Terug naar alle uitwerkingen van Nederlands

Bouwsteen: NL2.1 - Taalbewustzijn en taalleervaardigheden

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po ontdekken en ervaren leerlingen in (rollen)spel, groepjes en kring dat er een relatie is tussen vorm en betekenis van taal. Daarnaast ontwikkelen ze hun fonologisch en fonemisch bewustzijn. Ze leren lezen en schrijven en met plezier taal te gebruiken en ontwikkelen hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden door te observeren, te imiteren, (samen) te associëren, te oefenen en te experimenteren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich ervan bewust worden dat er een relatie is tussen vorm en betekenis van taal en dat deze relatie afhankelijk is van de context. Te denken valt aan het herkennen van een sprookje met vaste vormkenmerken zoals ‘Er was eens …’ en ‘… en ze leefden nog lang en gelukkig’, en aan het verzachten van een boodschap door een verkleinwoordje te gebruiken;
  • zich ervan bewust worden dat de keuzes die ze maken in woorden, gebaren en toon samenhangen met het beeld dat ze van zichzelf neerzetten bij anderen;
  • de betekenis en de gebruiksmogelijkheden van schrift te ontdekken;
  • vertrouwd te raken met functionele vaktaal om over taal, taalgebruik en literatuur te communiceren;
  • zich te oriënteren op het doel en de aanpak en terug te kijken op het doel en het effect van hun taalgebruik;
  • spreek- en schrijfdurf te ontwikkelen bij het communiceren in het Standaardnederlands.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Leerlingen leren met plezier taal te gebruiken en ontwikkelen hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden door te observeren, te imiteren, (samen) te associëren, te oefenen, te experimenteren, te discussiëren en door vragen te stellen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich bewust worden van de relatie tussen vorm en betekenis van taal in een bepaalde context. Te denken valt aan de wijze waarop een vlogger door woordkeuze en -vorm, zinsbouw en vormgeving jonge kijkers weet te amuseren en humor laat zien;
  • zich bewust worden hoe keuzes in woorden, grammatica (woord- en zinsbouw), genres, gebaren, toon en vormgeving samenhangen met het beeld dat ze van zichzelf neerzetten bij anderen. Te denken valt aan het gebruik van straattaalwoorden of aan iets vertellen in verhaalvorm;
  • zich bewust worden van het belang en de gebruiksmogelijkheden van het schrift en van tekstconventies in hun mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale communicatie;
  • de betekenis en de gebruiksmogelijkheden van schrift te ontdekken.
  • functionele vaktaal steeds passender te gebruiken om over taal, taalgebruik en literatuur te communiceren en ze breiden hun vaktaal uit;
  • tijdens het oriënteren op, uitvoeren van en reflecteren op talige activiteiten hun voorkeuren voor effectieve aanpakken en strategieën te kennen en deze in te zetten om hun taalleerdoelen te bereiken. Te denken valt aan het bewustzijn van de mogelijkheden die een woordenboek biedt;
  • hulp en feedback op hun taalgebruik en aanpak te vragen en te gebruiken om zo hun taalleerdoelen (alsnog) te behalen;
  • vanuit taalleerdoelen eenvoudige feedback te geven op het taalgebruik van anderen;
  • hun spreek- en schrijfdurf verder te ontwikkelen, ook bij complexere taalgebruikssituaties in het Standaardnederlands.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Leerlingen leren met plezier taal te gebruiken en ontwikkelen hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden door te observeren, te imiteren, te oefenen, te experimenteren, te vergelijken, te analyseren, te discussiëren en te reflecteren.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • zich bewust worden van de relatie tussen vorm en betekenis van taal in verschillende contexten. Te denken valt aan het gebruik van versterkende woorden en het variëren in werkwoordstijden in verhalende teksten in verschillende media;
  • zich bewust worden hoe keuzes in woorden, grammatica (woordvormen en zinsbouw), genres, gebaren, toon en vormgeving samenhangen met het beeld dat ze van zichzelf neerzetten bij anderen in verschillende, ook meer formele contexten. Te denken valt aan het gebruik van een formelere woordkeuze om jezelf te presenteren in een meer formele situatie;
