’Leer leerlingen al jong creatief onderzoeken’

Jilles Veenstra

‘Dit ontwikkeltraject is een kans om van onderaf bouwstenen aan te dragen om het curriculum meer iets van de beroepsgroep zelf te laten zijn. We beginnen met z’n allen aan een nieuw avontuur, dat we nog niet eerder in ons land zijn aangegaan. Een traject waarin de beroepsgroep zelf, ouders en leerlingen zijn betrokken. Ik denk dat het ontwikkeltraject geslaagd is als de opbrengst van deze fase uiteindelijk een goede basis blijkt te zijn van een nieuw curriculum.’

Jilles Veenstra is voorzitter van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOV). ‘Wij zijn als gezamenlijke vakverenigingen nauw bij dit ontwikkeltraject betrokken’, vertelt hij hierover. ‘Ik ben lid van de coördinatiegroep die dit traject aan de voorkant monitort en meedenkt over de inrichting van het hele proces.’

 Drukke tijd

‘Ik denk dat het voor de deelnemers van de ontwerpteams heel druk gaat worden. Er komt veel op de deelnemers af en ze krijgen straks ook van alle kanten advies. Als ik dan toch één tip mag meegeven: Probeer vooral de praktische onderdelen van een nieuw curriculum uit de gesprekken met elkaar op te halen, zodat het curriculum dat er straks uitkomt beter met het veld is afgestemd. Vooral de verbinding tussen input en de praktische uitvoering op de scholen zelf zal een hele klus zijn.’

Beperkte groep

Veenstra is blij met de ingeslagen weg, al weet hij ook dat een beperkte groep leraren zich voor een ontwikkelteam gaat aanmelden. ‘Een kleine groep gaat zich melden voor de ontwikkelteams, maar een veel grotere groep leraren zal op de deelnemende scholen een bijdrage leveren aan de bouwstenen voor een nieuw curriculum. De stem van de leraren zal hopelijk op basis van dit traject veel beter doorklinken in het nieuw te ontwikkelen curriculum. Het is goed dat docenten nu de mogelijkheid krijgen om zelf de regie te nemen in het proces’, aldus Veenstra.

Gerhard van Hunnik

Goed initiatief

Een van die docenten is Gerhard van Hunnik. Hij werkt op het Jordan Montessori Lyceum Utrecht in Zeist. Daarnaast is hij bestuurslid van de NVON, de Nederlandse vereniging voor het onderwijs in de natuurwetenschappen. ‘Toen drie jaar geleden met het nieuwe curriculum werd gestart, vond ik dat een goed initiatief en ook nu sta ik op zich achter de beslissing om met de ontwikkelteams te starten. Alleen vind ik het jammer dat de deadline voor aanmelden zo krap is. Vooral ook omdat er nog maar mondjesmaat over gecommuniceerd is. Ik heb ervan gehoord omdat ik bestuurslid ben van de NVON. Ik heb lange tijd overwogen mij aan te melden, maar aarzel vanwege de hoge tijdsinvestering van 274 uur. Wel praat ik er veel met collega’s over en weet ik dat enkelen van hen willen meedoen.’

Creatief onderzoeken

Van Hunnik heeft nog wel wat tips voor een nieuw curriculum. ‘Wil je het vak wetenschapsoriëntatie veel meer handen en voeten geven, dan moet je leerlingen leren om onderzoekend informatie te verzamelen. Veel leerlingen in het po bijvoorbeeld leren veel liever met hun handen dan met hun hoofd, dus richt het vak daar dan ook op. En ook in de onderbouw van het vo moeten leraren meer vrijheid nemen om los van de boeken leerlingen te leren onderzoeken. De bekende professor Robbert Dijkgraaf breekt graag een lans voor meer creativiteit onder studenten. Maak het leerlingen in het po en vo mogelijk om zelf onderwerpen aan te dragen die ze leuk vinden. Dan krijg je al jong veel meer interesse voor de bètavakken.’

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.