Terug naar alle uitwerkingen van Nederlands

Bouwsteen: NL4.1 - Experimenteren met taal en vormen van taal

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po leren de leerlingen experimenteren met taal en vormen van taal om op een creatieve wijze uiting te geven aan eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Dat doen ze eerst mondeling en visueel, en later ook schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, bespreken, beluisteren en gebruiken zelf eenvoudige vormaspecten, zoals rijm, eenvoudige beeldspraak, lettertype en vormgeving. Leerlingen maken kennis en experimenteren met een aantal artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals vormvaste gedichten en sprookjes.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • vragen te stellen bij het kijken en luisteren naar en later het lezen van ideeën en ervaringen van anderen, waaronder 'Wat zie of hoor ik?' en 'Wat vind ik ervan?';
  • te spelen met eenvoudige talige en visuele middelen en taalnormen, bijvoorbeeld woordvolgorde, woord- en zinsbouw en tekstopbouw, en worden zich bewust van (mogelijke) effecten;
  • kennis van eenvoudige procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze experimenteren met taal en vormen van taal om op een creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens en delen dit met anderen. Dat doen ze zowel mondeling, visueel als schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, beluisteren, bespreken, analyseren en gebruiken zelf vormaspecten, waaronder vormgeving, spreekwoorden, beeldspraak en grammatica (bijvoorbeeld experimenteren met werkwoordstijden of bijvoeglijke naamwoorden). Ook maken ze kennis en oefenen ze met artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals slogans, toneelteksten en vormvrije gedichten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen en gezamenlijke ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • gekozen talige, visuele en retorische middelen te analyseren en in interactie na te gaan wat (mogelijke) effecten ervan zijn in een bepaalde context, zoals mooi/lelijk, interessant/saai, duidelijk/onduidelijk, grammaticaal/ongrammaticaal, beleefd/onbeleefd;
  • te experimenteren met eenvoudige talige, visuele en retorische middelen en taalnormen binnen gestelde kaders, zoals een bepaald thema, genre of een maximaal aantal woorden;
  • kennis van verschillende procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren;
  • samen te reflecteren op eigen en andermans creatieve proces en taalproduct; 
  • hun eigen voorkeuren te ontdekken om ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze experimenteren met taal en vormen van taal om op creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens en delen dit met anderen. Dat doen ze zowel mondeling, visueel als schriftelijk vanuit fantasie en nieuwsgierigheid. Ze bekijken, beluisteren, bespreken, analyseren en gebruiken zelf verschillende vormaspecten, waaronder vormgeving, spreekwoorden, beeldspraak, stijlfiguren, grammatica en tekstopbouw. Ook maken ze kennis en experimenteren ze met artistieke, literaire en zakelijke teksten, zoals spotprenten, columns, mythen, cabaretteksten en dagboekfragmenten.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen en gezamenlijke ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens uiten en delen met anderen, waarin taal en vormen van taal al dan niet gecombineerd worden met beeld, geluid, klank of beweging;
  • gekozen talige, visuele en retorische middelen analyseren en in interactie na te gaan wat (mogelijke) effecten ervan zijn in een bepaalde context, zoals duidelijk/onduidelijk, grammaticaal/ ongrammaticaal, formeel/informeel, objectief/subjectief;
  • experimenteren met eenvoudige en meer complexe talige, visuele en retorische middelen en taalnormen bewust te doorbreken binnen gestelde kaders, zoals een bepaald thema, genre of een maximaal aantal woorden;
  • kennis van verschillende procestechnieken te gebruiken om het creatieve proces te ondersteunen, waaronder imiteren, associëren, brainstormen, improviseren en exploreren, en deze toelichten;
  • samen reflecteren op eigen en andermans creatieve proces en taalproduct en daarbij na te gaan welke aspecten creatief zijn en waarom;
  • hun eigen voorkeuren ontwikkelen en toe te lichten om ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens te uiten.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Leerlingen komen in aanraking met een breed aanbod aan vormen van taal en rijke artistieke, literaire en zakelijke teksten bij het leergebied Nederlands en de andere leergebieden. Ze experimenteren zelf met taal, vormen van taal en genres. Hierdoor bouwen leerlingen hun repertoire van kennis en vaardigheden verder uit, wat het creatieve proces stimuleert en bijdraagt aan het zelfvertrouwen, taal- en literaire competentie. 

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) het experimenteren met taal en vormen van taal een belangrijk onderdeel vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. Het vergroot het talige en literaire repertoire van leerlingen en draagt bij aan hun taalbewustzijn en literaire competentie. Beide zijn belangrijk voor de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen en op een leven lang taalleren. In de bovenbouw vo ligt daarbij meer accent op analyse en reflectie.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met de leergebieden Engels/MVT en Kunst & Cultuur als het gaat om expressie en creativiteit, zodat leergebiedoverstijgende aanpakken kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Experimenteren met taal en vormen van taal' ook als inhoud uit, zodat het een onderwerp van onderzoek is.
    • Doe dat in het vmbo en praktijkonderwijs zodanig dat de onderwerpen en thema's voor leerlingen aansluiten bij hun eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden. Te denken valt aan thema's, zoals:
      • de kracht van taal: framing
      • taal en macht: het effect van taal op de ontvanger

Indien relevant, kunnen de onderwerpen en thema's een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.

    • Laat op de havo en het vwo leerlingen onderzoek doen naar een of meerdere aspecten en vormen van taal waarop creatief gevarieerd kan worden. Te denken valt aan thema's als:
      • taalnormen: humor en het doorbreken van taalnormen
      • oordeelsvorming: taalfouten en imago

Ook op de havo en het vwo is het belangrijk dat de onderwerpen en thema's aansluiten bij eigen ervaringen en leefomgeving, actuele gebeurtenissen en maatschappelijke kwesties in heden en verleden.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.