Bouwstenen

Titel van de bouwsteen Primair onderwijs Onderbouw VO Bovenbouw VO

Kunst- en cultuurhistorische contexten

KC5.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Kunst- en cultuurhistorische contexten hangt samen met:

  • Nederlands 3.1 Meertaligheid en cultuurbewustzijn. Leerlingen ontwikkelen hun cultuurbewustzijn door te leren over kunst, cultuur en cultuurgeschiedenis.
  • Nederlands 7.1 Leesmotivatie en literaire competentie. Leerlingen leren literaire teksten in een in een cultuurhistorische context plaatsen.
  • Burgerschap GO 5.1 Diversiteit. Leerlingen onderzoeken en bevragen in de diverse samenleving sociale en culturele identiteiten en levensbeschouwelijke stromingen, waarden en overtuigingen. Dit sluit aan bij leren over kunst- en cultuurhistorische contexten en erfgoed.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen leren bij het onderzoek van vraagstukken over solidariteit ook kunst- en cultuurhistorische contexten, waaronder erfgoed, te bestuderen.
  • Mens & Maatschappij 2.1 Tijd en chronologie. Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader, bestaande uit tijdsindelingen en oriëntatiekennis en kunnen dit toepassen bij het leren over kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.1 Mensbeeld en identiteit. Leerlingen leren dat identiteiten en beeldvorming daarover (door tijd en plaats) kunnen veranderen binnen kunsthistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering, dat past bij leren over kunst – en cultuurhistorische contexten.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis geven aan de verbeelding van de werkelijkheid, wanneer zij leren over kunsthistorische contexten.

Leerlingen leren eenvoudige vragen stellen over kunst- en cultuurhistorische onderwerpen. Ze maken kennis met erfgoed en onderzoeken genres, stijlen en stromingen vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met verschillende vormen van kunst en cultuur vanuit de hele wereld en door de tijden heen. Ze kijken en luisteren naar verschillende genres, stijlen en stromingen in de kunsten en komen in aanraking met (im)materieel erfgoed. Ze krijgen een eerste beeld van de kunst- en cultuurhistorische context. In het gesprek dat leerlingen met elkaar hebben leren leerlingen woorden te geven aan wat ze zien en horen en ontdekken dat er verschillende opvattingen (mogen) zijn.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat er wereldwijd en van alle tijden meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan;
  • een nieuwsgierige houding ontwikkelen ten aanzien van materiële en immateriële sporen uit het verleden;
  • met eenvoudige vaktaal praten over verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • dat je op een verschillende manier kunt kijken naar uitingen van kunst en cultuur;
  • dat uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun ervaringen met kunst en cultuur. Leerlingen maken door de tijden heen en in de volle breedte kennis met genres, stijlen en stromingen. Door te kijken en luisteren naar en te leren van en over (im)materiële vormen van kunst en cultuur ontwikkelen leerlingen cultuurhistorisch besef. Leerlingen ervaren en benoemen de mogelijke impact en zeggingskracht van verschillende kunstuitingen. Ze worden zich bewust van hun eigen kijk hierop en ontdekken dat anderen hier anders over denken. Ze ontdekken wat waardevol is gevonden om te bewaren en verkennen wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Ze ontdekken dat opvattingen kunnen verschillen en dat bijvoorbeeld de waardering voor kunst en cultuur en de makers door de tijd heen kan veranderen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende vormen van kunst en cultuur;
  • over tijd en plaats van kunst;
  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines en variërend in tijd en plaats;
  • ontdekken dat kunst en cultuur tijd- en plaatsgebonden is;
  • wie bepaalt wat cultureel erfgoed is en wie en wat bepalen wat we cultuurhistorisch waardevol vinden (en hoe/waardoor dit oordeel kan veranderen);
  • materiële en immateriële sporen uit het verleden plaatsen in de culturele context;
  • praten over het bewaren van uitingen van kunst en cultuur en hierover een eigen mening vormen;
  • dat uitingen van kunst en cultuur verschillend geïnterpreteerd en gewaardeerd worden;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuuronderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

Leerlingen leren kunst- en cultuurhistorische contexten bevragen, onderzoeken en begrijpen. Ze onderzoeken erfgoed en analyseren genres, stijlen en stromingen in en vanuit verschillende disciplines.

KC5.1 - Kunst- en cultuurhistorische contexten - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden. Leerlingen leren uitingen van kunst en cultuur waarnemen en vanuit verschillende perspectieven interpreteren en waarderen. Ze ontdekken en begrijpen wat waardevol is gevonden om te bewaren en beargumenteren wat vanuit het heden waarde heeft om ook voor toekomstige generaties te bewaren. Leerlingen ontwikkelen kunst- en cultuurhistorisch besef en leren betekenis te geven aan uitingen van kunst en cultuur. Ze worden zich bewust van het eigen perspectief bij het ervaren van kunst en cultuur, leren daar een mening over te vormen en ontdekken dat opvattingen daarover kunnen verschillen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er wereldwijd meerdere vormen en uitingen van kunst en cultuur bestaan, te denken valt aan stromingen, genres en stijlen, gespreid over disciplines, vanuit een mondiaal perspectief en variërend in tijd en plaats;
  • over zeggingskracht van kunst en cultuur in de context van tijd en plaats;
  • vanuit tijd (tijdgeest, genres, stijlen en stromingen) en plaats (lokaal, nationaal en mondiaal), betekenis geven aan uitingen van kunst en cultuur, te denken valt aan diverse concepten, vormen en uitvoeringspraktijken;
  • een eigen mening geven over de vorm en inhoud van uitingen van kunst en cultuur en hierbij vaktaal gebruiken;
  • begrijpen wat er vanuit een cultuurhistorische perspectief bewaard is of geredeneerd vanuit het heden bewaard zou moeten worden en daar een onderbouwde mening over vormen;
  • dat kunst en uitingen van kunst en cultuur onderdeel zijn van hun identiteit en cultuur.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Functies van kunst

KC6.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC6.1 - Functies van kunst

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Functies van kunst hangt samen met:

  • Mens & Maatschappij 6.1 Mensbeeld en identiteit. Leerlingen leren dat identiteiten en beeldvorming daarover (door tijd en plaats) kunnen veranderen binnen de context van de functie van kunst.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering, dat past bij leren over functies van kunst.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis te geven aan de verbeelding van de werkelijkheid, wanneer zij leren over de functies van kunst.

Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven naar kunst te kijken en luisteren en daar eenvoudige vragen over te stellen. Ze maken kennis met enkele functies van kunst en leren deze waarderen.

KC6.1 - Functies van kunst - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van po maken leerlingen kennis met verschillende functies van artistieke uitingen. Ze leren te kijken en luisteren en eenvoudige vragen te stellen bij wat ze zien of horen. Leerlingen kunnen vertellen wat hen raakt, ontroert of boeit en ontwikkelen voorkeuren. Ze ontdekken wat kunst en cultuur kunnen betekenen en ontdekken dat hierover verschillende meningen naast elkaar bestaan.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat artistieke en culturele uitingen verschillende functies kunnen hebben;
  • kennismaken met verschillende functies van artistieke en culturele uitingen, te denken valt aan expressieve, rituele of symbolische functie;
  • eenvoudige vragen stellen over de verschillende functies van artistieke en culturele uitingen;
  • verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • een eigen mening geven over de betekenis van uitingen van kunst en cultuur en luisteren naar meningen van anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van po verbreden leerlingen hun kennis over de functies van artistieke uitingen. Ze worden zich bewust van de functies en ontdekken wat makers willen laten zien of horen.

Door het gesprek met elkaar komen leerlingen samen tot nieuwe inzichten. Ze leren over de vorm, de vormgeving of de voorstelling waarmee makers hun ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën  uitdrukken. Ze kunnen vertellen wat hen raakt, ontroert of boeit van kunst en cultuur, leren hierover een mening te vormen en ontwikkelen voorkeuren. Leerlingen komen door kunst en cultuur in contact met verschillende manieren en uitingsvormen om naar de wereld te kijken. Ze ontdekken dat meningen over kunst en cultuur variëren en leren zich hiertoe te verhouden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • vertrouwd raken met verschillende functies van kunst;
  • kennis maken met verschillende functies van kunst en cultuur te denken valt aan de expressieve, rituele, (cultuur)historische, symbolische, economische of esthetische functie;
  • vragen stellen over de verschillende functies van artistieke en culturele uitingen;
  • de bedoeling van de maker(s) vergelijken met de eigen mening over het (kunst) werk of de voorstelling;
  • betekenisvolle verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • met gebruik van eenvoudige vaktaal een mening geven over de functies of betekenis van artistieke en culturele uitingen en luisteren naar meningen van anderen.

Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven kunst te onderzoeken en bevragen. Ze leren een onderbouwde mening te geven over de betekenis en functie van kunst en daarbij vaktaal gebruiken.

KC6.1 - Functies van kunst - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van vo verdiepen leerlingen hun kennis over de verschillende functies van artistieke uitingen. Leerlingen leren vanuit een mondiaal perspectief om samen te kijken naar (bewegende) beelden of te luisteren naar muziek. Door functies en doelen van artistieke uitingen en cultuur (filosofisch) te bevragen, analyseren en bespreken krijgen leerlingen inzicht in de betekenis van kunst.  Ze leren hun eigen oordelen (tijdelijk) op te schorten en zijn nieuwsgierig naar de meningen en opvattingen van anderen. Ze worden gestimuleerd om andere posities in te nemen en zich te verplaatsen in andere zienswijzen. Leerlingen leren zo hun eigen mening of oordeel vormen, herzien, nuanceren en onderbouwen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verschillende functies van uitingen van kunst en cultuur (filosofisch) bevragen vanuit verschillende perspectieven, te denken valt aan de expressieve, rituele, symbolische of esthetische, economische en ethische functie;
  • de betekenis en functie van artistieke en culturele uitingen onderzoeken en daarbij de bedoeling van de maker(s) en de mening van toeschouwers betrekken, te denken valt aan recensenten, opiniemakers en conservatoren;
  • betekenisvolle verbanden leggen tussen wat ze zien, horen, voelen, weten en vertellen;
  • met gebruik van vaktaal een onderbouwde mening geven over de betekenis en functie van kunstzinnige en culturele uitingen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Beleven van kunst

KC7.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC7.1 - Beleven van kunst

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Beleven van kunst hangt samen met:

  • Burgerschap 4.1 Identiteit; 5.1 Diversiteit. Leerlingen ontdekken aspecten van hun identiteit en van mogelijke spanningen tussen die aspecten. Ze leren kunst te waarderen dan wel te beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 11.7 Cognitieve empathie. Leerlingen leren het denken van mensen vanuit verschillende contexten te begrijpen en daarop te reflecteren. Ze leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 6.1 Solidariteit. Leerlingen onderzoeken vraagstukken over solidariteit en leren kunst waarderen dan wel te beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Burgerschap 11.6 Affectieve empathie. Leerlingen verplaatsen zich in de situatie en de beleving van de ander en kunnen dat spiegelen aan zichzelf. Ze leren kunst waarderen dan wel beseffen wat de maatschappelijke waarde en functie van kunst is.
  • Moderne vreemde talen 2 Creatieve vormen van taal. Leerlingen kijken en luisteren naar creatieve vormen van taal en ontwikkelen kijk- en luisterplezier.
  • Mens & Maatschappij 6.2 Cultuur. Leerlingen leren over culturen en dat deze onderhevig zijn aan verandering dat past bij het beleven van kunst en cultuur in de authentieke context.
  • Mens & Maatschappij 9.3 Denken vanuit de ander. Leerlingen leren vaardigheden om een breder, completer en veelzijdiger beeld van ‘de ander’ te krijgen door het meemaken en meedoen aan culturele en kunstzinnige activiteiten.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen leren betekenis aan de werkelijkheid te geven en leren betekenis geven aan de verbeelding van de werkelijkheid wanneer zij culturele en kunstzinnige activiteiten ervaren.

Leerlingen maken kennis met en leren deelnemen aan enkele culturele en kunstzinnige activiteiten. Ze delen ervaringen, leren de waarden en betekenissen hiervan bespreken en ontdekken voorkeuren.

KC7.1 - Beleven van kunst - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po maken leerlingen kennis met kunst en cultuur in een professionele context. Ze nemen deel aan culturele en kunstzinnige activiteiten binnen of buiten school. Ze leren bijvoorbeeld om met concentratie te luisteren naar muziek en ze maken kennis met de afspraken die gelden om als toeschouwer te kijken naar een voorstelling in een theater. Ze leren zich inleven en voelen wat ze zien of horen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen vertrouwd raken met deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten gespreid over disciplines, te denken valt bijvoorbeeld aan een bezoek aan een museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept;
  • dat er meerdere culturele en kunstzinnige activiteiten in de omgeving bestaan;
  • bezoeken van en deelnemen aan verschillende culturele en kunstzinnige activiteiten, zich inleven, vragen stellen, verwonderen en reageren;
  • dat er afspraken gelden bij het bezoeken van en deelnemen aan culturele en kunstzinnige activiteiten;
  • over eigen ideeën en ervaringen vertellen en hun woordenschat vergroten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun kijk op de culturele omgeving door kennis te maken met kunst en cultuur uit de hele wereld. Dat doen ze door het bezoeken of deelnemen aan culturele en kunstzinnige activiteiten. Leerlingen ervaren hoe het is om samen een activiteit te beleven of te bezoeken en delen hun ervaringen en ontdekken hun persoonlijke voorkeuren. Door in gesprek te gaan met makers, bedenkers en uitvoerders krijgen leerlingen inzicht in hun beweegredenen en motivatie. Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven betekenis te geven aan de ervaring.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen vertrouwd raken met deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten gespreid over disciplines, te denken valt bijvoorbeeld aan bezoek museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept, waarbij leerlingen zich inleven, vragen stellen, verwonderen en reageren;
  • in gesprek gaan met makers, bedenkers en uitvoerders over culturele en kunstzinnige uitingen (proces en product);
  • dat er afspraken gelden voor het bezoeken van en deelnemen aan culturele en kunstzinnige uitingen;
  • passende vaktaal gebruiken;
  • culturele en kunstzinnige ervaringen waarderen en persoonlijke voorkeuren ontdekken.

Leerlingen leren deelnemen aan verscheidene culturele en kunstzinnige activiteiten. Ze leren de waarden en betekenissen hiervan beargumenteerd te delen en ontdekken voorkeuren.

KC7.1 - Beleven van kunst - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kijk op de culturele omgeving en ontdekken hun persoonlijke voorkeuren. Ze participeren, analyseren en geven betekenis aan verschillende uitingen van kunst en cultuur buiten school en gaan hierover in gesprek met medeleerlingen, makers, bedenkers en uitvoerders. Ze werken vanuit een onderzoekende houding en leren vaktaal gebruiken. Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld hoe kunst hun stemming kan beïnvloeden of kan bijdragen aan welbevinden. Ze leren daarnaast wat de impact van kunst is op de samenleving.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen deelnemen aan verschillende culturele en kunstzinnige activiteiten, te denken valt bijvoorbeeld aan het bezoek aan een museum, muziek- en dansvoorstelling, theater, cultureel erfgoed;
  • dat het kijken en luisteren naar kunst en cultuur verschillende emoties oproept;
  • nieuwe kunstzinnige en culturele activiteiten te onderzoeken en analyseren;
  • betekenis geven aan culturele en kunstzinnige ervaringen en daarbij de reacties van anderen betrekken, te denken valt aan reacties van makers, publiek, recensenten;
  • met behulp van vaktaal kunstzinnige ervaringen verwoorden, de ervaring waarderen en persoonlijke voorkeuren ontdekken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Tonen en delen van eigen werk

KC8.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

De bouwsteen Tonen en delen van eigen werk hangt samen met

  • Nederlands 5.1 Doelgericht communiceren. Leerlingen gebruiken communicatieve vaardigheden en - strategieën om eigen werk te delen en te tonen.
  • Moderne vreemde talen 2.1 Creatieve vormen van taal. Leerlingen verzorgen een creatieve presentatie in een moderne vreemde taal en sluit aan bij ‘leren een eigen artistieke uiting in een (in)formele setting op een persoonlijke manier te uiten’.
  • Mens & Maatschappij 9.7 Denken in betekenis. Leerlingen geven betekenis aan de werkelijkheid door het tonen en delen van werk.
  • Mens & Maatschappij 10.2 Onderzoeken. Leerlingen leren de wereld begrijpen door onderzoek te doen naar historische, geografische, economische, sociale of culturele verschijnselen door het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.2 Digitale communicatie. Leerlingen leren digitale hulpmiddelen gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 4.3 Digitale samenwerking. Leerlingen leren digitale toepassingen bij de samenwerking in netwerken te gebruiken bij het tonen en delen van werk.
  • Digitale geletterdheid 6.2 Digitale marketing. Leerlingen leren digitale technologie voor reclame en marketingdoeleinden bewust te gebruiken bij het tonen en delen van werk.

Leerlingen leren presenteren wat ze gemaakt hebben, tonen het product en het proces (tussentijds) aan anderen en leren reflecteren op het werk- en leerproces.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vol trots en met plezier eigen werk tonen. Ze oefenen met het tonen en delen van eigen of gezamenlijke artistieke uitingen met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving. Daarnaast leren ze te kijken en luisteren naar elkaar en elkaars werk en hierop te reageren. Leerlingen nemen reacties van ouders en medeleerlingen in ontvangst en wisselen ervaringen uit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • eigen artistieke uitingen in een informele setting te tonen en delen;
  • een artistieke uiting of onderzoek alleen of samen presenteren;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen en hierop samen reflecteren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun presentatievaardigheden. Leerlingen worden zich bewust van de interactie die plaatsvindt tijdens een presentatie. De leerlingen leren tijdens de voorbereiding en uitvoering van een presentatie dat er verschillende rollen (bijvoorbeeld maker, uitvoerder, organisator of technicus) bestaan. De leerlingen leren (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in te zetten om hun presentatie beter te maken. Ze leren reacties in ontvangst nemen en reflecteren (tijdens de voorbereiding en na afloop) op eigen en andermans presentaties. Ze maken daarbij onderscheid tussen vorm en inhoud. Door te presenteren krijgen de leerlingen inzicht in persoonlijke (artistieke) voorkeuren, hun talenten en de uitdagingen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces tonen en hierbij eenvoudige vaktaal gebruiken;
  • bestaand werk opvoeren en eigen artistieke uitingen in een (in)formele setting en op een eigen manier te delen en daarbij rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • presentaties organiseren, kennismaken met de verschillende rollen en een rolverdeling, te denken valt aan: decorbouwers, curator en een regisseur en een kaartjesverkoper;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen reflecteren op de rol van de uitvoerende(n).

Leerlingen leren keuzes te maken hoe het product en/of proces (tussentijds) te presenteren. Ze reflecteren op het werk- en leerproces en delen hun inzichten met anderen.

KC8.1 - Tonen en delen van eigen werk - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen kennis en vaardigheden. Leerlingen leren eigen of gezamenlijk (artistiek of theoretisch) werk tonen en kiezen daarvoor de meest passende presentatievorm. Leerlingen presenteren samen of individueel eigen artistiek en theoretisch werk binnen en/of buiten de school en houden daarbij rekening met de doelgroep en het doel van de presentatie. Ze maken afspraken met elkaar over de inhoud en de vorm, leren de presentatie te organiseren en een taakverdeling te maken. Zij leren inhoudelijke gesprekken voeren met publiek over getoond eigen werk (artistiek en theoretisch) en nemen reacties in ontvangst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • het (eigen) artistiek-creatief proces product of uitkomsten van een theoretisch onderzoek en proces presenteren; tonen en benoemen daarbij vaktaal bewust gebruiken;
  • een bewuste vorm kiezen om een (tussen)product of artistieke uiting te delen of te presenteren, rekening houden met een doel, publiek en situatie;
  • een spreekdoel verbinden aan presentaties (amuseren, informeren, instrueren, overtuigen);
  • eigen artistieke uitingen in (in)formele setting delen en daarbij vaktaal gebruiken;
  • een interpretatie geven van bestaand werk en dit opvoeren, te denken valt aan choreografieën, toneelteksten en liedrepetoire;
  • presentaties organiseren en een taak- en rolverdeling maken;
  • rekening houden met een doelgroep;
  • kijken en luisteren naar presentaties van anderen;
  • omgaan met en het verwerken van feedback;
  • reacties van het publiek observeren en reflecteren op de rol van de uitvoerende en de rol van publiek;
  • reflectie op het product en proces vastleggen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Kunst & Cultuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Kunst & Cultuur)

Naast ons voorstel voor de visie, grote opdrachten en bouwstenen hebben we gewerkt aan aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De aanbevelingen beschrijven op welke wijze de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Wij hebben op generiek niveau aanbevelingen gemaakt. Dit is geen uitputtende lijst, maar beperkt zich tot de meest belangrijke punten, die meegenomen worden bij de actualisering van eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Na de alinea met de ontwerpcriteria voor de aanbevelingen volgen de generieke aanbevelingen.

Ontwerpcriteria aanbevelingen

  1. De aanbevelingen bouwen voort op de visie, grote opdrachten en bouwstenen van po en vo onderbouw en maken inzichtelijk hoe deze uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw.
  2. De aanbevelingen richten zich op het kerncurriculum in de bovenbouw, dat wil zeggen op de kern van de verplichte en gekozen vakken per leergebied.
  3. De aanbevelingen voor de leergebieden zijn gericht op (clusters van) vakken.
  4. De aanbevelingen bevatten, indien nodig, uitspraken over verschillen tussen sectoren. Aandachtspunt daarbij is zowel de verticale doorstroming (vmbo-mbo, havo-hbo, vo-wo) als ook de horizontale doorstroming van vmbo naar havo, en van havo naar vwo.
  5. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Curriculum.nu (balans in de drie hoofddoelen, doorlopende leerlijn, samenhang, beperken tot de kern).