  • zich bewust worden van het belang en de gebruiksmogelijkheden van het schrift en van het zorgvuldig toepassen van tekstconventies passend bij doel, publiek en taalgebruikssituatie in hun mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale communicatie;
  • functionele vaktaal steeds passender te gebruiken om over taal, taalgebruik en literatuur te communiceren en breiden hun vaktaal uit;
  • tijdens het oriënteren op, uitvoeren van en reflecteren op talige activiteiten hun voorkeuren voor een effectieve aanpak en strategieën te kennen en deze tijdig in te zetten om hun taalleerdoelen te bereiken. Te denken valt aan bewust worden van de mogelijkheden die een spellingscontrole of een website met taaladviezen biedt;
  • hulp en feedback op hun taalgebruik en aanpak te vragen, op waarde te schatten en te gebruiken om zo hun taalleerdoelen (alsnog) te behalen;
  • vanuit taalleerdoelen en bij de context passende succescriteria relevante feedback te geven op taalgebruik en aanpakken van anderen;
  • hun spreek- en schrijfdurf verder te ontwikkelen, ook bij complexere taalgebruikssituaties in het Standaardnederlands.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze leren met plezier taal gebruiken en blijven hun taalbewustzijn verder ontwikkelen in verschillende taalgebruikssituaties. Ze bereiken een zekere mate van zelfredzaamheid in het ontwikkelen van hun taalleervaardigheden, die ze kunnen toepassen in steeds meer verschillende taalgebruikssituaties. Zo werken ze verder aan hun eigen taalontwikkeling en een leven lang taal leren.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat leerlingen in alle onderwijssectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden blijven ontwikkelen en blijven werken aan hun taalplezier en taaldurf. Dit is ook in de bovenbouw een belangrijk aspect, juist omdat de leerlingen in meer verschillende, formele, onbekende taalgebruikssituaties moeten kunnen communiceren.
  • Zorg ervoor dat leerlingen in alle onderwijssectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) in aanraking blijven komen met steeds meer verschillende taalgebruikssituaties, zodat ze steeds passender hun opgedane kennis en vaardigheden kunnen inzetten, deze uitbreiden en zich realiseren dat taalleren een levenslang proces is.
  • Leg in alle schoolsectoren meer het accent op oriëntatie op, analyse van en reflectie op de eigen aanpak, het eigen taalleerproces en het taalgebruik in verschillende taalgebruikssituaties.
    • Laat leerlingen oefenen met het zelf stellen van realistische taalleerdoelen en het monitoren en evalueren ervan.
    • Laat leerlingen oefenen in het geven, onderbouwen, evalueren en passend verwerken van relevante feedback op aanpak en prestaties.
    • Laat leerlingen oefenen met het verwoorden van hoe hun aanpak, prestaties en opgedane leerervaringen van invloed zijn op hun aanpak in toekomstige taalgebruikssituaties.
    • Laat leerlingen oefenen met het passend en effectief inzetten van strategieën en aanpakken, waaronder het steeds meer zelfstandig raadplegen van verschillende taalbronnen en deze tegen elkaar afwegen. Te denken valt aan woordenboeken, taaladviezen en automatische spellingcontrole.
  • Zorg ervoor dat in alle onderwijssectoren nauw wordt afgestemd met het leergebied Engels/MVT, waar ook gewerkt wordt aan taalbewustzijn, taalleervaardigheden en waar leerlingen een vaktaal leren om over taal, taalgebruik en literatuur te communiceren. Alleen hierdoor kunnen leergebiedoverstijgende aanpakken, met name tussen talen, kans van slagen hebben.
  • Werk de bouwsteen 'Taalbewustzijn en taalleervaardigheden' ook als vakinhoud uit in zowel vmbo, havo als vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek kan zijn voor leerlingen. Voorbeelden van vakinhouden zijn:
    • taal en macht
    • taal en identiteit
    • (kinder)taalverwerving
    • taalverandering
    • taal en hersenen

De onderwerpen passen bij en zijn afgestemd op de eigenheid van de schoolsector. Voor vmbo en praktijkonderwijs kunnen de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages, en bij havo/vwo bij de profielen en gekozen talen.

 

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.