Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN01.2 - Aard van Technologie

Deze bouwsteen gaat over het gebruik van technologie en technologische oplossingen. Het gaat daarbij om de aard van technologie, waarbij creativiteit, innovatie en het doelgerichte karakter van technologie een grote rol spelen. Leerlingen leren dat technologie kan ontstaan vanuit een behoefte of probleem en dat het concrete oplossingen en nieuwe producten kan opleveren. Ze leren bovendien dat er een sterke wisselwerking tussen technologie en de (natuur)wetenschap is.

Technologie zorgt voor verandering in beroepen, het verdwijnen van beroepen door automatisering en voor het ontstaan van nieuwe beroepen. Zo werken artsen tegenwoordig met complexe en innovatieve technologieën en zijn er steeds meer big-data analisten nodig.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po leren de leerlingen de gemaakte en natuurlijke wereld te onderscheiden en ervaren ze spelenderwijs de mogelijkheden van technologie in hun directe omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over verschillende redenen om gereedschappen en technologieën in te zetten (te denken valt aan een schaar om papier in stukken te verdelen of een rekenmachine om makkelijker en sneller te rekenen).
  • over de diversiteit aan mogelijkheden die technologie biedt om simpele problemen op te lossen in dagelijkse situaties (te denken valt aan een krukje om ergens bij te kunnen).

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de eigen omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een stethoscoop, de vuilnisman een vuilniswagen, de brandweer vuurwerende kleding).

(technologiebeleving)

  • onderscheid te maken tussen de natuurlijke wereld en de door de mens gemaakte wereld.
  • dat het beleven van technologie plezier kan geven.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po maken leerlingen kennis met de doelmatige en creatieve ontwikkeling van technologie en de bedoelde en onbedoelde invloed die technologie heeft op de wereld om hen heen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over hoe mensen creatief denken, onderzoeken en ontwerpen om tot technologische oplossingen voor problemen te komen.
  • over het steeds verbeteren van bestaande gereedschappen en technologieën.
  • over het doelgerichte karakter van technologie.
  • over de rol die de mens heeft in het aansturen, kiezen en gebruiken van technologie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de directe omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een digitale thermometer, de boer een melkmachine, de leerkracht een smartboard).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken hoe zij technologie ervaren en welke behoefte zij hebben op het gebied van technologie.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale technologie in hun directe omgeving.
  • te onderzoeken of het omgaan met of ontwikkelen van technologie hen plezier geeft (te denken valt aan digitale games, apparaten in het huishouden en zelf programmeren).

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo reflecteren leerlingen op de interactie tussen technologie en wetenschap, oriënteren zich op werken in de technologie en ze vragen zich af of alle mogelijkheden van technologie ook gebruikt moeten worden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over de rol van de probleemstelling of behoefte enerzijds en creativiteit anderzijds in de ontwikkeling van technologie.
  • over de rol die oneigenlijk gebruik kan spelen bij innovatie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een MRI-scanner, de fotograaf van een foto-bewerkingsprogramma en de zoekmachine-ontwerper van kunstmatige intelligentie).
  • over de bijdrage die kennis uit de (natuur-)wetenschappen levert aan nieuwe technologie (te denken valt aan kennis over elektromagnetische golven bij het ontwikkelen van wifi).
  • over de bijdrage die technologische ontwikkelingen leveren aan de (natuur-)wetenschap (te denken valt aan de microscoop die maakt dat we nu hele kleine deeltjes kunt zien of de grote hoeveelheid data die nu beschikbaar zijn door digitale technologie).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken waarom en hoe zij technologie gebruiken.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale techniek in hun verschillende omgevingen.
  • omgaan met hoe zij technologie in hun eigen omgeving ervaren (te denken valt aan “het geeft plezier” en “het is ingewikkeld”).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.