Ontwikkelschool de Meander over hun eigen ontwikkeltraject

Ons kindcentrum is ontwikkelschool voor curriculum.nu, leergebied Bewegen & Sport. We verdiepen ons in de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs aan kennis en vaardigheden moeten hebben op dit leergebied om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. We geven feedback op de tussenopbrengsten van het ontwikkelteam, maar hebben ook financiële mogelijkheden om eigen initiatieven te ontplooien die een meerwaarde kunnen hebben bij de realisatie van de herziene kerndoelen en eindtermen voor het curriculum.

Eén van onze eigen ontwikkelprojecten is het onderzoeken van de positieve invloed op de cognitieve ontwikkeling van kinderen door het beweegplan, waarbij alle kinderen iedere 45 minuten in beweging zijn. In het kader van dit beweegplan krijgen peuters en kleuters drie maal per week bewegingsonderwijs in de sportzaal op de eigen locatie door een vakleerkracht. Onze ervaringen zijn positief omdat we zien dat de kinderen meer lichaamsbesef krijgen, zelfbewust zijn en zelfvertrouwen ontwikkelen, sociale vaardigheden trainen, grenzen verleggen en impulsen leren beheersen. Deze positieve praktijkervaringen willen we graag theoretisch onderbouwen om dit project in de toekomst voort te kunnen zetten en in relatie tot de grote opdrachten van het leergebied bewegen & sport, specifiek de volgende grote opdrachten:

  1. Het beweegaanbod is gevarieerd voor de leerling
  2. Bewegen& Sport krijgt vorm binnen de maatschappelijke context
  3. Een eigen beweegidentiteit geeft richting aan de keuzes die je maakt
  4. Iedere beweegactiviteit kent verschillende taken en rollen voor de kinderen
  5. Bewegen doe je samen
  6. Een actieve leefstijl draagt bij aan de gezondheid.

Visie op bewegingsonderwijs aan jonge kinderen
De basis voor bewegingsontwikkeling is ‘Active Learning’,  omdat  kinderen leren vanuit de betrokkenheid op hun omgeving. Kinderen bewegen, omdat ze die mogelijkheid hebben en willen gebruiken als de omgeving daar voldoende toe uitdaagt. Bij jonge kinderen wordt het bewegen gestimuleerd als aspect van de totale ontwikkeling.  Kinderen leren grijpen, lopen, springen in een directe en onontkoombare confrontatie met de materiële werkelijkheid. In samenhang zijn zintuigen en bewegen de eerste en meest directe toegang tot de wereld.

Uitgangspunten bij bewegingsonderwijs aan jonge kinderen

  1. Bewegen is een uitdrukking van de interactie tussen het kind en de omgeving. Die interactie is eigen aan het kind en gaat vooraf aan ieder opvoedings- of onderwijsdoel.
  2. Die interactie vindt plaats door de betrokkenheid van het kind op zijn omgeving en is zichtbaar in de betekenis die het kind daaraan geeft. Het is belangrijk om kinderen een gevarieerd aanbod te geven, maar respectvol om te gaan met de gevoeligheid en de eigen keus van het kind .
  3. In de interactie met de tot bewegen uitlokkende omgeving ontwikkelt het kind toenemende handelingsbekwaamheid.
  4. In het bewegingsinitiatief laten jonge kinderen zich leiden door de eigen ervaringsbehoefte. Daarom is het belangrijk om de bewegingssituaties in re richten en te veranderen op basis van de betrokkenheid van de kinderen zoals die zichtbaar is in de bewegingsactiviteit.
  5. In de bewegingsdialoog is het kind in zijn totale ontwikkeling betrokken. Daarom is het belangrijk om in de observatie en ondersteuning van bewegende kinderen ook de cognitieve, sociale en affectieve ontwikkeling te betrekken.
  6. Invloeden vanuit het gezin en de maatschappij bepalen de belangstelling en het zelfbeeld van kinderen. Daarom is het belangrijk om kinderen te leren kiezen op basis van eigen ervaring en waardering.

Het stimuleren van bewegingsonderwijs aan jonge kinderen:

Kinderen bewegen, omdat ze die mogelijkheid hebben en willen gebruiken als de omgeving daar voldoende toe uitdaagt.  Op het meest fundamentele ervaringsniveau gaat het dan om bevestiging van de zijnswijze en het leren vertrouwen op de werkelijkheid. In het bewegen is die ervaring lijfelijk, heel concreet en ik-nabij. Een cognitief aspect daarvan is, dat het lichaam in zijn bruikbaarheid toenemend gedifferentieerd gekend gaat worden. Net als alle ontwikkeling is bewegend leren een proces dat zichzelf in stand houdt, als de omgeving daar voldoende impulsen voor biedt. De uitdagingen die de omgeving biedt, moet  aansluiten bij de veranderende ervaringsbehoeften en handelingsmogelijkheden van de kinderen. Kinderen gaan  actief op zoek naar bewegingsuitdagingen die voldoen aan de competentiebehoefte. Om bewegingsontwikkeling te stimuleren is een optimale bewegingsomgeving de basis. Een bewegingsomgeving is primair ingericht om bewegend handelen uit te lokken.  Dit verschilt per kind en is afhankelijk van de totale ontwikkeling. Aanleidingen tot bewegend handelen kunnen gelegen zijn in:

  1. De ruimte en de beleving van de structuur ervan.
  2. De vloer en andersoortige oppervlakten.
  3. De dingen waarmee of waaraan bewogen kan worden.
  4. De anderen (kinderen en volwassenen) met wie je kunt bewegen of die je eigen initiatief beïnvloeden, verhinderen of stimuleren.
  5. Muziek en ritme die tot bewegen aanzetten.

Het gaat er om het bewegingsinitiatief van de kinderen zodanig te stimuleren en te begeleiden zodat er een optimale ontwikkeling gerealiseerd kan worden.

Verder lezen? Klik dan hier om het hele document te openen.