en voorwerpen uit hun directe omgeving te relateren aan materialen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po doen de leerlingen inzicht op over relaties en verbanden in hun eigen omgeving aan de hand van eenvoudige beschrijvingen van gebeurtenissen en objecten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gevolg - oorzaak)

  • zich af te vragen wat de oorzaak of oorzaken van een gebeurtenis is/zijn en zich af te vragen of deze gebeurtenis zelf weer de oorzaak is van een nieuwe gebeurtenis.
  • verbanden te leggen tussen verschillende waarneembare en niet-waarneembare gevolgen en oorzaken.
  • aan de hand van bewijzen hun eigen ideeën over oorzaak-gevolg relaties te ondersteunen of te weerleggen.

(doel - middel)

  • dat een doel met verschillende middelen bereikt kan worden.
  • dat een middel meerdere doelen kan dienen.

(structuur-functie)

  • verklaren dat de vorm in relatie staat tot de functie van objecten en organismen en hun onderdelen.
  • de eigenschappen van materialen verklaren aan de hand van waarneembare structuren (te denken valt aan de splinters van hout).
  • materialen kiezen op basis van eigenschappen.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo kunnen leerlingen complexe situaties met meer verbanden overzien en analyseren zij gebeurtenissen en objecten aan de hand van de verschillende verbanden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gevolg - oorzaak)

  • onderscheid te maken en te analyseren tussen verschillende waarneembare en niet-waarneembare gevolgen en oorzaken.
  • aan de hand van bewijzen hun eigen ideeën over oorzaak-gevolg relaties te ondersteunen, te weerleggen en voorspellingen te doen.

(doel - middel)

  • dat het aanpassen van functies van natuurlijke en gemaakte objecten een middel zijn om een bepaald doel te dienen.

(structuur-functie)

  • vormen en structuren op hele grote en hele kleine schaalniveaus te herkennen, benoemen en relateren aan functie en/of eigenschap.
  • aanpassingen van de vorm van objecten en organismen (aan de (leef)omgeving) die zich over langere tijd hebben afgespeeld te verklaren.
  • op basis van functie-eisen van objecten verklaringen te geven voor de vorm en/of structuur.
  • veranderende structuren en eigenschappen van samengevoegde materialen te herkennen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.