Generieke aanbevelingen voor de bovenbouw

  1. Zorg dat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling wordt voortgezet in de bovenbouw en verken in hoeverre dit in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een artistieke onderzoeksbenadering.
    Toelichting
    De ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen is de kern van het leergebied Kunst & Cultuur en zou vanuit de onderbouw moeten worden doorgevoerd in de bovenbouw.
    Leerlingen komen in aanraking met een breed scala aan onderzoeksvaardigheden die voor kunst en cultuur relevant en specifiek zijn (creatieve denkstrategieën).
  2. Streef ernaar dat de zogenaamde onderlegger bestaande uit 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven', wordt voortgezet in de bovenbouw en gespecificeerd worden in de examenprogramma's van de verschillende sectoren.
    Toelichting
    Hierdoor sluit het curriculum van het leergebied Kunst & Cultuur aan op de bovenbouw van vmbo, havo en vwo en helpt het de doorlopende leerlijn te verstevigen.
  3. Behoud het recent vernieuwde interdisciplinaire vak CKV (2016) voor alle leerlingen in havo en vwo.
    Toelichting
    De inhoud van het examenprogramma ckv havo/vwo en de daar beschreven vier domeinen sluiten aan bij de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  4. Onderzoek in hoeverre kunstvakken inclusief CKV binnen vmbo kunnen aansluiten op het vernieuwde programma CKV havo/vwo  (inclusief een beoordeling met een eindcijfer dat meeweegt in het combinatiecijfer).
    Toelichting
    Dit versterkt de doorlopende leerlijn vanuit vmbo naar havo en vwo.
  5. Onderzoek binnen alle sectoren verschillende vormen en mogelijkheden van examinering waarbij meer balans is tussen het praktijk- en theoriedeel in de examens van de verschillende kunstvakken. Inventariseer of er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn voor praktijkexamens muziek, dans en theater of andere kunstdisciplines naast de twee bestaande CPE's voor beeldende vakken (beeldende vorming vmbo, Tehatex vwo).
    Toelichting
    Conform de opbrengsten van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur dienen 'maken en betekenis geven' en 'meemaken en betekenis geven' beiden even zwaar mee te wegen in het eindcijfer voor de kunstvakken. Dit doet zowel recht aan beide aspecten van de kunstvakken (praktijk en theorie) als aan de leerling die voor beide onderdelen op SE als CE getoetst wordt. Bijvoorbeeld: door te werken met een CPE inclusief een set bijbehorende beoordelingscriteria en de inzet van een tweede corrector, is het mogelijk om de kwaliteit van het desbetreffende kunstvak te waarborgen. De community van docenten/professionals nemen (als critical friends) samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het leergebied Kunst & Cultuur.
  6. Versterk de urgentie van mondiale thema's en actuele thema's binnen Kunst & Cultuur in de examenprogramma's van de kunstvakken. Onderzoek of deze thema’s uitgangspunt kunnen zijn voor de centrale praktijk- en theorie-examens.
    Toelichting
    Het agenderen van deze thema's maakt duidelijk dat het leergebied Kunst & Cultuur bij uitstek een plaats is waar leerlingen dergelijke thema's op een discipline-eigen manier leren doorgronden en vertalen in kunst. Tevens zorgt dit voor een verdere borging van deze thema's in de examenprogramma's en draagt bij aan samenhang tussen de verschillende leergebieden.
  7. Onderzoek de mogelijkheden voor eindtermen met betrekking tot de interdisciplinaire kunstpraktijk.
    Toelichting
    Hierdoor wordt de aansluiting op interdisciplinaire stages, de vervolgopleidingen en eventuele beroepspraktijk vergroot en sluit het aan bij de actuele ontwikkelingen binnen de internationale kunstwereld.
  8. Onderzoek in hoeverre het leergebied Kunst & Cultuur weer een verplicht onderdeel kan worden in het C&M-profiel.
    Toelichting
    Binnen het C&M-profiel havo/vwo is de eerdere verplichting losgelaten om een kunstvak als keuze-examenvak op te nemen. Echter, kunst is een wezenlijk onderdeel van cultuur (zie: visie Leergebied Kunst & Cultuur) en daarom zou een kunstvak als keuze-examenvak niet mogen ontbreken in het C&M profiel. Daarnaast biedt het leergebied Kunst & Cultuur een wezenlijke bijdrage aan de kwalificatie, socialisatie en persoonlijke ontwikkeling van iedere leerling.
  9. Onderzoek of er mogelijkheden zijn om voor de monodisciplinaire kunstexamenvakken één examenprogrammastructuur te ontwikkelen dat binnen alle sectoren (vmbo, havo, vwo) voor alle kunstvakken geldt.
    Toelichting
    Eén examenprogrammastructuur zal de doorlopende leerlijn vanuit primair onderwijs naar de verschillende sectoren in het VO bevorderen.
    Momenteel is er bijvoorbeeld bij havo en vwo sprake van meerdere varianten examenprogramma's voor een en dezelfde kunstdiscipline. Bijvoorbeeld Muziek (zogenoemde variant 'oude stijl') en kunst(muziek) in combinatie met kunst(algemeen), de zogenoemde 'nieuwe stijl' vakken.
    Daarnaast worden niet alle varianten aangeboden op alle scholen of binnen verschillende sectoren op een school. Dit heeft nadelig effect op de doorstroom binnen de kunstvakken. Overweeg daarbij ook om nieuwe varianten te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan een variant met vooral kunst- en cultuurgeschiedenis, een soort kunst (algemeen) zonder dat leerlingen een verplichte kunstvak volgen. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld de variant waarbij de theorie uit het praktijkdeel van de bestaande kunstvakken kunst (dans) of kunst (drama) ook centraal geëxamineerd wordt.
  10. Verken of de discipline film als zelfstandig keuze-examenvak gepositioneerd kan worden.
    Toelichting
    Film wordt als (bewegend) beeld en multimediale middelen expliciet genoemd in de verschillende grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Kunst & Cultuur. Film is een zelfstandige discipline en verdient daarmee een zelfstandige positie als keuze examenvak.
  11. Verken op welke wijze nieuwe media, fotografie en/of andere interdisciplinaire kunstdisciplines versterkt kunnen worden in het SE-deel examenprogramma's.
    Toelichting
    Het leergebied Kunst & Cultuur is breder dan de kunstdisciplines die nu in de regel als schoolvak worden aangeboden (beeldende vorming, muziek, dans, drama).
  12. Verbreed het examenprogramma kunst (drama) naar ‘theater’ en pas de naamgeving aan
    Toelichting
    De noemer 'theater' wordt gehanteerd bij desbetreffende vervolgstudies en/of het beroepenveld en is daarom al overgenomen in de visie, grote opdrachten en bouwstenen van het ontwikkelteam Kunst & Cultuur.
  13. Formuleer de eindtermen voor alle examenprogramma's vmbo, havo en vwo vanuit een inclusief perspectief waarbij ruimte is voor de culturele identiteit van alle leerlingen.
    Toelichting
    In een cultureel diverse samenleving is het van belang dat leerlingen elkaar leren kennen en elkaars cultuur leren kennen. Binnen het leergebied Kunst & Cultuur moeten alle leerlingen zich kunnen herkennen.
  14. Specificeer eindtermen met betrekking tot oriëntatie op vervolgstudie of beroepsmogelijkheden op het brede terrein van kunst en cultuur en/of werkvelden waar inzicht in de kunstpraktijk en kunsttheorie van belang is.
    Toelichting
    Dit geeft leerlingen inzicht in het brede scala aan vervolgstudies en werkvelden.

Plaats en ruimte

MM01.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM01.1 - Plaats en ruimte

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 4.3 Schaal, verhouding en  hoeveelheid - De kennis van grootheden, eenheden en schaalniveaus is van belang om kennis en inzicht te verwerven ten aanzien van plaats en ruimte.
  • 7.2 Leefomgeving en biodiversiteit en 9.2 Aarde, weer en klimaat - De fysische en natuurlijke leefomgeving, de biodiversiteit, het weer en klimaat zijn mede bepalend voor hoe de mens en het landschap inricht en omgaat met natuurverschijnselen en omstandigheden.

Rekenen & Wiskunde

  • 3.2 Vorm en ruimte - Leerlingen leren werken met coördinaten en ruimtelijke figuren. Dit is van belang om te komen tot ruimtelijk inzicht.

Leergebied Engels / MVT

  • 2.1 Creatieve vormen van taal - Deze bouwsteen betreft de beleving en analyse van verhalende teksten, die kan bijdragen aan kennis over sociale, culturele en historische contexten.

MM01.1 - Plaats en ruimte - Toelichting

De plaats waar verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken zich afspelen, is van belang. Gemeenschappelijke kennis over gebieden, de spreiding van verschijnselen en patronen bieden leerlingen houvast bij het ordenen en duiden van (nieuwe) informatie. Gebieden veranderen echter voortdurend en dit heeft gevolgen voor de (beleving van) de leefomgeving van inwoners. Kennis over hoe veranderingen van gebieden tot stand komen en hoe gebieden elkaar beïnvloeden, helpt leerlingen deze veranderingen te duiden en te verklaren.

Leerlingen bouwen een geografisch wereldbeeld op wat betreft de indelingen van gebieden; de spreiding van verschijnselen; veranderingen in gebieden en hoe gebieden elkaar beïnvloeden.

MM01.1 - Plaats en ruimte - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat gebieden verschillen op basis van eenvoudige kenmerken zoals bos, wonen en belevingsaspecten zoals gevaarlijk, mooi of lelijk. Leerlingen leren dat gebieden voortdurend veranderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een ‘mental map’ op te bouwen van hun eigen omgeving;
  • hoe zij hun omgeving kunnen beschrijven aan de hand van kenmerken en belevingsaspecten;
  • dat hun omgeving voortdurend verandert (zoals bij ingrepen van de mens of bij natuurlijke veranderingen);
  • welke invloed leerlingen zelf op deze veranderingen hebben (zoals verkeer, afval, wonen, spelen).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen bouwen een geografisch wereldbeeld op wat betreft de indelingen van gebieden; de spreiding van verschijnselen; veranderingen in gebieden en hoe gebieden elkaar beïnvloeden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de ruimtelijke inrichting van de eigen woonomgeving;
  • over de ordening van gebieden op basis van verschillende criteria (zoals wijken, provincies, landen, werelddelen, landschappen, natuurlijke zones);
  • over de spreiding van natuurlijke kenmerken en sociale kenmerken (zoals bevolkingsconcentraties, economische ontwikkeling, culturen);
  • plaatsen/gebieden lokaliseren aan de hand van geografische aanduidingen (zoals windrichtingen, evenaar, halfrond) en in termen van afstand en “in de buurt van”;
  • over verschillende manieren waarop je gebieden kunt indelen, afhankelijk van de plek waar mensen wonen of de manier waarop mensen tegen de verschijnselen aankijken;
  • over diversiteit in de ruimtelijke inrichting in Nederland, Europa en andere delen van de wereld en op welke wijze de mens en de natuur hierop van invloed zijn.

Leerlingen verdiepen hun geografisch wereldbeeld wat betreft relaties tussen gebieden, schaalniveaus, spreiding van verschijnselen, ruimtelijke ontwikkelingen en tegenstrijdig ruimtegebruik.

MM01.1 - Plaats en ruimte - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen verbreden en verdiepen hun geografisch wereldbeeld wat betreft relaties tussen gebieden, schaalniveaus, spreiding van verschijnselen, ruimtelijke ontwikkelingen en tegenstrijdig ruimtegebruik.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de afbakening van gebieden en over soorten grenzen;
  • over verklaringen voor mondiale spreidingspatronen op basis van achterliggende processen zoals bevolkingsontwikkeling, verstedelijking en (sociaal-) economische ontwikkeling (handel, voedselproductie, grondstoffen);
  • over sociaal-ruimtelijke verschillen op verschillende schaalniveaus;
  • over de diversiteit in de ruimtelijke inrichting en op welke wijze de mens en de natuur hierop van invloed zijn;
  • over de aard van relaties en verbondenheid tussen gebieden (bijvoorbeeld economisch, politiek, cultureel);
  • over de rol en positie van landen en gebieden op verschillende schaalniveaus (Nederland, Europa en de wereld);
  • over belangen ten aanzien van gebruik van de ruimte, die soms leiden tot conflicterend gebruik;
  • over (eigen) keuzes ten aanzien van de inrichting van de ruimte en de toekomstige gevolgen van deze keuzes.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Tijd en chronologie

MM02.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM02.1 - Tijd en chronologie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 10.1 Heelal en tijd - Aan de orde komen onder meer het begrip van de invloed van ons zonnestelsel op de tijdsbeleving van de mens.

Kunst & Cultuur

  • 5.1 Kunst- en cultuurhistorische contexten - Kunst- en cultuurhistorische contexten kunnen behulpzaam zijn of aangewend worden bij het leren van een historische referentiekader.

Engels / MVT 

  • 2.1 Creatieve vormen van taal - Deze bouwsteen betreft de beleving en analyse van verhalende teksten, die kan bijdragen aan kennis over sociale, culturele en historische contexten.

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - De denk- en handelwijzen met betrekking tot affectieve en cognitieve empathie dragen onder meer bij aan historisch besef.

MM02.1 - Tijd en chronologie - Toelichting

Kennis van tijdsaanduidingen en tijdsindelingen helpt leerlingen om zaken uit het verleden te ordenen en deze in een historische context te plaatsen. Kennis van tijdsindelingen alleen is echter onvoldoende. Leerlingen hebben ook oriëntatiekennis nodig die invulling geeft aan de tijdsindelingen.

De verschillende aspecten van de samenleving (zoals getypeerd in de concepten en contexten van de andere grote opdrachten) zijn door de tijd heen veranderd of onveranderd gebleven. Met historische kennis over deze aspecten, de veranderingen (kantelpunten) en voorbeelden van continuïteit kunnen leerlingen historische en actuele vraagstukken (bijvoorbeeld bestaansverhelderende vragen) in een historische context plaatsen.

Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader (tijdsindeling en oriëntatiekennis), waarmee ze kennis over eenvoudige historische gebeurtenissen in een historische context kunnen plaatsen.

MM02.1 - Tijd en chronologie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over voorwerpen, mensen en gebeurtenissen uit het verleden; over ordeningen en eenvoudige tijdsaanduidingen; over veranderingen die bepalend zijn geweest voor het heden of de toekomst.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over hoe gebeurtenissen kunnen worden beschreven aan de hand van tijdsaanduidingen zoals vandaag, gisteren, lang geleden, toekomst;
  • over hoe gebeurtenissen in chronologische volgorde geplaatst kunnen worden. Bijvoorbeeld: de eigen geschiedenis van baby - peuter - kleuter- schoolkind;
  • hoe aan de hand van voorwerpen, personen en gebeurtenissen een periode beschreven kan worden. Bijvoorbeeld: ridders in de ‘Riddertijd’;
  • dat veranderingen en gebeurtenissen een oorzaak kunnen hebben in het verleden of dat zij gevolgen kunnen hebben voor later. Bijvoorbeeld: de uitvinding van de auto;
  • over veranderingen in het heden die van invloed zijn op de toekomst.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontwikkelen een historisch referentiekader (tijdsindeling en oriëntatiekennis), waarmee ze aanvullende kennis over eenvoudige historische gebeurtenissen in een historische context kunnen plaatsen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een (nader te bepalen) historisch referentiekader (zoals tijdvakken, kenmerkende aspecten en/of canonvensters);
  • over hoe gebeurtenissen kunnen worden beschreven en in chronologische volgorde geplaatst kunnen worden aan de hand van tijdsaanduidingen (zoals datum, jaartal, eeuw, periode, tijdvak, tijdbalk);
  • over verschillende manieren waarop aan voorwerpen, personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen betekenis wordt gegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot gevoelige historische thema’s en erfgoed;
  • over historische gebeurtenissen passend bij economische, sociale, politieke en culturele aspecten van de samenleving (zodat concepten uit de overige grote opdrachten vanuit een historische context benaderd kunnen worden);
  • over hoe historische gebeurtenissen de situatie in Nederland, Europa en de wereld hebben beïnvloed;
  • over de historische context van actuele gebeurtenissen en maatschappelijke vraagstukken en verschijnselen.

Leerlingen verdiepen en verbreden hun kennis van het historisch referentiekader. Ze leren over de relaties tussen verschillende ontwikkelingen binnen het historisch referentiekader.

MM02.1 - Tijd en chronologie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen verdiepen en verbreden hun kennis van het historisch referentiekader. Ze leren over de relaties tussen verschillende ontwikkelingen binnen het historisch referentiekader.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over hoe gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen kunnen worden beschreven en geordend aan de hand van tijdsaanduidingen (zoals datum, jaartal, eeuw, periode, tijdvak, tijdbalk) en dat er verschillende tijdsaanduidingen bestaan;
  • een (nader te bepalen) historisch referentiekader (zoals tijdvakken, kenmerkende aspecten en/of canonvensters);
  • over hoe historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen in Nederland, Europa en de wereld elkaar hebben beïnvloed;
  • over verschillende manieren waarop aan historische voorwerpen, personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen betekenis werd en wordt gegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot gevoelige historische thema’s en erfgoed;
  • over historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen passend bij economische, sociale, politieke en culturele aspecten van de samenleving;
  • over de historische context van maatschappelijke en actuele vraagstukken, gebeurtenissen, ontwikkelingen en verschijnselen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Keuzegedrag

MM03.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM03.1 - Keuzegedrag

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Rekenen & Wiskunde

  • 2.1 Verhoudingen; 3.1 Meten - De vaardigheid van het rekenen met procenten is nodig bij het keuzegedrag en het verwerven van financiële geletterdheid.  Daarnaast is het rekenen in geld en procenten van belang bij het leren over de rol van geld, het bankwezen, de economie en het handelsverkeer.

Burgerschap 

  • 6.1 Solidariteit - Hier komen de vraagstukken met betrekking tot rechtvaardigheid en solidariteit en het gelijkheidsbeginsel aan de orde en hoe daartoe te handelen.

Digitale Geletterdheid

  • 6.1 Participatie in de platformeconomie; 6.2 Digitale marketing - Aan de orde komt hoe bedrijven digitale technologie gebruiken om productieprocessen te verbeteren en meer te verkopen. Daarnaast gaat het om technieken en verdienmodellen van digitale marketing en hoe deze te herkennen.

MM03.1 - Keuzegedrag - Toelichting

Mensen en organisaties maken, bewust of onbewust, keuzes in hoe zij hun tijd, aandacht en middelen inzetten (of uitruilen) om te voorzien in hun behoeften. Of en hoe keuzes worden gemaakt, is afhankelijk van vele factoren. Keuzes kunnen voortkomen uit persoonlijke- of maatschappelijke voorkeuren, gewoontes, beleid of strategie en worden zichtbaar in gedrag zoals bij investeren of sparen. Ook omstandigheden (zoals de tijd, plaats en/of culturele context) en beïnvloeding (door anderen) spelen een belangrijke rol. Keuzegedrag verloopt vaak (maar niet altijd) volgens vaste patronen.
De consequenties van economische keuzes zijn vooraf soms meer en soms minder met zekerheid vast te stellen. Deze onzekerheid is ook van invloed op het keuzegedrag. Uiteindelijk gaat het om het bevredigen van persoonlijke- en maatschappelijke behoeften, waarbij geldt dat de beschikbare middelen begrensd zijn.

Leerlingen leren over economische keuzes. Ze leren hoe keuzes impulsief of overwogen genomen worden.

MM03.1 - Keuzegedrag - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over het maken van keuzes. Ze leren hoe verschillende mensen, verschillende keuzes kunnen maken. En hoe die keuzes (kunnen) worden beïnvloed door eigen voorkeuren en beïnvloeding.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over bezit, ruilen en ruilmiddelen (zoals geld);
  • over spanningen tussen wat je wilt en wat mogelijk is;
  • over gewoontes en bewuste keuzes;
  • over beïnvloeding bij het maken van materiële keuzes (zoals door andere kinderen, ouders, reclame en/of media).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over economische keuzes. Ze leren hoe keuzes impulsief of overwogen genomen worden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over patronen en gewoontes die het keuzegedrag van mensen beïnvloeden en hoe deze soms makkelijk en soms moeilijk te veranderen zijn;
  • over verdienen, sparen en uitgeven;
  • over bezit- en inkomensverschillen tussen mensen en gebieden en hoe je welvaart van groepen kunt meten;
  • hoe tijd, plaats en cultuur van invloed zijn op (consumptie-)keuzes;
  • hoe keuzegedrag beïnvloed wordt door anderen (bijv. marketing en sociale media);
  • over de (on)mogelijkheden die de fysieke leefomgeving biedt in de relatie tot keuzes.

Leerlingen leren zelf budgetteren. Ze leren over economische keuzes binnen samenlevingen en de rol van de overheid hierbij. Ze leren hoe keuzes van invloed zijn op de omgeving.

MM03.1 - Keuzegedrag - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren zelf budgetteren. Ze leren over economische keuzes binnen samenlevingen en de rol van de overheid hierbij.  Ze leren hoe keuzes van invloed zijn de omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het inventariseren van middelen en het afstemmen van middelen met behoeften (zoals met een begroting en/of een tijdsplanning);
  • over de rol die onzekerheid speelt bij keuzegedrag (zoals het omgaan met risico’s door verzekeren en sparen);
  • dat het keuzegedrag niet altijd rationeel is;
  • over de invloed van de overheid en overheidsbeleid op keuzegedrag;
  • hoe tijd, plaats en cultuur van invloed zijn op consumptie;
  • over de invloed van economische keuzes op de leefomgeving.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Productie en organisatie

MM03.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM03.2 - Productie en organisatie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Rekenen & Wiskunde

  • 2.1 Verhoudingen; 3.1 Meten - De vaardigheid van het rekenen met procenten is nodig bij het keuzegedrag en het verwerven van financiële geletterdheid.  Daarnaast is het rekenen in geld en procenten van belang bij het leren over de rol van geld, het bankwezen, de economie en het handelsverkeer.

Burgerschap 

  • 6.1 Solidariteit - Hier komen de vraagstukken met betrekking tot rechtvaardigheid en solidariteit en het gelijkheidsbeginsel aan de orde en hoe daartoe te handelen.
  • 2.1 Macht en inspraak -Hier komen onder meer machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen aan de orde.

Digitale Geletterdheid

  • 6.1 Participatie in de platformeconomie; 6.2 Digitale marketing - Aan de orde komt hoe bedrijven digitale technologie gebruiken om productieprocessen te verbeteren en meer te verkopen. Daarnaast gaat het om technieken en verdienmodellen van digitale marketing en hoe deze te herkennen.

Mens & Natuur

  • 8.2 Winning, productie en verwerking - Het betreft hier met name de kennis over herkomst en eindigheid van grondstoffen en de processen die gebruikt worden om die grondstoffen te verwerken.

MM03.2 - Productie en organisatie - Toelichting

Individuen, groepen en organisaties ontwikkelen diensten en producten voor anderen. Anders gezegd: ze produceren om in behoeften te voorzien. Gezinnen leveren voeding en zorg, sportvereniging leveren conditie en spelplezier, de overheid veiligheid en voorzieningen en bedrijven leveren diensten en producten. In de meeste gevallen werken mensen samen om te produceren. Samenwerken is belangrijk bij het maken van afspraken over wat en hoe te produceren en hoe de verdiensten worden verdeeld. Die samenwerking gaat over grenzen heen: producenten kiezen het vestigingsklimaat dat het gunstigst voor hen is. Met veranderende behoeftes en met een veranderend vestigingsklimaat veranderen in de loop der tijd dan ook de producten en diensten.
Ook de overheid heeft een belangrijke rol als het gaat om produceren en om de uiteindelijke verdeling. Daarbij heeft ze bijvoorbeeld via wetgeving een voorwaardenscheppende rol en heeft ze als het gaat om de inkomensverdeling een rol via bijvoorbeeld het belastingstelsel.

Leerlingen leren over de productie en dienstverlening van overheden, bedrijven en niet-commerciële organisaties. Ze leren over de locatiekeuzen van bedrijven en over vormen van samenwerking.

MM03.2 - Productie en organisatie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over beroepen en organisaties. Ze leren dat iedereen in een organisatie een rol heeft bij de totstandkoming van het eindresultaat.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over verschillende beroepen;
  • over verschillende organisaties die er voor zorgen dat in behoeften wordt voorzien (zoals winkel, ziekenhuis, sportvereniging);
  • over verschillende rollen en verantwoordelijkheden in een groep, organisatie of bedrijf (zoals over verschillende taken in een winkel).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de productie en dienstverlening van overheden, bedrijven en niet-commerciële organisaties. Ze leren over de locatiekeuzen van bedrijven en over vormen van samenwerking.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over inkomen en over andere vormen van beloning bij productie en dienstverlening;
  • over de taken van overheden (zoals gemeenten en waterschappen) in de plaatselijke behoeftevoorziening (zoals afspraken over huishoudelijk afval en waterbeheer);
  • over niet-commerciële organisaties (zoals maatschappelijke organisaties);
  • over commerciële bedrijven;
  • over concurrentie en samenwerking;
  • over de locatiekeuze en rol van bedrijven (zoals dicht bij de klant, of dichtbij de grondstof).

Leerlingen leren over de rol van de overheid en de werking van de arbeidsmarkt. Ze leren hoe de verdeling van het economisch resultaat wordt beïnvloed. Ze leren grondbeginselen van bedrijfsvoering.

MM03.2 - Productie en organisatie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over de rol van de overheid en de werking van de arbeidsmarkt.  Ze leren hoe de verdeling van het economisch resultaat wordt beïnvloed. Ze leren grondbeginselen van bedrijfsvoering.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de werking van de arbeidsmarkt (zoals het verschil tussen werknemers, zelfstandigen en werkgevers);
  • over het ontstaan van inkomensverschillen en herverdeling van inkomen (zoals sociale zekerheid en belasting);
  • over de indirecte en directe rol van de overheid als producent (zoals in de bijdrage aan de infrastructuur, rechtspraak, wetgeving, scholing, politie en defensie);
  • over eenvoudige principes met betrekking tot bedrijfsvoering (zoals voorraadbeheer en financiering);
  • over maatschappelijk verantwoord ondernemen en de betekenis van circulaire bedrijfsvoering op de economie nu en in de toekomst;
  • over de relatie tussen het prijsmechanisme, internationale politiek en overheidsbeleid op locatiekeuzes, productie en internationale handel.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Welzijn

MM04.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM04.1 - Welzijn

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 2.1 Gezondheid - Ziekte, voeding en gezonde leefstijl zijn van invloed op het welzijn van de mens en het welzijn in de samenleving in bredere zin.

Burgerschap

  • 3.1 Democratische cultuur en 4.1 Identiteit - Aan de orde komen onder meer discussie, debat of dialoog, verschillen van inzicht, belangen en emoties. Aspecten van interpersoonlijke communicatie die van belang (kunnen) zijn voor het welzijn van mensen.
  • Verder onderzoeken leerlingen hier met welke groep(en) ze zich verbonden voelen en waarom. Ze leren ook over spanningen tussen identiteitsaspecten.

Bewegen & Sport

  • 3.1/8.2 Gezond bewegen - Een actieve leefstijl en het bevorderen van bewegen hebben een positieve invloed op de gezondheid van mensen en hun welzijn.

MM04.1 - Welzijn - Toelichting

Leerlingen leren over de elementen die het welbevinden van individuen en het welzijn van groepen beïnvloeden.

Leerlingen leren over hun eigen welbevinden in relatie tot dat van anderen binnen de groep. Ze leren over welzijn en hoe verschillende samenlevingen aankijken tegen welzijn.

MM04.1 - Welzijn - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over hun eigen welbevinden en dat van anderen. Ze leren over hun sociale omgeving en over hun leefomgeving en hoe deze van invloed zijn op hun welbevinden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over emoties (zoals angst en blijdschap) en gevoelens (zoals vriendschap, verliefdheid, gevoelens van onrechtvaardigheid en onveiligheid);
  • over hoe zij kunnen zorg dragen voor zowel het welbevinden van henzelf als dat van anderen;
  • over (hun) sociale omgevingen (zoals familie, vrienden en samenlevingsvormen);
  • over hun leefomgeving; over veiligheid (zoals verkeersveiligheid en onveilige situaties) en over leefbaarheid (zoals omgaan met de leefomgeving).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over hun eigen welbevinden in relatie tot dat van anderen binnen de groep. Ze leren over welzijn en hoe verschillende samenlevingen aankijken tegen welzijn.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over hun eigen welbevinden, over de omgang met emoties en gevoelens in contacten met anderen en/of binnen groepen;
  • over hoe zij kunnen zorg dragen voor zowel het welbevinden van henzelf als dat van anderen;
  • over de leefomgeving: over veiligheid (zoals verkeersveiligheid en bescherming tegen rampen) en over leefbaarheid (zoals voorzieningen en milieu);
  • over verschillen in welzijn tussen verschillende tijden en op verschillende plaatsen.

