Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN04.1 - Patronen

De denkwijze ‘patronen’ geeft leerlingen inzicht in de wijze waarop ze vragen kunnen stellen, kunnen ordenen en kunnen classificeren. De bouwsteen omvat het waarnemen en beschrijven van patronen in bijvoorbeeld cijferreeksen, diersoorten, grafieken, kaarten en technologische systemen. Door patronen te herkennen kun leerlingen ordening en classificatie aanbrengen en worden overeenkomsten en verschillen zichtbaar.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken en herkennen leerlingen waarneembare patronen in hun omgeving. Ze leren op basis hiervan ordenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(waarneembaarheid van patronen)

  • een waarneembaar patroon te ontdekken en herkennen (te denken valt aan alle vogels leggen eieren en alle voorwerpen van hout drijven in water).

(ordening en classificatie)

  • in waarneembare patronen overeenkomsten en verschillen te gebruiken om ordening en classificatie aan te brengen (te denken valt aan bomen classificeren in loof- en naaldbomen).

(patroongebruik)

  • voort te bouwen op bestaande en/of gegeven patronen (te denken valt aan voorspellen hoeveel poten een onbekende spinnensoort heeft).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po gebruiken leerlingen de patronen om de samenhang in de wereld waar te nemen, te herkennen en te begrijpen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(waarneembaarheid van patronen)

  • waarneembare patronen te ontdekken en herkennen en op basis hiervan vragen te formuleren (te denken valt aan “zijn alle zwanen wit?” of “zijn er ook ijzeren voorwerpen die geen stroom geleiden?”).
  • onregelmatigheden in bestaande patronen te signaleren (te denken valt aan vogelbekdieren als zoogdieren die eieren leggen).

(ordening en classificatie)

  • waarneembare overeenkomsten en verschillen in patronen te beschrijven om ordening en classificatie aan te brengen op basis van eigenschappen.
  • patronen in gekwantificeerde gegevens te gebruiken om ordening en classificatie aan te brengen.

(patroongebruik)

  • voort te bouwen op patronen om een verwachting te formuleren.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo gebruiken leerlingen patronen in gegevens om verbanden te leggen. Door patronen te analyseren kunnen zij bijvoorbeeld voortbouwen op patronen of voorspellingen doen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(waarneembaarheid van patronen)

  • (niet) waarneembare patronen zichtbaar te maken. (te denken valt aan gegevens verwerken in een grafiek en meetapparatuur gebruiken).
  • onregelmatigheden en mogelijkheden tot veranderingen in patronen te signaleren (te denken valt aan de vorm aanpassen van een ijzeren voorwerp zodat het wel drijft).

(ordening en classificatie)

  • patronen in kwantitatieve meetgegevens te gebruiken om ordening en classificatie aan te brengen (te denken valt aan gegevens over massa en volume te gebruiken om stoffen te determineren).

(patroongebruik)

  • patronen te analyseren en op basis hiervan vragen te formuleren.
  •  voort te bouwen op patronen om een hypothese op te stellen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.