Terug naar alle uitwerkingen van Bewegen & Sport

Bouwsteen: BS6.1/8.5 - Samen bewegen

Algemeen

De bouwsteen Samen bewegen verwijst naar en is de uitwerking van de volgende grote opdrachten:

  • Grote opdracht 6 - Samenwerken in beweegsituaties
  • Grote opdracht 8 - Bewegen op eigen niveau

Bij het deelnemen aan beweegactiviteiten is communiceren, sociaal vaardig zijn en samenwerken van groot belang. In deze bouwsteen komen de verschillende onderdelen van de brede vaardigheid Manieren van omgaan met anderen expliciet terug. Het ontwikkelen van omgangsbekwaamheid is verweven met het proces van leren deelnemen aan beweegactiviteiten. Er is samenhang met de bouwstenen Beter leren bewegen, Bewegen regelen en Beweegcontexten verbinden.

Opbouw doorlopende leerlijn

De kennis en vaardigheden in deze bouwsteen zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk communiceren, sociaal vaardig worden en samenwerken. De doorlopende leerlijn is zichtbaar op verschillende manieren, van eenvoudig naar complex, van een homogene groep naar een heterogene groep en van gericht zijn op jezelf maar ook gericht zijn op anderen.

Brede vaardigheden

In deze bouwsteen komen de manieren van omgaan met anderen binnen de specifieke context van bewegen en sport aan bod. Manieren van omgaan met anderen is de verzamelnaam voor de brede vaardigheden communiceren, samenwerken en sociale en culturele vaardigheden. Aspecten van deze brede vaardigheden, relevant voor het leergebied Bewegen & Sport, zijn:

Communiceren in beweegsituaties:

  • communicatie gebruiken voor een breed scala aan doelen
  • storingen signaleren in de communicatie en waar nodig de aanpak bijstellen
  • feedback vragen, geven en ontvangen en open staan voor hulp

Sociaal vaardig worden in beweegsituaties:

  • eigen gevoelens en opvattingen benoemen
  • inlevingsvermogen en belangstelling tonen voor anderen
  • gedragscodes in verschillende sociale situaties herkennen
  • begrip tonen voor andere visies, uitingen en gedragingen en deze respecteren

Samenwerken in beweegsituaties:

  • anderen ondersteunen en begeleiden
  • in een groep functioneren
  • interpersoonlijke en probleemoplossende vaardigheden gebruiken om anderen te beïnvloeden en te begeleiden naar een doel
  • sterke punten van anderen benutten om een gezamenlijk doel te bereiken
  • verschillen respecteren
  • samen met anderen tot een goed resultaat komen
  • vertrouwen hebben in de eigen capaciteiten
  • samen verantwoordelijkheid dragen

Samenhang met andere leergebieden

Binnen andere leergebieden wordt (impliciet) gewerkt aan de brede vaardigheden die vallen onder manieren van omgaan met elkaar. De eigenheid van elk leergebied zorgt echter voor de specifieke aard van deze brede vaardigheden. Zo ook voor het leergebied Bewegen & Sport. De manier waarop binnen elk leergebied wordt gewerkt aan deze brede vaardigheden is complementair. Bij het leergebied Burgerschap wordt de bouwsteen Samen bewegen gezien als belangrijke praktische context om de kennis en vaardigheden van de bouwstenen Vrijheid en gelijkheid en Macht en inspraak te oefenen. Bij het leergebied Nederlands leren leerlingen in de bouwsteen Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling over het gebruik van vaktaal. Bij het leergebied Mens & Maatschappij leren de leerlingen in de bouwsteen Samenwerking en conflict over conflicten en samenwerken op allerlei schaalniveaus.

Mondiale thema's

De vaardigheden die leerlingen in deze bouwsteen leren, dragen bij aan het sociaal welbevinden. Dit is een belangrijk onderdeel van het mondiale thema Gezondheid.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase maken leerlingen kennis met samen bewegen. In het begin is het nog vaak naast elkaar, maar later ook met elkaar of tegen elkaar. Tijdens dit proces leren kinderen op welke wijze ze de emoties die tijdens het bewegen opkomen kunnen tonen. Daarnaast ervaren en leren kinderen hoe je in bewegingssituaties rekening houdt met anderen.

Kennis en vaardigheden

Communiceren in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • naar elkaar luisteren;
  • vaktaal gebruiken en begrijpen;
  • passend emoties tonen, bijvoorbeeld bij angst voor hoogte of over de kop gaan.