Leerlingen leren over psychologische inzichten, sociale omstandigheden en dilemma’s in de samenleving die welzijn en welbevinden beïnvloeden.

MM04.1 - Welzijn - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over psychologische inzichten, sociale omstandigheden en dilemma’s in de samenleving die welzijn en welbevinden beïnvloeden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over psychologische inzichten en de wijze waarop je persoonlijkheid zich vormt;
  • over sociale veiligheid (oa respectvol gedrag, grenzen aangeven, uitsluiting);
  • over de invloed van sociale omstandigheden (leefomgeving, gezondheid, sociale relaties) op je eigen welbevinden;
  • over dilemma’s in de samenleving die er spelen bij welzijn (zoals uitsluitingsmechanismen, solidariteit, sociale voorzieningen en veiligheidsvraagstukken en leefbaarheid);
  • over verschillende perspectieven op welzijn in samenlevingen in verschillende tijden en op verschillende plaatsen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Waarden en idealen

MM05.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM05.1 - Waarden en idealen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 1.1 Vrijheid en gelijkheid; 4.1 Identiteit; 5.1 Diversiteit; 6.1 Solidariteit - De waarden van de democratische rechtstaat, vrijheid en gelijkheid, identiteitsaspecten, levensbeschouwingen, waarden en overtuigingen, stromingen alsmede vraagstukken rond in- en uitsluiting, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid komen in deze bouwstenen aan de orde. Ze zijn allen in meerdere opzichten gerelateerd aan de bouwsteen waarden en idealen van M&M.
  • 8.1 Duurzaamheid - Hier komen de spanningen tussen de aan People, Planet en Prosperity verbonden waarden en belangen die van invloed zijn op de leefomgeving aan de orde.
  • 11.1 Denk en handelwijzen - De denk- en handelwijze ethisch redeneren is in dit opzicht met name van belang.

MM05.1 - Waarden en idealen - Toelichting

Mensen houden er verschillende waarden op na. Deze waarden zijn herkenbaar in de idealen die mensen hebben en in wat ze doen: in gewoontes, levensbeschouwelijke en politieke stromingen. In een samenleving zijn verschillende groepen mensen met uiteenlopende waarden die soms botsen. Waarden en normen weerspiegelen wat door iemand of groepen mensen als goed of fout wordt beleefd, maar laten ook zien hoe iemand denkt dat een gelukkig leven eruitziet en wat een ideaal leven is.

Leerlingen leren over hun eigen waarden en die van anderen. Ze leren over de invloed van ideaalbeelden op de samenleving. En over verschillen tussen idealen en de werkelijkheid.

MM05.1 - Waarden en idealen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat mensen waarden hebben en zich daarnaar (proberen te) gedragen. Ze leren over de waarden van henzelf en die van anderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • wat zij belangrijk vinden en wat anderen belangrijk vinden;
  • over idealen in hun eigen omgeving (zoals help ouderen een handje; zorg voor een schoon schoolplein; probeer een probleem zonder geweld op te lossen).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over hun eigen waarden en die van anderen. Ze leren over de invloed van ideaalbeelden op de samenleving. En over verschillen tussen idealen en de werkelijkheid.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ieder zijn leven probeert in te vullen volgens zijn idealen en hoe je dat kunt spiegelen aan de realiteit;
  • over idealen die onder meer voortkomen uit religies en culturen;
  • over verschillen tussen waarden en over de vraag of er universele waarden zijn;
  • over ethische dilemma’s en welke waarden hieraan ten grondslag liggen.

Leerlingen leren over waarden en idealen; hoe deze zijn ontstaan en herkenbaar zijn in de samenleving. Ze leren dat idealen en werkelijkheid uiteen kunnen lopen en over ethische dilemma's.

MM05.1 - Waarden en idealen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over waarden en idealen; hoe deze zijn ontstaan en herkenbaar zijn in de samenleving. Ze leren dat idealen en werkelijkheid uiteen kunnen lopen en over ethische dilemma's.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over wat voor hen een ideale wereld is en wat ervoor nodig is om die te kunnen bereiken en welke beperkingen er zijn;
  • over hoe waarden en idealen in verschillende culturen en samenlevingen, op verschillende plaatsen en tijden kunnen verschillen;
  • hoe idealen dramatische gevolgen kunnen hebben, maar ook tot positieve ontwikkelingen kunnen leiden;
  • over waarden zoals rechtvaardigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid en geluk;
  • dat waarden herkenbaar zijn in wetten, regels, mensenrechten en ook in gewoontes, religies, ideologieën en politieke stromingen;
  • over actuele ethische dilemma’s en hoe die gerelateerd zijn aan persoonlijke en gemeenschappelijke waarden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Mensbeeld en identiteit

MM06.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM06.1 - Mensbeeld en identiteit

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 4.1 Identiteit; 5.1 Diversiteit - Het betreft onder meer identiteitsaspecten, verbondenheid met groepen, levensbeschouwelijke stromingen die gerelateerd zijn aan de kennisbouwstenen van M&M.

Kunst & Cultuur

  • 5.1 Kunst- en cultuurhistorische contexten; 6.1 Functies van kunst; 7.1 Beleven van kunst - Kunst- en cultuurhistorische contexten, informatie over de functies van kunst en aspecten van kunstbeleving kunnen bij M&M bijdragen aan het verwerven van kennis en inzicht over identiteit en/of cultuur.

Bewegen & Sport

  • 4.1/8.3 Bewegen betekenis geven - De zogenaamde beweegidentiteit en de daarbij behorende persoonlijke beweegmotieven maken deel uit van de identiteit van mensen (zoals die bij M&M aan de orde komt).

Digitale Geletterdheid

  • 5.2 Digitale identiteit - De wijze waarop iemand zich online presenteert hoeft niet overeen te komen met de werkelijkheid. Leerlingen leren zich online te presenteren; dit biedt kansen op sociaal en professioneel gebied.

Nederlands

  • 3.1 Meertaligheid en cultuurbewustzijn - Leerlingen leren over taalverandering en de status van taal, waardoor hun taal- en cultuurbewustzijn wordt vergroot.

Engels / MVT

  • 3.1 Interculturele communicatieve competentie - Een vreemde taal geeft mede invulling aan de identiteit en cultuur van andere groepen.  Interculturele communicatieve competentie draagt bij aan een beter begrip en inzicht van verschillende culturen en bewerkstelligt dat leerlingen hun taalgebruik in een vreemde taal afstemmen op de sociale en culturele context.

MM06.1 - Mensbeeld en identiteit - Toelichting

Identiteit kan meerdere vormen aannemen: persoonlijk, sociaal (in relatie tot anderen) en collectief. Niet alleen identiteit en cultuur bepalen hoe wij onszelf zien, maar ook ons mensbeeld.
Cultuur gaat over gedeelde uitingsvormen en gebruiken. Een mensbeeld is hier onlosmakelijk mee verbonden en is veranderlijk in tijd en plaats. Nadenken over wat een mens is, betekent nadenken over wat jezelf bent.

Leerlingen leren hoe hun persoonlijke identiteit voortkomt uit de wisselwerking tussen hun individuele en hun sociale identiteit. Ze leren hoe beeldvorming kan leiden tot een opgelegde identiteit.

MM06.1 - Mensbeeld en identiteit - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over het beeld dat ze van zichzelf hebben. Ze leren hoe het beeld van henzelf kan verschillen van het beeld dat anderen van ze hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over het beeld dat zij van zichzelf hebben en dat anderen van hen hebben en dat hier een verschil tussen kan zitten;
  • over groepen waar zijzelf deel van uitmaken;
  • over indelingen (zoals jongens – meisjes, kinderen – volwassen, mensen - dieren).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe hun persoonlijke identiteit voortkomt uit de wisselwerking tussen hun individuele en hun sociale identiteit. Ze leren hoe beeldvorming kan leiden tot een opgelegde identiteit.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe zij vanuit verschillende identiteiten hun persoonlijke identiteit vormgeven;
  • over overeenkomsten en verschillen tussen iemands persoonlijke en sociale identiteit;
  • over verschillende beelden van (sociale) groepen op verschillende plaatsen, wat vooroordelen en stereotypen zijn en over discriminatie;
  • over ideaalbeelden van een mens;
  • over verschillen tussen mens en machine;
  • over vrijheid (bijvoorbeeld in het maken van eigen keuzes) en bepaald zijn (het gegeven dat er ook een aantal zaken vast liggen of reeds (voor je) bepaald zijn).

Leerlingen leren dat identiteiten van personen en groepen (kunnen) veranderen net als de beeldvorming daarover; dat er verschillende mensbeelden zijn en over het verschil tussen lichaam en geest.

MM06.1 - Mensbeeld en identiteit - Onderbouw VO

Onderbouw voortgezet onderwijs

Leerlingen leren dat identiteiten van personen en groepen (kunnen) veranderen net als de beeldvorming daarover; dat er verschillende mensbeelden zijn en over het verschil tussen lichaam en geest.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over een persoonlijke identiteit, sociale identiteit en collectieve identiteit en dat deze niet los staan van elkaar;
  • dat identiteiten kunnen veranderen;
  • over de gevolgen van vooroordelen en stereotypen voor (groepen) mensen en het beeld dat we van ze hebben;
  • over het verband tussen identiteit en maatschappelijke positie;
  • over individualisering binnen de samenleving;
  • hoe mensbeelden en over hoe mensbeelden per tijd en plaats kunnen verschillen;
  • over de verhouding tussen lichaam en geest.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Cultuur

MM06.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM06.2 - Cultuur

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 4.1 Identiteit; 5.1 Diversiteit - Het betreft onder meer identiteitsaspecten, verbondenheid met groepen, levensbeschouwelijke stromingen die gerelateerd zijn aan de kennisbouwstenen van M&M.

Kunst & Cultuur

  • 5.1 Kunst- en cultuurhistorische contexten; 6.1 Functies van kunst; 7.1 Beleven van kunst - Kunst- en cultuurhistorische contexten, informatie over de functies van kunst en aspecten van kunstbeleving kunnen bij M&M bijdragen aan het verwerven van kennis en inzicht over identiteit en/of cultuur.

Bewegen & Sport

  • 4.1/8.3 Bewegen betekenis geven - De zogenaamde beweegidentiteit en de daarbij behorende persoonlijke beweegmotieven maken deel uit van de identiteit van mensen (zoals die bij M&M aan de orde komt).

Digitale Geletterdheid

  • 5.2 Digitale identiteit - De wijze waarop iemand zich online presenteert hoeft niet overeen te komen met de werkelijkheid. Leerlingen leren zich online te presenteren; dit biedt kansen op sociaal en professioneel gebied.

Nederlands

  • 3.1 Meertaligheid en cultuurbewustzijn - Leerlingen leren over taalverandering en de status van taal, waardoor hun taal- en cultuurbewustzijn wordt vergroot.

Engels / MVT

  • 3.1 Interculturele communicatieve competentie - Een vreemde taal geeft mede invulling aan de identiteit en cultuur van andere groepen.  Interculturele communicatieve competentie draagt bij aan een beter begrip en inzicht van verschillende culturen en bewerkstelligt dat leerlingen hun taalgebruik in een vreemde taal afstemmen op de sociale en culturele context.

MM06.2 - Cultuur - Toelichting

Mensen maken deel uit van groepen die gekenmerkt worden door gezamenlijke (gemeenschappelijke) waarden, normen, opvattingen, omgangsvormen en manieren om zich uit te drukken en voorstellingen te vormen. We noemen deze gedeelde zaken de cultuur van de groep. Cultuur is niet iets statisch maar relatief en continu aan verandering onderhevig. Uitdrukkingsvormen van cultuur zijn bijvoorbeeld taal, kunst, muziek, kleding en bouwstijlen.

Leerlingen leren dat mensen deel uitmaken van verschillende culturen en levensbeschouwelijke stromingen, die invloed hebben op iemands identiteit en dat culturen niet statisch zijn en veranden.

MM06.2 - Cultuur - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat mensen deel uitmaken van verschillende culturen en levensbeschouwelijke stromingen, welke herkenbaar zijn aan verschillende uitdrukkings- en verschijningsvormen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gebruiken, leefgewoontes en feestdagen vanuit verschillende culturele achtergronden (zoals taal, kunst, muziek, eetgewoontes, kleding, bouwstijlen);
  • over gebruiken en feestdagen bij verschillende levensbeschouwingen en culturen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat mensen deel uitmaken van verschillende culturen en levensbeschouwelijke stromingen, die invloed hebben op iemands identiteit en dat culturen niet statisch zijn en (kunnen) veranderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gebruiken, leefgewoontes en feestdagen van mensen met verschillende culturele achtergronden en in verschillende gebieden en de invloed hiervan (in voorkomende gevallen) op jezelf en de samenleving;
  • over belangrijke geestelijke stromingen in de wereld en de invloed van hun kenmerkende eigenschappen (in voorkomende gevallen) op jezelf en op de samenleving;
  • dat cultuur tijd- en plaatsgebonden is en dat culturen kunnen veranderen.

Leerlingen leren over verschillende culturen en verschillende uitdrukkingsvormen en dat deze kunnen veranderen. Culturen en levensbeschouwingen vallen niet samen maar er zijn wel verbanden.

MM06.2 - Cultuur - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over verschillende culturen en verschillende uitdrukkingsvormen en dat deze onderhevig zijn aan verandering. Culturen en levensbeschouwingen vallen niet samen maar er zijn wel verbanden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over verschillende uitdrukkingsvormen van cultuur, waaronder taal, kunst en omgangsvormen;
  • over soorten culturen: dominante, sub- en tegenculturen;
  • over hoe mensen mede op grond van verschillende culturen kunnen botsen en de oorzaken hiervan; en ook over hoe culturen elkaar kunnen verrijken;
  • over hoe culturen en levensbeschouwingen (religie) zich tot elkaar kunnen verhouden;
  • over veranderingsprocessen binnen culturen;
  • over het verband tussen cultuur en levensbeschouwing enerzijds en mensbeeld anderzijds.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Macht en gezag

MM07.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM07.1 - Macht en gezag

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 1.1 Vrijheid en gelijkheid; 2.1 Macht en inspraak; 3.1 Democratische cultuur - Leerlingen reflecteren op het functioneren van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers. Verder komen maatschappelijke vraagstukken aan de orde waarbij machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen een rol spelen. Daarnaast is de democratische cultuur van belang waarbij geleerd wordt dat verschillen van inzicht, waarden, overtuigingen, belangen en emoties niet altijd overbrugd kunnen of hoeven worden.
  • 7.1 Digitaal samenleving - Leerlingen leren onder meer dat media invloed hebben op het sociale en politieke leven en op welke wijze. Ze onderzoeken tevens de betrouwbaarheid van bronnen.
  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Van belang is met name de denk- en handelwijze met betrekking tot overleg en conflicthantering.

Digitale Geletterdheid

  • 5.1 De digitale burger - Digitale technologie wordt ingezet om democratische processen te ondersteunen of te belemmeren en heeft daarmee invloed op de verdeling van de onder meer politieke macht.

Bewegen & Sport

  • 6.1/8.5 Samen bewegen - Leerlingen leren om te gaan met het sociale aspect van bewegen. Als mensen bewegen doen ze dat steeds vaker met elkaar en/of tegen elkaar.

MM07.1 - Macht en gezag - Toelichting

Macht is het vermogen om invloed uit te oefen op het handelen van anderen. Formeel bestaat die macht uit de bevoegdheid om regels en wetten te maken, uit te voeren, te handhaven en sancties op te leggen aan wie ze overtreedt. Die bevoegdheid komt toe aan ouders en leerkrachten, en aan het bestuur van het land. Kinderen leren omgaan met regels en afspraken. Ze leren hoe bestuur en recht in onze democratische rechtsstaat is georganiseerd en de macht gedeeld. Ze denken na over vragen rond bestuur en recht en bereiden zich voor op hun rol als volwaardig burger met actief en passief stemrecht.

Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, over vrijheid en gelijkheid en macht en gezag. En ze leren over hoe ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

MM07.1 - Macht en gezag - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat regels en afspraken nuttig zijn om samen te kunnen spelen en leven. Ze leren over macht- en gezagsdragers in en buiten de school en dat ze zelf ook een stem en rechten hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gezagsdragers (benoemd of gekozen) en hun rol (zoals ouders, leerkrachten, de politie, ministers, de koning, president);
  • over afspraken en regels, de handhaving en eventuele consequenties van het overtreden of niet naleven daarvan;
  • hoe er op school, thuis en bij anderen verschillende regels gelden;
  • over rechten van kinderen en over hun rechten en invloed;
  • over veilig gedrag in de publieke ruimte (zoals in het verkeer).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, over vrijheid en gelijkheid en macht en gezag. En ze leren over hoe ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over machthebbers en gezagsdragers en het verschil tussen macht en gezag;
  • over het vastleggen van afspraken in regels en wetten;
  • over (het ontstaan en de geschiedenis van) de democratische rechtsstaat in Nederland en de grondwet;
  • over het politieke bestel en de werking van de rechtspraak in Nederland (gemeente, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtbank);
  • over verschillende staatsvormen (zoals monarchie en democratie);
  • over voorbeelden van vreedzaam gebruik en misbruik van macht en gezag (zoals slavernij, Duitse bezetting, Jodenvervolging);
  • over manieren van invloed uitoefenen in de eigen omgeving en daarbuiten, kinderrechten en manieren om ervoor te zorgen dat die in de wereld worden nageleefd;
  • over gedrag in de publieke ruimte (zoals verkeersregels en gedrag in het verkeer).

Leerlingen leren over het ontstaan en functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en over andere staatsvormen. Zij leren hoe zij zelf invloed uit kunnen oefenen.

MM07.1 - Macht en gezag - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over het ontstaan en functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en over andere  staatsvormen. Zij leren hoe zij zelf invloed uit kunnen oefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de voor- en nadelen en de (on)mogelijkheden van internationale samenwerking binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties;
  • over machts- en gezagsverhoudingen binnen bedrijven en organisaties en tussen burgers, bedrijven, organisaties, landen;
  • over historische contexten die van belang zijn voor het ontstaan van de democratische rechtsstaat in Nederland (zoals de Grondwet, de basiswaarden en grondrechten in Nederland en de EU) en de waardering voor de democratische rechtsstaat (zoals de Opstand, Franse Revolutie, ideologieën, Duitse bezetting);
  • over de werking van het politieke bestel en de scheiding der machten (gemeente, provincie, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtspraak);
  • over verschillende staats- en organisatievormen die er waren en (denkbaar) zijn (zoals dictatuur, republiek, monarchie, aristocratie, tirannie, totalitaire systemen);
  • over internationale machtsongelijkheid in het verleden (kolonialisme) en het heden (schendingen van mensenrechten).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Samenwerking en conflict

MM07.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM07.2 - Samenwerking en conflict

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 1.1 Vrijheid en gelijkheid; 2.1 Macht en inspraak; 3.1 Democratische cultuur - Leerlingen reflecteren op het functioneren van de democratische rechtsstaat en de betekenis daarvan in het leven van burgers. Verder komen maatschappelijke vraagstukken aan de orde waarbij machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen een rol spelen. Daarnaast is de democratische cultuur van belang waarbij geleerd wordt dat verschillen van inzicht, waarden, overtuigingen, belangen en emoties niet altijd overbrugd kunnen of hoeven worden.
  • 7.1 Digitaal samenleving - Leerlingen leren onder meer dat media invloed hebben op het sociale en politieke leven en op welke wijze. Ze onderzoeken tevens de betrouwbaarheid van bronnen.
  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Van belang is met name de denk- en handelwijze met betrekking tot overleg en conflicthantering.

Digitale Geletterdheid

  • 5.1 De digitale burger - Digitale technologie wordt ingezet om democratische processen te ondersteunen of te belemmeren en heeft daarmee invloed op de verdeling van de onder meer politieke macht.

Bewegen & Sport

  • 6.1/8.5 Samen bewegen - Leerlingen leren om te gaan met het sociale aspect van bewegen. Als mensen bewegen doen ze dat steeds vaker met elkaar en/of tegen elkaar.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Toelichting

Om doelen te bereiken hebben mensen belang bij samenwerken. In de klas, in de maatschappij en in de politiek hebben mensen en groepen elkaar nodig om hun doelen te halen. Wanneer deze doelen en de daarbij behorende belangen te ver uit elkaar liggen, kunnen er spanningen of zelfs conflicten ontstaan.

Leerlingen leren hoe verschillende doelen of belangen kunnen leiden tot conflicten en tot samenwerking. Ze leren over internationale conflicten en internationale samenwerking.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over bedoelingen van mensen. Ze leren hoe mensen verschillen in dat wat ze willen en denken. Ze leren over het omgaan met en het oplossen van conflicten.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  • over samenwerken;
  • over oorzaken van conflicten door verschillende belangen, opvattingen en gevoelens;
  • over het oplossen van conflicten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe verschillende doelen of belangen kunnen leiden tot conflicten en tot samenwerking. Ze leren over internationale conflicten en internationale samenwerking.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  •  over het ontstaan van conflicten en manieren om conflicten te voorkomen;
  • over oplossingsstrategieën bij conflicten;
  • over samenwerkingsvormen op verschillende schaalniveaus (binnen de klas, in een bedrijf, tussen politieke partijen, binnen de EU);
  • over het ontstaan en de gevolgen van (internationale) conflicten in het verleden en actuele conflicten.

Leerlingen leren over achterliggende motieven bij conflicten en samenwerkingsvormen. Ze leren over de langetermijngevolgen van deze conflicten.

MM07.2 - Samenwerking en conflict - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over achterliggende motieven bij conflicten en samenwerkingsvormen. Ze leren over de langetermijngevolgen van deze conflicten.

Kennis en/of vaardigheden

De leerlingen leren:

  • over samenwerking binnen de Europese Unie en over andere (internationale) samenwerkingsverbanden;
  • over conflicten uit het verleden die een relatie hebben met het Europa en de wereld van nu (zoals de Franse Revolutie, de Eerste en Tweede Wereldoorlog);
  • over strategieën om eventuele conflicten (geweldloos) op te lossen;
  • hoe Europese landen hun belangen wereldwijd gingen verspreiden, vroeger en nu; en hoe dit leidde tot verzet;
  • over actuele nationale en internationale conflicten die onder meer invloed hebben op de Nederlandse samenleving en op individuen;
  • over de verschillende soorten grenzen die een gebied of regio afbakenen en wat de gevolgen zijn die kunnen optreden bij het trekken van grenzen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Globalisering

MM08.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM08.1 - Globalisering

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Het gaat met name om de denk- en handelwijzen ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen die toegepast kunnen worden.
  • 9.1 Globalisering - Het betreft inzicht in de verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid van landen en gebieden, migratie en verdelingsvraagstukken; de rol en invloed van de EU en de VN.

Digitale Geletterdheid

  • 4.1 Netwerken; 4.3 Samenwerking met behulp van digitale technologie - Het betreft onder meer de werking van (wereldwijde) digitale netwerken. Digitale technologie kan de samenwerking bevorderen (over grote afstanden) en in dat opzicht van waarde zijn voor de ontwikkeling van de samenleving.

MM08.1 - Globalisering - Toelichting

Samenlevingen zijn steeds meer afhankelijk van elkaar geworden. Internationale handel, migratiestromen, culturele uitwisseling en ecologische vraagstukken hebben grote invloed op maatschappijen.
Globalisering is het proces van uitbreiding en intensivering van contacten en wederzijdse afhankelijkheden over zeer grote afstanden en over landsgrenzen heen op economisch, juridisch, politiek, sociaal-cultureel, demografisch, technologisch en ecologisch gebied. Dit maakt globalisering tot een zeer complex verschijnsel.
Binnen het leergebied Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe maatschappijen (internationaal) verbonden zijn met andere maatschappijen en hoe de verbondenheid steeds (sterk) aan verandering onderhevig is. Leerlingen leren over de wereldgeschiedenis en over relaties en interacties op verschillende schaalniveaus evenals over (internationale) politieke samenwerking en handelsrelaties.
Voor de leerling is het belangrijk om te leren hoe hij zich verhoudt tot ‘het andere en het vreemde’ en welke waarde het ‘eigene’ daarbij heeft. Hoe moet hij omgaan met (mondiale) ontwikkelingen die zo groot zijn dat niemand er richting aan kan geven? Het roept ook op tot persoonlijke afwegingen en stellingname (bijvoorbeeld: moeten of kunnen we samenwerken met landen die hele andere waarden en normen hebben?).

Leerlingen leren over internationale verwevenheid. Verscheidene processen zorgen voor het bestaan van wereldwijde netwerken. De gevolgen hiervan zijn deels zichtbaar in de directe leefomgeving.

