Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Maatschappij

Bouwsteen: MM08.4 - Ongelijkheid

Ongelijkheid bestaat in alle samenlevingen, in heden en verleden. Maar de mate van ongelijkheid tussen en binnen samenlevingen, landen en gebieden verschilt. Ongelijkheid wordt bepaald door de verdeling van middelen zoals kennis, kapitaal, gezondheidszorg, grondstoffen, onderwijs en arbeid.

Inhoud

In de samenleving zijn verschillen in ongelijkheid onderwerp van het politieke en maatschappelijke debat. Wat zijn de natuurlijke en sociale omstandigheden waaronder ongelijkheid ontstaat? Welke mate van ongelijkheid is rechtvaardig? Welke ideeën zijn er om met ongelijkheid om te gaan? Alle keuzes over de economische, sociale, culturele en politieke inrichting van de samenleving hebben gevolgen voor de verdeling van en toegang tot arbeid, inkomen, vermogen, kennis, machtsmiddelen en zorg.

Binnen het leergebied Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe ongelijke verdeling van middelen, gevolgen heeft voor mensen en maatschappijen. Leerlingen leren dat ongelijkheid een relatief begrip is, dat de betekenis cultureel is bepaald en verschilt in tijd en plaats. Ongelijkheid is veranderlijk en veranderbaar. Het leergebied biedt leerlingen economische, sociologische en psychologische, politieke en culturele concepten om ongelijkheid te bestuderen.

De leerlingen leren op welke manier zij invloed hebben op ongelijkheid, hetzij binnen hun eigen leefwereld of de leefwereld van anderen. Ze leren te nuanceren, een standpunt in te nemen en te handelen binnen de mogelijkheden die er zijn.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat mensen over verschillende middelen beschikken en (mede daardoor) een verschillende positie in de samenleving hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er verschillen tussen mensen zijn als het gaat om werk, bezit en woonomstandigheden;
  • dat dit op andere plaatsen en vroeger anders kan zijn (geweest).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de ongelijke verdeling van middelen als macht, bezit en status; en dat dit kan verschillen van tijd en plaats. Ze leren ook of ze deze verdeling rechtvaardig vinden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de verschillen die er bestaan tussen mensen als het gaat om de verdeling van macht, bezit en status en dat dit leidt tot ongelijkheid;
  • dat ongelijkheid tussen mensen verschilt in plaats en tijd en dat de  mate van ongelijkheid kan veranderen;
  • over waarden en idealen met betrekking tot gelijkheid en rechtvaardigheid;
  • dat op verschillende plaatsen en in andere tijden anders gedacht wordt en werd over ongelijkheid en de vraag of die rechtvaardig is.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over de verdeling van macht, bezit en status binnen samenlevingen in verschillende tijden en op verschillende plaatsen; de oorzaken en of deze verdeling wel of niet rechtvaardig is.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de verdeling van macht, bezit en status in de Nederlandse en mondiale samenleving;
  • hoe ongelijkheid door economische, sociale, culturele en politieke factoren ontstaat en in stand wordt gehouden;
  • over de geschiedenis van ongelijkheid in de Nederlandse cultuur en samenleving en in die van andere culturen en samenlevingen;
  • hoe de ongelijkheid in de Nederlandse samenleving en mondiale verhoudingen vanuit verschillende (politieke) idealen en mensbeelden als (on)rechtvaardig wordt beschouwd.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.