Sociaal vaardig worden in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • simpele gedragscodes hanteren, zoals wachten op je beurt;
  • verschillen in uiterlijke fysieke kenmerken herkennen;
  • omgaan met eigen emoties, zoals die bij winst en verlies.

Samenwerken in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • vertrouwen hebben in de eigen capaciteiten;
  • in een groep functioneren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase worden de beweegactiviteiten steeds complexer. Tegelijkertijd beginnen kinderen zich bewust te worden van hun eigen rol/gedrag en de rol/het gedrag van anderen. Leerlingen leren (on)mogelijkheden van zichzelf en anderen accepteren. Leerlingen leren in deze fase (zich) een plek te verwerven in diverse sociale groepen en verbanden.

Kennis en vaardigheden

Communiceren in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • naar elkaar luisteren en op een passende wijze reageren;
  • passend emoties tonen en herkennen bij anderen;
  • afspraken maken over enkele sport- en spelregels;
  • conflicten herkennen en met elkaar oplossen.

Sociaal vaardig worden in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • moeilijkere gedragscodes hanteren, zoals bijvoorbeeld eerlijk spelen;
  • verschillen in uiterlijke fysieke kenmerken herkennen en respecteren;
  • omgaan met emoties van jezelf en anderen en daarbij je grenzen aangeven;
  • rekening houden met de mogelijkheden van anderen;
  • omgaan met tips, kritiek of aanmoedigingen.

Samenwerken in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • vertrouwen hebben in de eigen capaciteiten;
  • in een heterogene groep functioneren;
  • eerlijk spelen;
  • hulp ontvangen en geven en vragen.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In deze fase wordt het sociale aspect van bewegen belangrijker, omdat de beweegsituaties zich steeds vaker zullen richten op met elkaar en tegen elkaar. Kinderen zijn zich steeds meer bewust van hun eigen vaardigheden/rol/motivatie en die van anderen. Verschillen worden steeds zichtbaarder en het belang om daar goed mee om te gaan, wordt groter.

Kennis en vaardigheden

Communiceren in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • naar elkaar luisteren en op een passende wijze reageren;
  • passend emoties tonen, herkennen en daar rekening mee houden;
  • afspraken maken over meerdere sport- en spelregels;
  • conflicten herkennen en met elkaar oplossen;
  • anderen overtuigen of motiveren.

Sociaal vaardig worden in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • moeilijkere gedragscodes hanteren, zoals fair play;
  • verschillen in uiterlijke fysieke kenmerken herkennen en respecteren;
  • omgaan met emoties van jezelf en anderen en daarbij je grenzen aangeven;
  • rekening houden met de mogelijkheden en onmogelijkheden van anderen;
  • een ander overtuigen of motiveren.

Samenwerken in beweegsituaties

Leerlingen leren:

  • vertrouwen op de eigen capaciteiten en die van anderen;
  • in een grotere heterogene groep kunnen functioneren;
  • eerlijk spelen en erkennen van een spelregelovertreding;
  • hulp ontvangen, geven en vragen;
  • ruimte geven en ruimte nemen in beweegsituaties;
  • een open houding ontwikkelen ten aanzien van kenmerken, uitingen en/of ideeën van anderen.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Voor het gemeenschappelijke vak voor alle leerlingen in de bovenbouw van alle sectoren:

  • In de bovenbouw gaat het om dezelfde kennis en vaardigheden als in eerdere fasen. Leg het accent op het toepassen van die kennis en vaardigheden om de activiteiten die worden gedaan soepeler te laten verlopen. Betrek daarbij mogelijke verschillen tussen mensen (sportief gedrag, omgaan met winst en verlies, deelnameniveau, deelnamemotieven, culturele achtergrond).
  • Leerlingen leren in de bovenbouw hun eigen rol in groepen en die van anderen beter te herkennen en doelgerichter in te zetten ten bate van een gemeenschappelijk doel.
  • De verschillen tussen groepen leerlingen en sectoren komen tot uiting in het doorontwikkelen van kennis en vaardigheden uit vorige fasen enerzijds en het toepassen van kennis en vaardigheden anderzijds. Dat hangt ook af van of leerlingen in een eigen vertrouwde en goed functionerende groep werken of in telkens variërende groepen.

Voor het keuze-examenvak LO2 in de bovenbouw van het vmbo (GT/TL) en het keuze-examenvak BSM in de bovenbouw van havo en vwo:

  • Maak de leerlingen nadrukkelijker verantwoordelijk voor het proces van de groep waar zij leiding aan geven. Besteed daarbij aandacht aan het herkennen van de bijdrage van anderen en jezelf aan het groepsproces.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.