MM08.1 - Globalisering - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat de wereld om hen heen veel groter is dan ze kunnen waarnemen. Voor tal van behoeften zijn zij afhankelijk van beslissingen van andere mensen die ze niet direct kennen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe ze verbonden zijn met mensen uit andere delen van de wereld, bijvoorbeeld via de producten die hun ouders kopen en het eten dat zij eten;
  • hoe klasgenoten en andere mensen in Nederland verbonden zijn met andere delen van de wereld, bijvoorbeeld vakantie en familiebanden.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over internationale verwevenheid. Verscheidene processen zorgen voor het bestaan van wereldwijde netwerken. De gevolgen hiervan zijn deels zichtbaar in de directe leefomgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over verschillende manieren waarop ze verbonden zijn met mensen uit andere delen van de wereld: productie, consumptie, cultuur en media;
  • op welke manieren zij zelf, klasgenoten en andere mensen in Nederland verbonden zijn met andere delen van de wereld door vakantie, migratie, familiebanden en/of de taal/talen die ze spreken en leren;
  • over multinationale ondernemingen en internationale organisaties, die het leven hier en elders bedoeld en onbedoeld beïnvloeden;
  • over de bevolkingssamenstelling van hun dorp, wijk, stad en het land, en hoe deze o.a. door migratie veranderd is.

Leerlingen leren dat verschillende groepen in de wereld voor- en nadelen van globalisering ondervinden; dat er voor de toekomst risico's en kansen aan verbonden zijn; dat globalisering tegenkrachten oproept.

MM08.1 - Globalisering - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren dat verschillende groepen in de wereld voor- en nadelen van globalisering ondervinden; dat er voor de toekomst risico's en kansen aan verbonden zijn; dat globalisering tegenkrachten oproept.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe mensen uit alle delen van de wereld met elkaar verbonden zijn: productie, consumptie, dienstverlening, cultuur en media, politiek, technologie, ecologie en risico's;
  • over de voor- en nadelen van internationale arbeidsdeling op economisch, sociaal en ecologisch gebied;
  • over historische achtergronden van het huidige proces van globalisering, zoals kolonialisme, de industriële revolutie, imperialisme, dekolonisatie;
  • over het lidmaatschap van Nederland van de EU en de VN en wat dit betekent voor economie en politieke besluitvorming;
  • over de bevolkingssamenstelling van Nederland en migratiebewegingen wereldwijd, en hoe dit bijdraagt aan wederzijdse beïnvloeding en afhankelijkheid;
  • over de sociale en economische gevolgen van globalisering en hoe het leidt tot vervreemding en ongelijkheid. Wat weer polarisering en tegenreacties, zoals regionalisering en nationalisme tot gevolg heeft.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Duurzame ontwikkeling

MM08.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM08.2 - Duurzame ontwikkeling

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Het gaat met name om de denk- en handelwijzen ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen die toegepast kunnen worden.
  • 8.1 Duurzaamheid - Hier komen de spanningen tussen de aan People, Planet en Prosperity verbonden waarden en belangen die van invloed zijn op de leefomgeving aan de orde.

Mens & Natuur

  • 2.2 Duurzame ontwikkeling - Samen met Mens & Natuur is voorbeeldmatig Duurzame ontwikkeling als gezamenlijke bouwsteen uitgewerkt. Dit om een beeld te geven van hoe hier in een vervolgfase mee omgegaan kan worden. Het leergebied Digitale Geletterdheid heeft aangegeven dat hun bijdrage aan het mondiale thema in deze bouwsteen is gedekt.

MM08.2 - Duurzame ontwikkeling - Toelichting

Deze bouwsteen is gezamenlijk door het leergebied Mens & Natuur en Mens & Maatschappij ontwikkeld.

Relevantie

Duurzame ontwikkeling, is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling richt zich op de verdeling van wat de aarde te bieden heeft aan onszelf, aan mensen elders, aan mensen in de toekomst en aan andere soorten dan de mens. Duurzame ontwikkeling is relevant omdat de mens niet alleen afhankelijk is van de aarde maar er ook onderdeel van uitmaakt. Dit brengt dus verantwoordelijkheden met zich mee. Het zoeken naar een balans tussen de mens (People), de natuur (Planet) en de welvaart (Prosperity) is een belangrijke uitdaging.

Bij duurzaamheidsvraagstukken spelen op alle schaalniveaus spanningen tussen verschillende behoeften, belangen en waarden. Deze spanningen zijn zichtbaar in onze samenleving en bereiken ook het onderwijs en de leerlingen. Door kennis over natuurlijke (on)mogelijkheden, menselijk handelen en innovatieve oplossingen, krijgen leerlingen meer inzicht in de gevolgen van (te maken) keuzes van henzelf en die van anderen.

Inhoud

Vanuit meerdere leergebieden breiden leerlingen hun kennis en vaardigheden rondom duurzame ontwikkeling uit. Hierbij gaat het om het inzicht krijgen in het gebruik en verbruik van natuurlijke hulpbronnen en de invloed hiervan op de kwaliteit van leven van henzelf en anderen en op de aarde.

Leerlingen leren welke positie en invloed individuen, groepen, overheden en organisaties hebben ten aanzien van duurzame ontwikkeling en de consequenties hiervan nu, later, hier en elders. Mede hierdoor vergroten ze hun vermogen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen handelen en de keuzes die zij maken. Ook reflecteren ze op wat ze ethisch verantwoord vinden. Ze verkennen oplossingen, waaronder technologische en gedragsmatige, die helpen om het verbruik van energie en grondstoffen te beperken en een bijdrage te leveren aan een duurzame toekomst; ze ontwikkelen ook inzicht in krachten en machten die oplossingen beïnvloeden en soms bemoeilijken.

Leerlingen leren dat ze door hun behoeften en (on)bewuste keuzes invloed hebben op hun eigen kwaliteit van leven. Het besef ontstaat dat hierbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen.

MM08.2 - Duurzame ontwikkeling - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen ontdekken dat de (natuurlijke en sociale) leefomgeving voortdurend verandert, onder andere als gevolg van hun eigen behoeften en het gedrag van anderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Gemeenschappelijk)

  • over diverse duurzame keuzes in de directe omgeving;
  • over de samenhang tussen People, Planet en Prosperity (te denken valt aan het kappen van bossen voor hout en het scheiden van afval);
  • uitdrukking te geven aan hun eigen behoeftes en deze te vergelijken die van met anderen;
  • over de inzet van (digitale) technologie in de eigen omgeving m.b.t. duurzame ontwikkeling (te denken valt aan windmolens en de slimme thermostaat in huis).

(Mens & Maatschappij)

  • over verschillende rollen die mensen in de omgeving aannemen ten aanzien van duurzame ontwikkeling.

(Mens & Natuur)

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat ze door hun behoeften en (on)bewuste keuzes invloed hebben op hun eigen kwaliteit van leven. Het besef ontstaat dat hierbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Gemeenschappelijk)

  • over duurzame keuzes, ook buiten hun directe omgeving;
  • over mogelijke afwegingen die gemaakt kunnen worden tussen People, Planet & Prosperity;
  • uitdrukking te geven aan hun eigen behoeftes, deze te vergelijken met die van anderen en de mate van de behoefte in hun afwegingen mee te nemen;
  • over de (innovatieve) inzet van (digitale) technologie in de eigen omgeving m.b.t. duurzaamheid om het gebruik van natuurlijk hulpbronnen te optimaliseren (te denken valt aan zonnepanelen en het vergaderen op afstand d.m.v. videoconferentie);
  • over de eigen mogelijkheden om aan duurzame ontwikkeling bij te dragen.

(Mens & Maatschappij)

  • over de positie en invloed van verschillende individuen, bedrijven (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, MVO), overheden en NGO’s (Non Gouvernementele Organisaties) die betrokken zijn bij (de regelgeving rond) duurzame ontwikkeling.

(Mens & Natuur)

Leerlingen leren over de complexiteit van duurzame ontwikkeling: de invloed van leefstijl, het gebruik van technologie, de rol van bedrijven en overheden en de schaalniveaus waarop die effect hebben.

MM08.2 - Duurzame ontwikkeling - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over de complexiteit van duurzame ontwikkeling: de invloed van leefstijl, het gebruik van technologie, de rol van bedrijven en overheden en de schaalniveaus waarop die effect hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Gemeenschappelijk)

  • hoe keuzes kunnen bijdragen aan duurzame ontwikkeling;
  • over de effecten van keuzes op de (natuurlijke en sociale) leefomgeving, zowel dichtbij als veraf, zowel nu als later;
  • over het spanningsveld tussen individuele en collectieve belangen, zoals leefbaarheid, binnen duurzaamheidsvraagstukken;
  • over mondiale duurzaamheidsdoelstellingen (te denken valt aan de Sustainable Development Goals (SDG));
  • over de (innovatieve) inzet van (digitale) technologie bij de oplossing van mondiale duurzaamheidsvraagstukken (te denken valt aan geo-engineering en het digitaal in plaats van fysiek versturen van informatie);
  • over de mogelijkheden om in de toekomst zelf in het kader van vervolgstudie, toekomstig beroep of als burger aan duurzame ontwikkeling bij te dragen.

(Mens & Maatschappij)

  • over de veranderende omgang met de leefomgeving vroeger en nu, hier en daar, aan de hand van People, Planet & Prosperity;
  • over de spanningen die kunnen ontstaan tussen belangen en verantwoordelijkheden die individuen, bedrijven (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, MVO), overheden en NGO’s (Non Gouvernementele Organisaties) op verschillende schaalniveaus hebben met betrekking tot duurzame ontwikkeling.

(Mens & Natuur)

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Technologie

MM08.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM08.3 - Technologie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Het gaat met name om de denk- en handelwijzen ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen die toegepast kunnen worden.
  • 10.1 Technologisch burgerschap - Aan de orde komen vraagstukken rondom technologie (zowel analyse als meningsvorming). Leerlingen zijn zich bewust van de invloed van technologische ontwikkelingen op hun eigen leven, dat van anderen en op de politiek en samenleving.

Mens & Natuur

  • 1.2 Aard van technologie; 2.3 Technologische ontwikkeling - Hier komt aan de orde dat er een onderscheid is tussen de gemaakte en natuurlijke wereld. Tevens gaat het om de mogelijkheden die technologie biedt en de overwegingen om daar gebruik van te maken.

Digitale Geletterdheid

  • 2.1 Veiligheid; 2.2 Privacy; 3.2 Aansturing van en creatie met digitale technologie; 4.1 Netwerken; 4.3 Samenwerking met digitale technologie - Bij veiligheid en privacy gaat het om inzicht in het voorkomen van misbruik van data en persoonlijke gegevens door voorzichtig gedrag en beveiligingsmiddelen. Dat geldt ook voor bedrijven en instellingen.
  • Digitale technologie en de samenwerking op dit gebied (digitale netwerken) kunnen helpen om complexe problemen op te lossen en zijn op die manier van waarde voor het persoonlijk leven en de samenleving.

MM08.3 - Technologie - Toelichting

Inhoud

Veel vraagstukken in de samenleving hangen samen met de inzet van technologie. Werk wordt geautomatiseerd en we zijn in staat om transport en communicatie steeds sneller te laten verlopen. Technologie speelt een grote rol bij veiligheidsvraagstukken (zoals defensie, terrorismebestrijding of in de bescherming tegen water). Technologie heeft ook onbedoelde gevolgen zoals ongelijkheid in digitale geletterdheid en daarmee ook gevolgen voor deelname aan de maatschappij. Het is de vraag of alles wat mogelijk is ook wenselijk is (ethische vraag).

Het leergebied Mens & Maatschappij geeft inzicht in de betekenis die technologie heeft in het leven van mensen. Hoe technologie van invloed is op onze samenleving. Leerlingen leren hoe samenlevingen in het verleden zijn veranderd onder invloed van technologische ontwikkelingen en hoe technologie voortkomt uit behoeften en mede wordt bepaald door (morele) waarden en doelen, zoals duurzaamheid, menswaardigheid, schoonheid of welvaart.

Met de huidige snelheid van technologische veranderingen is het belangrijk dat de leerling zich bewust is van de persoonlijke gevolgen die deze kunnen hebben. Concreet gaat het om de gevolgen voor bijvoorbeeld privacy, (digitale) manipulatie, studie en loopbaan en met betrekking tot financiële verleidingen. Hierin heeft ieder mens ook een persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen en afwegingen te maken.

Leerlingen leren over het gebruiken van technologische middelen. En ook dat samenlevingen in bepaalde tijden bepaalde technologie gebruikten en dat dit in de loop van de tijd verandert.

MM08.3 - Technologie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over technologische middelen en verschillende toepassingen in hun eigen (school-)omgeving. Ze leren hoe techniek helpt bij bepaalde taken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over technologische ontwikkelingen en toepassingen uit hun belevingswereld, vroeger en nu (zoals paard en wagen versus auto);
  • over de zichtbare betekenis van technologie voor dagelijkse handelingen (zoals schaar, computer, smartboard).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over het gebruiken van technologische middelen. En ook dat samenlevingen in bepaalde tijden bepaalde technologie gebruikten en dat dit in de loop van de tijd verandert.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over technologische ontwikkelingen en de tijd waarin ze plaatsvonden;
  • over de invloed die technologie op henzelf heeft;
  • over maatschappelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen;
  • over de invloed van technologie op beroepen;
  • over de toepassing van technologie en de wenselijkheid daarvan;
  • over de ethische dilemma’s die ontstaan door technologie.

Leerlingen leren dat technologische ontwikkeling ontstaat door onderzoek. Dat technologie vaak bedacht is als antwoord op maatschappelijke vraagstukken, zoals op het vlak van veiligheid en welvaart.

MM08.3 - Technologie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren dat technologische ontwikkeling ontstaat door onderzoek. Dat technologie vaak bedacht is als antwoord op maatschappelijke vraagstukken, zoals op het vlak van veiligheid en welvaart.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe bij een tijdperk typerende technologieën horen;
  • over de invloed van technologie op gedrag en verhoudingen;
  • hoe technologische ontwikkelingen tot stand komen en al dan niet verspreid worden;
  • over het ontstaan en de verandering van arbeidsdeling onder invloed van technologische ontwikkelingen (neolithische revolutie, industriële revolutie, digitale revolutie);
  • over de ethische dilemma’s die ontstaan door technologie;
  • over de wenselijkheid en toepassing van technologie.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Ongelijkheid

MM08.4 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM08.4 - Ongelijkheid

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - Het gaat met name om de denk- en handelwijzen ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen die toegepast kunnen worden.
  • 6.1 Solidariteit - Hier wordt door leerlingen gereflecteerd op een aantal basiswaarden in de samenleving zoals vrijheid en gelijkheid. Tevens ontwikkelen leerlingen inzicht in vraagstukken rond in- en uitsluiting, rechtvaardigheid en solidariteit en hoe daarop te handelen. Ze herkennen het gelijkheidsbeginsel uit artikel 1 van de grondwet en passen dit toe.

MM08.4 - Ongelijkheid - Toelichting

Ongelijkheid bestaat in alle samenlevingen, in heden en verleden. Maar de mate van ongelijkheid tussen en binnen samenlevingen, landen en gebieden verschilt. Ongelijkheid wordt bepaald door de verdeling van middelen zoals kennis, kapitaal, gezondheidszorg, grondstoffen, onderwijs en arbeid.

Inhoud

In de samenleving zijn verschillen in ongelijkheid onderwerp van het politieke en maatschappelijke debat. Wat zijn de natuurlijke en sociale omstandigheden waaronder ongelijkheid ontstaat? Welke mate van ongelijkheid is rechtvaardig? Welke ideeën zijn er om met ongelijkheid om te gaan? Alle keuzes over de economische, sociale, culturele en politieke inrichting van de samenleving hebben gevolgen voor de verdeling van en toegang tot arbeid, inkomen, vermogen, kennis, machtsmiddelen en zorg.

Binnen het leergebied Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe ongelijke verdeling van middelen, gevolgen heeft voor mensen en maatschappijen. Leerlingen leren dat ongelijkheid een relatief begrip is, dat de betekenis cultureel is bepaald en verschilt in tijd en plaats. Ongelijkheid is veranderlijk en veranderbaar. Het leergebied biedt leerlingen economische, sociologische en psychologische, politieke en culturele concepten om ongelijkheid te bestuderen.

De leerlingen leren op welke manier zij invloed hebben op ongelijkheid, hetzij binnen hun eigen leefwereld of de leefwereld van anderen. Ze leren te nuanceren, een standpunt in te nemen en te handelen binnen de mogelijkheden die er zijn.

Leerlingen leren over de ongelijke verdeling van middelen als macht, bezit en status; en dat dit kan verschillen van tijd en plaats. Ze leren ook of ze deze verdeling rechtvaardig vinden.

MM08.4 - Ongelijkheid - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat mensen over verschillende middelen beschikken en (mede daardoor) een verschillende positie in de samenleving hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat er verschillen tussen mensen zijn als het gaat om werk, bezit en woonomstandigheden;
  • dat dit op andere plaatsen en vroeger anders kan zijn (geweest).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de ongelijke verdeling van middelen als macht, bezit en status; en dat dit kan verschillen van tijd en plaats. Ze leren ook of ze deze verdeling rechtvaardig vinden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de verschillen die er bestaan tussen mensen als het gaat om de verdeling van macht, bezit en status en dat dit leidt tot ongelijkheid;
  • dat ongelijkheid tussen mensen verschilt in plaats en tijd en dat de  mate van ongelijkheid kan veranderen;
  • over waarden en idealen met betrekking tot gelijkheid en rechtvaardigheid;
  • dat op verschillende plaatsen en in andere tijden anders gedacht wordt en werd over ongelijkheid en de vraag of die rechtvaardig is.

Leerlingen leren over de verdeling van macht, bezit en status binnen samenlevingen in verschillende tijden en op verschillende plaatsen; de oorzaken en of deze verdeling wel of niet rechtvaardig is.

MM08.4 - Ongelijkheid - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over de verdeling van macht, bezit en status binnen samenlevingen in verschillende tijden en op verschillende plaatsen; de oorzaken en of deze verdeling wel of niet rechtvaardig is.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de verdeling van macht, bezit en status in de Nederlandse en mondiale samenleving;
  • hoe ongelijkheid door economische, sociale, culturele en politieke factoren ontstaat en in stand wordt gehouden;
  • over de geschiedenis van ongelijkheid in de Nederlandse cultuur en samenleving en in die van andere culturen en samenlevingen;
  • hoe de ongelijkheid in de Nederlandse samenleving en mondiale verhoudingen vanuit verschillende (politieke) idealen en mensbeelden als (on)rechtvaardig wordt beschouwd.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in continuïteit en verandering

MM09.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Toelichting

Leerlingen leren het verschil tussen verandering en continuïteit en leren beschrijven wat verandert en wat hetzelfde blijft.

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of hetzelfde blijven.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over veranderingen in de tijd en over dat wat niet verandert.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over zichzelf in termen van vroeger, nu en in de toekomst;
  • over wat in de tijd veranderd is en wat gelijk blijft zoals thuis, op school, en in hun omgeving.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of hetzelfde blijven.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe vroeger verschijnselen en situaties anders waren dan nu, en in de toekomst mogelijk anders zullen worden, bijvoorbeeld  op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven;
  • waarom verschijnselen en situaties door de tijd heen min of meer hetzelfde zijn gebleven en waarschijnlijk zullen blijven, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven;
  • waardoor verschijnselen en situaties in de loop van de tijd veranderd zijn, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, communiceren, reizen en geloven.

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of in stand blijven en hoe de aard, het tempo, de omvang en impact van veranderingen (kunnen) zijn.

MM09.1 - Denken in continuïteit en verandering - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren beschrijven en verklaren dat verschijnselen en situaties veranderen of in stand blijven en hoe de aard, het tempo, de omvang en impact van veranderingen (kunnen) zijn.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe verschijnselen in geleerde en bekende contexten door verschillende oorzaken/processen veranderd zijn en mogelijk zullen veranderen, en welke verschillende verklaringen daarvoor denkbaar zijn;
  • over veranderingen in termen van aard, tempo en impact.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit meerdere perspectieven

MM09.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Toelichting

Door verschijnselen, ontwikkelingen en/of vraagstukken vanuit meerdere perspectieven (sociale-, culturele- politieke-, economische-, historische- en geografische- en in voorkomende gevallen ook religieuze en filosofische) te bekijken, leer je deze beter te begrijpen en wordt ook duidelijk hoe complex en veelzijdig de werkelijkheid kan zijn.

Leerlingen leren hoe het kijken vanuit verschillende perspectieven kan helpen bij het begrijpen van situaties.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat zij situaties en gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven kunnen bekijken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe zij een situatie of gebeurtenis vanuit verschillende kanten (perspectieven) kunnen bekijken, waarbij ieder perspectief nieuwe inzichten oplevert (zoals het nieuw te ontwerpen schoolplein moet aantrekkelijk, veilig en niet te duur worden);
  • hoe het innemen van verschillende perspectieven kan leiden tot dilemma's (zoals bouwen we nieuwe huizen met grote tuinen of willen we juist veel gezamenlijk groen in de buurt);
  • hoe het innemen van verschillende perspectieven tot verschillende oplossingen kan leiden.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe het kijken vanuit verschillende perspectieven kan helpen bij het begrijpen van situaties.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe een ander of nieuw perspectief (cultureel-, politiek-, natuurlijk-, economisch- en/of filosofisch) nieuwe inzichten kan geven over situaties;
  • hoe informatie vanuit verschillende perspectieven kan leiden tot dilemma's (zoals oude kerken kunnen worden onderhouden, gesloopt of een nieuwe bestemming krijgen);
  • dat het perspectief van waaruit je kijkt invloed heeft op de oplossingen die we voor een probleem en/of de toekomst bedenken.

Leerlingen leren hoe zij verschillende perspectieven kunnen inzetten om tot verschillende oplossingen te komen en hoe eventueel toekomstscenario’s te maken.

MM09.2 - Denken vanuit meerdere perspectieven - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij verschillende perspectieven kunnen inzetten om tot verschillende oplossingen te komen en hoe eventueel toekomstscenario’s te maken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe een combinatie van culturele-, politieke-, religieuze-, natuurlijke-, technologische; economische- en/of filosofische perspectieven helpt een compleet beeld te schetsen van een situatie, gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe verschillende waarden en belangen bepalend zijn voor de perspectieven die mensen innemen;
  • hoe de keuze voor een bepaald perspectief invloed heeft op de oplossingen die ze voor een probleem kiezen of het toekomstscenario dat ze bedenken;
  • hoe het betrekken van meerdere perspectieven bij het opstellen van toekomstscenario's kan helpen om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke problemen of spanningen;
  • welke vooronderstellingen en methoden ten grondslag liggen aan de verschillende perspectieven (menswetenschappen) en op basis daarvan de waarde van die perspectieven te wegen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit de ander en jezelf

MM09.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
    Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.
  • 7.1 Beleven van kunst - Leerlingen leren de waarde en betekenis van culturele en kunstzinnige activiteiten met anderen te delen, een oordeel uit te stellen en voorkeuren te ontdekken.

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - De beschreven denk- en handelwijzen met betrekking tot affectieve en cognitieve empathie kunnen bijdragen aan toepassen van de M&M denkwijze denken vanuit de ander en jezelf.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Toelichting

“Zou ik er net zo over denken als ik iemand anders was, ergens anders zou wonen of in een andere tijd zou leven?” Individuen en groepen verschillen in hoe zij verschijnselen, ontwikkelingen, situaties en/of vraagstukken bekijken en beoordelen. De verschillen kunnen voortkomen uit levensbeschouwelijke overtuiging, culturele achtergrond, politieke- of persoonlijke opvattingen of persoonlijke omstandigheden. Het oordeel van mensen hangt ook samen met de historische context waarin, de geografische plaats waarop, of de sociale positie waarin zij zich bevinden (standplaatsgebondenheid). Wanneer je probeert te begrijpen hoe 'de ander' kijkt en denkt, krijg je een completer en veelzijdiger beeld.

Leerlingen leren de denkbeelden en ideeën van henzelf en anderen te gebruiken bij het vormen van hun eigen beelden en ideeën.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe denkbeelden en ideeën van anderen kunnen verschillen met die van henzelf.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe je rekening kunt houden met de gevoelens, wensen, voorkeuren en gedachten van anderen en de situatie waarin hij zich in bevindt.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren de denkbeelden en ideeën van henzelf en anderen te gebruiken bij het vormen van hun eigen beelden en ideeën.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe mensen in andere tijden en mensen op andere plekken er andere denkbeelden en ideeën op na houden/hielden (zoals familieleden in het buitenland die heel anders leven);
  • hoe verschil van inzicht en belangen kunnen leiden tot nieuwe ideeën en/of tot conflicten.

Leerlingen leren hoe beelden en ideeën over anderen tot stand komen en hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

MM09.3 - Denken vanuit de ander en jezelf - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe beelden en ideeën over anderen tot stand komen en hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • op welke manieren emoties, voorkeuren, ideeën en opvattingen van anderen zijn te herleiden tot onderliggende waarden;
  • hoe en in welke mate de (culturele-, economische- of levensbeschouwelijke-) achtergrond van mensen een rol speelt bij de vorming van hun waarden;
  • hoe zij kunnen bepalen of en in welke mate de tijd waarin of de plaats waar mensen leven een rol speelt in de manier waarop zij tegen zaken aankijken;
  • hoe je kunt omgaan met verschillende denkbeelden en belangen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in overeenkomsten en verschillen

MM09.4 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Toelichting

Mensen gebruiken overeenkomsten en verschillen om de wereld te ordenen, bijvoorbeeld overeenkomsten en verschillen tussen (groepen) mensen, bedrijven, gebieden of tijden. Binnen het leergebied leren leerlingen hoe ze perioden kunnen vergelijken: sommige zaken veranderen maar niet alles verandert (continuïteit en verandering). Daarnaast leren leerlingen hoe ze gebieden kunnen vergelijken, waarbij schaalniveau een belangrijke rol speelt. Kijken naar overeenkomsten en verschillen roept vragen op zoals waarom of waardoor ze er zijn.

