Interview met de Adviesgroep in Didactief

Dit artikel is verschenen in Didactief van januari/februari 2019.  

Een wetenschappelijke adviesraad staat de ontwikkelteams van Curriculum.nu bij. Maar haar adviezen over kennis uit onderzoek kunnen nog beter worden opgevolgd, constateert de raad.

Bij aanvang van Curriculum.nu is de teacher in the lead gezet én een wetenschappelijke adviesgroep ingesteld. Daarmee gaf de overheid gehoor aan een advies van de commissie-Dijsselbloem. Die stelde in 2008 dat leraren meer betrokken zouden moeten worden bij de inhoudelijke uitwerking van onderwijsvernieuwing en dat deze wetenschappelijk gevalideerd zou moeten zijn. Zo niet, dan zouden vernieuwingen eerst kleinschalig en wetenschappelijk begeleid, uitgeprobeerd en geëvalueerd moeten worden.

In de wetenschappelijke adviesgroep Curriculum.nu zitten experts op het terrein van curriculumontwikkeling, de leraar en de lerarenopleiding, en leerpsychologie. Wij adviseren de coördinatiegroep over het ontwikkelproces en de aansturing van het ontwerpproces. Daarnaast voorzien wij de ontwikkelgroepen van feedback op de algemene uitgangspunten van Curriculum.nu, met speciale aandacht voor de overladenheid van het curriculum, samenhang en leerlijnen. De adviesgroep is onafhankelijk (leden nemen niet deel als vertegenwoordiger van hun instelling of achterban) en functioneert als kritisch geweten.

Tijdsdruk

Komend voorjaar moet het advies van Curriculum.nu naar de Tweede Kamer. Voor het zover is, heeft de wetenschappelijke adviesgroep nog wel wat zorgen. Is er wel voldoende tijd voor het ontwikkelproces, in het bijzonder voor het verwerken van feedback? (Opmerking Curriculum.nu: n.a.v. de eerder voorgestelde planning heeft minister Slob in december 2018 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij uitlegt dat de ontwikkelteams meer tijd krijgen.) Zorgvuldigheid zou voorrang moeten krijgen op tijdige afronding in verband met politieke of bestuurlijke processen.

Ook maken wij ons zorgen over overladenheid van het curriculum. Die dreigt te ontstaan wanneer de ontwikkelteams zich te veel richten op hun eigen leergebied en de samenhang met andere leergebieden uit het oog verliezen, of wanneer de bouwstenen te veel en te klein worden.

De adviesgroep is ook bezorgd over de implementatie. Komt van alle goede ideeën en bedoelingen straks wel wat terecht, als er weinig verandert aan de wijze van toetsing of als onvoldoende helder is welke tijd beschikbaar is voor leergebieden of onderwerpen? Als nieuwe thema’s en leergebieden geen kans krijgen, doordat de verhouding met bestaande leergebieden en vakken onvoldoende helder is? Of als leerlingen te weinig samenhang ervaren, doordat er te weinig verbinding is via overkoepelende thema’s of uitdagingen? Risico’s in dit proces zijn tijdsdruk, gebrek aan expertise en te weinig kans voor onderlinge afstemming en overleg.

En dan de praktijk

Als leden van de adviesgroep zijn wij ingegaan op de uitnodiging om een bijdrage te leveren aan Curriculum.nu vanuit de wens om het proces te versterken. Ondanks onze zorgen hebben wij wel de indruk dat de coördinatiegroep en de ontwikkelteams de adviezen serieus nemen. Tegelijkertijd realiseren we ons dat onze bijdrage in het ontwikkelproces tot nu toe zeer bescheiden is. We roepen dan ook op om het advies van de commissie-Dijsselbloem nog verder op te volgen.

Zoals bij elke curriculumvernieuwing, staat of valt deze met de invulling door leraren. Zij en de scholen zullen ruimte moeten krijgen om te kiezen in hoeverre ze deze kans pakken om hun onderwijs te (blijven) innoveren. De adviesgroep kijkt uit naar het constructieve gesprek daarover tussen ouders, leerlingen, schoolleiders, leraren én onderzoekers.

Wat gaat goed?

Gelukkig gaan veel dingen goed. Van sommige adviezen is de opvolging voor de buitenwereld zichtbaar. Zo pleitten wij ervoor wetenschappelijke expertise beter te benutten waar het gaat om vakinhoud. Besloten is voor elk leergebied experts te betrekken die de ontwikkelgroepen structureel adviseren, inhoudelijk én op het terrein van vakdidactiek.

Afstemming tussen teams helpt om betere leerlijnen, meer samenhang en minder overladenheid te realiseren: tijdens de ontwikkelsessies is daarom meer tijd ingeruimd voor de ontwikkelgroepen om hun visie en inhoud onderling uit te wisselen. Ook door steun en structuur van onder meer een analyseteam van SLO kan een ontwikkelgroep keuzes maken die samenhangen met die van de andere ontwikkelgroepen. Besloten is om meer te werken met formats, voorbeelden en concrete richtlijnen. Samenhang is ook te realiseren via grote maatschappelijke thema’s, uitdagingen en toekomstontwikkelingen (zoals robotisering). Ontwikkelteams zijn uitgedaagd om in hun visie en opdrachten expliciet te verwijzen naar bijvoorbeeld de sustainable development goals (duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties) en thema’s als gezondheid en veiligheid.

Het is nodig om tijdig te anticiperen op de implementatie van het verdere proces – wat hebben scholen echt nodig, wat zijn mogelijke knelpunten? – en in het bijzonder op toetsing en de sturende werking daarvan. Er wordt nu nagedacht over de eisen en voorwaarden waaraan toetsing en examinering straks moeten voldoen, om te voorkomen dat uitgangspunten en uitwerkingen van Curriculum.nu teniet worden gedaan door een toets- en examenpraktijk die onvoldoende meebeweegt.

Op diverse punten hebben wij ten slotte verwezen naar expertise over leerpsychologische ontwikkelingen, toetsing, internationale voorbeelden van curriculumontwikkeling, goede voorbeelden van thematisch onderwijs, moderne vaardigheden, en eerdere ervaringen (positief en negatief) in curriculumontwikkeling met bijvoorbeeld meer samenhang en minder overladenheid.

Steun

De adviesgroep hoopt uiteraard dat het ontwikkelproces tot de gewenste verbeteringen leidt en dat die ook zichtbaar zullen worden door flankerend onderzoek. En het mag duidelijk zijn: we hebben veel waardering voor de moeilijke taak van de ontwikkelteams, die te maken krijgen met complexe ontwerpeisen en feedback vanuit diverse belangengroepen met soms tegenstrijdige wensen en eisen. Gelukkig ondersteunt SLO het proces inhoudelijk met analyses van ontwikkelde producten en trends en samenhang daarbinnen. Dat is nodig, omdat met elke stap van het ontwikkelproces de inhoud exponentieel toeneemt. Was er eerst nog sprake van negen visies van elk van de leergebieden, inmiddels liggen er ruim zeventig grote opdrachten en straks ongeveer driehonderd bouwstenen. Overigens is inmiddels ook duidelijk dat de minister enkele zorgen rond het proces deelt: in een recente kamerbrief heeft hij aangegeven dat er meer tijd voor reflectie komt, waardoor de ontwikkelteams iets meer ruimte krijgen.

 

 

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.