Terug naar alle uitwerkingen van Bewegen & Sport

Bouwsteen: BS4.1/8.3 - Bewegen betekenis geven

Algemeen

De bouwsteen Bewegen betekenis geven verwijst naar en is de uitwerking van de volgende grote opdrachten:

  • Grote opdracht 4 - Beweegidentiteit
  • Grote opdracht 8 - Bewegen op eigen niveau

Identiteit verwijst naar dat wat een persoon definieert en onderscheidt. In de context van bewegen en sport gebruiken we de term ‘beweegidentiteit’. Beweegidentiteit is wat een persoon definieert als beweger en wat hem daarin van anderen onderscheidt.

De beweegidentiteit wordt in allerlei contexten gevormd, zoals op pleintjes, de sportvereniging, met vrienden, in competitieverband, et cetera. Beweegidentiteit wordt grotendeels onbewust gevormd door ervaringen die leerlingen opdoen. Succeservaringen hebben een positieve invloed op hoe leerlingen ten opzichte van bewegen staan. De school biedt de mogelijkheid om leerlingen kennis en vaardigheden mee te geven die hen helpen om deze identiteit bewust te vormen. De beweegidentiteit ligt niet vast, maar kan verschuiven per levensfase. Er is samenhang met alle andere bouwstenen.

De bouwsteen bestaat uit drie vaardigheden die in een cyclisch proces aan bod komen:

  • Verkennen: oriënteren op en ervaren van nieuwe en/of bekende beweegactiviteiten.
  • Reflecteren: reflecteren op beweegactiviteiten, gemaakte keuzes en beweegmotieven.
  • Kiezen: op basis van verkennen en reflecteren een keuze maken.

Leerlingen verkennen hun eigen inbreng in beweegsituaties op drie manieren, namelijk in de breedte, in de diepte en door middel van reflectieve verkenning. Een verkenning in de breedte houdt in dat leerlingen op verschillende manieren kennismaken met nieuwe leerinhouden waar zij nog weinig tot niets van afweten. De verkenning in de diepte houdt in dat leerlingen een bepaalde leerinhoud vaker uitproberen op basis van eigen keuzes en in verschillende beweegcontexten binnen en buiten het leergebied Bewegen & Sport. Wanneer leerlingen deze cycli een aantal malen hebben doorlopen, kan er een reflectieve verkenning over het geheel van beweegsituaties plaatsvinden. Leerlingen leren via deze cyclus voor welke beweegsituatie(s) zij een voorkeur hebben en wat bij hen past. Zo vormen de leerlingen bewust(er) een eigen beweegidentiteit.

Opbouw doorlopende leerlijn

De doorlopende leerlijn van deze bouwsteen zit in de toenemende complexiteit van de beweegsituatie(s) die de leerlingen verkennen, waarop zij reflecteren en waarin zij keuzes maken. In eerste instantie zal dat vooral aanbodgestuurd zijn en nog tamelijk onbewust. Naarmate zij verder in dit proces zijn, worden zij ook uitgedaagd om zich actief op te stellen in dit proces en zelf (bewuste) keuzes te maken met betrekking tot bewegen en sport, waardoor de leerlingen de cyclus steeds meer bewust zullen doorlopen.

Brede vaardigheden

Deze bouwsteen gaat over de vorming van identiteit. Aspecten uit de brede vaardigheden Oriëntatie op jezelf en Zelfregulering zijn relevant voor het leergebied Bewegen & Sport.

Oriëntatie op jezelf:

  • kiezen tussen beweegniveaus, -situaties en -motieven
  • ontdekken van eigen beweeg- en sporttalenten
  • waarderen van eigen beweeg- en sporttalenten
  • ontdekken en waarderen van eigen wensen, normen en waarden die van belang zijn als hij/zij sport en beweegt
  • inzicht krijgen in eigen beweegniveaus en -motieven
  • verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen
  • inzicht krijgen in eigen beweegdoelen, -motieven en - capaciteiten
  • een open en flexibele houding ontwikkelen ten opzichte van de sport- en beweegwereld om hen heen, mede in het kader van een leven lang leren

Zelfregulering:

  • een beweegsituatie in verband brengen met eerdere ervaringen
  • de moeilijkheidsgraad van een beweegsituatie of de kans op succes voor zichzelf inschatten
  • kiezen op welk niveau de beweeguitdaging wordt aangegaan

Samenhang met andere leergebieden

Het begrip identiteit wordt ook gebruikt in andere leergebieden. Bij het leergebied Mens & Maatschappij leren de leerlingen in de bouwsteen ‘Mensbeeld en identiteit’ over het begrip identiteit vanuit het perspectief van persoonlijke identiteit, sociale identiteit en collectieve identiteit. Bij het leergebied Burgerschap leren de leerlingen in de bouwsteen ‘identiteit’ vanuit een breder perspectief over identiteit.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

De leerlingen verkennen middels speelse vormen verschillende beweegsituaties. De leerlingen blikken vooral terug op wat zij al wel en niet kunnen en hoe zij dit ervaren. Dit bepaalt mede of de leerlingen de activiteit (nogmaals) willen doen. Dit proces speelt zich in deze fase voornamelijk onbewust af. Doordat leerlingen samen bewegen, zien zij hoe andere leerlingen bewegen en dit kan prikkelen om zelf ook iets nieuws uit te proberen.

