Terug naar alle uitwerkingen van Bewegen & Sport

Bouwsteen: BS7.1/8.6 - Beweegcontexten verbinden

Algemeen

De bouwsteen Beweegcontexten verbinden verwijst naar en is de uitwerking van de volgende grote opdrachten:

  • Grote opdracht 7 - Bewegen en sport binnen en buiten de school
  • Grote opdracht 8 - Bewegen op eigen niveau

Binnen het leergebied Bewegen & Sport maken leerlingen (on)bewust kennis met een diversiteit aan beweegcontexten. Daarbij leren leerlingen kennis en vaardigheden die zij kunnen toepassen in beweegactiviteiten buiten de lessen en leren zij gaandeweg de verschillen tussen die contexten begrijpen.

Aspecten van verschillende beweegcontexten buiten de lessen bewegen en sport kunnen input leveren voor het lesprogramma. Te denken valt aan: oefenen voor het schoolvoetbaltoernooi, voorbereiden op de plaatselijke 4-mijl loop of het organiseren van een instuif voor de buurtkinderen in de gymzaal. Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding. Om een leven lang met plezier te kunnen bewegen, is het van belang dat leerlingen in verschillende beweegcontexten actief kunnen zijn. Daarom worden in de lessen bewegen en sport verbindingen gelegd met beweegcontexten buiten de school.

Een beweegcontext kan variëren op de volgende aspecten:

  • Wat - welke beweegactiviteit staat centraal, zoals voetbal of turnen.
  • Waar - in welke omgeving wordt de activiteit gedaan, zoals op een sportveld, de camping, het strand.
  • Wie - met wie wordt de activiteit gedaan, zoals alleen, in een team, met familie.
  • Waarom:
    • met welk doel is de beweegactiviteit opgezet, zoals als wedstrijd of als instuif.
    • met welke deelnamemotief doen de deelnemers mee aan de beweegactiviteit, zoals voor het plezier of de spanning.
  • De wijze waarop - is het officieel georganiseerd, ongeorganiseerd of anders georganiseerd.

Opbouw doorlopende leerlijn

Een aantal punten is kenmerkend voor de doorlopende leerlijn binnen deze bouwsteen. Ten eerste maken leerlingen niet allemaal dezelfde ontwikkeling door in hun bewegen. Ze krijgen dus niet allemaal in dezelfde mate toegang tot alle mogelijke contexten waarin bewegen plaatsvindt. Ten tweede is er sprake van een steeds groter wordende leefwereld. Leerlingen krijgen, naarmate ze ouder worden, een uitgebreidere keuze aan contexten waarbinnen ze kunnen sporten en bewegen. Op deze contexten reflecteren ze steeds bewuster, naarmate ze ouder worden. Uiteindelijk zijn ze ook steeds beter in staat om eigen keuzes te maken in de vormgeving van de beweegcontext(en) die hun voorkeur hebben.

Brede vaardigheden

Bij deze bouwsteen komt vooral kritisch denken aan de orde (manieren van denken en handelen) binnen de specifieke context van de lessen bewegen en sport. Dit aangezien in de fasering steeds meer verbinding gezocht wordt tussen verschillende bouwstenen en datgene dat buiten de lessen en buiten de school plaatsvindt.

Aspecten van deze brede vaardigheid, relevant voor het leergebied Bewegen & Sport, zijn:

  • analyseren en interpreteren van overeenkomsten en verschillen tussen beweegsituaties en daar weloverwogen keuzes in maken en naar handelen;
  • evalueren van beweegsituaties, hieruit conclusies trekken en uitleggen waarom beweegsituaties verschillende uitingen hebben.

Samenhang met andere leergebieden

In deze bouwsteen staat centraal dat menselijk handelen contextgebonden is. Dat zal binnen meerdere leergebieden aan de orde zijn, maar er is op dit punt geen samenhang met specifieke bouwstenen van andere leergebieden.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

Leerlingen zien beweegmogelijkheden in hun directe omgeving (thuis en op school) en leren bij het leergebied Bewegen & Sport vaardigheden die ze daar kunnen toepassen. Verschillende aspecten van beweegactiviteiten die in de omgeving worden gedaan, komen terug in de lessen bewegen en sport. Door de wederkerige verbinding te maken tussen beweegsituaties binnen en buiten het leergebied, ontdekken leerlingen overeenkomsten en verschillen tussen contexten van bewegen. Op die manier worden ze meer bekwaam om buiten school te bewegen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren, voornamelijk ten aanzien van de aspecten wat, waar en met wie:

  • verschillende beweegactiviteiten, op diverse plaatsen, met uiteenlopende deelnemers binnen en buiten het leergebied verkennen;
  • hoe kennis en vaardigheden uit de bouwstenen Leren bewegen, Bewegen regelen en Samen bewegen toepasbaar zijn buiten het leergebied, bijvoorbeeld op het schoolplein of het pleintje in de wijk.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

Leerlingen oriënteren zich in deze leeftijd door veel uit te proberen. Ze gaan meer naar sportverenigingen waar ze trainen en wedstrijden spelen. Ook spelen leerlingen op pleinen en veldjes (naast de spellen met eigen regels) meer activiteiten die van de sport afgeleid zijn. Daarmee verkennen ze verschillende doelen (het waarom) om beweegactiviteiten uit te voeren. Op de aspecten van de beweegcontext wordt in deze fase meer gereflecteerd: “Wat houden deze aspecten precies in?”.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren, voornamelijk ten aanzien van de aspecten wat, waar, wie en waarom:

  • steeds meer aspecten van beweegcontexten (activiteit, locatie, deelnemers, doel) binnen en buiten het leergebied verkennen en met elkaar verbinden;
  • hoe kennis en vaardigheden uit de bouwstenen Leren bewegen, Bewegen regelen en Samen bewegen toepasbaar zijn buiten het leergebied en omgekeerd, te denken valt aan het trapveldje in de buurt of de sportvereniging;
  • dat beweegactiviteiten vanuit verschillende doelen uitgevoerd kunnen worden, te denken valt aan show of wedstrijd.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In deze fase gaat een deel van de leerlingen zich verder specialiseren in een bepaalde sport. De leefwereld van leerlingen wordt groter. Daarnaast krijgen doelen en persoonlijke deelnamemotieven meer betekenis. Het gaat daarbij om eigen motieven, maar ook om motieven van anderen. Verder maken leerlingen bewust kennis met organisatieverbanden, zoals georganiseerde, ongeorganiseerde of anders georganiseerde sport. Overeenkomsten en verschillen tussen bewegen en sport in de lessen en daarbuiten worden steeds duidelijker en leerlingen leren hierop te reflecteren en bewust keuzes te maken.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren, ten aanzien van de aspecten wat, waar, wie, waarom en de wijze waarop:

  • uiteenlopende beweegcontexten binnen en buiten het leergebied verkennen, waarbij variatie is in activiteit, locatie, deelnemers en hun motieven, doel van de activiteit en organisatieverband;
  • dat kennis en vaardigheden uit de bouwstenen Leren bewegen, Bewegen regelen en Samen bewegen toepasbaar zijn en aangepast kunnen worden aan activiteiten buiten het leergebied en omgekeerd, te denken valt aan de sportvereniging of de lokale sportaccommodaties;
  • dat beweegactiviteiten vanuit verschillende doelen uitgevoerd kunnen worden, te denken valt aan show of wedstrijd;
  • dat andere deelnemers aan beweegactiviteiten hun eigen deelnamemotief hebben;
  • dat beweegactiviteiten vanuit verschillende organisatieverbanden (wijze waarop) aangeboden worden;
  • deze aspecten met elkaar te verbinden en daarin keuzes te maken.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Voor het gemeenschappelijke vak voor alle leerlingen in de bovenbouw van alle sectoren:

  • Zorg dat de leerlingen in deze fase leren dat verschillende contexten verschillend beweeggedrag mogelijk maken en vragen. Dat geldt zowel voor deelnemen in de rol van beweger als in de rol van regelaar of in andere rollen.
  • Besteed expliciet aandacht aan de overeenkomsten en verschillen die er zijn tussen beweegsituaties in verschillende contexten.

Voor het keuze-examenvak LO2 in de bovenbouw van het vmbo (GT/TL) en het keuze-examenvak BSM in de bovenbouw van havo en vwo:

  • Besteed aandacht aan verschillende manieren van begeleiden van beweegsituaties, rekening houdend met de aspecten van de context waar die beweegsituaties in  plaatsvinden of naar verwijzen. Besteed daarbij aandacht aan overeenkomsten en verschillen in aspecten van beweegcontexten in beweegsituaties en tussen de deelnemers aan deze beweegsituaties.
  • Besteed aandacht aan aspecten van passieve sportbeoefening en aan het belang van media-aandacht voor bewegen en sport.
  • Besteed aandacht aan de betekenis van technologische ontwikkelingen in verschillende contexten van bewegen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.