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen benoemen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij voorwerpen en situaties kunnen vergelijken (zoals 'wat is er anders en wat is hetzelfde?');
  • hoe ze voorwerpen en situaties kunnen ordenen op basis van kenmerken (zoals 'hoe kun je zien of iets oud is?');
  • hoe overeenkomsten en verschillen ontstaan (zoals 'hoe komt het dat het op sommige plaatsen druk is en op andere plaatsen rustig?').

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken;
  • hoe ze verschijnselen en ontwikkelingen kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken;
  • dat overeenkomsten en verschillen tussen mensen (mede) voortkomen uit politieke-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden.

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen aan de hand van overeenkomstige- en onderscheidende kenmerken kunnen vergelijken en verklaren.

MM09.4 - Denken in overeenkomsten en verschillen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen aan de hand van overeenkomstige- en onderscheidende kenmerken kunnen vergelijken en verklaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen kunnen vergelijken aan de hand van criteria (zoals 'hoe hebben politieke keuzes ertoe geleid dat, hoe hebben economische keuzes…’);
  • hoe zij verschijnselen en ontwikkelingen op meerdere manieren kunnen ordenen of classificeren aan de hand van overeenkomstige- of onderscheidende kenmerken (zoals ‘in welke categorieën kun je deze informatie indelen?’);
  • in welke mate politiek-, culturele-, economische-, historische-, geografische- of levensbeschouwelijke achtergronden bij mensen overeenkomsten en verschillen verklaren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in oorzaken en gevolgen

MM09.5 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.1 Kansen en kansverdelingen; 5.2 Data en statistiek - Leerlingen gebruiken kennis over kansen en kansenverdelingen om in te kunnen schatten of gebeurtenissen daadwerkelijk plaats zullen vinden (en hebben gevonden) op basis van de waarschijnlijkheid van de verschillende oorzaken. Daarnaast gebruiken ze vaktaal uit data en statistiek, in het bijzonder correlatie en causaliteit.

Mens & Natuur

  • 4.4 Relaties en verbanden - Het betreft het begrip van en voor een natuurwetenschappelijke kijk op oorzaak-gevolg relaties.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Toelichting

Verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken hebben veelal meerdere oorzaken en kunnen meerdere gevolgen hebben. Binnen het leergebied Mens & Maatschappij gaat het zelden om eenduidige of noodzakelijke verbanden (‘als dit, dan altijd dat’). Ook toeval, omstandigheden en de motieven van individuen en organisaties spelen een rol en hebben bedoelde en onbedoelde gevolgen. Wanneer we onderscheid maken in een korte- en lange termijn, of kijken op een ander schaalniveau, komen andere oorzaken en gevolgen in beeld.

Leerlingen leren dat verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken veelal meerdere oorzaken hebben en meerdere bedoelde of onbedoelde gevolgen kunnen hebben.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren om eenvoudige gebeurtenissen te beschrijven aan de hand van oorzaken en gevolgen. Ze leren dat er een verband is tussen oorzaak en gevolg.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • zich af te vragen wat de oorzaak van een gebeurtenis is;
  • verbanden te leggen tussen waarneembare gevolgen en oorzaken;
  • hoe mensen invloed kunnen hebben op oorzaken en gevolgen en dat gebeurtenissen gevolgen kunnen hebben voor hun directe omgeving.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken veelal meerdere oorzaken hebben en meerdere bedoelde of onbedoelde gevolgen kunnen hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe een gebeurtenis meerdere oorzaken en meerdere gevolgen kan hebben;
  • dat oorzaken en gevolgen van verschillend belang kunnen zijn;
  • hoe handelingen van mensen ook onbedoelde gevolgen (kunnen) hebben;
  • dat er gevolgen zijn op korte termijn en op lange termijn.

Leerlingen leren hoe je oorzaken en gevolgen van verschijnselen, ontwikkelingen, problemen en vraagstukken kunt beschrijven, verklaren en voorspellen.

MM09.5 - Denken in oorzaken en gevolgen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe je oorzaken en gevolgen van verschijnselen, ontwikkelingen, problemen en vraagstukken kunt beschrijven, verklaren en voorspellen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe ze verschillende soorten oorzaken en gevolgen kunnen onderscheiden (zoals ‘hoe zien de economische gevolgen van deze gebeurtenis eruit?’);
  • hoe oorzaken en gevolgen verschillend van aard kunnen zijn: aanleiding, directe oorzaak, diepere oorzaak, enzovoorts;
  • hoe ze verschillende oorzaken en verschillende gevolgen kunnen wegen (zoals ‘wat was de belangrijkste oorzaak?’);
  • hoe beslissingen van mensen, organisaties en instituties bedoelde en onbedoelde gevolgen kunnen hebben (zoals ‘wat kan een gevolg zijn van een wet op…?’; ‘hoe heeft deze ontwikkeling ervoor gezorgd dat bedrijven die keuzes maakten?’) en dat elk gevolg zelf weer een oorzaak kan zijn;
  • in te schatten of gebeurtenissen daadwerkelijk plaats zullen vinden op basis van de waarschijnlijkheid van het optreden van verschillende oorzaken.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken vanuit actoren en structuren

MM09.6 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
  • Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.

Rekenen & Wiskunde

  • 4.1 Verbanden, verschijningsvormen, vergelijkingen; 4.2 Speciale verbanden; 12.1 Modelleren - Kennis van verbanden en vergelijkingen (ook numeriek en grafisch) kunnen helpen om het abstracte denken in actoren en structuren mogelijk te maken. Ook leren leerlingen dat een maatschappelijke gebeurtenis,  verschijnsel of proces door middel van een (wiskundig) model kan worden weergegeven.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Toelichting

We kennen de geschreven en ongeschreven regels die in onze omgeving gelden en staan er niet bij stil hoe onze sociale omgeving van grote invloed is op ons gedrag. Verschillende actoren zoals vrienden, buren, medeleerlingen, organisaties, instituties, partijen zorgen ervoor dat we dingen doen of laten. De onderlinge verhoudingen en relaties van deze actoren vormen de structuren in onze samenleving. Uiteindelijk zorgt een goed inzicht in de verschillende belangen ervoor dat een leerling een afgewogen standpunt kan bepalen over maatschappelijke kwesties.

Leerlingen leren zich af te vragen welke verschillende actoren en structuren een rol (kunnen) spelen bij een maatschappelijk verschijnsel of gebeurtenis.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat de wereld om hen heen is georganiseerd, hoe (on)geschreven regels en afspraken werken en hoe mensen verschillende posities kunnen hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • over bekende actoren en structuren uit de eigen omgeving zoals burgemeester of de brandweer;
  • hoe (on)geschreven regels en afspraken werken;
  • dat mensen verschillende posities hebben (zoals ouderen, de koning of politieagenten).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren zich af te vragen welke verschillende actoren en structuren een rol (kunnen) spelen bij een maatschappelijk verschijnsel of gebeurtenis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe verschillende groepen mensen, bedrijven, instellingen, etc. betrokken zijn bij een maatschappelijke gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe ze(on)geschreven regels en afspraken kunnen benoemen;
  • over verschillende belangen of perspectieven van actoren en structuren zoals beheren van de openbare ruimte door buurtbewoners, de gemeente en de politie;
  • hoe indelingen (bijvoorbeeld schema’s) kunnen helpen om de maatschappij overzichtelijker te maken en hoe ze eenvoudige indelingen maken.

Leerlingen leren hoe verschillende actoren en structuren van belang zijn bij maatschappelijke ontwikkelingen. Ze leren over de invloed ervan en hoe zich te verhouden tot actoren en structuren.

MM09.6 - Denken vanuit actoren en structuren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe verschillende actoren en structuren van belang zijn bij maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen. Ze leren over de invloed ervan en hoe zich te verhouden tot actoren en structuren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe en in hoeverre relaties bestaan tussen verschillende groepen mensen, bedrijven, instellingen;
  • (on)geschreven regels en afspraken benoemen en hierin een keuze maken;
  • over verschillende belangen en motieven van actoren en hoe en in welke mate ze van invloed zijn op een (maatschappelijke) gebeurtenis of verschijnsel;
  • hoe indelingen, schema's en modellen inzicht geven in de werking van de maatschappij en hoe je deze op een eenvoudige wijze maakt en toepast;
  • hoe hun eigen rol en positie is ten opzichte van de verschillende actoren en structuren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Denken in betekenis

MM09.7 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM09.7 - Denken in betekenis

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling - Voor alle denkwijzen van M&M spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol. Het gaat tevens om het juiste gebruik van laagfrequente school- en vaktaal (in het dagelijks taalgebruik niet veel voorkomende begrippen).

Kunst & Cultuur

  • 1.2 Denkstrategieën; 4.1 Artistieke innovatie - Voor alle denkwijzen van M&M kunnen genoemde bouwstenen van K&C van belang zijn. Leerlingen leren verschillende denkstrategieën toe te passen als het gaat om het betekenis geven aan en waarderen van kunst en cultuur. Dit draagt bij het verhogen van hun artistiek-creatief vermogen.
    Bij artistieke innovatie leren leerlingen kritische en/of filosofische vragen te stellen om een onderwerp of probleemstelling vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en hun standpunt te bepalen.
  • 5.1 Kunst- en cultuurhistorische contexten; 6.1 Functies van kunst; 7.1 Beleven van kunst; 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren kunst- en cultuurhistorische contexten te bevragen, onderzoeken en begrijpen en geven hun dus betekenis aan. Ze leren vanuit verschillende perspectieven kunst als spiegel van de wereld te duiden. Ze leren tevens de waarde en betekenis van culturele en kunstzinnige activiteiten en ook die van hun eigen werk met anderen te delen, een oordeel uit te stellen en voorkeuren te ontdekken.

Burgerschap

  • 11.1 Denk- en handelwijzen - De beschreven denk- en handelwijzen met betrekking tot affectieve en cognitieve empathie kunnen bijdragen aan toepassen van de M&M denkwijze denken in betekenis.

MM09.7 - Denken in betekenis - Toelichting

Mensen en maatschappijen kennen betekenissen toe aan situaties, gebeurtenissen en ontwikkelingen. Betekenissen worden gevormd in een sociale context, meestal in gesprekken. Ze komen voort uit ideeën die we hebben en hebben relaties met onze levensbeschouwelijke-, culturele achtergrond en gedeelde- of persoonlijke ervaringen. Leerlingen leren hoe mensen betekenis geven en ze leren dat zij zelf ook betekenis kunnen vormen. Leerlingen leren dat mensen aan dezelfde gebeurtenis, verschillende betekenissen kunnen geven.

Leerlingen leren hoe mensen verschillend kunnen denken. Ze leren hoe mensen vanuit hun achtergrond kunnen verschillen in het geven van betekenis.

MM09.7 - Denken in betekenis - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over vragen waarop veel verschillende antwoorden mogelijk zijn.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • (filosofische) vragen stellen over wat zij om zich heen zien, horen en meemaken;
  • over vragen waarop verschillende antwoorden gegeven kunnen worden;
  • over deze vragen na te denken en er met anderen over te praten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe mensen verschillend kunnen denken. Ze leren hoe mensen vanuit hun achtergrond kunnen verschillen in het geven van betekenis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe verschillend mensen kunnen denken bij het stellen en beantwoorden van (filosofische) vragen;
  • hoe individuen en groepen betekenis geven aan gebeurtenissen, personen, plaatsen, objecten en ontwikkelingen;
  • hoe verschillen in denken en betekenisgeven kunnen leiden tot verschillen van mening.

Leerlingen leren hoe levensbeschouwing, cultuur, gedeelde- en persoonlijke ervaringen van invloed zijn op betekenis geven. Ze leren betekenissen herkennen en analyseren en hun uniciteit te ervaren.

MM09.7 - Denken in betekenis - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe levensbeschouwing, cultuur, gedeelde- en persoonlijke ervaringen van invloed zijn op het geven van betekenis. Ze leren betekenissen herkennen en analyseren en hun uniciteit te ervaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren

  • hoe abstracte concepten (zoals rechtvaardigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid en geluk) kunnen helpen bij de betekenisgeving van persoonlijke ervaringen of maatschappelijke vraagstukken;
  • hoe betekenissen te herkennen zijn aan menselijk gedrag, taal of symbolen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Informatie verwerven en verwerken

MM10.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 1.1 Aard van de wetenschap; 3.1 Onderzoeken - Leerlingen leren hoe de (natuur) wetenschap werkt en welke rol deze vervult in het dagelijks leven en de maatschappij. M&N draagt bij aan het op de juiste wijze onderscheid maken tussen feiten en meningen en de beoordeling van de betrouwbaarheid van bronnen.
  • M&N draagt bij aan het begrip van en voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Leerlingen leren hun vragen systematisch te beantwoorden aan de hand van waarnemingen en de interpretatie van die waarnemingen.

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen onderzoek en kritisch denken uit dit leergebied dragen bij het op een juiste manier verwerven en verwerken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling; 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken - Het (kritisch) verwerken van mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik is van belang bij het op een juiste manier verwerven, verwerken en verstrekken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.2 Data en statistiek - Leerlingen leren data te verwerken en statistiek te gebruiken. Dit kan ingezet worden bij M&M bij het verwerken en interpreteren van informatie, bij het onderzoek doen naar maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen en bij het presenteren van de opbrengsten.

Digitale Geletterdheid

  • 1.1 Van data naar informatie; 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie - Het gaat om het leren om een bewuste keuze te maken uit de beschikbare digitale middelen om informatie te zoeken, te selecteren en te presenteren. Leerlingen zetten digitale technologie wendbaar en creatief in (onder meer ten behoeve het presenteren van informatie of conclusies uit een onderzoek).

Kunst & Cultuur

  • 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren door het tonen en delen van eigen werk hoe dit overkomt en begrepen kan worden. Bij M&M bestaat dit eigen werk uit het presenteren van (verworven en verwerkte) informatie.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Toelichting

Informatie verwerven en verwerken is een proces waarbij het nodig is dat leerlingen weten hoe zij op een systematisch, effectieve en efficiënte wijze informatie kunnen zoeken, vinden, waarderen, gebruiken en delen. Ze leren een kritische houding aan om informatie op waarde te kunnen schatten.

In elke fase van het onderwijs worden steeds de volgende elementen met betrekking tot het verwerven en verwerken van informatie gekoppeld aan concrete vaardigheden; probleem formuleren, zoekstrategieën toepassen, verwerven en selecteren, verwerken, presenteren en evalueren/beoordelen.

Leerlingen leren hoe zij uit bronnen informatie kunnen verzamelen, selecteren, interpreteren en verwerken, om zo hun informatievraag te beantwoorden en te presenteren.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren om open vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • inventariseren wat ze al weten;
  • formuleren wat ze nog willen weten;
  • antwoord te geven op wie-wat-waar-wanneer-waarom vragen;
  • gericht te luisteren naar informatie die anderen mondeling delen;
  • eenvoudige (beeld)bronnen te raadplegen;
  • opgedane kennis en ideeën aan anderen te presenteren en/of samen te vatten.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij uit bronnen informatie kunnen verzamelen, selecteren, interpreteren en verwerken, om zo hun informatievraag te beantwoorden en te presenteren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een afgebakende informatievraag te formuleren;
  • vanuit een vraag een bruikbare zoekstrategie (zoals zoektermen en of trefwoorden) te kiezen;
  • vanuit een vraag relevante bronnen te selecteren;
  • verschillende soorten bronnen (zoals historische bronnen, geschreven en ongeschreven, analoog en/of digitaal, statistische gegevens, tabellen, grafieken en/of kaarten) te raadplegen;
  • uit bronnen relevante, betrouwbare informatie te halen;
  • een antwoord op de informatievraag te formuleren en deze te presenteren;
  • verantwoorden hoe een antwoord is gevonden (zoals bronnen vermelden);
  • op de kwaliteit van het antwoord op de vraag, het zoekproces en  de eigen rol met behulp van de docent te reflecteren.

Leerlingen leren adequate zoekstrategieën te hanteren om informatie te verzamelen, te selecteren, te interpreteren en te verwerken. Ze leren de conclusies te presenteren en het proces te evalueren.

MM10.1 - Informatie verwerven en verwerken - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren adequate zoekstrategieën te hanteren om informatie te verzamelen, te selecteren, te interpreteren en te verwerken. Ze leren de conclusies te presenteren en het proces te evalueren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • bepalen wat de informatiebehoefte is en daarbij zelf een concrete informatievraag te formuleren;
  • een effectieve en efficiënte selectie en zoekstrategie naar bronnen uit te voeren;
  • op basis van criteria meerdere bruikbare bronnen te selecteren, daaruit de relevante informatie te halen en deze informatie te vergelijken;
  • bronnen en informatie uit de bronnen te beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit;
  • bronnen die gepubliceerd zijn in een moderne vreemde taal te raadplegen en voor het onderzoek te gebruiken;
  • een beargumenteerde conclusie te trekken/antwoord te formuleren bij de informatievraag;
  • een presentatie te geven die aansluit op de informatiebehoefte;
  • een bronnenlijst te maken;
  • zelfstandig alle stappen in het doorlopen proces te evalueren.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Onderzoeken

MM10.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.2 - Onderzoeken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Natuur

  • 1.1 Aard van de wetenschap; 3.1 Onderzoeken - Leerlingen leren hoe de (natuur) wetenschap werkt en welke rol deze vervult in het dagelijks leven en de maatschappij. M&N draagt bij aan het op de juiste wijze onderscheid maken tussen feiten en meningen en de beoordeling van de betrouwbaarheid van bronnen.
  • M&N draagt bij aan het begrip van en voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Leerlingen leren hun vragen systematisch te beantwoorden aan de hand van waarnemingen en de interpretatie van die waarnemingen.

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen onderzoek en kritisch denken uit dit leergebied dragen bij het op een juiste manier verwerven en verwerken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Nederlands

  • 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling; 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling; 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerven, verwerken en verstrekken - Het (kritisch) verwerken van mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik is van belang bij het op een juiste manier verwerven, verwerken en verstrekken van informatie en het doen van onderzoek naar een maatschappelijke gebeurtenis, verschijnsel of proces.

Rekenen & Wiskunde

  • 5.2 Data en statistiek - Leerlingen leren data te verwerken en statistiek te gebruiken. Dit kan ingezet worden bij M&M bij het verwerken en interpreteren van informatie, bij het onderzoek doen naar maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen en bij het presenteren van de opbrengsten.

Digitale Geletterdheid

  • 1.1 Van data naar informatie; 3.1 Interactie en creatie met digitale technologie - Het gaat om het leren om een bewuste keuze te maken uit de beschikbare digitale middelen om informatie te zoeken, te selecteren en te presenteren. Leerlingen zetten digitale technologie wendbaar en creatief in (onder meer ten behoeve het presenteren van informatie of conclusies uit een onderzoek).

Kunst & Cultuur

  • 8.1 Tonen en delen van eigen werk - Leerlingen leren door het tonen en delen van eigen werk hoe dit overkomt en begrepen kan worden. Bij M&M bestaat dit eigen werk uit het presenteren van (verworven en verwerkte) informatie.

MM10.2 - Onderzoeken - Toelichting

Door onderzoek te doen naar historische, geografische, economische, sociale of culturele verschijnselen, leren leerlingen de wereld om hen heen steeds beter te begrijpen. Vanuit verwondering, behoefte of urgentie kunnen onderzoeksvragen ontstaan. Bij onderzoek binnen het leergebied Mens & Maatschappij kunnen de leerlingen steeds de volgende aspecten toepassen (in toenemende mate van complexiteit): een onderzoeksvraag formuleren, een onderzoeksopzet ontwerpen, data verzamelen, conclusies trekken en presenteren. Zij kennen en herkennen de overeenkomsten en verschillen met onderzoek binnen het leergebied Mens & Maatschappij en andere leergebieden.

Leerlingen leren, vanuit een gegeven of zelfgekozen onderzoeksvraag, een onderzoek begeleid uit te voeren. Naar aanleiding van het onderzoek leren ze conclusies te formuleren en deze te presenteren.

MM10.2 - Onderzoeken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat je vragen kunt onderzoeken en hoe je dit kunt doen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerling leren:

  • (open) vragen te stellen over de wereld om hen heen;
  • hoe ze een eenvoudig onderzoek kunnen uitvoeren (zoals aan de hand van een vooraf aangereikt stappenplan);
  • gegevens verzamelen om antwoorden op hun vragen te vinden;
  • waarnemen en waarnemingen (in de waargenomen volgorde) beschrijven;
  • een korte presentatie te geven over hun waarnemingen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren, vanuit een gegeven of zelfgekozen onderzoeksvraag, een onderzoek begeleid uit te voeren. Naar aanleiding van het onderzoek leren ze conclusies te formuleren en deze te presenteren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een onderzoekbare vraag en eenvoudige hypothese te formuleren;
  • een stappenplan voor een onderzoek op te stellen en te volgen;
  • op verschillende manieren gegevens te verzamelen en selecteren (zoals het raadplegen van (historische) bronnen, observeren, interviewen en/of enquêteren);
  • hoe verzamelde informatie (zoals uit boeken, observaties, interviews of enquêtes) systematisch te verwerken (zoals in een grafiek, kaart of tabel);
  • met behulp van de verzamelde en geselecteerde gegevens een onderbouwd antwoord te geven op de onderzoeksvraag en hierbij gebruik te maken van vaktaal;
  • de onderzoeksresultaten (eenvoudig) te presenteren;
  • de onderzoeksresultaten te vergelijken met de hypothese;
  • te reflecteren op het onderzoek en een vervolgvraag te formuleren.

Leerlingen leren een verklarende onderzoeksvraag op te stellen; op gestructureerde wijze te onderzoeken en de resultaten te presenteren. Ze leren te reflecteren op proces & uitkomst van het onderzoek.

MM10.2 - Onderzoeken - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren een verklarende onderzoeksvraag op te stellen; op gestructureerde wijze te onderzoeken en de resultaten te presenteren. Ze leren te reflecteren op proces en uitkomst van het onderzoek.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • een onderzoeksonderwerp te bepalen en daarbij een relevante verklarende onderzoeksvraag te formuleren;
  • een onderzoeksplan op te stellen en uit te voeren, waarbij verschillende onderzoeksmethoden (begeleid) worden toegepast (zoals het raadplegen van (historische bronnen), observeren, interviewen, enquêteren, opzetten van een experiment en/of simuleren);
  • met behulp van de verzamelde en geselecteerde gegevens een onderbouwd antwoord te geven op de onderzoeksvraag;
  • bronverwijzingen toe te passen;
  • een presentatie te geven over het uitgevoerde onderzoek, de onderzoeksfasen daarin te benoemen en antwoord te geven op de onderzoeksvragen;
  • te reflecteren op hun eigen rol in het uitgevoerde onderzoek en de resultaten van het onderzoek, waarbij zij ingaan op de betrouwbaarheid van de onderzoeksopzet en resultaten.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Waarderen, redeneren en argumenteren

MM10.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Burgerschap

  • 11.1 Denkwijzen - De denk- en handelwijzen kritisch denken en ethisch redeneren en moreel oordelen en handelen kunnen toegepast worden bij de M&M werkwijze waarderen, redeneren en argumenteren.

Nederlands

  • 6.1 Kritisch (digitale) informatie vererven, verwerken en verstrekken - Het gaat hier om het kritisch verwerken van (onder meer digitale) informatie. Leerlingen leren talige, visuele en retorische middelen en de effecten ervan te herkennen en zelf in te zetten.

Rekenen & Wiskunde

  • 10.1 Logisch redeneren - Het betreft hier complexere redeneringen (waaronder deductieve redeneringen) en het zetten van redeneerstappen op basis van kennis en inzicht uit verschillende leergebieden.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Toelichting

Leerlingen leren hoe zij verschijnselen, ontwikkelingen en/of vraagstukken kunnen waarderen op basis van feitelijke informatie en op basis van opvattingen van anderen. Ze leren hoe ze tegenstrijdige informatie en verschillende belangen kunnen afwegen. Leerlingen leren ook hoe je kunt communiceren over deze afweging: hoe je je kunt laten overtuigen door argumenten van anderen en hoe je een standpunt in kunt nemen en anderen kunt overtuigen met goede argumenten.

Leerlingen leren hoe zij argumenten kunnen wegen, hoe zij argumenten kunnen inzetten in een redenering en dat argumenten verschillend kunnen worden gewogen.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren wat argumenten zijn en hoe je deze kunt gebruiken.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe ze onderscheid kunnen maken in voor- en tegenargumenten;
  • hoe argumenten naast elkaar kunnen bestaan.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij argumenten kunnen wegen, hoe zij argumenten kunnen inzetten in een redenering en dat argumenten verschillend kunnen worden gewogen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • hoe ze onderscheid kunnen maken tussen feitelijke informatie en meningen;
  • bewust te zijn van de mogelijkheden die wetenschap biedt om tot betrouwbare antwoorden op vragen te komen;
  • de Mens- en Maatschappij denkwijzen in te zetten bij het formuleren van argumenten (zoals denken in continuïteit en verandering, denken in oorzaak en gevolg, denken vanuit de ander en jezelf);
  • een onderbouwd (waarde)oordeel uit te spreken over de standpunten van anderen;
  • vragen te stellen over de betrouwbaarheid van kennis;
  • kritisch te zijn ten aanzien van geuite eigen (waarde)oordelen.

