“Deze leraren werken achter de schermen aan het onderwijs van de toekomst”

door Peter Olsthoorn voor Intermediair
Terwijl de klaagzangen over het onderwijs zich opstapelen, werkt een front van 150 vakmensen aan concrete oplossingen. Hoe ver zijn zij met het ontwikkelen van een nieuw curriculum voor het basis- en voortgezet onderwijs? Drie leraren vertellen erover.

In Curriculum.nu werken 130 docenten en 18 schoolleiders aan het antwoord op de vraag: wat moeten leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs kennen en kunnen? Ze zijn één dag in de week vrijgemaakt voor dit werk, in leergebieden als Nederlands, digitale geletterdheid en rekenen/wiskunde.

De teams delen hun visie en voorstellen met geselecteerde ‘ontwikkelscholen’ en andere betrokkenen om inbreng en reacties te verzamelen. In het najaar van 2019 worden de opbrengsten gedeeld met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs.

Over de voortgang kan niemand beter vertellen dan een leraar die actief betrokken is bij Curriculum.nu. Intermediair sprak er drie.

Met minder bereik je meer

Anja van Hirtum (44) geeft les in groep 8 op basisschool De Fonkeling in Berghem (Oss), en begeleidt er hoogbegaafde kinderen. Bij Curriculum.nu is ze lid van het Ontwikkelteam Mens & Natuur. ‘Ik doe graag mee omdat ik me verantwoordelijk voel voor het onderwijs in Nederland. Het huidige curriculum is twaalf jaar oud en de maatschappij, kinderen en de ouders zijn veranderd.

‘Belangrijkste vind ik om de huidige overladenheid te beteugelen. Dit klinkt paradoxaal, maar met minder bereik je meer in het onderwijs. Dit kan door de samenhang te vinden in de verschillende vakgebieden, maar ook door basis- en voortgezet onderwijs nauw te laten samenwerken. Nu is de scheiding te rigoureus. Binnen Oss proberen wij dit met bijvoorbeeld uitwisseling voor aardrijkskundeles. Een leraar aardrijkskunde komt bij ons in groep 8 lesgeven. Bijvoorbeeld verdieping over vulkanen en we stemmen bijvoorbeeld begrippen af. Zo komen we tot een doorgaande lijn van wat kinderen van 4 tot 18 jaar nodig hebben.

‘We bekijken met Curriculum.nu de samenhang tussen leergebieden. Dit uitgangspunt concreet maken is niet eenvoudig, maar je kunt bijvoorbeeld een aantal relevante vaardigheden voor het leergebied Mens & Natuur koppelen met bouwstenen als Informatievaardigheden (uitgewerkt bij Digitale Geletterdheid en Nederlands), Redeneren en argumenteren (uitgewerkt bij Nederlands) en Rekenen en wiskundige vaardigheden.

‘Inhoudelijk stellen we gebieden vast die voor de kinderen aansprekend zijn, binnen ons team zijn dat bijvoorbeeld gezondheid, biodiversiteit, klimaat, duurzaamheid, technologie en wetenschap. Hoe de scholen dat straks invullen, willen en mogen we niet vastleggen. We bieden groeirichtingen.’

Pilot met gymlessen op inschrijving

Tim van de Laak (30), gymleraar bij X11 media en vormgeving in Utrecht, maakt deel uit van Ontwikkelteam Bewegen & Sport van Curriculum.nu. Zijn doel: ‘Dat alle kinderen binnen de eigen mogelijkheden aan gymlessen kunnen deelnemen en daar niet op afgerekend worden. Docenten lichamelijke opvoeding kunnen supergoed differentiëren naar het niveau van leerlingen, maar er is nog altijd veel uniforme beoordeling op grond van motorische vaardigheden.

‘Een ander speerpunt van ons ontwikkelteam is “beweegidentiteit”. Dat is superinteressant en belangrijk, vooral nu de samenleving zo inzet op meer beweging. Weten wat je leuk en niet leuk vindt legt wellicht de basis voor een leven lang met plezier bewegen. Ontdekken van en inspelen op de “beweegidentiteit” mag van mij persoonlijk het vak bepalen: hoe sluit je aan op interesses waar ze enthousiast mee aan de slag gaan?

‘We zoeken bij X11 naar de ideale vorm om beweegidentiteit centraal te stellen. We draaiden een pilot waarbij we gymlessen op inschrijving deden, 26 verschillende gymlessen en alle leerjaren en niveaus door elkaar. Dat was organisatorisch erg complex, maar heeft veel positieve effecten voor de groepsdynamiek en motivatie. We beginnen een nieuwe pilot met een eenvoudiger organisatievorm om deze identiteitsontwikkeling anders te monitoren.’

Onderwijzers zijn eigenwijze mensen

Elsbeth Poot (60) werkt op de School met de Bijbel De Kraats in Bennekom als onderwijzer in groep 6 en adjunct-directeur. Ze is bij Curriculum.nu lid van het Ontwikkelteam Engels / Moderne vreemde talen. ‘Het is goed dat ons onderwijs vanuit de praktijk wordt geactualiseerd, maar moeilijk. We leiden op voor banen die er nog niet zijn, er is veel culturele verandering door immigratie, globalisering.

‘Veel wetenschappers uiten bevindingen en meningen over de beste manieren om talen te leren, en daar hebben we goed contact mee. Minister Slob vindt dat belangrijk, ik sprak hem pas toen hij bij ons op bezoek was. Ook veel Tweede Kamerleden steken hun licht op bij Curriculum.nu, want ze zijn erg geïnteresseerd. Dat is een heel positieve stimulans.

We krijgen ook veel kritiek, zeker in de reacties tijdens de feedbackrondes. Sommigen zijn erg ongenuanceerd en dat is naar voor deelnemers die zich zo inzetten. Maar onderwijzers zijn heel eigenwijze mensen met een sterke eigen mening die ze tegenwoordig online snel kunnen ventileren.

‘Een van de uitgangspunten is te komen tot beter doorgaande leerlijnen tussen basis- en voortgezet onderwijs. We maken een nieuw curriculum voor 4 tot 18 jaar, wat ik heel belangrijk vind. Ook met nadruk op meer samenhang tussen verschillende vakken. De overladenheid in het onderwijs voor kinderen is mede een gevolg van veel te veel vanuit een eigen vakgebied werken en te weinig kijken naar de verbinding tussen vakken.

‘De komende sessie staat de samenhang centraal. Bijvoorbeeld met CLIL (Content and Language Integrated Learning), waarbij je vakken als bijvoorbeeld aardrijkskunde of biologie in het Engels geeft. Dat doen ook steeds meer basisscholen, of experimenteren ermee. Vroeg beginnen kan de taalangst verkleinen en het taalplezier vergroten.

‘Dat moet ook leiden tot betere motivatie bij leerlingen, want het gebrek aan enthousiasme in vooral het voortgezet onderwijs is echt een punt. Als het programma compacter wordt, met meer samenhang en meer betekenis voor hun leven, zullen leerlingen gemotiveerder naar school gaan.’

Dit artikel verscheen eerder op intermediair.nl