Terug naar alle uitwerkingen van Nederlands

Bouwsteen: NL3.1 - Meertaligheid en cultuurbewustzijn

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po worden leerlingen zich spelenderwijs en in interactie bewust van de talen en taalvariëteiten die in hun eigen omgeving worden gebruikt: in de familie, met vriendjes of in de klas. Ze worden nieuwsgierig naar de talen en talige culturele uitingen om zich heen en ze ontdekken de waarde hiervan door te experimenteren en te imiteren. Ze werken aan hun zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich ervan bewust worden dat mensen meerdere talen en taalvariëteiten kunnen beheersen (meertalig repertoire);
  • een open en nieuwsgierige houding te ontwikkelen ten aanzien van verschillende talen, taalvariëteiten en culturen in hun directe vertrouwde omgeving;
  • vertrouwd te raken met verschillende talen en/of taalvariëteiten. Te denken valt aan het (na)zingen van verjaardagsliedjes in verschillende (eigen) talen en/of taalvariëteiten;
  • overeenkomsten en verschillen in vorm en betekenis te ontdekken tussen het Standaardnederlands, andere talen en taalvariëteiten. Te denken valt aan de betekenis van het woord pink in het Nederlands en in het Engels;
  • overeenkomsten en verschillen tussen talige uitingen uit verschillende (sub)culturen op te merken. Te denken valt aan de manier van groeten;
  • dat talen en taalvariëteiten onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po vergroten leerlingen hun taal- en cultuurbewustzijn. Dit doen ze door in gesprek te gaan over het Standaardnederlands, andere talen en taalvariëteiten en ze te vergelijken. Ook worden ze zich bewust van diverse talige culturele uitingen in de Nederlandse samenleving en gaan er gezamenlijk mee aan de slag. Ze versterken hun beheersing van het Standaardnederlands, hun meertalige competentie, zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich ervan bewust worden dat mensen meerdere talen en taalvariëteiten kunnen beheersen (meertalig repertoire);
  • een open, nieuwsgierige en respectvolle houding te ontwikkelen ten aanzien van verschillende talen, taalvariëteiten en culturen in hun omgeving;
  • zich bewust worden van het belang om via een gemeenschappelijke taal, het Standaardnederlands, te communiceren;
  • overeenkomsten en verschillen in vorm en betekenis te onderscheiden tussen het Standaardnederlands, andere talen en taalvariëteiten. Te denken valt aan de uitspraak van getallen in verschillende talen en taalvariëteiten;
  • zich ervan bewust worden dat andere talen en taalvariëteiten het Standaardnederlands beïnvloeden en vice versa (taalverandering). Te denken valt aan leenwoorden;
  • zich ervan bewust worden dat talen, taalvariëteiten en talige culturele uitingen verschillend gewaardeerd worden, afhankelijk van het publiek en de context (taalstatus). Te denken valt aan de positie van het Engels in Nederland en het Fries in Nederland;
  • zich ervan bewust worden hoe cultuur en tradities zich kunnen uiten in taalkeuzes, -patronen en -conventies in het Standaardnederlands in vergelijking met andere talen en taalvariëteiten. Te denken valt aan sinterklaasgedichten, beleefdheidsvormen en gezegden zoals 'zo plat als een pannenkoek';
  • dat talen en taalvariëteiten onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo versterken leerlingen hun taal- en cultuurbewustzijn. Ze ontdekken de waarde die de samenleving toekent aan het Standaardnederlands, andere talen en taalvariëteiten in hun culturele context. Ze gaan daarover met elkaar in gesprek. Ze ervaren en worden zich ervan bewust dat taal en cultuur bepalen hoe je tegen de wereld aankijkt en hoe je aan de samenleving deelneemt. Ze versterken hun beheersing van het Standaardnederlands, hun meertalige competentie, zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich ervan bewust worden dat mensen meerdere talen en taalvariëteiten kunnen beheersen (meertalig repertoire);
  • een open, nieuwsgierige en respectvolle houding verder te ontwikkelen ten aanzien van verschillende talen, taalvariëteiten en culturen;
  • zich bewust worden van het belang om via een gemeenschappelijke taal, het Standaardnederlands, met gemeenschappelijke taalnormen te communiceren;
  • overeenkomsten en verschillen in vorm en betekenis te onderscheiden tussen het Standaardnederlands, andere talen en taalvariëteiten. Te denken valt aan het gebruik van dubbele ontkenningen in dialecten in vergelijking met het Standaardnederlands;
  • te analyseren en verklaren dat andere talen en taalvariëteiten het Standaardnederlands beïnvloeden en vice versa (taalverandering). Te denken valt aan de invloed van een straattaal op het Standaardnederlands;