Leerlingen leren hoe zij vanuit verschillende bronnen, waarden en belangen kunnen wegen. Ze leren hun mening te onderbouwen vanuit meerdere perspectieven en standpunten van anderen.

MM10.3 - Waarderen, redeneren en argumenteren - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren hoe zij vanuit verschillende bronnen, waarden en belangen kunnen wegen. Ze leren hun mening te onderbouwen vanuit meerdere perspectieven en standpunten van anderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • verbanden te leggen tussen verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken op verschillende schaalniveaus en in verschillende tijdsperiodes en deze te ordenen;
  • op verschillende systematische manier belangen, waarden, motieven en standpunten te wegen;
  • een eigen onderbouwd oordeel en/of mening te vormen en deze te verwoorden;
  • verschillende posities in te nemen op basis van onderbouwde argumenten;
  • vooronderstellingen te signaleren en te herkennen of een redenering geldig is;
  • hoe kennis tot stand komt en welke (wetenschappelijke) methoden hieraan ten grondslag liggen en wat dit betekent voor de betrouwbaarheid en validiteit van deze kennis;
  • een onderbouwd oordeel uit te spreken over de oordelen en/of meningen van anderen;
  • te waarderen en een (objectief) oordeel te geven op basis van vakkennis en/of vakgerelateerde criteria informatie, redeneringen of onderzoeksresultaten;
  • een (subjectief) oordeel te geven op basis van eigen waarden en/of belangen standpunten, maatschappelijke verschijnselen of ontwikkelingen waarderen;
  • expliciet te maken welke criteria, kennis, waarden en/of belangen een rol spelen bij het waarderen en oordelen;
  • zich een beeld te vormen van de waarden, belangen, kennis en ervaringen die een rol spelen bij het waarderen en oordelen door henzelf en door anderen.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Maatschappij doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Maatschappij)

Gemeenschappelijke aanbevelingen voor de Mens & Maatschappijvakken

  1. Maak inzichtelijk hoe de verschillende M&M vakken zich in de bovenbouw tot elkaar verhouden. Onderzoek daarbij verschillende varianten, zoals het leggen van relaties op het gebied van de maatschappelijke vraagstukken en/of het benoemen van gemeenschappelijke denk- en werkwijzen.
  2. Onderzoek hoe de voor Mens & Maatschappij geformuleerde denk- en werkwijzen aansluiten bij en invulling kunnen krijgen bij de afzonderlijke M&M vakken.
  3. Schenk aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken in de afzonderlijke amenprogramma's van de Mens & Maatschappij-vakken.
    Onderzoek daarbij verschillende scenario's om dit zichtbaar te maken. (Bijvoorbeeld: een integrale behandeling van één of meerdere maatschappelijke vraagstukken in alle Mens & Maatschappij-vakken; de keuze voor één of meerdere maatschappelijke vraagstukken die in een specifiek Mens & Maatschappij-vak aan de orde komen.)
  4. Besteed bij een herziening van de examenprogramma's (blijvend) aandacht aan een goede niveaudifferentiatie voor vmbo, havo en vwo.
  5. Verken de mogelijkheden voor een examenprogramma voor een gezamenlijk Mens & Maatschappij-vak (leergebied) in de bovenbouw van vmbo-bb en vmbo-kb.
    Onderzoek in hoeverre dit in deze leerwegen een alternatief kan zijn voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis en bij voorkeur ook maatschappijkunde en economie.
    Op dit moment worden deze afzonderlijke Mens & Maatschappij-vakken in bovenbouw van vmbo-bb en -kb voor relatief kleine aantallen leerlingen en enigszins versnipperd aangeboden.
  6. Breng waar nodig balans aan tussen de omvang van de examenstof die getoetst wordt in het centraal- en schoolexamen gerelateerd aan de studielast.
    Het centraal examen heeft een weging van 50% van het eindcijfer, maar de studielast die centraal getoetst wordt omvat bij enkele Mens & Maatschappij-vakken meer dan 50%. Hierdoor wordt de specifieke rol van het schoolexamen te klein. Een voldoende kwaliteitsborging van de schoolexamens is in dit opzicht van belang.
  7. Onderzoek de rol van taal bij de Mens & Maatschappij-vakken (met name in de examens).
    Dit kan betrekking hebben op begripsformuleringen (eenduidigheid) en/of het gebruik van handelingswerkwoorden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van taalgericht vakonderwijs kunnen verder verkend worden.

Hieronder volgen per Mens & Maatschappij-vak (of cluster van vakken) in de bovenbouw afzonderlijke aanbevelingen.

Aardrijkskunde

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen Mens & Maatschappij (sociale geografie) en Mens & Natuur (fysische geografie).

Inhouden

  • Zorg voor een gelijke structuur in de examenprogramma's vmbo, havo en vwo om doorstroming beter te maken.
    Vmbo werkt vanuit eigen regio naar hoger schaalniveau voor zes thema's met meerdere regionale contexten op het hoogste schaalniveau. Breng het aantal regio's in vmbo terug. Havo/vwo werkt vanuit mondiaal schaalniveau via regionale contexten naar eigen regio en past daar relevante inhouden op toe. Kies een eenduidige opbouw.
  • Werk de maatschappelijke vraagstukken (Globalisering, Duurzame ontwikkelingen, Technologie en Ongelijkheid) in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
    De maatschappelijke thema's zijn al herkenbaar vertegenwoordigd in de examenprogramma's havo/vwo: globalisering (ce en se), duurzaamheid (se vwo) en technologie (ce). In vmbo komt duurzaamheid terug bij ce en se. Technologie in mindere mate (ce) en globalisering niet. Het vergroten van de zichtbaarheid van deze bouwenstenen komt de samenhang ten goede.
  • Werk uit hoe de geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext een rol spelen.
    Geografische inhoud (inhoud/denk- en werkwijzen) wordt op veel vervolgopleidingen en in de beroepscontext toegepast maar dat is niet zichtbaar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Maak de relevantie hiervan duidelijk in het examenprogramma.
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.
    Het is aan te bevelen om het aanleren van geografisch taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over vakken heen (Mens & Maatschappij en Mens & Natuur).

Denk- en werkwijzen

  • Breng het examenprogramma vmbo in lijn met Mens & Natuur grote opdracht Aarde en denkwijzen Mens & Natuur grote opdracht Systemen en Schaal, verhouding en hoeveelheid. Voor een goede doorstroming van vmbo naar havo mist het examenprogramma vmbo endogene processen. Voeg dit specifieke onderdeel toe aan het examenprogramma vmbo. Dit betreft zowel kennis als denkwijzen.
  • Gebruik denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij om stereotypen en stigmatiserende ideeën te ontkrachten/objectiveren.
    Geconstateerd is dat de examenprogramma's 'technisch toetsen'. Dit leidt in voorkomende gevallen tot stereotypen en stigmatiserende ideeën. Juist de Mens & Maatschappij-denkwijzen gericht op het persoonlijke en in relatie naar de ander (denken vanuit de ander en jezelf; denken vanuit keuzes en verantwoordelijkheden; denken in betekenis) komen nog niet goed tot hun recht. Zorg dat de examenprogramma's meer deze Mens & Maatschappij-denkwijzen toetsen.
  • Laat het belang van Technologie zien door actief gebruik te maken van ict en data en daar mee leren omgaan via werkwijzen Informatie verwerven en verwerken (Mens & Maatschappij) en Modelgebruik- en ontwerp (Mens & Natuur) in de examenprogramma's. Gebruik daarvoor zowel de techniek (GIS) als inhoud Serious gaming om de doelstellingen te halen.
    Het gebruik van Technologie zoals verwoord in grote opdracht Technologie biedt veel kans binnen de examenprogramma's Aardrijkskunde toegepast te kunnen worden. Het is aan te bevelen om ruimte in het examenprogramma te reserveren voor Technologie in de breedste zin.

Vakspecifiek

  • Formuleer leerdoelen (eindtermen) voor de bovenbouw waarin het integratieve karakter tussen mens- (sociale geografie) en natuurvakken (fysische geografie) terugkomt.
    De samenhang tussen Mens & Maatschappij en Mens & Natuur wordt het best verwoord in de relatie mens-natuur zoals deze is beschreven in de visies beider leergebieden. Er is wederzijdse beïnvloeding die gekenmerkt wordt door ruimtelijke aspecten en gevolgen en dit dient als zodanig terug te komen in de examenprogramma's.
  • Formuleer leerdoelen die verbonden zijn met een opbouwend geografisch wereldbeeld waarin regio's (op verschillende schaalniveaus) een plaats hebben.
    Een opbouwend wereldbeeld komt tot stand door een verbredende en verdiepende combinatie van kennisinhouden met denk- en werkwijzen uit de leergebieden. Het is aan te bevelen om geografisch wereldbeeld een duidelijkere plaats te geven in het examenprogramma.

Economische vakken

Toelichting: het gaat hieronder om de economische vakken, bestaande uit economie vmbo en economie en bedrijfseconomie havo & vwo.

Algemeen

  • Maak bij een vernieuwing van de examenprogramma's voor economie vmbo, economie havo/vwo en bedrijfseconomie havo/vwo duidelijk hoe het programma zich verhoudt tot de andere Mens & Maatschappij-vakken. Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de Grote Opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij-concepten en begrippen die bij de vakvarianten van de economische vakken worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt. Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van de economische vakken is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip.
  • Streef naar een identiek begrippenkader als het gaat om handelingswerkwoorden in combinatie met toetsvragen (uitleggen, toelichten etc.).
  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van de economische vakken. In principe zijn de meeste grote opdrachten toepasbaar en als het gaat om de grote opdrachten gekoppeld aan mondiale thema's grotendeels herkenbaar voor de verschillende economische vakken.
  • Schenk ook in de examenprogramma's expliciet aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid. Deze vraagstukken zouden vanuit de actualiteit en persoonlijke leefwereld van leerlingen kunnen worden benaderd.
  • Maak in de examenprogramma's economische vakken zichtbaar gebruik van life events en hun financieel-economische betekenis voor het individu/ gezin. Het staat ook in de visie van Mens  Maatschappij verwoord, dat de maatschappelijke ontwikkelingen die worden bestudeerd zoveel mogelijk bij de actualiteit en persoonlijke leefwereld moeten aansluiten.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Onderzoek of de denk en werkwijzen Mens & Maatschappij een op een ook toepasbaar zijn voor de economische vakken of dat er toch vakspecifieke denk- en werkwijzen moeten worden toegevoegd die in andere leergebieden zijn geëxpliciteerd (denk aan wiskunde en grafische vaardigheden, maar ook modelmatig denken en werken) maar ook zaken als 'realistisch schatten van uitkomsten'.
  • Schenk in de examenprogramma's economische vakken aandacht aan 'denken vanuit meerdere economische belangen' en het belang van strategisch denken. (werkgever versus werknemer, leverancier versus afnemer). Onderscheid evenwichtige en niet-evenwichtige situaties. Ga uit van toenemende abstractie richting vwo.
  • Maak LOB echt onderdeel van het curriculum. Zorg dat het duidelijk zichtbaar is via een sectorspecifieke leerlijn en benoem de rol van de economische vakken en de lespraktijk nadrukkelijk. Economische vakken kunnen veel zicht bieden op het functioneren van organisaties en de mogelijke beroepen, maar ook afwegingsvraagstukken (loondienst/ ondernemerschap) zitten expliciet in het programma. Ook als het gaat om betekenisgeven hebben de economische vakken veel aanknopingspunten (zoals invulling van ondernemerschap en het daaraan betekenis geven van verschillende waarden).
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van economische vakken. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor economie de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden en als het gaat om typisch (bedrijfs-) economische redeneringen expliciet worden geïllustreerd.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij invulling van de examenprogramma's  economie vmbo voor zichtbare aansluiting als het gaat om de programma's bedrijfseconomie en economie havo.
  • Besteed in het vmbo als het gaat om het vervolgtraject naar de havo naast de rekenvaardigheden gericht aandacht aan conceptueel vermogen en het komen tot meer redeneren vanuit verschillende perspectieven.

Filosofie

Algemeen

  • Zorg voor eenduidig taalgebruik over de niveaus en vakken heen waarbij taalgericht vakonderwijs een plaats heeft. Het is aan te bevelen om het aanleren van filosofisch productief taalgebruik en breder de denk- en redeneerwijzen beter af te stemmen over de vakken heen.
  • Streef waar mogelijk naar een identiek begrippenkader. Voor filosofie is hierbij belangrijk de koppeling tussen enerzijds vakspecifieke denkvaardigheden begrijpen, analyseren, creëren en kritiseren en anderzijds handelingswerkwoorden in toetsing.

Inhouden

  • Handhaaf in de bovenbouw van havo en vwo de combinatie van brede kerndomeinen en wisselende examenonderwerpen over actuele thema’s. Schenk bij de examenonderwerpen expliciet aandacht aan de maatschappelijke vraagstukken uit GO 8.
  • Handhaaf voor de havo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek, Wijsgerige antropologie en Sociale filosofie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Ethiek en Wijsgerige antropologie in aansluiting op de grote opdrachten van het leergebied Mens & Maatschappij.
  • Handhaaf voor het vwo bovenbouw de bestaande kerndomeinen Kennistheorie en Wetenschapsfilosofie. Deze zijn niet zozeer herkenbaar in het huidige leergebied Mens & Maatschappij maar voor de bovenbouw leerlingen filosofie van het vwo noodzakelijk vanwege de aansluiting naar het wetenschappelijk onderwijs.
  • Onderzoek hoe voor het havo – in aansluiting op de werk- en denkwijzen van Mens & Maatschappij én Burgerschap - aspecten van kentheorie (als kritisch denken of oordelend vermogen) in de vaardigheden kunnen worden opgenomen.
  • Laat onderzoeken hoe een (eind)examenvak filosofie voor de bovenbouw van vmbo-gt dat inhoudelijk aansluiting zoekt op Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij eruit kan zien, en start daar in de realisatiefase van curriculum.nu enkele pilots mee.
  • Laat onderzoeken of en hoe in beroepsprofielen zoals bijvoorbeeld Zorg en Welzijn en Horeca keuzedelen kunnen worden ontwikkeld waarin filosofische / beroepsethische invalshoeken worden gecombineerd met kritisch denken als een uitwerking van de denk- en werkwijzen Mens & Maatschappij.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken of en hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij voldoende aansluiten bij wat van leerlingen die het vak filosofie in de bovenbouw kiezen wordt verwacht. Speciale aandacht verdient de reflectie op kennis en wetenschap. Dit is een verdieping van de werkwijze Onderzoeken (bouwsteen 10.2).
  • Werk de werkwijze Waarderen, redeneren en argumenteren (bouwsteen 10.3) voor de bovenbouwleerlingen filosofie uit als synthetisch denken en schrijven, waarbij een metastandpunt ingenomen kan worden en leerlingen leren epistemische opvattingen te herkennen en te kritiseren.

Geschiedenis

Inhouden

  • Gebruik het kader van grote opdrachten zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma's havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo.
  • Overweeg daarbij de behandeling van inhouden, zoals omschreven door GO7 (Macht en gezag) in alle programma's verplicht te stellen.
  • Zorg er daarbij voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.
  • Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde / getoetste tijdvakken tussen de (eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo.
  • Laat het programma voor het CSE geschiedenis in vmbo-gt op hoofdlijnen intact, maar verbind dit wel meer nadrukkelijk met het te ontwikkelen chronologische referentiekamer, om zo de horizontale doorstroom (het 'stapelen') te verbeteren.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Laat onderzoeken hoe de denk- en werkwijzen zoals die gespecificeerd zijn voor het leergebied Mens & Maatschappij zich precies verhouden tot bij wat van leerlingen die het vak geschiedenis in de bovenbouw kiezen aan vaardigheden wordt verwacht.
  • Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden.
  • Onderzoek of en hoe ook voor het vak geschiedenis ijkmaten te ontwikkelen zijn voor de reëel te verwachten taalproductie van leerlingen in verschillende sectoren en in verschillende jaarlagen.

Maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en maatschappijkunde

Toelichting: waar gesproken wordt van maatschappijleer, heeft dit betrekking op alle vakvarianten in de bovenbouw (maatschappijleer, maatschappijkunde, maatschappijwetenschappen) tenzij dat specifiek is aangegeven.

Algemeen

  • Maak bij een eventuele vernieuwing van de examenprogramma's duidelijk hoe deze programma’s zich verhouden tot de andere Mens & Maatschappij-vakken.
    Daarbij kan specifiek gekeken worden naar de thema's uit de grote opdrachten en de gemeenschappelijke denkwijzen en werkwijzen.
  • Stem definities van de gemeenschappelijke Mens & Maatschappij concepten en begrippen die bij maatschappijleer worden gebruikt af met de definities die bij de andere Mens & Maatschappij-vakken worden gebruikt.
    Maak in voorkomende gevallen duidelijk wat het 'eigene' van maatschappijleer is in de beschrijving van het betreffende concept/begrip (met name vanuit een politicologische en sociologische invalshoek).
  • Zorg waar mogelijk dat de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied burgerschap, in relatie met die van het leergebied Mens & Maatschappij, geborgd worden in de programma’s van maatschappijleer.
  • Benut de functie van maatschappijleer als gemeenschappelijke basis van de Mens & Maatschappijvakken. Het gemeenschappelijke vak maatschappijleer is immers als enige Mens & Maatschappij-vak verplicht voor alle leerlingen in de bovenbouw van vmbo en havo/vwo.
  • Neem de actualiteit expliciet op in de examenprogramma’s van maatschappijleer. Actualiteit heeft nu alleen binnen het programma maatschappijwetenschappen havo/vwo expliciet een plek.
  • Het examenprogramma voor maatschappijwetenschappen (havo/vwo) is net vernieuwd. Dit programma bevat een aantal kernconcepten die ontleend zijn aan de sociologie en politicologie en voor een belangrijk deel aansluiten bij de concepten van M&M. Voorgesteld wordt om dit programma op korte termijn niet te wijzigen. Mocht er op termijn een wijziging worden doorgevoerd, bouw dan waar mogelijk voort op de Grote Opdrachten en bouwstenen van Mens & Maatschappij.
  • Het examenprogramma voor maatschappijkunde (vmbo) is sterk verouderd en zou op korte termijn vernieuwd moeten worden. Bij de wijziging van dit programma kan waar mogelijk aangesloten worden bij de grote opdrachten en bouwstenen van het leergebied Mens & Maatschappij in de onderbouw VO.

Inhouden

  • Pas waar mogelijk de inhouden van de grote opdrachten toe in de programma’s van maatschappijleer.
    Deze zijn alle toepasbaar en grotendeels herkenbaar binnen maatschappijleer.  Voor maatschappijwetenschappen (recent vernieuwd) kunnen de GO gekoppeld worden aan de structuur van de hoofdconcepten (en vraagstukken): vorming, verhouding, binding, en verandering.
  • Schenk aandacht aan de grote maatschappelijke vraagstukken globalisering, duurzame ontwikkeling, technologie en ongelijkheid.  Deze bouwstenen kunnen het betekenisvolle karakter van maatschappijleer versterken.
  • Leg bij maatschappijleer expliciet relaties tussen de theorie (met soms abstracte concepten en structuren) en het persoonlijke leven en de maatschappelijke actualiteit.
  • Zorg er voor dat er binnen de vakken geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid wordt geschapen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en er een heldere 'boedelverdeling' komt wat betreft het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat.

Denkwijzen en werkwijzen

  • Integreer in algemene zin de denkwijzen van Mens & Maatschappij in de vakvarianten voor maatschappijleer. Deze denkwijzen sluiten goed aan bij maatschappijleer.
  • Schenk bij maatschappijleer met name ook aandacht aan 'denken vanuit meerdere perspectieven' en 'denken vanuit de ander en jezelf'.
  • Geef bij maatschappijleer invulling aan het denken in betekenisgeving, in die zin dat er een relatie gelegd wordt met het nadenken over studiekeuze, loopbaan en arbeidsproces. Hier ligt ook een verbinding met burgerschap.
  • Zorg dat de drie werkwijzen van Mens & Maatschappij herkenbaar terugkomen in de programma's van maatschappijleer. Bij de werkwijze 'onderzoeken' kan voor maatschappijwetenschappen de koppeling gelegd worden met de onderbouwing van standpunten met (wetenschappelijk) bewijs. De werkwijze 'waarderen, redeneren en beargumenteren' kan nadrukkelijker dan nu het geval is opgenomen worden.

Vak- en sectorspecifiek

  • Zorg bij de invulling van maatschappijleer en maatschappijkunde in het vmbo voor een betere aansluiting met maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het havo/vwo. Dit om de doorstroming vanuit het vmbo naar havo/vwo te verbeteren. De concepten en thema's uit de Grote Opdrachten en de voorgestelde denkwijzen en werkwijzen kunnen hierbij richting geven.
  • Schenk bij maatschappijleer in het vmbo meer aandacht aan specifieke denkwijzen. In de preambule van het programma is er wel aandacht voor informatieverwerking, maar nauwelijks voor toepassing.

Aard van Natuurwetenschappen

MN01.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • 10.1 Informatie verwerven en verwerken, 10.2 Onderzoeken en 10.3 Waarderen, redeneren en argumenteren
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen hoe zij op een systematisch, effectieve en efficiënte wijze informatie kunnen zoeken, vinden, waarderen, gebruiken en delen en kunnen betrekken in een redenering.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen hoe ze onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen en de betrouwbaarheid van bronnen in te schatten.

Burgerschap

  • 11.5 Kritisch Denken
    • Bij Burgerschap leren leerlingen over het belang van waarheidsvinding en manieren om dat te doen in en ten behoeve van een vrije en open samenleving en een gelijkwaardige uitwisseling van standpunten en inzichten.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de aard van de wetenschap en natuurwetenschappelijke methoden

Nederlands

  • NL 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerken en verstrekken
    • Bij Nederlands leren leerlingen informatie verwerven, verwerken. Dit is onmisbaar om een beeld te krijgen bij wetenschap. Ze leren informatie beoordelen op bruikbaarheid en ervaren dat niet alle informatie betrouwbaar is.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de werking van het systeem wetenschap. Dit helpt de leerling bij het selecteren van betrouwbare informatie.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Toelichting

De bouwsteen aard van natuurwetenschappen gaat over de relatie tussen wetenschappelijk onderzoek en kennis, de rol van natuurwetenschappelijke disciplines en de beleving van de natuur. Wetenschappelijke kennis wordt voortdurend aangevuld en opnieuw beoordeeld in het licht van nieuwe opbrengsten van onderzoek en daarbij horende nieuwe inzichten. Deze kennis ontwikkelt zich in een wereldwijde gemeenschap waarin wetenschappers samenwerken (sociale context). Dat maakt dat de wetenschap als een sociaal waardevol kennissysteem kan worden gezien. Hierbij pendelen natuurwetenschappers heen en weer tussen de natuur als geheel en de onderdelen waaruit de natuur is opgebouwd. Deze bouwsteen bevat niet alleen de kennis over wetenschap en het omgaan met wetenschappelijke kennis, maar leert de leerlingen ook onderscheid maken tussen hun persoonlijke beleving en objectieve verklaringen.  Bij de bouwsteen “onderzoeken” staat het onderzoek doen door de leerlingen zelf centraal.

Leerlingen leren over de functie van natuurwetenschappen bij kennisontwikkeling en leren hoe natuurbeleving zich verhoudt tot natuurwetenschappelijke kennis.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken leerlingen wat wetenschap in hun dagelijks leven inhoudt. Zij leren hierover vragen te stellen en oriënteren zich op beroepen met een natuurwetenschappelijke achtergrond. Zij leren bovendien onder woorden te brengen hoe zij de natuur ervaren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis)

  • verhelderende vragen te stellen naar aanleiding van natuurwetenschappelijk onderzoek in de actualiteit (te denken valt aan het bespreken van nieuwsberichten over nieuwe ontdekkingen).
  • onderscheid te maken tussen feiten en meningen aan de hand van situaties uit het dagelijks leven (te denken valt aan het kunnen benoemen van het verschil tussen de smaak van chips en of het lekker smaakt).

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die wetenschap speelt in verschillende beroepen (te denken valt aan de dokter die achterhaalt welke ziekte je hebt, de monteur die onderzoekt wat er mis is met de verwarming en de politieagent die via vingerafdrukken een dader opspoort).