Kennis en vaardigheden

Verkennen

Leerlingen leren:

  • oriënteren op een breed scala aan nieuwe en/of bekende beweegactiviteiten door die te ervaren.

Reflecteren

Leerlingen leren:

  • reflecteren op hun eigen niveau binnen verschillende beweegactiviteiten en –situaties en waar zij plezier aan beleven.

Kiezen

Leerlingen leren:

  • kiezen op welk niveau zij aan verschillende beweegactiviteiten willen deelnemen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase komen leerlingen nieuwe en bekende beweegsituaties tegen, met daarin een grotere diversiteit aan aspecten van beweegcontexten. Leerlingen leren daarbij reflecteren op wat het betekent als je iets wel of niet goed kunt, een beweegsituatie leuk of niet leuk vindt, hoe je daar mee om kan gaan en hoe dat de keuzes die je maakt beïnvloedt. Bij het waarderen en kiezen van een activiteit speelt niet alleen de eigen ervaring een rol, maar ook de keuze van ‘de ander’.

Kennis en vaardigheden

Verkennen

Leerlingen leren:

  • oriënteren op en ervaren van nieuwe en/of bekende beweegactiviteiten met verschillende aspecten van beweegcontexten.

Reflecteren

Leerlingen leren:

  • reflecteren op het eigen niveau en de eigen waardering voor die beweegactiviteiten, eigen gemaakte keuzes en beweegmotieven;
  • beweegkeuze(s) van anderen waarderen en respecteren.

Kiezen

Leerlingen leren:

  • kiezen tussen verschillende beweegactiviteiten, -niveaus en -motieven.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

Leerlingen proberen in deze fase antwoord te vinden op vragen over wie zij zijn, waar ze voor staan en waarvoor ze willen gaan. Zij verkennen verschillende persoonlijke beweegmotieven, zoals sporten voor de show, sporten voor de kick of om je eigen grenzen te verleggen. Er wordt steeds meer vanuit de beweegvraag van de leerlingen geredeneerd. Een individu kan meerdere motieven naast elkaar hebben en kan hierin ook snel wisselen. Leerlingen maken daar een voorlopige keuze in. Bij het waarderen van deze motieven spelen maatschappelijke normen en sociale druk (groepsnormen) een grote rol.

Kennis en vaardigheden

Verkennen

Leerlingen leren:

  • oriënteren op en ervaren van nieuwe en/of bekende beweegactiviteiten met verschillende aspecten van beweegcontexten.

Reflecteren

Leerlingen leren:

  • reflecteren op verschillen tussen beweegactiviteiten, keuzes die je daarin kunt maken en persoonlijke beweegmotieven;
  • beweegkeuze(s) van anderen vergelijken met de eigen keuzes en waarderen en respecteren.

Kiezen

Leerlingen leren:

  • kiezen tussen verschillende beweegactiviteiten, -niveaus en –motieven.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Voor het gemeenschappelijke vak voor alle leerlingen in de bovenbouw van alle sectoren:

  • Laat leerlingen in deze fase hun eigen kwaliteiten en voorkeuren meer in de diepte verkennen en laat ze nagaan wat die kwaliteiten en voorkeuren kunnen betekenen in hun eigen (toekomstige) leven. Daarbij gaat het nadrukkelijker dan eerder ook over verschillen tussen aspecten van beweegcontexten en motieven voor deelname.
  • Betrek daarin de verschillen tussen mensen op dit thema (sportief gedrag, omgaan met winst en verlies, deelname-niveau, deelnamemotieven, culturele achtergrond) en de manier om daar zo goed mogelijk mee om te gaan.

Voor het keuze-examenvak LO2 in de bovenbouw van het vmbo (GT/TL) en het keuze-examenvak BSM in de bovenbouw van havo en vwo:

  • De leerlingen in BSM en LO2 verdiepen zich in de vraag wat deelnemen aan bewegen voor anderen kan betekenen en welke rol bewegen en sport speelt in de actuele samenleving.
  • Besteed aandacht aan het maken van een onderbouwde keuze voor een vervolgopleiding of een rol in het werkveld van bewegen en sport.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.