  • te analyseren en verklaren dat talen, taalvariëteiten en talige culturele uitingen verschillend gewaardeerd worden, afhankelijk van het publiek en de context (taalstatus). Te denken valt aan het Nederlands op Curaçao en het Nederlands in voormalig Nederlands-Indië;
  • te analyseren en verklaren hoe cultuur en tradities zich kunnen uiten in taalkeuzes, -patronen en -conventies in het Standaardnederlands in vergelijking met andere talen en taalvariëteiten. Te denken valt aan het gebruik van 'small talk' in een formele of informele taalgebruikssituatie;
  • dat talen en taalvariëteiten onderdeel zijn van hun (online) identiteit en cultuur en die van anderen en dat ze talen en taalvariëteiten kunnen inzetten om hun eigen (online) identiteit vorm te geven.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo vergroten leerlingen hun taal- en cultuurbewustzijn. Ze gaan met elkaar in gesprek over de wijze waarop er gedacht wordt over het Standaardnederlands, andere talen en over taalvariëteiten, zowel vanuit de samenleving als vanuit cultuurhistorisch perspectief. Ze worden zich bewust van stereotyperingen en vooroordelen en leren welke opvattingen, waarden en attitudes daaraan ten grondslag liggen. Die vergelijken ze met hun eigen opvattingen daarover. Ze versterken hun beheersing van het Standaardnederlands, hun meertalige competentie, zelfvertrouwen, spreek- en schrijfdurf.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat leerlingen in alle onderwijssectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) hun open, nieuwsgierige en respectvolle houding blijven behouden en ontwikkelen ten aanzien van talen en taalvariëteiten in hun culturele context. Deze houding is belangrijk voor een leven lang taalleren, voor het functioneren in een meertalige en pluriforme samenleving en voor het vergroten van taal- en cultuurbewustzijn.
    • Leer leerlingen vooroordelen opmerken en daarbij kritische vragen te stellen.
    • Werk aan bewustwording dat verschillen tussen talen en taalvariëteiten niet mogen leiden tot superioriteit van de ene taal of taalvariëteit ten opzichte van de andere.
  • Blijf leerlingen stimuleren hun meertalige repertoire in te zetten en verder te ontwikkelen.
  • Stimuleer en zorg ervoor dat leerlingen in aanraking (blijven) komen met verschillende (sub)culturen en culturele tradities die zich uiten in taalkeuzes, -patronen en -conventies in het Standaardnederlands. Ze leren zich bewust worden waarom dat zo is en welke opvattingen, waarden en attitudes dat weerspiegelt. Hier ligt de afstemming met (wereld)literatuur voor de hand. Via literatuur kunnen leerlingen kennismaken met en zich inleven in andermans werelden, culturen en identiteiten en hierover met elkaar in gesprek gaan.
  • Stimuleer en zorg ervoor dat leerlingen tijdens stages, werkbezoeken, uitwisselingen, etc. in aanraking (blijven) komen met mensen met allerlei verschillende talige en culturele achtergronden. Dit is belangrijk in het kader van diversiteit en gemeenschappelijkheid (zie ook bouwsteen 5.1 van Burgerschap).
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw afgestemd wordt met de leergebieden Engels/MVT en Burgerschap. Alleen hierdoor kan een leergebiedoverstijgende aanpak kans van slagen hebben.
    • Versterk de talige en (inter)culturele competenties en oordeelsvorming en maak de relatie met (wereld)burgerschap expliciet. Dit kan door gezamenlijk te werken aan meertaligheid, talige en culturele diversiteit en gezamenlijkheid.
    • Onderzoek in hoeverre er op het thema meertaligheid en cultuurbewustzijn gezamenlijke eindtermen ontwikkeld kunnen worden.
    • Verdiep de kennis over de vorm en betekenis waarin talen en taalvariëteiten van elkaar verschillen en met elkaar overeenkomen. Kennis en inzicht op het gebied van klank, toon, woordenschat, zinsbouw en tekstopbouw vormen de basis voor een groter taalbewustzijn.
  • Werk de bouwsteen 'Meertaligheid en cultuurbewustzijn' ook als vakinhoud uit in zowel vmbo, havo als vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Voorbeelden van vakinhouden zijn:
    • meertaligheid en taalvariatie
    • taal en identiteit
    • taalstatus
    • taalverandering

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen, indien relevant, de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages. Te denken valt aan de talen die belangrijk zijn voor de Nederlandse economie en voor internationalisering en globalisering.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.