(natuurbeleving)

  • om uit te drukken hoe zij de natuur in de eigen omgeving in zijn geheel ervaren.
  • herkennen dat men verschillende natuurbeleving kan hebben (te denken valt aan vinden dat iets stinkt of mooi is).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po worden leerlingen zich bewust van (on)betrouwbaarheid van informatie waarmee zij in aanraking komen. Ze leren wat de functie van wetenschap en verschillende natuurwetenschappelijke disciplines is bij kennisontwikkeling en hoe natuurbeleving zich verhoudt tot natuurwetenschappelijke kennis.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis)

  • aan de hand van situaties in de eigen omgeving vragen te stellen over betrouwbaarheid (te denken valt aan “is dit waar?” en “hoe weet ik dat dit waar is?).
  • bewust te zijn van de mogelijkheid die wetenschap biedt om tot betrouwbare antwoorden op vragen te komen (te denken valt aan de meerwaarde van experimenten voor kennisontwikkeling).
  • om te gaan met een verscheidenheid aan verklaringen voor natuurlijke verschijnselen en de onzekerheid die dit met zich mee brengt.
  • de bron van een uitspraak gebruiken om een inschatting van de betrouwbaarheid te maken (te denken valt aan een bedrijf dat zijn eigen product aanbeveelt of een wetenschapper uit het ene vakgebied dat een uitspraak doet over een ander vakgebied).
  • verhelderende vragen te stellen na aanleiding van natuurwetenschappelijk onderzoek in de actualiteit.

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die wetenschap speelt in verschillende situaties en beroepen (te denken valt aan onderzoek naar gevolgen voor de natuur na een bosbrand of een astronaut die in een ruimtestation onderzoek doet naar de groei van planten).
  • over het vergroten van kennis door samenwerking.

(natuurbeleving)

  • om bij natuurbeleving onderscheid te maken tussen objectieve, algemene verklaringen van natuurverschijnselen en subjectieve, persoonlijke ervaringen (te denken valt aan kennis over geluidsgolven vs. persoonlijke emoties bij muziek).

Leerlingen leren over de rol van objectiviteit, betrouwbaarheid, voorlopigheid en natuurbeleving in de natuurwetenschappen en relateren dit aan het dagelijks leven en de maatschappij.

MN01.1 - Aard van Natuurwetenschappen - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de rol van objectiviteit, betrouwbaarheid, voorlopigheid en natuurbeleving in de natuurwetenschappen. Ze leren om dit te relateren aan ervaringen en dilemma’s in dagelijks leven en maatschappij en krijgen inzicht in de rol van de natuurwetenschappelijke disciplines hierin.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(relatie tussen wetenschap en kennis):

  • natuurwetenschappelijk onderzoek uit de actualiteit te gebruiken om eigen kennis te vergroten.
  • om te gaan met het streven binnen de natuurwetenschappen om zo objectief mogelijk te zijn (te denken valt aan de voorlopigheid van resultaten).
  • factoren te herkennen die iets zeggen over de betrouwbaarheid van natuurwetenschappelijk onderzoek (te denken valt aan het variëren van parameters, het nemen van meerdere monsters of het herhalen van een experiment).
  • onderscheid te maken tussen feiten en meningen door uit te zoeken of informatie afkomstig is uit betrouwbare en valide bronnen.
  • de veranderingen in hun eigen kennis door inzichten uit (nieuw) natuurwetenschappelijk onderzoek te beschrijven.

(oriëntatie op wetenschap en (inter)disciplines)

  • over de rol die de natuurwetenschap speelt in verschillende maatschappelijke vraagstukken en beroepen (te denken valt aan de ecoloog die betrokken is bij de aanleg van een weg of de chemisch analist die in een fabriek de kwaliteit van producten monitort).
  • natuurwetenschap en (natuur)wetenschappelijke disciplines te herkennen in de eigen omgeving en in de media.
  • over het bestaan van natuurwetenschappelijke disciplines die elk hun eigen deel van de wereld beschrijven, elk hun eigen vaktaal gebruiken en in een disciplinaire gemeenschap samenwerken.
  • over de rol van natuurwetenschap in hun toekomst voor wat betreft hun eigen interesses en mogelijke loopbaan.

(natuurbeleving)

  • om relaties te leggen tussen objectieve, algemene verklaringen van verschijnselen en subjectieve, persoonlijke ervaringen.
  • om bewust te zijn dat natuurverschijnselen niet altijd verklaard kunnen worden via een optelsom van de objectieve, algemene verklaringen over onderdelen van de natuur (te denken valt aan uitleg over holistisch vs. reductionistisch benaderingen door natuurwetenschappers).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Aard van Technologie

MN01.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN01.2 - Aard van Technologie

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 8.3 Technologie
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen over de invloed van technologie op de mens en maatschappij.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over het onderscheid tussen de gemaakte en de natuurlijke wereld en de mogelijkheden van technologie en overwegen ze om daar gebruik van te maken.

Kunst & Cultuur

  • KC 4.1 Artistieke innovatie
    • Artistieke innovatie vanuit het leergebied Kunst & Cultuur kan helpen om nieuwe mogelijkheden bij het inzetten van technologie te ontdekken.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over doel en nut van technologie; dit helpt bij artistieke innovatie.

MN01.2 - Aard van Technologie - Toelichting

Deze bouwsteen gaat over het gebruik van technologie en technologische oplossingen. Het gaat daarbij om de aard van technologie, waarbij creativiteit, innovatie en het doelgerichte karakter van technologie een grote rol spelen. Leerlingen leren dat technologie kan ontstaan vanuit een behoefte of probleem en dat het concrete oplossingen en nieuwe producten kan opleveren. Ze leren bovendien dat er een sterke wisselwerking tussen technologie en de (natuur)wetenschap is.

Technologie zorgt voor verandering in beroepen, het verdwijnen van beroepen door automatisering en voor het ontstaan van nieuwe beroepen. Zo werken artsen tegenwoordig met complexe en innovatieve technologieën en zijn er steeds meer big-data analisten nodig.

Leerlingen leren over technologie, de creatieve en innovatieve mogelijkheden hiervan en de plek die techniek heeft in hun leven.

MN01.2 - Aard van Technologie - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po leren de leerlingen de gemaakte en natuurlijke wereld te onderscheiden en ervaren ze spelenderwijs de mogelijkheden van technologie in hun directe omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over verschillende redenen om gereedschappen en technologieën in te zetten (te denken valt aan een schaar om papier in stukken te verdelen of een rekenmachine om makkelijker en sneller te rekenen).
  • over de diversiteit aan mogelijkheden die technologie biedt om simpele problemen op te lossen in dagelijkse situaties (te denken valt aan een krukje om ergens bij te kunnen).

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de eigen omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een stethoscoop, de vuilnisman een vuilniswagen, de brandweer vuurwerende kleding).

(technologiebeleving)

  • onderscheid te maken tussen de natuurlijke wereld en de door de mens gemaakte wereld.
  • dat het beleven van technologie plezier kan geven.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po maken leerlingen kennis met de doelmatige en creatieve ontwikkeling van technologie en de bedoelde en onbedoelde invloed die technologie heeft op de wereld om hen heen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over hoe mensen creatief denken, onderzoeken en ontwerpen om tot technologische oplossingen voor problemen te komen.
  • over het steeds verbeteren van bestaande gereedschappen en technologieën.
  • over het doelgerichte karakter van technologie.
  • over de rol die de mens heeft in het aansturen, kiezen en gebruiken van technologie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen uit de directe omgeving (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een digitale thermometer, de boer een melkmachine, de leerkracht een smartboard).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken hoe zij technologie ervaren en welke behoefte zij hebben op het gebied van technologie.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale technologie in hun directe omgeving.
  • te onderzoeken of het omgaan met of ontwikkelen van technologie hen plezier geeft (te denken valt aan digitale games, apparaten in het huishouden en zelf programmeren).

Leerlingen leren over creatief en innovatief inzetten van technologie en reflecteren op de wisselwerking tussen technologie en natuurwetenschappen.

MN01.2 - Aard van Technologie - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo reflecteren leerlingen op de interactie tussen technologie en wetenschap, oriënteren zich op werken in de technologie en ze vragen zich af of alle mogelijkheden van technologie ook gebruikt moeten worden.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(creativiteit en innovatie)

  • over de rol van de probleemstelling of behoefte enerzijds en creativiteit anderzijds in de ontwikkeling van technologie.
  • over de rol die oneigenlijk gebruik kan spelen bij innovatie.

(oriëntatie op technologie en (inter)disciplines)

  • over de rol die technologie speelt in verschillende beroepen (te denken valt aan de arts die gebruik maakt van een MRI-scanner, de fotograaf van een foto-bewerkingsprogramma en de zoekmachine-ontwerper van kunstmatige intelligentie).
  • over de bijdrage die kennis uit de (natuur-)wetenschappen levert aan nieuwe technologie (te denken valt aan kennis over elektromagnetische golven bij het ontwikkelen van wifi).
  • over de bijdrage die technologische ontwikkelingen leveren aan de (natuur-)wetenschap (te denken valt aan de microscoop die maakt dat we nu hele kleine deeltjes kunt zien of de grote hoeveelheid data die nu beschikbaar zijn door digitale technologie).

(technologiebeleving)

  • uit te drukken waarom en hoe zij technologie gebruiken.
  • over de diversiteit aan analoge en digitale techniek in hun verschillende omgevingen.
  • omgaan met hoe zij technologie in hun eigen omgeving ervaren (te denken valt aan “het geeft plezier” en “het is ingewikkeld”).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Gezondheid

MN02.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN02.1 - Gezondheid

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 4.1 Welzijn
    • Bij Mens & Maatschappij ontwikkelen leerlingen het besef dat gezondheid en (psychisch) welbevinden van individuen ook beïnvloed worden door (sociale) omstandigheden of persoonlijke eigenschappen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over de invloeden van ziekte, voeding en een gezonde leefstijl op je welzijn.

Burgerschap

  • BU 4.1 Identiteit en 5.1 Diversiteit
    • Bij Burgerschap leren leerlingen hoe zij om kunnen gaan met verschillen op het gebied van seksuele identiteit en sekse.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over seksualiteit en sekse.
  • BU 11.6 Affectieve empathie en 11.7 Cognitieve empathie
    • Bij Burgerschap leren leerlingen vaardigheden om je in te leven in anderen als voorwaarde voor pro-sociaal handelen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over aspecten van gezondheid in de brede zin.

Digitale geletterdheid

  • DG 3.1 Interacteren met digitale technologie
    • Bij Digitale Geletterdheid leren leerlingen gedurende interactie met digitale content dat content ook gevaarlijk voor leerlingen kan zijn voor wat betreft gezondheid.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen inschattingen maken over gezondheid en verantwoordelijk nemen.

Bewegen & Sport

  • BS 3.1 Gezond Bewegen
    • Bij Bewegen & Sport leren leerlingen over bewegen in relatie tot hun eigen welbevinden.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen zich te verhouden tot hun eigen eetgewoonten in relatie tot hun gezondheid, over de balans tussen energie-inname en energieverbruik.

MN02.1 - Gezondheid - Toelichting

Het vraagstuk gezondheid gaat over verschillende aspecten van gezondheid zoals voeding, ziekte, risico’s en seksualiteit. Gezondheid is voor iedereen belangrijk. Het is van belang dat leerlingen leren welke invloed ze kunnen uitoefenen op hun eigen fysieke en mentale gezondheid, en op die van anderen in hun omgeving. Leerlingen leren hun keuzes op het gebied van gezondheid te verantwoorden. Door met vragen over hun eigen gezondheid en die van anderen in hun omgeving aan de slag te gaan, leren ze regie te voeren over eigen lichaam en de risico’s die in hun omgeving aanwezig zijn.

Leerlingen leren over een gezonde leefstijl en leren keuzes te maken ten aanzien van hun eigen gezondheid en gedrag.

MN02.1 - Gezondheid - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po oriënteren leerlingen zich op een gezonde leefstijl, gezond gedrag en de rol die voeding en ziekte spelen in hun eigen leven en dat van klasgenoten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • om te gaan met welbevinden en ziekte bij zichzelf en anderen (te denken valt aan iemand te troosten die ziek is en uiten dat je je niet prettig voelt).
  • sociaal om te gaan met anderen (te denken valt aan het helpen met strikken van veters, leesmaatjes zijn en elkaar aanspreken op (pest)gedrag).
  • herkennen dat leefomgeving en natuur van invloed kan zijn op hun welbevinden (te denken valt aan buitenspelen en vrolijk zijn als de zon schijnt).

(voeding)

  • hun eigen voorkeuren met betrekking tot voeding te herkennen (te denken valt aan de smaak en geur van verschillende voedingsmiddelen).
  • om te gaan met hun eigen eetgewoonten in relatie tot hun gezondheid (te denken valt gezonde traktaties en voldoende water drinken).

(seksualiteit)

  • de wensen en grenzen van anderen met betrekking tot fysiek contact te respecteren.

(risico’s en veiligheid)

  • om gevolgen voor henzelf in te schatten en te voorspellen (veilig fietsen en het kiezen van veilige plekken om te spelen).
  • inzien dat gebeurtenissen gevolgen kunnen hebben voor hun directe omgeving (te denken valt aan hulp bieden of inschakelen als iemand valt).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po worden leerlingen zich bewust van verschillen tussen mensen wat betreft leefstijl en relateren ze dit aan gezondheid. Ze gaan bewuster keuzes maken ten aanzien van hun eigen gezondheid en gedrag.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • maatregelen te nemen om het eigen welzijn en dat van anderen te bevorderen (te denken valt aan het kunnen handelen wanneer iemand zich verwondt en ervoor zorgen dat niemand wordt buitengesloten).
  • om te gaan met verschillende mogelijkheden bij het behandelen van ziekten (te denken valt aan het gebruik van bepaalde medicijnen).
  • uitdrukking geven aan de invloed die de leefomgeving en natuur kan hebben op het welbevinden en deze uitingen van anderen te respecteren.

(voeding)

  • hun eigen voorkeuren met betrekking tot voeding te verkennen en hun keuze hierin te beschrijven.
  • keuzes te maken met betrekking tot voedsel en gezondheid (te denken van aan een appel eten in plaats van chips).
  • om te gaan met hun eigen eetgewoonten en die van anderen in relatie tot gezondheid en duurzaamheid.
  • in te zien dat voedselpatronen effect kunnen hebben op de leefomgeving en de maatschappij (te denken valt aan voedselverspilling of suikerziekte).

(seksualiteit)

  • zich bewust te zijn van gevoelens rond relaties en seksualiteit.
  • te erkennen dat je zelf keuzes kunt en mag maken over relaties en seksualiteit en dat anderen dat ook kunnen en mogen.
  • uitdrukking te geven aan eigen wensen en grenzen rond relaties.
  • om te gaan met de veranderingen van hun lichaam in de puberteit.

(risico’s en veiligheid)

  • gevolgen voor henzelf, de directe en de indirecte omgeving in te schatten en te voorspellen en daarbij aansluitend veiligheidsmaatregelen te nemen (te denken valt aan het toepassen van hygiënemaatregelen).
  • wat de effecten van genotsmiddelen zijn (te denken valt aan het risico van verslaving).

Leerlingen leren regie te voeren over hun eigen gezondheid en gedrag en leren daarbij rekening te houden met anderen.

MN02.1 - Gezondheid - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo ontwikkelen leerlingen het vermogen regie te voeren over hun eigen gezondheid en daarbij rekening te houden met anderen. Ze zijn zich bewust van diversiteit in hun omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • maatregelen te nemen om het eigen welzijn en dat van anderen te bevorderen (te denken valt aan ziekte en ongevallen).
  • om te gaan met verschillende maatregelen ten behoeve van de volksgezondheid (te denken valt aan regelgeving op het gebied van vaccinaties en orgaandonatie).
  • zich te verhouden tot verschillende mogelijkheden bij de behandeling en het voorkomen van ziekten (te denken valt aan het gebruik van medicijnen of het aanpassen van leefstijl).
  • keuzes te maken in hun leefstijl die invloed hebben op de gezondheid.
  • uitdrukking te geven aan het eigen welbevinden en aan het welbevinden van anderen.
  • welke invloeden vanuit de leefomgeving bijdragen aan het welbevinden (te denken valt aan een opgeruimde kamer en afspraken nakomen).

(voeding)

  • bewust om te gaan met hun eigen voedingspatroon.
  • in te zien welke effecten voedselkeuzes kunnen hebben op gezondheid (te denken valt aan de rol van suikers bij het ontwikkelen van diabetes).
  • in te zien welke effecten die voedselpatronen kunnen hebben op de leefomgeving (te denken valt aan biologische landbouw, vleesconsumptie en voedselverspilling).

(seksualiteit)

  • om te gaan met hun gevoelens over relaties en seksualiteit.
  • uitdrukking te geven aan hun eigen wensen en grenzen over relaties en seksualiteit, erkennen dat ze daarin zelf keuzes kunnen en mogen maken en daarin respect hebben voor de grenzen van anderen.
  • om te gaan met veranderingen van hun lichaam in de puberteit (te denken valt aan groeispurt, stemverandering, klachten rond menstruatie).
  • op een veilige manier om te gaan met seksualiteit (te denken valt aan aangeven van grenzen, aangeven waar je aan toe bent, gelijkwaardigheid tussen partners, veilige en onveilige seksuele handelingen).
  • te reflecteren op hun eigen waarden en normen met betrekking tot relaties en seksualiteit.

(risico’s en veiligheid)

  • situaties te analyseren en vervolgens maatregelen te nemen om de kans, de blootstelling en/of de gevolgen van een risico te verkleinen en daarmee veiligheid te vergroten (te denken valt aan weerbaarheid tegen dealen op school en alcoholgebruik).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Duurzame ontwikkeling

MN02.2 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN02.2 - Duurzame ontwikkeling

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 8.2 Duurzame Ontwikkeling
    • Samen met Mens & Maatschappij hebben wij voorbeeldmatig de bouwsteen ‘Duurzame ontwikkeling’ als gezamenlijke bouwsteen uitgewerkt om een beeld te geven van hoe hier in een vervolgfase mee omgegaan kan worden. Het leergebied Digitale Geletterdheid heeft aangegeven dat hun bijdrage aan het mondiale thema in deze bouwsteen ook is gedekt.

Burgerschap

  • BU 8.1 Duurzaamheid
    • Bij Burgerschap leren leerlingen nadenken over de spanningen die spelen tussen verschillende waarden en belangen rond duurzaamheid en over de gevolgen daarvan voor de leefomgeving, nu en later.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen herkennen dat innovaties een rol kunnen spelen bij duurzaamheid en leren ze over de impact van keuzes.
  • BU 11.6 Affectieve empathie en BU 11.7 Cognitieve empathie
    • Bij Burgerschap beseffen leerlingen dat mensen verschillende beelden en ideeën kunnen hebben, hoe deze ontstaan en hoe daar mee om te gaan.
    • Bij Mens & Natuur beseffen leerlingen dat mensen handelen uit bepaalde behoeftes.
  • BU 11.8 Ethisch redeneren en BU 11.9 Moreel oordelen en handelen
    • Bij Burgerschap leren leerlingen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen keuzes.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen de kennis die nodig is om keuzes te maken op het gebied van duurzaamheid.

MN02.2 - Duurzame ontwikkeling - Toelichting

Deze bouwsteen is gezamenlijk door het leergebied Mens & Natuur en Mens & Maatschappij ontwikkeld.

Duurzame ontwikkeling, is de “ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties, om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen.” Duurzame ontwikkeling richt zich op de verdeling van wat de aarde te bieden heeft aan onszelf, aan mensen elders, aan mensen in de toekomst en aan andere soorten dan de mens. Duurzame ontwikkeling is relevant omdat de mens niet alleen afhankelijk is van de aarde maar er ook onderdeel van uitmaakt. Dit brengt dus verantwoordelijkheden met zich mee. Het zoeken naar een balans tussen de mens (People), de natuur (Planet) en de welvaart (Prosperity) is een belangrijke uitdaging.

Bij duurzaamheidsvraagstukken spelen op alle schaalniveaus spanningen tussen verschillende behoeften, belangen en waarden. Deze spanningen zijn zichtbaar in onze samenleving en bereiken ook het onderwijs en de leerlingen. Door kennis over natuurlijke (on)mogelijkheden, menselijk handelen en innovatieve oplossingen, krijgen leerlingen meer inzicht in de gevolgen van (te maken) keuzes van henzelf en die van anderen.

Vanuit meerdere leergebieden breiden leerlingen hun kennis en vaardigheden rondom duurzame ontwikkeling uit. Hierbij gaat het om het inzicht krijgen in het gebruik en verbruik van natuurlijke hulpbronnen en de invloed hiervan op de kwaliteit van leven van henzelf en anderen en op de aarde. Leerlingen leren welke positie en invloed individuen, groepen, overheden en organisaties hebben ten aanzien van duurzame ontwikkeling en de consequenties hiervan nu, later, hier en elders. Mede hierdoor vergroten ze hun vermogen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen handelen en de keuzes die zij maken. Ook reflecteren ze op wat ze ethisch verantwoord vinden. Ze verkennen oplossingen, waaronder technologische en gedragsmatige, die helpen om het verbruik van energie en grondstoffen te beperken en een bijdrage te leveren aan een duurzame toekomst; ze ontwikkelen ook inzicht in krachten en machten die oplossingen beïnvloeden en soms bemoeilijken.

Leerlingen leren dat ze door hun behoeften en (on)bewuste keuzes invloed hebben op hun eigen kwaliteit van leven. Het besef ontstaat dat hierbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen.

MN02.2 - Duurzame ontwikkeling - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het PO ontdekken leerlingen dat de (natuurlijke en sociale) leefomgeving voortdurend verandert, onder andere als gevolg van hun eigen behoeften en het gedrag van anderen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gemeenschappelijk)

  • over diverse duurzame keuzes in de directe omgeving.
  • over de samenhang tussen People, Planet en Prosperity (te denken valt aan het kappen van bossen voor hout en het scheiden van afval).
  • uitdrukking te geven aan hun eigen behoeftes en deze te vergelijken die van met anderen.
  • over de inzet van (digitale) technologie in de eigen omgeving m.b.t. duurzame ontwikkeling (te denken valt aan windmolens en de slimme thermostaat in huis).

(Mens & Natuur)

  • uitdrukking te geven aan eigen gebruik, verbruik en hergebruik van (natuurlijke) hulpbronnen zoals grondstoffen en energie in het dagelijks leven (te denken valt aan het verbruik van elektriciteit voor digitale technologie, water in huis en voedsel voor het menselijk lichaam of het hergebruik van afval als compost of het recyclen van plastic flessen).

(Mens & Maatschappij)

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen dat ze door hun behoeften en (on)bewuste keuzes invloed hebben op hun eigen kwaliteit van leven. Het besef ontstaat dat hierbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Gemeenschappelijk)

  • over duurzame keuzes, ook buiten hun directe omgeving.
  • over mogelijke afwegingen die gemaakt kunnen worden tussen People, Planet & Prosperity.
  • uitdrukking te geven aan hun eigen behoeftes, deze te vergelijken met die van anderen en de mate van de behoefte in hun afwegingen mee te nemen.
  • over de (innovatieve) inzet van (digitale) technologie in de eigen omgeving m.b.t. duurzaamheid om het gebruik van natuurlijk hulpbronnen te optimaliseren (te denken valt aan zonnepanelen en het vergaderen op afstand d.m.v. videoconferentie).
  • over de eigen mogelijkheden om aan duurzame ontwikkeling bij te dragen.

(Mens & Natuur)

  • over de impact van eigen keuzes op hun ecologische voetafdruk.
  • over het effect van het gebruik van (digitale) apparaten door henzelf, de omgeving en de indirecte omgeving op de ecologische voetafdruk.
  • risico’s van niet duurzaam gedrag voor henzelf, de directe en indirecte omgeving in te schatten en te voorspellen (te denken valt aan smog door autogebruik of watertekorten door gazonbevloeiing).

(Mens & Maatschappij)

Leerlingen leren over de complexiteit van duurzame ontwikkeling: de invloed van leefstijl, het gebruik van technologie, de rol van bedrijven en overheden en de schaalniveaus waarop die effect hebben.

MN02.2 - Duurzame ontwikkeling - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de complexiteit van duurzame ontwikkeling: de invloed van leefstijl, het gebruik van technologie, de rol van bedrijven en overheden en de schaalniveaus waarop die effect hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(Gemeenschappelijk)

  • hoe keuzes kunnen bijdragen aan duurzame ontwikkeling.
  • over de effecten van keuzes op de (natuurlijke en sociale) leefomgeving, zowel dichtbij als veraf, zowel nu als later.
  • over het spanningsveld tussen individuele en collectieve belangen, zoals leefbaarheid, binnen duurzaamheidsvraagstukken.
  • over mondiale duurzaamheidsdoelstellingen (te denken valt aan de Sustainable Development Goals (SDG)).
  • over de (innovatieve) inzet van (digitale) technologie bij de oplossing van mondiale duurzaamheidsvraagstukken (te denken valt aan geo-engineering en het digitaal in plaats van fysiek versturen van informatie).
  • over de mogelijkheden om in de toekomst zelf in het kader van vervolgstudie, toekomstig beroep of als burger aan duurzame ontwikkeling bij te dragen.

(Mens & Natuur)

  • over de impact van keuzes nu en in het verleden op de ecologische voetafdruk.
  • data te verzamelen en analyseren op basis waarvan uitspraken over duurzaamheid gedaan kunnen worden (te denken valt aan het meten van het energieverbruik in huis).
  • risico’s van niet duurzaam gedrag voor henzelf en de directe en indirecte omgeving in te schatten en te voorspellen en maatregelen voor te stellen.

(Mens & Maatschappij)

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Technologische ontwikkeling

MN02.3 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN02.3 - Technologische ontwikkeling

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 8.3 Technologie
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen over de invloed van technologie op de mens en maatschappij.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over het onderscheid tussen de gemaakte en de natuurlijke wereld en de mogelijkheden van technologie en overwegen ze om daar gebruik van te maken.

Burgerschap

  • BU 10.1 Technologisch Burgerschap
    • Bij Burgerschap worden leerlingen zich bewust van de invloed van technologische ontwikkelingen op hun leven en dat van anderen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen reflecteren op de invloed van het gebruik van technologie op de maatschappij (en henzelf).
  • BU 11.8 Ethisch redeneren en 11.9 Moreel oordelen en handelen
    • Bij Burgerschap leren leerlingen te reflecteren op de ethische aspecten die mogelijk spelen rond de ontwikkeling en het gebruik van technologie, alsmede de mogelijkheden om hier als burger in een democratisch land invloed op uit te oefenen.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen over techniek en technologie.

MN02.3 - Technologische ontwikkeling - Toelichting

De bouwsteen technologische ontwikkeling gaat over de effecten van technologie op het dagelijks leven en de maatschappij. Technologie is niet los te koppelen van de maatschappelijke ontwikkelingen. Technologie wordt ontwikkeld onder invloed van behoeften, kennis, organisaties en middelen. Bovendien heeft technologie verwacht en onverwacht effect op de omgeving en de maatschappij. Waar de bouwsteen “Aard van technologie” gaat over het inzetten van techniek, helpt deze bouwsteen de leerling om te gaan met de keuzes waarmee een leerling wordt geconfronteerd.

Leerlingen leren over de invloed van technologie en de (on)bedoelde effecten hiervan op de maatschappij.

MN02.3 - Technologische ontwikkeling - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ervaren leerlingen spelenderwijs de afhankelijkheid van technologie in hun directe omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(effecten van technologische ontwikkeling)

  • de gevolgen van technologie voor henzelf te beschrijven(te denken valt aan je nachtlampje die aangaat als het donker wordt, of de verwarming die aanslaat als het kouder wordt in de ruimte.

(wisselwerking maatschappij en technologie)

  • situaties te herkennen waarin ze afhankelijk zijn van technologie (te denken valt aan de afhankelijkheid van het stoplicht bij het oversteken van een drukke weg of de afhankelijkheid van de verwarming in de winter).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen omgaan met steeds complexere producten en technieken, ze zien dat technologie een groot effect heeft op hun directe omgeving en ook op de maatschappij. Ze komen in aanraking met ethische dilemma's waar we als maatschappij tegen aan lopen (te denken valt aan materialistische wereld).

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(effecten van technologische ontwikkeling)

  • over de invloed van technologische ontwikkelingen op hun dagelijks leven, het eigen gedrag en keuzes (te denken valt aan het effect van een smartphone op ons leven, of het smartbord van de leerkracht die het niet doet).
  • om gevolgen van technologische ontwikkeling op zichzelf, anderen en leefomgeving te beschrijven, in te schatten en te voorspellen.

(wisselwerking maatschappij en technologie)

  • over de rol die (maatschappelijke) behoeften en economische belangen spelen bij technologische ontwikkeling (te denken valt aan het ontwikkelen van nieuwe smartphone-modellen).
  • verantwoorde keuzes te maken in gebruik van technologie (te denken valt aan de impact op milieu of werknemers, de impact op sociale contacten).

Leerlingen leren over de effecten van technologische ontwikkelingen. Ze buigen zich vanuit verschillende oogpunten over de (ethische) vraagstukken.

MN02.3 - Technologische ontwikkeling - Onderbouw VO

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren leerlingen over de effecten van technologische ontwikkelingen en buigen zich vanuit verschillende oogpunten over de (ethische) vraagstukken die hieruit ontstaan.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(effecten van technologische ontwikkeling)

  • over de veranderende en toenemende rol van technologie (te denken valt aan, internet of things, big data, vlees uit stamcellen of blockchain).
  • om de impact van technologische ontwikkeling op de maatschappij in te schatten en te voorspellen.
  • over de mogelijke risico’s van technologie (te denken valt aan vervuilingen privacy).
  • over mogelijke toekomstscenario’s op het gebied van technologische ontwikkeling (te denken valt aan verhalen over tijdreizen of artificial intelligence).

(wisselwerking maatschappij en technologie)

  • over de rol die de culturele en maatschappelijke context speelt bij het ontwikkelen van technologie (te denken valt aan culturele verschillen wat betreft acceptatie van genetische modificatie of het omgaan met big data en kunstmatige intelligentie).
  • te redeneren over dilemma’s die ontstaan als gevolg van de mogelijkheden van technologie (“mag alles wat kan?”).
  • zich te verhouden tot ethische dilemma’s bij het gebruik van technologie met betrekking tot gezondheid (te denken valt aan prenatale embryoselectie en robot protheses).

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw en andersom.
  • Bouw voort op de ervaringen met de meest recente vernieuwing van de examenprogramma’s voor havo/vwo en de beroepsgerichte programma’s voor vmbo. Geef hierbij extra aandacht aan de inbedding van de relatief nieuwe benadering met denkwijzen.
  • Zorg dat de profielgebonden vakken in het vmbo aansluiten op de beroepsgerichte profielen. Bied bijvoorbeeld per beroepsgericht profiel een specifieke syllabus aan voor de profielgebonden vakken.
  • Bouw de doelen met betrekking tot het sector- en profielwerkstuk op in samenhang met één of meerdere referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen en werkwijzen.

Referentiekaders en Vraagstukken

  • Bouw in de examenprogramma’s voort op de referentiekaders en vraagstukken om balans tussen kwalificatie enerzijds en personificatie en socialisatie anderzijds in stand te houden.
  • Laat de referentiekaders herkenbaar en sectorspecifiek terugkomen in de examenprogramma’s. Leg hierbij de nadruk op het referentiekader aard van technologie voor vmbo en havo en het referentiekader aard van natuurwetenschappen, inclusief wetenschapsfilosofie, voor vwo. Beide referentiekaders moeten wel in alle sectoren terugkomen.
  • Onderdelen van burgerschap en digitale geletterdheid verdienen een plek in de examenprogramma’s (te denken valt aan ethisch redeneren).

Denk- en werkwijzen

  • Gebruik denk- en werkwijzen om meer samenhang tussen de verschillende schoolvakken te bewerkstelligen.
  • Gebruik de denk- en werkwijzen om zowel taalgericht als rekenbewust vakonderwijs een plek te geven in samenhang en afstemming met de leergebieden Nederlands resp. Rekenen & Wiskunde.
  • Vul de werkwijzen sectorspecifiek in. Leg daarbij in het vmbo de verbinding met de beroepsgerichte vakken.
  • Benadruk de samenhang en wisselwerking tussen onderzoeken en ontwerpen.

Concepten

  • Gebruik inhoudelijke diepgang in de concepten om de meerwaarde en noodzaak van de verschillende monodisciplines in multidisciplinaire contexten zichtbaar te maken.
  • Kies voor een duidelijke kern en ruime mogelijkheid tot keuze in de examenprogramma’s.
  • Zorg dat in de examenprogramma’s vmbo minder nadruk komt te liggen op reproductie en meer op hogere denkvaardigheden, bijvoorbeeld door een uitgebreider tabellenboek te gebruiken.

Aanbevelingen per vak

Hieronder doen wij aanbevelingen voor de disciplinaire vakken natuurkunde, biologie, scheikunde en aardrijkskunde. Waar relevant wordt een tweedeling tussen vmbo en havo/vwo gebruikt.

Natuurkunde

Algemeen

  • Pas de examenprogramma’s havo/vwo vooral aan door de referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen en denkwijzen expliciet te benoemen en gebruik hiervoor taalgebruik dat consistent is met po en onderbouw vo.
  • Verander de huidige examenprogramma’s vmbo door meer nadruk te leggen op praktische vaardigheden en innovaties.

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.
  • Besteed aandacht aan de energietransitie als uitwerking van het vraagstuk duurzame ontwikkeling; zowel aan de algemene principes als aan specifieke moderne technologieën.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking tot de huidige situatie:
    • De werkwijzen ontwerpen en praktisch handelen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s vmbo.
    • De werkwijzen ontwerpen en modelgebruik verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s havo/vwo.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde voortbouwen op alle vier de denkwijzen. Het bewust toepassen van denkwijzen door leerlingen moet belangrijker worden.
  • Koppel de denkwijzen in de examenprogramma’s expliciet aan de concepten. Dit versterkt de onderzoekende houding van de leerling en stelt hen in staat oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen, met name in samenhang met andere disciplines.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s natuurkunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & Wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Laat in de examenprogramma’s vmbo de onderwerpen ‘weer’ en ‘heelal’ vervallen (dit is voor natuurkunde in de onderbouw voldoende aan bod gekomen.)

Biologie

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling). Hierin kan per profiel en sector een andere nadruk worden gelegd.

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de werkwijzen onderzoeken en modelgebruik en -ontwerp.
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op praktisch handelen en modelgebruik en -ontwerp.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s biologie voortbouwen op alle vier de denkwijzen door aandacht te geven aan hoe bepaalde manieren van denken van belang zijn om complexe biologische kennis te begrijpen en te benaderen.
  • Evolutionair denken zou een sterke plek moeten krijgen in de examenprogramma’s havo/vwo. Dit kan door het concept evolutie te verbinden met de denkwijzen patronen, systemen, en verbanden en relaties of een denkwijze evolutionair denken op te nemen.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s biologie havo/vwo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten:
    • Signalen & informatie (GO5)
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Overleven van organismen (GO7)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
    • Heelal & tijd (GO10)
  • Laat de examenprogramma’s biologie vmbo in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de volgende grote opdrachten, afhankelijk van het gekozen profiel:
    • voor het profiel Zorg & Welzijn is dat:
      • Signalen & informatie (GO5)
      • Energie & wisselwerking (GO6)
      • Overleven van organismen (GO7)
    • voor het profiel Groen is dat:
      • Energie & wisselwerking (GO06)
      • Overleven van organismen (GO7)
      • Aarde & Klimaat (GO9)

Scheikunde

Vraagstukken

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle drie de vraagstukken (gezondheid, duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling).

Werkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde voortbouwen op alle vier de werkwijzen (onderzoeken, ontwerpen, modelgebruik en -ontwerp en praktisch handelen). Voorbeelden hiervoor zijn:
    • experimenteel onderzoek en praktisch en veilig handelen in een laboratoriumsetting.
    • ontwerpen in samenhang met andere vakken waarbij conceptuele kennis over stoffen en materialen ondersteunend is in het maken van keuzes in veel ontwerpprocessen.
    • chemische analysetechnieken die nodig zijn om metingen te kunnen doen aan een productieproces.
    • besef ontwikkelen van de plek die ontwerpen inneemt in de innovaties van het scheikunde werkveld.

Denkwijzen

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde expliciet voortbouwen op alle vier de denkwijzen. De volgende werkwijzen verdienen meer aandacht in de examenprogramma’s in vergelijking met de huidige situatie:
    • De denkwijze systemen, door zowel in te zoomen op losstaande processen zoals specifieke chemische reacties als uit te zoomen naar grootschalige processen in de complexe natuur en industrie.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo de denkwijze relaties en verbanden (met name de groeirichting structuur-eigenschap) door aandacht te geven aan het redeneren in termen van macro-micro.
    • In de examenprogramma’s havo/vwo dient de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid versterkt te worden in het denken over de nauwkeurigheid die hierbij gepaard gaat.
    • In de examenprogramma’s vmbo kan de denkwijze schaal, verhouding en hoeveelheid gebruikt worden om de toepasbaarheid van scheikunde goed in te kunnen zetten in het vervolgonderwijs.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s scheikunde in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen uit de volgende grote opdrachten:
    • Energie & wisselwerking (GO6)
    • Natuurlijke grondstoffen & materialen (GO8)
  • Voorbeelden hiervoor zijn:
    • Aandacht voor grondstofverbruik en -hergebruik in chemische processen vanuit het vraagstuk duurzame ontwikkeling.
    • Aandacht voor het energie-effect van chemische processen en de relatie met de chemische industrie. Zorg hierbij voor voldoende aansluiting bij wiskundige kennis en vaardigheden.
    • Duidelijkheid welke eigenschappen verklaard moeten worden met een deeltjesmodel en maak hierin onderscheid voor havo/vwo en vmbo.
    • Laat het concept dat reacties zorgen voor een stabielere elektronenconfiguratie een plek innemen in de examenprogramma’s havo/vwo in relatie tot energie en het deeltjesmodel (samenhang tussen energie en materie).

Aardrijkskunde

De aanbevelingen voor het vak aardrijkskunde zijn in samenwerking met het ontwikkelteam van M&M tot stand gekomen.

Algemeen

  • Behoud in het vak de integratie tussen M&M (sociale geografie) en M&N (fysische geografie)

Referentiekaders en vraagstukken

  • Werk de vraagstukken duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling in samenhang uit met de huidige examenprogramma's en zorg ervoor dat ze herkenbaar terugkomen in de examenprogramma's bijvoorbeeld d.m.v. symbolen.
  • Laat het belang van technologie zien door leerlingen actief gebruik te laten maken van ict en data en leer hen daar mee omgaan via de werkwijzen informatie verwerven en verwerken (M&M) en modelgebruik en -ontwerp (M&N) in de examenprogramma's. Het gebruik van technologie zoals verwoord in grote opdracht technologie (M&M) biedt veel kans binnen de examenprogramma's aardrijkskunde toegepast te kunnen worden.

Denk- en werkwijzen

  • Breng de examenprogramma’s vmbo in lijn met de M&N denkwijzen systemen en schaal, verhouding en hoeveelheid.
  • Besteed in de examenprogramma’s meer aandacht aan de M&M-denkwijzen denken vanuit jezelf en anderen, denken in keuzes en verantwoordelijkheden en denken in betekenis. Deze komen in de huidige situatie nog niet goed tot hun recht.

Concepten

  • Laat de examenprogramma’s aardrijkskunde vanuit Mens & Natuur in ieder geval voortbouwen op de bouwstenen van de grote opdracht aarde & klimaat (MN09)
  • Maak in de examenprogramma’s de relevantie van geografische inhoud in het vervolgonderwijs en in de beroepscontext duidelijk.
  • Voeg ‘endogene processen’ toe aan de examenprogramma’s vmbo om een goede doorstroming van vmbo naar havo te bewerkstelligen.

NLT, O&O en T&T

Algemeen

De huidige examenprogramma’s van natuur, leven en technologie (NLT, alleen havo/vwo), onderzoek & ontwerpen (O&O, alleen havo/vwo) en technologie & toepassing (T&T, alleen vmbo) sluiten goed aan bij de voorstellen van het ontwikkelteam. Met een aantal aanpassingen aan de examenprogramma’s kan de aansluiting nog verder verbeterd worden. Waar hieronder gesproken wordt over examenprogramma’s geldt dit voor de NLT, O&O en T&T.

  • Verken de mogelijkheid om de vakken NLT en O&O voor iedere leerling met een N-profiel toegankelijk te maken.
  • Onderzoek of voor O&O, NLT en T&T een voor leerlingen leesbaar examenprogramma haalbaar is. Er is voor deze vakken behoefte vanuit leerlingen om meer sturing te geven aan hun eigen leerproces.
  • Geef meer aandacht voor beroepen en het bedrijfsleven in de examenprogramma’s (met name voor NLT).
  • Behoud de plek van brede vaardigheden als zelfregulering, samenwerken en sociale vaardigheden in de examenprogramma’s en verken hoe de vakken NLT en O&O elkaar kunnen versterken.
  • Behoud de vrijheid van onderwerpkeuze die nu in de examenprogramma’s is opgenomen.
  • Zorg ervoor dat de examenprogramma’s de opzet in projecten en modules faciliteren. Beschouw de O&O- en T&T-projecten en NLT–modules als middel en niet als doel op zich.

Referentiekaders en vraagstukken

  • Maak de vraagstukken en referentiekaders expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de opdrachten/projecten en modules benoemd kunnen worden.
  • Geef ethische dilemma’s een expliciete plek in de examenprogramma’s.

Werkwijzen

  • Besteed meer aandacht aan modelleren.
  • Geef ontwerpen in zowel NLT als O&O meer aandacht.

Denkwijzen

  • Maak de denkwijzen expliciet in de examenprogramma’s zodat deze in de projecten/opdrachten en modules benoemd kunnen worden.
  • Gebruik de denkwijzen om samenhang tussen NLT, O&O en T&T enerzijds en de monovakken anderzijds te versterken.
  • Gebruik de denkwijzen voor NLT, O&O en T&T om de vaardigheden te ondersteunen.

Concepten

  • Geef in de domeinen van NLT en de bètawerelden van O&O en T&T aan hoe deze relateren aan de bouwstenen.

Onderzoeken

MN03.1 - Lees de hele bouwsteen

Deze bouwsteen hangt samen met:

MN03.1 - Onderzoeken

Links naar samenhangende bouwstenen


Toelichting samenhang

Mens & Maatschappij

  • MM 10.2 Onderzoeken
    • Bij Mens & Maatschappij leren leerlingen sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden.

Digitale geletterdheid

  • DG 4.3 Samenwerken met digitale technologie
    • Bij Digitale Geletterdheid leren leerlingen samenwerken in een digitale omgeving en hierin data uit te wisselen. Dit kan toegepast worden binnen het proces van onderzoeken om tot een gezamenlijk product te komen.
    • In het leergebied Mens & Natuur leren leerlingen onderzoeken en werken hierbij vaak samen met behulp van digitale middelen.

Kunst & Cultuur

  • KC 4.1 Artistieke innovatie
    • Bij Kunst & Cultuur leren leerlingen zich artistiek-creatief uit te drukken bij de presentatie van hun onderzoek.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen vaardigheden en inzicht om onderzoek uit te kunnen voeren. Deze komen goed van pas bij artistieke innovatie.

Nederlands

  • NL 1.1 Rijke teksten als voorwaarde voor taal- en denkontwikkeling
    • Leergebied Mens & Natuur, bouwstenen rondom de werkwijzen (3.1-3.4) en de denkwijzen (4.1-4.4): bij het leren van de verschillende werk- en denkwijzen spelen mondelinge, schriftelijke, digitale en multimodale teksten met een rijke inhoud en kwalitatief goed taalgebruik een belangrijke rol.
  • NL 1.2 Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling
    • Door de veelvuldige interactie met taal bij Nederlands leren leerlingen hun inhoudelijke redeneringen steeds beter onder woorden te brengen.
    • Werk- en denkwijzen bij Mens & Natuur ondersteunen de leerlingen bij het opzetten van hun redeneringen en bieden structuur voor taalontwikkeling.
  • NL 6.1 Kritisch (digitale) informatie verwerken en verstrekken
    • Bij Nederlands leren leerlingen informatie verwerven, verwerken. Dit is onmisbaar als leerlingen zelf onderzoek uitvoeren.
    • Bij Mens & Natuur leren leerlingen onderzoeksvaardigheden die ondersteunen bij het kritisch denken.

MN03.1 - Onderzoeken - Toelichting

Met de werkwijze ‘onderzoeken’ ontwikkelen leerlingen vaardigheden en inzicht om onderzoek uit te kunnen voeren. De nieuwe kennis die wordt opgedaan tijdens het onderzoeken, helpt de leerling de natuurlijke en gemaakte wereld begrijpen en verklaren. De bouwsteen omvat het proces van onderzoek doen, de kennis die hiervoor nodig is en de wederkerige relatie tussen onderzoek en kennis, waarbij onderzoek nieuwe kennis oplevert en kennis nieuwe (onderzoeks)vragen oproept. Deze bouwsteen gaat over het (leren) stellen van vragen en het zelf (leren) doen van onderzoek. Het leren omgaan met wetenschappelijke kennis die anderen hebben geproduceerd is beschreven in bouwsteen MN1.1 Aard van natuurwetenschappen.

Leerlingen leren vragen te stellen, onderzoek uit te voeren, waarnemingen te interpreteren en een relatie te leggen tussen onderzoek en kennis.

MN03.1 - Onderzoeken - Primair Onderwijs

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ervaren leerlingen op een speelse manier de onderzoeksfasen, waarbij ze starten met het stellen van vragen vanuit verwondering, ervaring en nieuwsgierigheid.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • vragen te stellen vanuit verwondering en nieuwsgierigheid ter oriëntatie op een onderwerp.
  • gegevens te verzamelen om antwoorden op vragen te vinden.
  • argumenten te gebruiken bij het bespreken, vergelijken, aan elkaar uitleggen en evalueren van gegevens.

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • de kennis die ze opbouwen door het zelf doen van onderzoek te beschrijven.
  • te beschrijven hoe eigen onderzoeksresultaten bijdragen aan het vergroten van hun eigen kennis en die van anderen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po zoeken leerlingen systematisch naar antwoorden op vragen die ontstaan vanuit verwondering en ervaring. Ze relateren hun onderzoek aan natuurwetenschappelijke concepten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • vragen te stellen vanuit verwondering en systematisch naar antwoorden op deze vragen te zoeken.
  • onderscheid te maken tussen een alledaagse vraag en een onderzoeksvraag.
  • gegevens te verzamelen door zorgvuldig te meten en observeren, en vaktaal te gebruiken bij hun beschrijvingen.
  • onderzoeksgegevens mondeling en schriftelijk te verwerken, de onderzoeksvraag te beantwoorden, de resultaten met elkaar te delen en hierbij gebruik te maken van vaktaal.
  • op basis van eigen onderzoeksconclusies nieuwe vragen te stellen (cyclisch proces).

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • op basis van eigen onderzoeksconclusies te beschrijven welke kennis hierdoor wordt opgebouwd.
  • te beschrijven hoe hun eigen kennis over een onderwerp verandert door inzichten uit eigen onderzoek.
  • verbindingen te leggen tussen eigen onderzoeksresultaten en natuurwetenschappelijke concepten.
  • zich te oriënteren op een eigen onderzoeksonderwerp (te denken valt aan het gebruik van betrouwbare bronnen en eigen interesses).

Leerlingen leren onderzoeksvragen te formuleren, systematisch onderzoek uit te voeren, waarnemingen te interpreteren en deze te koppelen aan natuurwetenschappelijke concepten.

MN03.1 - Onderzoeken - Onderbouw VO

Onderbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de onderbouw van het vo onderzoeken leerlingen vanuit zowel eigen vragen als vragen vanuit de samenleving. Ze onderbouwen een mening in vaktaal met argumenten vanuit de natuurwetenschappen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(het proces van onderzoek)

  • zich, bij de voorbereiding van een eigen onderzoek, te verdiepen in een natuurwetenschappelijk onderwerp met behulp van bronnen, een onderzoeksvraag op te stellen, deze zo nodig aan te scherpen en indien van toepassing een verwachting te formuleren.
  • kiezen voor een bij de onderzoeksvraag passend type onderzoek en passende onderzoeksmethode.
  • gegevens te verzamelen en deze te analyseren.
  • te kiezen voor een passende manier van weergave van onderzoeksgegevens, betrouwbare conclusies te trekken en deze te relateren aan de onderzoeksvraag, met gebruik van vaktaal, zowel mondeling als schriftelijk.
  • eigen onderzoek kritisch te evalueren, met anderen te delen, erover te discussiëren en op nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te beoordelen.
  • nieuwe onderzoeksvragen op te stellen die voortkomen uit onderzoek.

(relatie tussen (eigen) onderzoek en kennis)

  • onderzoek door anderen te gebruiken voor het opstellen van een eigen onderzoek.
  • bij de oriëntatie op een eigen onderzoeksonderwerp te zoeken naar betrouwbare bronnen over het kennisgebied.
  • conclusies uit eigen onderzoek te vergelijken met bestaande kennis te duiden.

In deze kolom vindt u aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs per bouwsteen van het leergebied. Het ontwikkelteam doet ook algemene aanbevelingen, zie bovenaan deze pagina.

Het leergebied Mens & Natuur doet algemene aanbevelingen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs (Mens & Natuur)

Hieronder doet het ontwikkelteam Mens & Natuur, in samenspraak met een adviesteam van ongeveer 25 vakdocenten uit de bovenbouw van vmbo en havo/vwo, aanbevelingen over hoe de grote opdrachten en bijbehorende bouwstenen uitgewerkt kunnen worden in eindtermen voor vo bovenbouw. Het team gaat uit van aanbevelingen in drie categorieën:

  • Generieke aanbevelingen voor alle vakken binnen het leergebied Mens & Natuur
  • Aanbevelingen voor de disciplinaire vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde.
  • Aanbevelingen voor de discipline-overstijgende vakken NLT (natuur, leven en technologie), O&O (onderzoek en ontwerpen) en T&T (technologie en toepassing).

Generieke aanbevelingen

Algemeen

  • Beschrijf de examenprogramma’s via een eenduidige structuur en opbouw. Op dit moment is de structuur en opbouw van de examenprogramma’s van het vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds niet gelijk.
  • Houd in de structuur van de examenprogramma’s de vijf types (referentiekaders, vraagstukken, werkwijzen, denkwijzen en concepten) uit dit voorstel aan.
  • Ga ook in de bovenbouw uit van onderwijs dat een combinatie is van de verschillende typen bouwstenen. Deze combinaties geven bijvoorbeeld de verschillende disciplines de mogelijkheid om aan te geven wat hun eigen bijdrage is aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
  • Sluit in de examenprogramma’s aan bij opgedane kennis en vaardigheden in het vervolgonderwijs. Dit betekent dat onderwerpen die in het po en de onderbouw niet aan bod komen wel aan bod kunnen komen in de bovenbouw e